De vorige studie hebben we het gehad over Gods verlossing en Zijn geduld met ons mensen. Over de heilige Geest die ons wil overtuigen van de daden Gods. En over ons binnenste dat feilloos kan aanvoelen wanneer we de fout in gaan. Ook zagen we dat wijzelf onze innerlijk verbinding met God kunnen verbreken door NEE te tegen God de Vader te zeggen. Door Zijn Daden en Wonderwerken af te wijzen. Ook al  ben je een kind van God we blijven in staat om Gods Geest af te wijzen in ons leven. Ik heb je laten zien dat ieder mens het recht heeft op eeuwig leven maar dat het onze keuze is waar we die zullen doorbrengen. Laten nu de draad weer oppakken en verder gaan met: Gods zegeningen van Jezus – Studie 4

Gods zegeningen van Jezus – Studie 4

De vorige studie hebben we het gehad over Gods verlossing en Zijn geduld met ons mensen. Over de heilige Geest die ons wil overtuigen van de daden Gods. En over ons binnenste dat feilloos kan aanvoelen wanneer we de fout in gaan. Ook zagen we dat wijzelf onze innerlijk verbinding met God kunnen verbreken door NEE te tegen God de Vader te zeggen. Door Zijn Daden en Wonderwerken af te wijzen. Ook al  ben je een kind van God we blijven in staat om Gods Geest af te wijzen in ons leven. Ik heb je laten zien dat ieder mens het recht heeft op eeuwig leven maar dat het onze keuze is waar we die zullen doorbrengen. Laten nu de draad weer oppakken en verder gaan met

Zit er een keerzijde aan Gods geduld?

Er zit wel een keerzijde aan Gods geduld, de aarde zal zover in de problemen raken dat God ter wille van al Zijn kinderen, wel in actie moet komen. Dan hoor ik in gedachten de eerste bazuin klinken en zullen de graven opengaan en gaan we samen met de opgestane heiligen de Here tegemoet in de lucht. Vgl. 1 Thessalonicenzen 4:17. Ons wacht dus nog een geweldige tijd. Hoe het precies zal gaan….?

Maar dit mogen we vasthouden; ‘dan zullen we voor altijd met de Here wezen’. Hier kun je aan twijfelen of nooit zo aan gedacht hebben, maar er komt een tijd dat ons geloof in de nieuwe hemel en aarde in vervulling zullen gaan. Dus is enige kennis van zaken of we wel of niet behouden zijn, wel heel belangrijk. Paulus weet dit mooi te verwoorden:

“Want in ons diepste wezen overtuigt Gods Geest ons ervan dat wij kinderen van God zijn” Romeinen 8:16.

Ervaren we wat Paulus ons wil zeggen, of begrijpen we wat de heilige geest in ons binnenste aan het doen is? Iemand zei eens: ‘dat de heilige Geest een Geest van Adoptie is. (Adoptie betekent iemand aannemen tot je eigen kind. In juridische zin maakt adoptie een definitieve breuk van de band met de wettige ouders en hun kind. Op hetzelfde moment treed er een nieuwe wettig geldende familieband tussen adoptieouders en het kind. Dit kind is juridisch gebonden aan alle rechten en plichten die bij de nieuwe overeenkomst horen, zoals een nieuwe achternaam en erfrecht, die vastgelegd zijn in de wetgeving waar de adoptie plaatsvindt.)  

Hoe mooi is dat, God heeft ons ook aangenomen als Zijn kinderen we zijn door Hem ‘Geadopteerd, dat is de reden dat we een nieuwe Familieband hebben, daarom roepen wij door de Geest van die Familieband; ‘Abba Vader’. Later schrijft Paulus dit ook aan de Galaten; “En om te bewijzen, dat u zijn kinderen bent, heeft God de Geest van zijn Zoon in ons hart gezonden en die Geest roept: ‘Vader, mijn Vader” Galaten 4:6 GNB. Zo werken onze zintuigen, aangezet door de geest van Christus, als getuigende instrumenten. Zo kunnen wij het roepen en bezingen dat God onze vader is.

