Deel 1 - 2

Wanneer ik mijn oren te luisteren leg bij waar de onderlinge gesprekken doorgaans over gaan, dan kom ik tot deze slotsom; ‘Wij zijn onze ‘Natuurtalenten aan het verliezen’. De tijdgeest ziet kans om onze natuurlijke kwaliteiten om te buigen tot een mentaliteit waar ons hart en ziel zwaar onder te lijden hebben’. Met ‘Natuur-Talenten’ bedoel ik, dat wat van Godswege in onze genen hebben meegekregn bij die wonderlijke totstandkoming van de mens. Hoe kunnen we dit waarnemen? Waarom kan een klein kind je zoveel liefde geven, omdat het zich geborgen voelt bij de ouders. Dan zien we op heel ontspannen wijze de Natuur-Talenten van God De Schepper werkzaam. Liefde gedragen en geuit door emoties ontwikkelen dat kleine mensje, waar van God dit gezegd heeft;

“En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed” Genesis 1:31 NBG.

Vragen we ons wel eens af waarom God zei; dat alles zeer goed was. Ik denk dat dit een extra toevoeging is om ons te laten weten, dat de grootheid, de voortreffelijkheid van God zelf in heel de schepping aanwezig was. Het was naar Zijn Beeld als ook naar Zijn Gelijkenis. Dus zit nergens het kwaad in. De mens was puur en echt, maar wel beïnvloedbaar zoals we later zullen zien. Vanuit Zijn puurheid dragen we Zijn Beeld en Gelijkenis. Dus van oorsprong was de mens zonder ‘boosheid en kwaad’ aan Gods Schepping toevertrouwd. De mens kon in volkomen gerechtigheid en heiligheid leven. Ook kende de mens geen vrees om God te ontmoeten Hem te kennen en van harte lief te hebben. Deze situatie kende een eeuwig karakter, daar mag best wel eens vaker bij stil gestaan worden. Want dan begrijpen we ook beter de uitdrukking; ‘En zie het was zeer goed’.

Hoe zijn we nu veranderd?

Ik hoef niemand te vertellen hoezeer wij veranderd zijn. Dat dit alles te maken heeft met hoe de mens is omgegaan met Gods geboden, is een studie op zich. Door tegen God op te staan, heeft de eerste mens een verdorven natuur gekregen. Want God had immers gezegd; ‘Als je van die boom eet zul je voorzeker sterven’. Omdat de dood niet past in het scheppingsplan van God, moest er iets in die mens veranderen. En dat feit voltrok zich door te luisteren naar de vijand van God, de satan. Zijn influisteringen zijn uiteindelijk de mens fataal geworden en werd het kwaad in de mens een voldongen feit. De dood was geboren in mens en natuur, daarom mochten Adam en Eva niet meer in Gods Tuin, het Paradijs wonen. Want leven en dood zijn elkaars vijanden.

“Samengevat is het zo: Door de schuld van één mens, Adam, is de zonde in de wereld gekomen en de dood is het logische gevolg van de zonde. De dood breidde zich uit naar alle mensen, want zij zondigden allemaal” Romeinen 5:12 HB.

Om hier een duidelijk voorbeeld van te geven zien we in Genesis 4 de eerste broedermoord plaatsvinden, op basis van het kwaad wat ‘inwoning’ had gevonden bij de mens. Wat hierdoor duidelijk wordt is dat de mens worstelde met het kwaad. Paulus zegt er later dit van:

“Want ik doe niet het goede dat ik zou wíllen doen, maar ik doe juist het slechte dat ik níet wil doen. Als ik nu juist doe wat ik níet wil, dan komt dat niet door mijzelf, maar door het kwaad dat in mij zit. En zo gaat het altijd: als ik het goede wil doen, zorgt het kwaad in mij ervoor dat ik het slechte doe. Want met mijn geest en mijn verstand wil ik graag doen wat de wet van God vraagt. Maar mijn 'ik' strijdt tegen mijn verstand en wil andere dingen doen. Zo word ik een gevangene van het kwaad dat in mij zit. Wat een vreselijke toestand! Wie kan mij bevrijden van dit 'ik' waar het kwaad in woont dat mij doodt? Prijs God: Jezus Christus! Het zit dus zo: met mijn geest en mijn verstand wil ik graag gehoorzaam zijn aan de wet van God. Maar mijn 'ik' gehoorzaamt aan 'de wet van het kwaad” Romeinen 7:19-26 BB.

