O, Hallo, ben jij het.

    Ik dacht het al, je bent gewoon thuis, riep mijn kameraad.  

    Ja, waar zal ik nu heen kunnen? Met een rolstoel, is in één klap de halve wereld niet meer toegankelijk en die andere helft, zit op slot vanwege de Corona. Dus, ja, natuurlijk zit ik thuis. Maar wat Kom je doen, zei ik met enige achterdocht in mijn stem. 

    Kijken hoe je het maakt. 

    Hoe ik het maak? Is dit nog een overblijfsel van; ‘Komt allen tezamen’, of wil je het oude jaar nog een ‘goed gevoel’ meegeven? 

    O, wat doe je naar man, dat doe je anders ook niet, wat is er met je aan de hand?  

    Terwijl ik hem een stoel aanbood, voelde ik weer dat nare gevoel opkomen, maar dat liet ik niet merken. Ik was een kunstenaar geworden in het ‘anders voordoen’ en wuifde de dingen vaak weg met een grapje. Mijn bezoek was gaan zitten en maakte de opmerking of de koffiepot nog wel eens langs kwam. 

    Nee, antwoordde ik zonder nadenken, die heeft het begeven, dus.... 

    Wat mankeert er dan aan.

    O, een of andere bruine bonen virus. Of een elektronisch hartinfarct

    En, wat kun je daar aan doen? 

    Wel ik denk dat die koffiepot onder jou luie handen wel te redden is, denk je ook niet?

    Hoezo ‘luie handen’, vroeg mijn bezoek lichtelijk geagiteerd. Kan thuis ook koffie drinken hoor?

    O ja…, en zo gingen we nog even door, maar mijn koffie werd me toch netjes voorgezet en ik bedankte hem voor zijn persoonlijke inzet aan ons gezellig moment. 

    Maar eh… Hoe is het?  

    O, je wilde het over mij hebben, dat ben ik niet gewend van je. 

    Ja, dat wilde ik, klonk het heel overtuigend. 

    Dat dacht ik al, zei ik met een ietwat benepen stem. 

    Tja, hoe is het en ik wist even niet waar te beginnen. Kijk, wanneer ik ’s morgen om zes uur of eerder wakker word, dan drukt de ‘werkelijkheid’ van alle dag als een loden last op mijn schouders. En zo rond deze dagen drukt het allemaal nog zwaarder. Als ik dan bedenk hoe het afgelopen jaar is gegaan Toen moest ik acht weken verplicht op mijn kamer blijven, om dat virus buiten de deur te houden. Toen heb ik mijn vrouw ook niet mogen ontmoeten, dat was heel zwaar man. Daarom zie ik er als een berg tegen op om het nieuwe jaar in gaan. Daarom weet ik niet zo goed met mijn ‘emotjes’ om te gaan. Ik ga mijn leven dan wel eens vergelijken met een; ‘betere versie van de mens’. Begrijp je wat ik bedoel? 

    Ik doe mijn best, hoorde ik weloverwogen zeggen. Maar, ik vraag me af, wordt je hiertoe gedwongen, of zit je jezelf zielig te vinden? 

    Nou ja zeg, jij bent een harde. Nee, ik ben niet zielig dat zou ik ook niet willen, maar het gebeurd gewoon. Het is net als bij het bezoeken van een tandarts. Je ervaart dagen van te voren dat je redelijk ‘spanningsloos’ bent. Maar op de dag zelf is daar dat vreemde onderbuik gevoel. Je wilt ervoor weg lopen maar toch ga je erheen. 

    Ja, maar dat kennen we toch allemaal? 

    O ja…? Zit iedereen dan in een rolstoel..? Is iedereen een verzorgingshuis cliënt..? Moet iedereen onder begeleiding ergens naar toe..? Is iedereen al zijn geld kwijt aan de zorg..? En kan iedereen alleen maar ’s morgens uit bed en de rest van de tijd niet..?

    Heel mijn vrijheid ligt aan barrels en dan hebben we het niet eens over de eenzaamheid die als een ongewilde vriend om me heen loopt te springen.