“Daarom leven wij nu toe naar het eeuwige leven, dat wij ontvangen zullen.  Dat is de erfenis die God allang voor u heeft klaarliggen in de hemel,  een erfenis die door niets of niemand zal worden aangetast en nooit  waardeloos zal worden. Omdat u op God vertrouwt, zal Hij u beschermen. Hij zal u in Zijn grote kracht bewaren, zodat u veilig bent om die rijke  erfenis aan het einde van de tijd te ontvangen. Wees dus blij! Er ligt iets heerlijks voor u klaar, ook al zult u het  door allerlei beproevingen eerst nog een tijd erg moeilijk hebben” 1 Petrus 1:4-6 HB.

Die beproevingen zullen ons vormen en waardig maken om Op Gods tijd die Hemelse Heerlijkheid te ontvangen. Daar heb je geen kerkelijk examen voor nodig, dat kan je zomaar overkomen. En dan is de vraag; ‘mag God van je hart een woonplaats maken van Zijn aanwezigheid in jou’? Dan speelt leeftijd geen rol het kan je op elk moment overkomen, want Gods Geest is aan het werk. Dat hebben we hierboven al gezien dat de geest is uitgestort om ons te vertellen hoe het er met ons voorstaat.

“Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn”. Kijk we mogen het samen doen, dan blijft ons getuigenis voldoen aan Gods normen en waarden. Wanneer de menselijke geest van God getuigt kunnen we o zo makkelijk die Geestelijke Aanwezigheid verliezen. Dan draait het meer om onszelf, dan zal het meer een menselijk verhaal worden waarin we God niet welgevallig kunnen zijn. Laten we daarom acht geven op dat feit om de Geest van God niet te doven in ons geestelijk leven. Zie 1 Thessalonicenzen 5:19. 10. Lees de waarschuwing die God ons meegeeft:

Ieder die dit gelooft, heeft het getuigenis van God aanvaard. Als iemand  dit niet gelooft, zegt hij daarmee dat God een leugenaar is, omdat hij  niet gelooft wat God over Zijn Zoon heeft gezegd. En wat heeft God dan wel gezegd? Dat Hij ons eeuwig leven heeft gegeven  en dat dit leven in Zijn Zoon is. Wie dus de Zoon van God heeft, heeft het leven; maar wie de Zoon van God  niet heeft, heeft het leven niet. Ik heb dit geschreven aan u, die in de Zoon van God gelooft, om u de  zekerheid te geven dat u eeuwig leven hebt” 1 Johannes 5:11-13 HB.  

Ons ‘Kennend’ vermogen

Wie dit verstandelijk tot zich neemt zal de essentie van Gods getuigenis missen. Het zou een stuk eenvoudiger zijn wanneer we met ons verstand met God konden communiceren, maar God heeft ons zo niet geschapen. Ons verstandelijk-brein ligt voortdurend onder vuur van het misleidende werk van de wereldse machten. Het is het meest kwetsbare deel van ons bestaan op aarde. Ons denken is het werkterrein van de mens want hier denken en bedenken we en zijn we van nature aardsgericht. Met ons verstand maken we keuzes ook als het gaat om iets wel of niet te doen. Met ons verstand denken we alles te begrijpen te doorgronden en denken te weten hoe deze wereld tot stand kwam. Zo kan ons denken ons verwijderen van God omdat we dingen voor waar aannemen die dit achteraf bezien helemaal niet zo zijn. We zeggen wel eens ‘De tijd zal het ons leren’. Soms is dit waar dan onderwijst ons de tijd en laat ons dingen begrijpen die passen bij onze groei-ontwikkeling. Maar hoe vaak wijzen op basis van ons verstandelijk denken geen dingen af, die toch wel goed blijken te zijn. Maar door foute voorlichting kan ons verstand misleid zijn en houden we halsstarrig vast aan het tegenovergestelde van wat God voor ons zou zijn.

Daarom zijn veel Discipelen zo scherp van tong en durven dingen te zeggen die je in sommige kringen niet moet herhalen anders krijg je ruzie en kom je buiten hun levenscirkel te staan.  Als we lezen wat Johannes schrijft dan gebruikt hij een scherpe woordkeuze; “Ieder die wel gelooft, heeft het getuigenis van God aanvaard. Als iemand dit niet gelooft, zegt hij daarmee dat God een leugenaar is, omdat hij niet gelooft wat God over Zijn Zoon heeft gezegd” 1 Johannes 5:10 HB. Dat dit geen loze woorden zijn dat kunnen we opmaken uit de context waarin deze verzen geschreven zijn. Let wel, dit proces speelt zich in het hart van de mens af. Is hier dan ook sprake van: ‘Het zondigen tegen de heilige Geest”? Wie een Kind van God is weet wat er in zijn of haar hart leeft, die weet dat daar de Stem van God klinkt: “zodat wij God echt kunnen aanspreken met ‘Vader’ Galaten 4:6 HB.