Zelfs met het volbrengen of gehoorzaam zijn aan de wetten Gods kende Paulus, de Schriftgeleerde, ook grote moeite en komt tot de hierboven genoemde conclusie. Ook wij kennen deze tegenstrijdige omstandigheden. We nemen ons voor om iets na te laten en we doen het toch. Dat is mede de invloed van de macht van de zonde die in ons woont en ons in een wurgende greep vasthoud.

Nog een voorbeeld van iemand die tot het vreselijke besef kwam hoe sterk de macht van het ‘kwaad’ was. David was door een affaire met Batsheba in een grote gewetensnood terecht gekomen. Hij praat zichzelf niet schoon, hij wist dat dit aangewakkerd was door een foute begeerte. En hij wist dat dit niet goed was, maar waarom kon hij zo gemakkelijk tot deze daad overgaan? Omdat hij en wij de macht van de zonde niet de baas zijn. In zijn openbare schuldbelijdenis komt hij tot deze conclusie:

“Toen ik werd geboren, zat het kwaad al in me. Al vanaf het moment dat ik ontstond, heeft het kwaad mij in zijn macht” Psalm 51:7 BB.

Je vraagt je af hoe David aan deze wijsheid kwam. Was hij op de hoogte van ‘de gevallen’ schepping?’ Of was het hier de directe overtuiging van zijn misstap die zo feilloos aan het licht gebracht werd door de profeet Nathan? Hoe David zijn eigen nood in de diepte van zijn ‘ge-vallen-heid’ zo helder weet te verwoorden, is een overtuiging van God, diep in zijn ziel. Lees Psalm 51 maar eens rustig door. Deze overtuiging kende Job ook en zegt er dit van;

“Hoe kunt U reinheid verwachten van iemand die uit onreinheid is geboren? Dat kan toch niet!” Job 14:4 HB.

Job was een Godvrezend man, hij kende de geboden en deed wat God van hem vroeg. Wat heeft deze man diep moeten gaan om zijn relatie met God ‘overeind’ te houden.

“Zijn vrouw zei tegen hem: “Blijf je nog steeds zo gelovig, ondanks alles wat je moet meemaken? Keer God toch de rug toe!” Maar hij antwoordde: “Dat is dom gepraat. Verwachten wij alleen maar goede dingen uit de hand van God en nooit tegenslag of moeilijke dingen?” Ondanks al deze tegenslagen kwam geen verkeerd woord over Jobs lippen” Job 2:9-10 HB.

Wel dat zijn niet de fijnste bemoedigingen. Maar Job’s geloof was niet gebaseerd op kennis alleen, het is zijn diepe overtuiging dat een mens op basis van zijn relatie met God Hem veel meer kan dienen.

Lees maar wat God van hem zei;

“Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Niemand op aarde is zo eerlijk en heeft zoveel ontzag voor Mij als hij. Zelfs nu jij (de satan) Mij hebt overgehaald om hem zonder reden kwaad te doen, blijft hij diep ontzag voor Mij hebben. Hij dient Mij nog steeds” Job 2:3 BB.

Elke keer wanneer ik dit lees begrijp ik dat al onze ellende voortkomt uit dat wat de satan heeft weten te bewerken in het Paradijs van God. En hier zien we dat hij nog steeds voor het Aangezicht van God durft te verschijnen om mensen zoals Job aan te klagen. Maar God kent de bedoelingen van de tegenstander. Dit verhaal zegt zoveel, want het gaat hier om duidelijk te maken dat er zich wel degelijk een strijd afspeelt in ons leven. Ook wij ontkomen niet aan die strijd omdat het duidelijk zal zijn voor Wie we hebben gekozen. Ook Johannes beaamt deze strijd met de volgende woorden;

“Wat uit de mens geboren wordt, is menselijk; wat uit de Geest geboren wordt, is geestelijk” Johannes 3:6 HB.

