Hoe goed ben jij in het verbergen van je verdriet je boosheid of je teleurstelling? Veel mensen durven hier niet eerlijk voor uit te komen. Bij de vraag of ‘alles goed is’, zeggen we bijna altijd, ‘o, goed hoor’, en slaan het balletje weer terug door te zeggen, ‘en met jou ook alles goed’? Dat dit jezelf of de ander niet altijd ten goede komt mag duidelijk zijn. Verkeerde informatie geven over je welstand is niet goed. Ik begrijp het wanneer jij je bij zo’n vraag niet op je gemak kunt voelen. Maar je doet jezelf tekort omdat die ander geblokkeerd wordt om je te helpen. Maar die persoon doe je ook tekort want die wil echt weten hoe het met je gaat en krijgt nu niet de kans om je te helpen.

    Anderen willen ons graag helpen, maar om verschillende redenen zetten we die hulp op non actief door te zeggen dat er niets aan de hand is. Goed, ik wil eerlijk zijn, er zijn nieuwsgierige mensen die ik ook zou overslaan. Maar dat zijn ze niet allemaal. Dus moet je het anders aanpakken, door maar gewoon eerlijk te zijn want het is dan hun verantwoordelijkheid hoe ze hier mee omgaan. Ja maar… ik begrijp wat je bedoeld, sommige mensen moet je niet alles vertellen omdat daar een duidelijke reden voor is. Tja, zo is het nu eenmaal in het leven. Daarom zegt men ook wel eens; ‘Je mag wel alles eten, maar niet alles weten’.

    Er was eens een gelovig man, zijn naam was Nehemia. Hij was in dienst van de koning en ze zagen elkaar regelmatig. Met koningen moet je heel voorzichtig zijn, vaak zijn ze zo humeurig en onvoorspelbaar. Zo ben je ‘iemand’ en met hetzelfde gemak verdwijn je van het toneel. Dat was toen en dat gebeurd nog steeds, waar ‘dictatoriale’ mensen de dienst uitmaken. Maar zou de koning, die Nehemia diende ook zo zijn? Uit het volgende Bijbelgedeelte blijkt dat hij een goed humeur had. 

    Op een dag, gaf ik de koning zijn wijn. Hij keek mij aan en vroeg: "Wat kijk je somber, je bent toch niet ziek of is er een aanleiding om verdrietig te zijn?”

    De angst sloeg me om het hart, wat moet ik de koning nu vertellen? Wanneer dit verkeert bij hem valt, kan het zijn dat ik hem boos maak en wat zijn dan de gevolgen? Nehemia maakte zich sterk en besliste om alles eerlijk te vertellen waarom hij verdrietig was. "Och majesteit, zou ik niet verdrietig zijn als de stad waar mijn voorouders zijn begraven is verwoest en haar poorten zijn verbrand?" zo, het ‘hoge woord’ was eruit. Zou de koning geïnteresseerd zijn in zijn verhaal? 

    Na een korte stilte vroeg de koning; "Wat zou u dan willen?" Het overrompelde Nehemia behoorlijk maar besloot een stil gebed tot zijn God te bidden. Daar vond hij kracht en wijsheid en antwoordde de koning: "Als het uwe majesteit behaagt en u mij uw gunst wilt tonen, stuur mij dan naar Juda. Dan ga ik de stad van mijn voorouders herbouwen!" 

    Zo en nu maar afwachten wat er ging gebeuren want de koningin was bij dit gesprek aanwezig en dat maakte het bijzonder spannend. Wat zou zij de koning adviseren? Gelukkig hield ze haar mond en de koning vroeg aan Nehemia: “Hoelang zal je reis duren en wanneer kom je terug?” 

    Wat een vervelende vraag zeg, als ik het nu maar op de juiste manier zeg dan kon het wel eens lukken, dacht Nehemia. Hij noemde de koning een bepaalde tijd en kon zijn oren niet geloven, de koning stemde in met zijn plannen.

    Er schoot een grote dosis vrijmoedigheid bij Nehemia naar binnen en voor hij het zelf in de gaten had zei hij, “mag ik u nog een gunst vragen: “Als het uwe majesteit behaagt, geef mij dan brieven mee voor de gouverneurs in het gebied ten westen van de Eufraat. Dan zullen zij mij ongehinderd door hun gebied naar Juda laten reizen. En geef mij alstublieft ook een brief voor Asaf, de koninklijke houtvester, met de opdracht mij hout te geven voor dakbalken, voor de poorten van de vesting bij de tempel, voor de stadsmuren en voor een huis voor mijzelf. De koning deed wat ik had gevraagd, want God hielp mij” Nehemia 2:1-8 HB.

    Wie had dit durven denken? Nehemia had zich wel heel kwetsbaar opgesteld. Hij had een groot risico genomen om de koning op deze wijze te benaderen. Een koning die geen oorlog voerde zat thuis en verveelde zich heel vaak en door de wijn was hun humeur soms slecht gesteld. Maar de kracht van Nehemia was zijn ‘kwetsbaarheid’ dit durfde hij te laten zien en hiermee toonde hij ook zijn onderdanigheid aan de koning.