Onze menselijke geest is in staat om God te horen, we hebben dus zoiets als een: ‘kennend vermogen’ om God te kennen in ons hart, onze wil en geweten. Hoe dit werkt legt Paulus ons uit in Romeinen 7:

  • In mijn diepste wezen wil ik heel graag doen wat Gods wet van mij vraagt.
  • Maar ik zie dat mijn doen en laten daarmee volledig in tegenspraak is. 
  • Wat mijn verstand wil en mijn lichaam doet, is altijd in strijd met  elkaar.
  • De zonde leeft in mijn lichaam”

Zie Romeinen 7:22-23 HB.

We lezen; ‘in het diepst van mijn wezen’, dat is de ‘inwendige mens’, de plaats die wij het ‘kennend vermogen’ mogen noemen. Het is de plaats waar God Zich een ruimte maakt ook wel de ‘inwendige mens genoemd’. Daar ervaart Paulus die tweestrijd het ‘woelen van machten’ wat hem ten zeerste benauwd. En dat doet hem uitroepen: “Wat ben ik er ellendig aan toe! Wie zal mij verlossen uit deze vreselijke  macht van de dood?” Romeinen 7:24 HB. In welke positie bevindt zich een dergelijk mens, een slaaf van boze machten, een krijgsgevangene van het rijk der duisternis?

Jezus heeft gezegd; ‘dat wie niet voor Hem gekozen heeft automatisch tegen Hem is. Jezus wordt dan buitengesloten. Het is zo reëel wat Paulus hier over onderwijst. Ik zal het nog eens herhalen wat Paulus uitroept;

  • Wat ben ik er ellendig aan toe!
  • Wie zal mij verlossen uit deze
  • vreselijke  macht van de dood?

Je zou medelijden met die man krijgen. Een dergelijke gemoedsaandoening is wel heel bijzonder om dit van Paulus te zien. En wat een leerschool voor ons. Paulus wil door zijn geloof in Jezus Christus baas zijn over de ‘zondemacht’, maar het lukt hem niet, Als ik het goede wil doen word ik dwarsgezeten door de zondemacht in mij. Wat een tegenstelling hij roept om verlossing uit de verlorenheid van zijn innerlijke mens, zijn ziel smeekt om een aanraking van Jezus. Begrijp het goed, hij vraagt niet om verlossing van zijn lichaam maar om vrijheid om het kwade niet meer te doen. Hij wil verlost worden van die strijd tussen het Goede en het kwade. De ‘oude mens’ het ‘zondige overblijfsel’, de heerschappij van de zonde, dat was zo ellendig aan-wezig.

Na deze ervaring wist Paulus al lang het antwoord. Maar het gaat hier om een persoonlijke strijd tegen de zondemacht. Die strijd kon hij maar niet winnen. Hoe herkenbaar is dit voor ons allemaal? Ook wij zijn in de gelijkheid aan Paulus als mens ook behept met deze strijd. Hoe vaak staan we niet dezelfde stomme fouten te maken, terwijl we het zo graag anders hadden willen doen. Goed beschouwt kunnen we die fouten herstellen of stomme gewoontes anders doen al dan niet met hulp. Maar die macht in ons die ons er soms bijna toe dwingt om dingen te doen die we niet willen doen. Dat is de strijd, die macht, die verbondenheid met het kwade in ons dat is de kern van ons probleem. En dan heeft de Bijbel ons wel iets te zeggen waardoor we het gaan begrijpen. Het is die ‘zondige natuur’ waar we allemaal mee worstelen. Aan de Galaten gemeente schrijft Paulus dit:

“Want de zondige neigingen gaan in tegen de verlangens van de Heilige  Geest en omgekeerd. Deze twee krachten zijn altijd met elkaar in conflict.  U moet dus niet doen wat u maar wilt” Galaten 5:17 HB.