David en Paulus geven ons goede informatie hoe het kan dat we zo gemakkelijk kunnen zwitsen tussen goed en kwaad. Voor wie de moeite wil nemen om hier meer over te leren kun je de brieven van Paulus doornemen. Dan zie je hoe die strijd zich voortzet om ons bij God weg te krijgen.

Paulus wil dat wij dit alles goed begrijpen, daarom heeft hij het ook zo vaak over ‘onze innerlijke vernieuwing’, dat voortkomt uit een eigen keuze om te leven naar Gods wil. Ik weet dat dit een groot struikelblok voor ieder kind van God is. Maar hierin zijn we geen verliezers, want:

“Onder al die omstandigheden hebben wij, dank zij Hem Die zoveel van ons houdt, de overwinning!”

Let nu eens op Paulus’ geloofsbelijdenis

“Ik ben ervan overtuigd dat niets ons kan scheiden van Gods liefde, die in Christus tot uiting komt. De dood niet, het leven niet, engelen niet, regeringen niet, de dingen van vandaag niet, de dingen van morgen niet. Nee, er is geen enkele kracht die dat kan” Romeinen 8:37-38 HB.

Ondanks dit machtige feit, is zo opvallend hoe wij omgaan met fouten, zonde, ziekte, oorlog en al het verdere kwaad, want wie geven we (bijna) altijd de schuld? Juist God, maar geeft God ons opdrachten tot het uitvoeren van al dit kwaad? We zeggen heel slim: ‘Als God een God van liefde is waarom grijpt Hij dan niet in? Wel, in bijna alle gevallen van het kwaad dragen wij een eigen verantwoordelijkheid. Daarom is het verhaal van Job een krachtig voorbeeld om deze verantwoordelijkheid dan ook te erkennen.

Kijk, de wil kan er zijn om je te onttrekken aan al het kwaad, maar zal je dit in alle opzichten lukken? Wanneer dat zo is dan zou ik het graag van je willen horen. En dan ben ik toch heel blij dat de Bijbel een door en door eerlijk verhaal vertelt. Niets wordt verzwegen, hoogte en dieptepunten, alles kunnen we lezen alsof dit allemaal ook ons verhaal had KUNNEN zijn. Waarom? Was het niet beter als het niet verteld was? Had dit ons Beeld over God is Liefde dan een hoger cijfer gekregen? Wel dan hadden we met ons eigen wel en wee helemaal geen raad geweten, want dan was de Bijbel bestemd voor mensen die zware toelatingsexamens hadden moeten afleggen. Want dan kon jij je immers nooit meten met die ander die het in jouw ogen het veel beter deed. Nee, ons minderwaardigheidsgevoel zou dan al snel zakken tot een nulpunt.

Juist omdat God de geschiedenis zo heel eerlijk met ons deelt, kunnen we ons er zelf in herkennen en durven we ondanks al onze fouten bij Hem te komen. Om deze reden durft Jacobus het volgende met ons te delen:

“Maar je mag nooit zeggen dat Gód jou op de proef stelt. Want God kan niet door het kwaad verleid worden om iets slechts te doen. En Hij doet Zelf ook niemand kwaad om iemands geloof op de proef te stellen. Maar elke keer als je in de verleiding komt om het verkeerde te doen, komt dat doordat de verlangens van je oude 'ik' aan je trekken. Ze proberen je mee te slepen. Als je je daar niet tegen verzet, word je uiteindelijk inderdaad ongehoorzaam aan God. En als je niet langer gehoorzaam wil zijn aan God, brengt dat tenslotte de dood voort. Houd jezelf niet voor de gek, lieve broeders en zusters!” Jacobus 1:13-16 BB.

Nu herkennen we de woorden van Paulus ook veel beter wanneer hij schrijft:

“Het zit dus zo: met mijn geest en mijn verstand wil ik graag gehoorzaam zijn aan de wet van God. Maar mijn 'ik' gehoorzaamt aan 'de wet van het kwaad” Romeinen 7:26 BB.