    Ik naderde nu de grens van échte boosheid en wist dat ik nu direct moest stoppen met mijn sarcastische opmerkingen. Het moest hoe dan ook goed blijven tussen ons. Dat ‘gedoe’ verdiende mijn goede vriend gewoon niet. Ik hoorde hem al zeggen;

    Ja, ja, draaf maar weer eens lekker door, je weet toch ook wel dat half Nederland van één of andere uitkeringen trekt. 

    Daar heb ik toch niks aan, je moet me wel in mijn waarde laten hoor? Je moet wel reëel blijven, jij kunt toch ook veel meer dan dat ik kan! 

    Ja, je hebt gelijk, maar ik bedoel dat ‘ieder huisje’, wel een kruisje heeft. 

    Dat is zo, maar wil je hiermee zeggen dat ik niet moet zeuren? 

    Nee,  dat ook weer niet, maar je bent een heel jaar goed te spreken en in die laatste paar weken van December lijkt het er op dat je zwaar de weg kwijt bent of er onderdoor gaat.  

    En dat vindt jij ‘niet kunnen’? Je moet eens leren om in de huid van die ander te kruipen, gooide ik eruit. 

    Wanneer ik dat kon was ik de beste psychiater in de wereld. Je moet niet zo  afmattend doen hoor? 

    Ach ja, je hebt ook wel gelijk, we kunnen nooit bij elkaar in de huid kruipen, sorry hoor. 

    Ja man, het is al goed en ik ben blij dat je even tegen mij kunt ‘aan-mokken’, want daar zijn we toch vrienden voor? 

    Maar nu eventjes wat anders, weet jij je  trouwtekst nog te herinneren? 

    Hé.., of ik wat…? O ja, als mijn eigen grafsteen. 

    Ja hoor, we zijn er weer. En weet je wel wat je daar zegt, das toch niet verantwoord man. Wat doe je toch weer sarcastisch, ik bedoel het serieus hoor? 

    Oeps, dikke sorry hoor, liet ik welgemeend horen. En terwijl ik mezelf weer tot de werkelijkheid dwong, maar ook even diep moest nadenken, dreunde ik, na een korte stilte, onze trouwtekst op:

    “Vertrouw op de HERE met uw ganse hart 
    en steun op uw eigen inzicht niet.
    Ken Hem in al uw wegen, 
    dan zal Hij uw paden recht maken”.

    Spreuken 3:5-6 NBG. 

    Ik kreeg zowaar een brok in mijn keel en moest even iets wegslikken. Ik voelde dat er iets in me brak, al ‘mijn (ge)mokken’ sneuvelden een voor een. En er volgde een korte stilte. We hebben daarna een heel fijn gesprek gehad. Ik mocht mezelf weer terugvinden en ontdekken wie ik was in; ‘Jezus mijn Heer en Redder’. Nadat we samen hadden gebeden om vergeving voor mijn gedrag, voelde ik me behoorlijk opgeknapt en begon me sinds weken weer te ontspannen. Wat voelde dit goed. 

    En ik dacht bij mezelf: Wat een genade dat je beste Vriend al dat ‘Aan-Mokken’, met een brede glimlach, figuurlijk aan diggelen heeft geslagen.  

    Dank U Heer voor Uw Vriendschap prevelde ik, toch nog wel een beetje met een schaamtevol hart. 

     

    Zeg, he.., ja jij daar, heb jij ook, zo een Vriend? 

    Ik hoop het voor je! En zullen we het dan maar van de daken schreeuwen!

    ‘Welk een vriend is onze Jezus, die in onze plaats wil staan’.

    Ik wens jullie allemaal een ‘vernieuwende Vriendschap’ toe en een gezegend 2021.
     

    Voor u geschreven: Fred IJzerman
    Dit artikel wordt auteursrechtelijk beschermd door; © Aresko.nl

    • Waardering
    • Hoeveel sterren geeft u dit artikel?