Deze “Twee krachten zijn altijd met elkaar in conflict”, ondanks dit feit mogen we in of door Jezus Christus anders zijn. Want er is Iemand die voor ons een scheiding een Verlossing heeft gebracht van die ‘Macht der zonde’. Ook dat laat Paulus ons weten. Hij heeft door de diepte van zijn eigen strijd veel inzicht gekregen wat hij vervolgens zo weet te verwoorden dat wij het ook kunnen begrijpen.

Wij weten dat de persoon die wij vroeger waren, niet meer leeft. Die is  met Christus aan het kruis gestorven. Zo is er afgerekend met het  wezenlijke van de zonde. De zonde heeft niets meer over ons te zeggen. De zonde heeft geen macht  over een dode” Romeinen 6:6-7 HB.

  • Afgerekend met het  wezenlijke van de zonde.
  • De zonde heeft niets meer over ons te zeggen.

“Wij moeten onze oude menselijke natuur als oude kleren uittrekken; uw vroegere  manier van leven, waardoor u geluk en vrede meende te vinden, maar die  u in werkelijkheid dood en verderf bracht. Uw denken moet grondig vernieuwd worden. Sterker nog, u moet een heel nieuw mens worden, die alleen voor God leeft,  zuiver en goed. Trek een nieuwe natuur aan als een stel nieuwe kleren.  Houd op met liegen. Vertel elkaar de waarheid, want wij horen bij elkaar  en zijn delen van hetzelfde lichaam” Efeziërs 4:22-25 HB.

Het recht om Gods kind te zijn

Voor de ‘innerlijke mens’ worden verschillende woorden gebruikt. Zo lezen we van ‘de oude mens’ en van ‘oude natuur’ ook wel ‘de eerste Adam’. Dit alles wijst naar onze oude natuur die vanaf onze geboorte een blok aan het been is. Gelukkig kunnen we de invloed van die oude mens beperken door      ons steeds meer te hechten aan de nieuwe mens, die door de Geest van God opgevoed wordt. Wie zegt dat hij ‘mede gekruisigd’ is met Jezus, wil duidelijk maken dat er door de wedergeboorte en de doop die daarop volgt, volledig is afgerekend met de invloed van het rijk der duisternis. De overheersing van de oude mens is verbroken door onze keuze Jezus te aanvaarden. Daar getuigt Johannes het volgende over:

Wie Hem aanvaardden en in hem geloofden, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Dat werden zij niet door hun afstamming, of op natuurlijke en menselijke wijze, nee, zij zijn uit God geboren. Het Woord is mens geworden en is onder ons komen wonen. Wij hebben zijn glorie gezien, vol van goedheid en waarheid, de glorie die hij ontving als enig kind van de Vader. Johannes getuigt van hem en roept: ‘Hij is het van wie ik zei: Hij die na mij komt, is belangrijker dan ik, want hij was er voordat ik werd geboren.’ Uit zijn volheid hebben wij allen de ene genadegave na de andere ontvangen. Want  de wet is door Mozes gegeven, de goedheid en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen” Johannes 1:12-17 GNB.

Ook dit gedeelte werpt een schitterend licht op Gods werk door Jezus voor een ieder die het wil aannemen.  Uit Zijn volheid hebben we alles ontvangen wat we nodig hebben om als zijn kinderen en als zijn Gemeente te kunnen functioneren. Het gaat nu om Goedheid en Waarheid want dit heeft Jezus Christus ons ruimschoots voorgeleefd. Is het hierom dat Petrus oproept: “Jezus is het voorbeeld dat u moet volgen; en in Zijn voetstappen moet u treden” Vgl. 1 Petrus 2:21.  Dit wel zeggen blijf kijken hoe Jezus heeft geleefd. Zouden we dit doen dan kijkt de wereld heel anders naar de kerk want: “Aan de onderlinge liefde zullen de mensen zien dat u mijn discipelen bent” Johannes 13:35 HB.  Gods Liefde is het sterkste wapen wat wij mogen leren hanteren. Het werkt in al onze problemen persoonlijke en collectieve, pas de liefde toe en er gebeuren wonderen, maar ik weet ook wel dat die Liefde van God moeilijk kan heersen in harten van onbekeerde mensen, dus kan de boze zijn werk doen.