Van nature willen de meeste mensen niet slecht zijn en velen van hen doen dingen waar wij groot respect voor moeten hebben. Er zijn heel veel helden verhalen die voortgekomen zijn uit het feit dan men het onrecht niet meer kon verdragen. We kunnen zeggen dat wij leven tussen twee werelden, de één heet Liefde en de andere Haat. Dus we leven tussen liefde en haat, maar zijn zelf verantwoordelijk waarvoor én waardoor we leven. Deze tweestrijd moeten we allang herkend hebben. Wanneer je hart neigt naar het kwaad dan herken je dit als iets wat niet zo goed bij je past. Ga je deze weg verder volgen dan verdwijnt de weerstand om slecht te zijn. Maar diep in je wezen weet je dat wat je doet niet goed is. Andersom is dit ook zo, als jij je door de liefde laat leiden dan zullen je daden van lieverlee doordrenkt zijn met liefde. We kunnen nooit zeggen dat je deze zaken niet hebt ervaren. Mogelijk nu niet meer, omdat je al zo lang bent gevormd door het kwade.

Wanneer we nog een stap dichterbij de inhoud van ‘goed en kwaad’ willen komen is het goed om dit vers ook te lezen.

  • Want de zondige neigingen gaan in

  • tegen de verlangens van de Heilige Geest

  • en omgekeerd

  • Deze twee krachten zijn altijd met elkaar in conflict

  • U moet dus niet doen wat u maar wilt

Zie Galaten 5:17 HB.

Jezus zegt tegen drie van Zijn Discipelen die niet wakker konden blijven toen Hij in gebed was:

“Blijf wakker en bid dat je niet verleid wordt om het verkeerde te doen. Je wíl wel graag het goede doen, maar dat is wel heel erg moeilijk” Mattheüs 26:41 BB.

Wij willen wel het goede doen, maar het wordt zo vaak doorkruist door invloeden die we nog niet de baas zijn. Jezus wist als geen Ander wat de boze had bereikt in al die eeuwen na de zondeval. Juist hiervoor kwam Hij om dit allemaal recht te zetten. Om ons probleem met de zonde op te lossen.

Hoe klein onze kinderen ook zijn ze zullen altijd onder of door invloeden van buitenaf tot een heel ander persoon worden. Dan heeft ‘de wereld’, het gebied waar de satan in toenemende mate zijn invloed kan laat gelden, ons allemaal kunnen veranderen tot mensen zoals God dit niet bedoeld heeft.

Mozes zei deze nogal schokkende woorden tegen zijn volksgenoten:

  • “Want ik zal jullie vertellen wie de Heer is.

  • Ik zal onze God prijzen.

  • Hij is de Rots waarop wij stevig staan.

  • Alles wat Hij doet is volmaakt.

  • Alles wat Hij doet is rechtvaardig.

  • Hij is trouw en nooit onrechtvaardig.

  • Hij doet altijd wat Hij heeft beloofd.

  • Maar de mensen zijn ontrouw aan Hem.

  • Ze zijn zijn kinderen niet.

  • Want ze gedragen zich verschrikkelijk.

  • Ze zijn ongehoorzaam en slecht.

  • Dwaas en onverstandig volk!

  • Is dat hoe jullie de Heer bedanken?

  • Hij is toch jullie Vader?

  • Hij heeft jullie toch gekocht?

  • Hij heeft jullie toch gemaakt en jullie een eigen plek gegeven?”

Zie Deuteronomium 32:3-6 BB.

Hier zien we ook dat ‘Geest en vlees’ tegenover elkaar staan. Die strijd is nadat God de eerste mens uit het Paradijs wegjoeg, er niet beter op geworden. Dat is waarom ik deze dingen met jullie deel, want we zullen hoe dan ook moeten beseffen dat we het leven niet alleen aan kunnen. Maar hoe trots kan een mens zijn door te zeggen dat hij het wel zonder die vergevende en helende kracht van God af kan? Moeten we nu de vinger naar die ander uitsteken om onze schuld enigszins verklaarbaar te maken. Mogelijk kan dit zo zijn, maar vraag jezelf altijd af; hoe is dit begonnen, wat is mijn aandeel hierin geweest? Hoe we de schuld ook kunnen weerleggen, we kunnen nooit ons eigen aandeel hierin wegpoetsen. Zijn er dan helemaal geen dingen waar ik geen deel aan kan hebben gehad, wat helemaal buiten mijn eigen verantwoordelijkheid is omgegaan? Ja, dat kan maar zelf onderzoek* blijft een noodzaak. Want moest je daar wel zijn? Of naar luisteren? Of mee omgaan? Als je dit of dat anders had gedaan of geregeld hoe was het dan gelopen?

