Het blijft een wonderlijk verhaal.

En raakt het ons niet allemaal?

God, die zijn Zoon gegeven heeft.

’t Voorhangsel scheurt, de aarde beeft.

Maar velen, tot zijn groot verdriet

aanvaarden ’t niet ...

 

Het wonder is ook haast te groot,

Wie kiest niet ’t leven, voor de dood!

Hij, die bij God zijn plaatsje had,

daarboven, in die gouden stad,

gaf álles op, voor jou en mij.

Z? lief had Hij ...

 

Het offer dat Gods Zoon hier bracht,

ging Hij niet door de zwartste nacht?

Met aan het eind de zegepraal:

Verlossing voor ons allemaal.

De ganse schepping wordt hersteld.

Dát is, wat telt!
 

© Maria Riksten-Brouwer