Ondanks de druk uit de wereld de velerlei verleidingen, niets kan een geldig motief geven om met hen mee te doen. Laten we luisteren naar wat Gods Woord ons wil leren en sta open voor correcties van de Vader die u lief heeft. Want: “Er is afgerekend met het  wezenlijke van de zonde. De zonde heeft niets meer over ons te zeggen”. Dit tekstgedeelte hebben we eerder gelezen, maar zal het wat meer toe lichten.

Je hoort het zo vaak, je mag niet meer zondigen, maar uit Paulus’ worsteling om dat niet meer te doen leren we toch iets anders. Ik ga nu niet zeggen ga maar lekker door met zondigen. Nee, dat zou een dwaalleer zijn. Hoe zouden we dit kunnen nu we weten dat Jezus voor de macht van de zonde in ons, gestorven is. Laten we de volgende feiten met aandacht lezen:

  • Eerst was de zonde oppermachtig
  • en had de dood het laatste woord.
  • Nu is de genade aan de macht
  • en worden mensen vrijgesproken.
  • Nu geeft onze Here Jezus Christus ons eeuwig leven.
  • Wat betekent dat nu in de praktijk?
  • Zullen wij doorgaan met zondigen om 
  • daardoor meer genade van God te krijgen?
  • Geen sprake van!
  • Als gelovigen zijn wij dood voor de zonde!
  • Waarom zullen  we dan nog zondigen?
  • Weet u niet dat ieder die in Christus Jezus gedoopt is,
  • met Hem één is  geworden in Zijn dood?
  • Die doop in Hem was onze begrafenis.
  • En zoals Christus weer levend is  gemaakt
  • door de heerlijke macht van de Vader,
  • zo mogen wij nu ook een  heel nieuw leven leiden.
  • Wij zijn dus één geworden met Hem, één in dood en leven.
  • Wij weten dat de persoon die wij vroeger waren, niet meer leeft.
  • Die is  met Christus aan het kruis gestorven.
  • Zo is er afgerekend met het  WEZENLIJKE VAN DE ZONDE.
  • De zonde heeft niets meer over ons te zeggen.
  • De zonde heeft geen macht  over een dode.
  • Als wij met Christus gestorven zijn,
  • geloven wij dat we ook met Hem zullen  leven.
  • Wij zijn er zeker van dat Christus, nu Hij uit de dood is opgestaan,
  • niet  meer zal sterven.
  • De dood heeft geen macht meer over Hem.
  • Door Zijn sterven heeft Hij de macht van de zonde
  • EENS EN VOOR ALTIJD  GEBROKEN.

Zie Romeinen 5:21; 6:1-10 HB.

Juridisch gezien staan hier veel belangrijke feiten. Het is zeker de moeite waard om dit goed in je op te nemen. Wanneer iemand mij pijnlijk zou slaan dan gaat het over twee dingen; ‘iemand’ en ‘de pijn’. Een gever en een ontvanger. Zo is het ook met de zondemacht en de zonde. Zou er geen zondemacht zijn geweest hadden we nooit geweten wat zonde is. Dit kenden Adam en Eva ook niet. Zolang ze niet van de boom van kennis van Goed en kwaad aten verkregen ze geen inzicht geen kennis over het voor eeuwig gescheiden worden van God. Dan was hun heel veel ellende bespaart gebleven, maar nu ze wel van die boom hadden gegeten verspeelden ze hun ‘paradijselijke heerlijkheid. Toen was het afgelopen met een leven in de directe omgang met God de Vader. Maar gelukkig, God gaf een weg ter ontkoming. De kop van het kwaad zou door Jezus worden overwonnen of vertrapt. Satans zondemacht is teniet gedaan, verbroken en voor dood verklaard. De dood makende machten hebben dus geen autoriteit meer over ons. Paulus schrijft het ons, door zijn woorden hoor ik een verlossingskreet opwellen die heel triomfantelijk roept:

“Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je wapentuig? De dood heeft als wapen de zonde, en de zonde ontleent haar kracht aan de wet. Maar God zij gedankt die ons de overwinning geeft door onze Heer Jezus Christus!” 1 Corinthiërs 15:55-57 HB.

Hosea riep ook met dergelijke woorden: Dat God de Israëlieten zou bevrijden uit de macht van de dood, hij zou hen niet overgeven aan het dodenrijk. Ook Hosea komt dan in de blijdschap van Gods verlossing en roept,

Dood, waar blijf je met je verderfelijke pest, dodenrijk, waar blijf je met je verschrikkelijke plagen?”