* “Onderzoek uzelf om na te gaan of u wel gehoorzame volgelingen van Christus bent. Weet u of Jezus Christus in u woont? Mocht dat niet zo zijn, dan staat u er helemaal buiten” 2 Korinthiërs 13:5 HB.

De vraag is; Hoe trouw of ontrouw ben ik met alles omgegaan?

Deel 2

Het nieuwe leven vraagt om nieuw gedrag

Elk jaar vieren we oud en nieuw, en met de uitbundigheid van de jaarwisseling daar kunnen de meesten van ons heel goed mee overweg. Of hier iets mis mee is nee, zolang je jou feestje maar binnen de grenzen van het verantwoordelijke weet te houden is er niets aan de hand.

Dit voorbeeld is heel bruikbaar, want in onze relatie met God, op grond van het vergoten bloed van Jezus, kennen we ook een dergelijke overgang. Dat noemen we onze‘bekering tot God’omdat je overtuigd bent van het feit hoe belangrijk dit is. Kijk, dan zul je ervaren dat de zondelast van je weggenomen wordt. Dan kun je in geestelijke zin weer adem halen. Mens wat kan dit een verademing zijn, je verlost te weten door het Offer van Jezus. Dan vier je ook van; ‘Oude mens’ naar een wedergeboren ‘Nieuwe mens’. Of dit gevolgen kent dat weet ik wel zeker.

Wanneer je kind gaat trouwen kun je niet je dagelijkse kleren aantrekken. Dan moet het allemaal even iets netter. Dat heb je voor hen over. Dit eenvoudige voorbeeld is ook heel goed toepasbaar op het Nieuwe leven wat God ons schenkt door ons geloof in Jezus Christus.

De ‘Nieuwe mens’ is een gevoelig onderwerp in kerk en samenleving. Want, en dat is al duidelijk gemaakt hierboven, er is zoveel wat tegen kan zitten waar wij ook niet om gevraagd hebben. Heb ik om een ziek lichaam gevraagd toen ik werd geboren? Heeft mijn verre naaste om armoede, verkrachting of Aids gevraagd? Heeft mijn buurvrouw gebeden van Heer neem mijn geliefde maar weg? Nee, natuurlijk niet, niemand van ons is er op uit om een leven te mogen leiden in alle mogelijke ellende. We willen allemaal een goed, verzorgd en een aangenaam leven. Daar hebben we doorgaans veel voor over.

Vereenzaming

Sinds de invoering van de emancipatie wet heeft het gezin, de kerk en samenleving een gevoelige klap gekregen. Ons bewust zijn van die ander, is hierdoor op een laag pitje komen te staan. Nu kun je mij een ouderwets mannetje noemen, maar hebben we hier de balans wel eens van opgemaakt? Ontspoorde kinderen door gebrek aan toeziend ouderschap, echtparen die door gebrek aan tijd nauwelijks met elkaar communiceren. De vereenzaming binnen de gezinnen zorgt voor de nodige spanningen die vaak uitmonden in een echtscheiding. Was dit er dan voor die tijd niet? Ja, zeker wel, maar de gevolgen hiervan waren niet zo massaal.

Zonder dat we nu teveel verzeilen in dit onderwerp, er is veel nood en geloof me al deze mensen willen graag op de een of andere manier geholpen worden. Een schouder om op uit te huilen of om je bij te staan is helaas een schaars product voor de in nood levende mens. Goed, dat hier veel over te zeggen is mag duidelijk zijn. Maar de vraag die ik hier dan uit distilleer is deze:

Wat hebben wij als kinderen van God elkaar te bieden? Waar is het échte bemoedigen gebleven? Of kopen wij het af door middel van een kaartje een bloemetje, telefoontje of valse beloftes van ‘we moeten eens nodig afspreken’. Uit ervaring weet en zie ik dat er veel on-echtheid is binnen en buiten de kerk. Begrijp me goed, dit zeg ik niet om mijn eigen teleurstellingen even te kunnen spuien.

Nee, met pijn in mijn hart zeg ik deze dingen, omdat ik er soms, zonder dat ik er bij stil sta, ook aan mee doe. We zijn immers allemaal de dupe geworden van de ‘gevallen schepping’.