    Toen Nehemia door zijn geloof vrijmoedigheid wist te gebruiken vroeg hij veel meer dan die ene gust. En de koning, hij maakte nergens bezwaar tegen hij deed wat hem gevraagd was. Dit leert ons dat eerlijkheid altijd beloond wordt. Het kan soms heel lang duren je kunt soms de vreemdste dingen meemaken maar het tij zal een keer keren. Nehemia was bang, bang voor de reactie van de koning, die had kunnen zeggen, ‘ben je niet goed wijs geworden, wie moet mij dan bedienen’? Die vrees zal Nehemia best gehad hebben.

    Daarom lijkt dit verhaal ook zoveel op dat van een zekere Esther. Haar werd gevraagd om in het landsbelang met een boodschap naar de koning te gaan. Het uitmoorden van haar volk stond op het spel door een sluwe wetgeving. Maar na vasten en gebed ging ze en werd gedreven door de kracht van God. Esther had alles in Zijn handen gelegd en in haar eerlijkheid gezegd; “Ik zal tot de koning gaan ondanks het verbod; kom ik om, dan kom ik om” Ester 4:16.

    Wat een overgave, ze liet haar mooie leventje los en ging met gevaar voor eigen leven naar de koning toe. Esther was bang, diep bevreesd, daar kwam ze eerlijk vooruit. Mensen die krachtig door God gebruikt worden, moeten zich altijd, ‘sterken in de Here hun God’. De afloop van Esthers kwetsbaarheid was een keerpunt in het voortbestaan van Gods volk. De satan zag zijn kans schoon om met een klap het bestaan van Israël te elimineren. Maar God greep in, op Zijn tijd, niet eerder en niet later en onze eerlijkheid vormt hier bijna altijd de basis voor.

    “Ga heen, vergader al de Joden die zich in Susan bevinden, en vast om mijnentwil: eet noch drinkt drie dagen, zo min des nachts als des daags. Ook ik en mijn dienaressen zullen op dezelfde wijze vasten en Wanneer vrees je ontmoedigd dat iets goed zal komen, creëer dan nooit je eigen kansen. De praktijk heeft én leert mij nog steeds dat; “Angst voor mensen een valstrik is, maar wie op God vertrouwt, is onaantastbaar” Spreuken 29:25 HB.

    Maar goed we blijven mensen, mensen met vrees, die wij heel vaak het hoofd zullen moeten bieden, maar angst en vrees is een slechte leidsman. Laten we leren om nooit te handelen uit vrees want we spannen voor onszelf een strik. Kunnen we vrees overwinnen? Nee, niet echt. In ontelbare situaties zal zich de vraag herhalen, ‘hoe kwetsbaar en eerlijk durven wij te zijn? Let wel; ‘met schaamte bouwen we geen Huis van de Heer’. Maar wel met eerlijkheid uit te spreken naar de ander en wanneer er iemand ons zal helpen, die zal er zelf ook door groeien. Ik hoop dat dit een beetje  duidelijk is gemaakt. We zeggen wel eens; ‘Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaald haar wel’.

    “Want toen we in Macedonië kwamen, kregen we geen rust. Van alle kanten werd het ons moeilijk gemaakt: van buiten hadden we strijd van mensen, van binnen strijd door zorgen. Maar God die mensen in moeilijkheden bemoedigt, heeft ons bemoedigd door Titus te sturen. We werden niet alleen bemoedigd doordat hij kwam, maar ook door wat hij vertelde. Want hij vertelde dat hij zelf erg bemoedigd was door jullie. Hij vertelde ons over jullie liefdebezorgdheid en hulp voor mij. Daar ben ik erg blij over” 2 Korintiërs 7:5-7 BB.

    Wat zegt Paulus: een man waar velen van ons tegenop kijken, ‘Ik ben bang er is geen rust, wij zijn bang voor mensen en bang dat we de zorgen niet aankunnen’. Kijk, nu durf ik wel naast Paulus te gaan staan, want hij is zo menselijk in hetgeen hij deelt in alle eenvoud en eerlijkheid. Liet God hem zitten met zijn noden? wel nee. Leest bovenstaande verzen nog maar eens, we ontdekken dat God altijd bemoedigd in moeilijkheden, mits wij het maar uitspreken.

    Het was Titus, een leerling in het geloof, die God inzette om Paulus te helpen. Door Titus komst kreeg hij weer kracht, Titus was zelf ook bemoedigd door de gemeente waar hij vandaan kwam. Deze rust nam hij mee naar Paulus die tot de slotsom kwam, ‘Daar heel blij mee te zijn’. Laten we ons nooit schamen voor onze zwakheden, wel wanneer we dit menselijk, zonder Gods hulp, willen oplossen.

    Nehemia was zo eerlijk om tegen de koning de waarheidsbeleving van zijn hart uit te spreken. “Ja, waarom zou ik niet somber kijken nu ik weet dat mijn vaderland geplunderd en in brand gestoken is?”

    Wat zou ons verzoek dan zijn, bij onze Koning Jezus: Zend mij? Zend ons?

    Voor u geschreven; Fred IJzerman
    Dit artikel wordt auteursrechtelijk beschermt door – www/Aresko.nl