En dan moeten we letten op een kort zinnetje daarachter: “Ik weet van geen medelijden meer” Zie Hosea 13:14 HB. De dood wordt uitgedaagd, als we lezen:

“dood waar is nu je laatste doodsteek die je ons kunt toebrengen?

Met dit in gedachten moeten we het overwinningslied meezingen met Paulus , met Hosea en met zoveel anderen. Dood waar is je doodsteek waar is je wapentuig? Dit alles is verzwolgen door de overwinning aan het kruis. Elke aanklacht elke macht van de boze is teniet gedaan door het Bloed van het Lam. Het is verzwolgen, letterlijk opgegeten door wat Jezus voor ons gedaan heeft. 

  • Hij heeft Zelf onze zonden
  • In zijn lichaam op het kruishout gedragen
  • opdat wij
  • los van de zonde (= zondemacht) geworden,
  • voor de gerechtigheid zouden leven.
  • Door Zijn striemen zijt gij genezen.

   Vgl. 1 Petrus 2:24 Leidse vert.

De satan, de macht der zonde, kan ons niet langer gevangen houden in zijn heerschappij. De wet kon ons de zonde toerekenen, maar ook die macht van de wet, is in Christus Jezus vervuld, tenietgedaan. door te zondigen krijgt de dood macht over ons, door Jezus’ vrijmaking zijn we verlost van de macht van de dood, het voor eeuwig gescheiden zijn van de drieenig God.

“Samengevat is het zo: Door de schuld van één mens, Adam, is de zonde in de wereld gekomen en de dood is het logische gevolg van de zonde. De dood breidde zich uit naar alle mensen, want zij zondigden allemaal” Romeinen 5:12 HB.

“Want de zonde betaalt een loon uit: de dood, maar God geeft een geschenk: eeuwig leven in eenheid met Christus Jezus onze Heer” Romeinen 6:23 GNB.

Wet doet zonde kennen, genade verlost ons hiervan en doet ons Jezus kennen als De Bron van genade. Jezus die deze overwinning heeft teweeggebracht, niet voor Zichzelf, maar voor ons, als Hij door Zijn dood naar eis der wet, de prijs betaald heeft. Door de kracht van Zijn opstanding onze zielen doet wedergeboren worden tot een levende Hoop en onze lichamen zal opwekken in heerlijkheid op de jongste dag.

“Dank aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus. Hij heeft ons in zijn grote barmhartigheid herboren doen worden tot een leven vol hoop door Jezus Christus uit de dood op te wekken. Nu wacht u in de hemel een erfenis die onvergankelijk en onaantastbaar is, en die zijn waarde nooit verliest. Want God heeft u onder zijn machtige bescherming genomen. Hij wil u langs de weg van het geloof brengen naar het heil, dat klaar ligt om aan het einde van de tijd te worden geopenbaard. Daarom juicht u van vreugde!” 1 Petrus 1:3-6 GNB.

Wat hebben we in deze studie weer veel kunnen behandelen, zeer persoonlijk en zeker verrijkend dat is het woord van God wat rijkelijk in ons mag wonen. En het is langs de weg van het geloof dat God ons bij het eeuwige heil wil brengen.  Ik hoop dat je ervan genoten hebt en heb je vragen we horen het graag. Want we willen graag dat ieder behouden thuis mag komen.

  • Hij wil u langs de weg van het geloof brengen naar het heil,
  • Dat klaar ligt om aan het einde van de tijd te worden geopenbaard
  • Nu wacht u in de hemel een erfenis
  • Die onvergankelijk en onaantastbaar is
  • En die zijn waarde nooit verliest

Tot zover deze les. We zijn gestart met de voorbereiding van een tweede Thema Studie. Dit zal Gaan over; ‘Het Woord van Christus woont rijkelijk in u’.

  • Heb je vragen laat het ons weten, we doen ons best om elke vraag te beantwoorden.
  • Wil je de andere studies uit deze serie nalezen zie dan bij: Studies – Zoon van God
  • Als je ons werk kunt waarderen help ons dan mee en vertel het anderen.
  • Of zet deze link www/Aresko.nl  op je sociaal media kanaal

Hartelijk dank - Fred IJzerman en Veel zegen voor vandaag.