Kom dichterbij

Tijdens een belangrijke ontmoeting die; ‘De voetwassing’ heet, ontdekken we een aantal leerzame dingen, maar eerst even de tekst lezen.

“Jullie noemen Mij 'Meester' en 'Heer.' Dat is goed, want dat BEN IK* ook. Ik, jullie Heer en Meester, heb dus jullie voeten gewassen. Daarom moeten jullie ook elkaars voeten wassen. **Want Ik heb jullie een voorbeeld gegeven. Jullie moeten hetzelfde doen als Ik. Luister goed! Ik zeg jullie dat een dienaar niet belangrijker is dan zijn heer. En een boodschapper is niet belangrijker dan de man die hem heeft gestuurd. Het is heerlijk voor jullie als jullie dat begrijpen en je ook zo gedragen” Johannes 13:13-17 BB.

* Dat BEN IK – Jezus gebruikt hier de woorden IK BEN. In het Grieks staat daar 'ego eimi,' wat veel nadrukkelijker is dan de gewone manier om 'ik ben...' te zeggen. In het Oude Testament maakt God Zich met de naam IK BEN aan Mozes bekend. Lees Exodus 3:14. Door deze naam te gebruiken geeft Jezus dus aan dat Hijzelf God is. Vergelijk met Mattheüs 14:27.

** In die tijd was voeten wassen het werk van een slaaf. Hiermee bedoelde Jezus dat ze elkaar moesten dienen en zich niet te goed moesten voelen voor sommige taken.

Wat we hier leren begrijpen is dat De Meeste(r) hier De minste was. Een bewuste keuze om ons iets duidelijk te maken. Wat hier gebeurde was totaal ongewoon het voelde als een belediging wat Jezus hier deed. Dat is ook het bezwaar wat Petrus maakt, hij wil dit niet ondergaan. Hij was zo in de war dat hij zei; “Heer, was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!” Petrus kennen we als een vurig man die vaker via zijn emoties sprak dan met zijn verstand. Dit ligt ook wel voor de hand, want hij begreep het allemaal nog niet zo goed. Hier zullen we ons ook wel in herkennen, maar het is een ‘geestelijke groei’ die we allemaal doormaken. Daarom is zo belangrijk dat we het omgaan van de Discipelen met Jezus goed bekijken, daar kunnen we veel van leren.

Petrus denkt hardop als hij zegt: ‘Als je dan mijn voeten wast dan wil ik helemaal gewassen worden’. Toen werd Jezus heel duidelijk door te zeggen:

Als Ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen”.

Ik denk dat dit wel aankwam bij Petrus, ‘Ik geen deel aan Hem hebben, niet bij Hem kunnen horen’? En Petrus ondergaat het met een gecorrigeerd hart. Hoe kunnen we deel aan Christus krijgen, waarom mogen we zeggen dat wij Zijn kinderen zijn? Dat is op grond van het volbrachte Offer, dat had toen nog niet plaats gevonden, dus zegt Jezus “Later zul je het begrijpen”. De ‘uiterlijke wassing’ gebruikte Jezus om te spreken over de ‘Innerlijke reiniging’. De geestelijke wassing door het bloed van Jezus. Waar Paulus dit over schrijft:

“Sommigen van u zijn dat (zondaars) geweest;

  • Maar u bent schoongewassen,

  • U bent geheiligd,

  • U bent bevrijd van uw schuld

  • In de naam van de Heer Jezus Christus

  • En door de Geest van onze God”

Zie 1 Korintiërs 6:11 GNB. Zie ook 1 Johannes 1:7-8.

“Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei Simon tegen Hem: "Heer, wilt Ú mijn voeten wassen?" Jezus antwoordde Hem: "Nu begrijp je nog niet wat Ik doe, maar later zul je het begrijpen." Petrus zei tegen Hem: "Geen sprake van! Ik wil niet dat U mijn voeten wast!" Jezus antwoordde hem: "Als Ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen." Simon Petrus zei tegen Hem: "Heer, was dan niet alleen mijn voeten, maar ook mijn handen en mijn hoofd!" Jezus zei tegen hem: "Als je je gewassen hebt, hoef je alleen je voeten te wassen,* want je bent al helemaal schoon. Jullie zijn schoon en zuiver, maar niet allemaal." Jezus wist namelijk wie Hem zou verraden” Johannes 13:6-11 BB.

*Een beeld van de dagelijkse reiniging van zonden.

Kom tot je doel

Wat is in het kader van deze studie nu een ‘Hot Item’. Want dat hier veel over te zeggen valt is wel duidelijk. Ook zullen jullie al wel je voorkeur hebben gemaakt hoe dit alles je leven mag binnenkomen. Maar willen we een Petrus qua ‘Oude mens’ zijn of verlangen we ernaar om een ‘wedergeboren mens’ te zijn, zoals de nieuwe Petrus, nog steeds vurig, maar dan van Geest. Dit soort keuzes moest Petrus maar ook wij maken om op de juiste wijze deel aan het Hemelse leven te krijgen. Wie dit begrijpt neemt de diepe overtuiging aan dat zonder de ‘Wassing des Heren’ we blijven zitten met onbegrip over je zijn hier op aarde. Wat zegt Jezus om aan te geven waar het om draait in dit leven na dat hij de voeten van Zijn Discipelen gewassen had?

“Het is heerlijk voor jullie als jullie dat begrijpen en je ook zo gedragen”

Zien we dat het één voortkomt uit hét ander? Veel mensen willen wel ‘Het léven’, maar zich er niet naar gedragen. En laat dit nu ons collectief probleem zijn waarom de kerk qua kwaliteit en kwantiteit achteruit gaat. Dat is de Boodschap die we moeten horen. Wij moeten wakker geschud worden, door de kracht van Gods woord en door de overtuiging van de heilige Geest. Of willen we verder indutten en geruisloos ten onder gaan.

Waar is de spirit van de kerk van de individuele gelovigen, waar komt onze kracht uit voort?

  • Niet omdat wij het hadden verdiend, Heeft Hij, onze zonden afgewassen

  • Omdat Hij met ontferming over ons bewogen was, gaf Hij, ons nieuw leven

  • Omdat Hij medelijden met ons had, heeft Hij, ons vernieuwd door de Heilige Geest.

Zie Titus 3:5

Dit zouden we op de muren in de kerk moeten schrijven. Ik zie dit als de Basis van ons leven met Hem. Zonder dit fundament kunnen we niet ‘dichtbij komen’, niet tot ‘ons doel komen’. We mogen allemaal dat proces van vernieuwing ondergaan en iedereen zal dit weer anders doen, maar het DOEL zal altijd hetzelfde zijn.

Gods waardering

Soms hebben we hulp nodig om strak in het pak of avondjurk gehesen te worden. Ja, je moet er wat voor doen om er netjes uit te zien, laat dit thema nu als een rode draad door de brieven van Paulus heenlopen. Want Paulus weet heel goed dat zonder die Vernieuwing we geestelijk ‘ontklede’ mensen zijn, om dit te begrijpen schrijft hij ons dit:

“Zolang we nog in dit aardse lichaam wonen, hebben we veel te lijden. Toch verlangen we er niet naar zonder lichaam te leven. Maar we verlangen ernaar in een béter lichaam te wonen. We willen graag ons nieuwe hemelse lichaam aantrekken. Want dan wordt het sterfelijke (de tijdelijke tent, ons lichaam) vervangen door het leven (het eeuwige huis, ons hemelse lichaam). Dat is waar God ons voor heeft gemaakt. Daarvoor heeft Hij ons ook zijn Geest gegeven. Want de Geest is de voorproef en het bewijs van wat nog zal komen. Daarom zijn we altijd vol goede moed” 2 Korintiërs 5:4-6 BB.

Denken we er wel eens over na, hoeveel ‘Hemelse Waardering’ God ons gegeven heeft? Wat Hij ervoor over had om ons te bereiken? Omdat wij soms twijfelen aan deze waardering geeft God ons ‘Iemand’ waardoor deze waardering helemaal tot haar recht gaat komen. Daarvoor heeft Hij ons ook zijn Geest gegeven. Want de Geest is de voorproef en het bewijs van wat nog zal komen.

Wat ervaren wij hier van in ons dagelijks leven?

Zijn we: “Daarom altijd vol goede moed”. Het kan zijn dat je hier even over na moet denken, maar onthoud dit, ‘Het is meer dan de moeite waard’. Laten we het volgende vers maar eens goed lezen:

"Jullie zijn nieuwe mensen geworden. En jullie zullen steeds verder volmaakt worden, totdat jullie helemaal op jullie Maker lijken. Daarbij maakt het niet uit of je bij een niet-Joods volk hoort of bij het Joodse volk. Het maakt niet uit of je besneden bent of niet. Het maakt niet uit bij welk volk je hoort. Het maakt ook niet uit of je slaaf bent of vrij mens. Maar Christus is alles in iedereen, wie of wat je ook bent” Kolossenzen 3:10 BB.

Hier wordt ons gezegd wat er precies met ons gebeurd is. We hebben het ‘oude leven’ achter ons gelaten, al onze zonden ze bestaan niet meer voor God, want God de heilige de Eeuwige kan geen gemeenschap met de duisternis hebben. Dan staat er een scheiding tussen God de Vader en ons vanwege on-beleden of andere vormen van zonden. Soms wordt je gevraagd of je nog iets nieuws hebt, soms zegt men dan; ‘ik heb goed en slecht nieuws wat wil je het eerst horen? Wanneer je kiest voor het slechte nieuws dan zal dit ongemerkt het goede nieuws negatief kunnen beïnvloeden. We zouden goed nieuws, Hemels en het slechte Aards kunnen noemen.

“Alles wat goed en volmaakt is, wordt ons door God gegeven; Hij is de bron van alle licht. Hij is een en al licht en verandert nooit. Hij heeft ons, volgens Zijn plan, nieuw leven gegeven door ons de waarheid bekend te maken” Jacobus 1:17-18 BB.

Let op er staat, ALLES wat goed en volmaakt is, wordt ons door God gegeven. Het komt voort uit de Bron van al het Licht. Zien we, het goede nieuws wat past binnen Gods doel met ons, Komt van de Vader van al het LICHT. Velen van ons beseffen dit te weinig, omdat er eerst met het slechte nieuws gesmeten wordt. Denk maar eens aan je opvoeding, hoe vaak ben je toen aan ‘het goede’ en hoe vaak aan ‘het slechte’ gelinkt? We kunnen dat ons heel goed herinneren want de restanten van je opvoeding staan je heel duidelijk voor ogen. En sommigen van ons zijn heel erg vernederd door misbruik van je lichaam en of geestelijk. Dan komt het soms niet zo goed binnen, dat Goede Nieuws.

Daarom is het zo verblijdend dat Paulus namens God met het Goede Nieuws mag beginnen.

God geeft ons een Nieuw leven hoe prachtig is het dan wanneer je ook begrijpt dat dan die oude kleren dat oude leven af mogen leggen als een getuigenis voor God en Zijn Gemeente. Ik denk dit, wanneer God eerst dat slechte nieuws zou hebben verteld wat zou dan onze reactie zijn geweest? Mogelijk ga je dan zeggen; ‘O, het is weer het oude liedje dat heb ik al zo vaak gehoord’. Dan zou je afhaken en verder gaan met je moeizame bestaan. Maar mensen daar gaat het nu niet meer om want wie voor Jezus heeft gekozen is verlost van het oude leven. Gezegend ben je als je dan je nieuwe klederen, het kleed van reinheid wat straalt door de Bron van alle Licht aan mag doen. Dan mag je Juichend roepen; ‘Het oude is voorbij, want Het Nieuwe is gekomen’, Prijs de Naam van God de Vader.

Met die nieuwe kleding mag je op Gods Feest komen en voor Zijn Aangezicht verschijnen. Je bent nu bekleed met het Volmaakte, dat zal wel even wennen zijn, maar de blijdschap mag overheersend zijn in geest, ziel en lichaam. Zo bekleedt God ieder kind van Hem, nu kunnen we leren dat Gods vernieuwing met de kracht van de heilige Geest in ons leven is gekomen. Nu kun je pas echt zijn, wie je al zolang had willen zijn.

Wat een feest van herkenning met die nieuwe mens.

vervolgdelen in voorbereiding

Ik wens je een prachtige dag, Fred IJzerman