Lezen: Genesis 1:1-2:3 1:2 de Geest Gods.*

Vroeger leefden de mensen heel dicht bij de natuur, hun bed was de aarde en het dak boven hun hoofd was de sterrenhemel. Zo leefde men heel dicht bij wat God allemaal gemaakt had. In hoeverre zij zich dit bewust waren weten we uit het feit dat men een ‘aangeboren’ behoefte had om zich een god voor te stellen die dit alles gemaakt had.

Zo zijn er in de loop der eeuwen veel, door mensen gemaakte goden ontstaan. Een goed voorbeeld is:

“Er zijn in de hemel en op de aarde natuurlijk wel heel veel ZOGENAAMDE goden en heren. Maar voor ons is er maar één God. Dat is de Vader, die alle dingen heeft gemaakt, en voor wie wij gemaakt zijn. En voor ons is er maar één Heer: Jezus Christus. Door Hem heeft God alle dingen gemaakt. Door Hem bestaan ook wij” 1 Korintiërs 8:5-6*.

“Toen jullie God nog niet kenden, dienden jullie goden die eigenlijk helemaal geen goden zijn” Galaten 4:8*.

Hier doet Paulus een poging om de mensen te overtuigen van zijn ‘ontvangen inzichten’ in zijn overgave aan de levende God en Jezus Christus. (Voor nog meer inzicht zou je Handelingen 17 kunnen lezen, wat over de onbekende god gaat.) Die inzichten leren ons dat we niets van Gods schepping kunnen begrijpen tenzij we ons bekeren tot de Levende God. Hij is zeer nauw betrokken bij Zijn schepping en Zijn Liefde voor ons zien we in de scheppingsdagen terug. Daarin zien we de ontvouwing van Zijn plannen met deze aarde. Zo kunnen we ontdekken dat God al aanwezig was bij de aarde toen die nog niet bewoonbaar was voor mens en dier. En elke scheppingsdag bouwt God een bewoonbare aarde die alles in zich herbergt, zodat we tot op de dag van vandaag nog steeds kunnen leven wat die aarde ons voortbrengt. Goed, we moeten er wel voor werken waardoor we de zegeningen van God zichtbaar maken.

Uit dat ‘zichtbare’ zien wij de zegeningen van God de Vader, elke dag. Zo getuigt de schepping van Gods aanwezigheid en goedheid. God heeft zoveel van zijn Zegen in heel de schepping gelegd zodat wij elke dag uit ‘Die Kracht’ kunnen putten om goed te kunnen functioneren. Een citaat van Paulus zegt dit:

  • En Hij wil dat de mensen Hem zoeken
  • En als ze Hem zoeken, zullen ze Hem vinden
  • Want Hij is niet ver bij ons vandaan
  • Want wij leven, bewegen en bestaan dankzij Hem

“Dat hebben ook jullie eigen dichters gezegd: 'Wij lijken ook op hem.' Wij lijken dus op God” Handelingen 17:27-29a*.

Buiten Hem bestaat er geen leven. Het is dankzij Hem dat wij leven, bewegen en bestaan. Zo kunnen wij leven in een door God gecreëerde aarde, een tuin waar wij mogen wonen. Alles is voorradig om dit leven te kunnen leven. En God gaf het Zijn zegen mee!

“God zegende al die dieren en zei: "Krijg veel jongen, zodat er heel veel van jullie komen. De zee moet vol worden met zeedieren en de aarde moet vol worden met vogels." Toen werd het avond en weer ochtend: de vijfde dag was voorbij (…) 26 En God zei: "Laten We mensen maken, mensen die op Ons lijken. Ze zullen heel erg op Ons lijken. Ze moeten zorgen voor (…) En God keek naar alles wat Hij gemaakt had en het was heel goed. Toen werd het avond en weer ochtend: de zesde dag was voorbij” Genesis 1:22-31*

God maakte die onherbergzame, woeste, donkere en lege aarde tot een ‘geordend’ geheel. Gods herscheppende Kracht zette alles op haar plaats om voor jou en mij een leefbare aarde als woning te maken. Let eens op de volgorde van de scheppingsdagen dan kom je onder de indruk van Zijn wijsheid, laat me een paar details op een rijtje zetten.

Eerst zorgt God dat er Licht is.

Dit leert ons dat bij alles wat God doet en wat wij voor Hem mogen doen Hét Licht van God nodig hebben. Anders tasten wij in het duister, en zijn onze geestelijke ogen gesloten. In het boek Job 5:13-14* staat een begrijpbaar tekst:

  • Hij vangt de sluwe mensen in hun eigen sluwheid
  • Hun plannen lopen op niets uit
  • Op klaarlichte dag lopen ze in het duister
  • Midden overdag is het donker om hen heen

Dat is het beeld van mensen die het Licht van God schuwen en denken het zelf wel aan te kunnen. Zo is ‘Licht van God’ de absolute voorwaarde voor alles wat leven is.

Nu God Zijn licht heeft aangebracht wordt de duisternis zichtbaar en kan God uit de chaos alles verder ordenen zodat er een leefbare aarde ontstaat voor de mens. Uit dit licht zegt Johannes, is al het leven ontstaan en de duisternis kan Dat licht nooit meer doven.

“In het begin was het Woord er. Het Woord was bij God, en het Woord was God Zelf. In het begin was het Woord bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt. Werkelijk alles wat er is, bestaat doordat het Woord het heeft gemaakt. In het Woord was het leven, en het leven was het licht voor de mensen. Het Licht schijnt in het donker en het donker heeft het niet uitgedoofd” Johannes 1:1-5*

Op de tweede dag zegt God:

“Ik wil dat al het water zich in tweeën verdeelt. Toen verdeelde het water zich in water boven in de lucht en water beneden op de aarde. Zo gebeurde wat Hij zei. Het bovenste deel noemde Hij 'hemel” Genesis 1:7-8*

God brengt het uitspansel aan, ook wel de dampkring genoemd. Dat is ons dak boven het hoofd. Dit wil ons leren dat God Zijn aarde omspant met zijn Aanwezigheid. Waar je ook heen gaat op deze aarde, je hebt altijd Gods dak boven je hoofd. Zo is Hij altijd bij ons betrokken lees maar;

“Want de ogen van de HERE speuren heen en weer over de aarde, op zoek naar mensen die Hem zijn toegewijd, zodat Hij Zijn grote macht kan tonen door hen te helpen” 2 Kronieken 16:9 HB.

Realiseren we ons wel wat dit betekent?

Wanneer die toewijding aan God er niet is dan zijn we een speelbal van;

 'De onvoorspelbaarheid die de duisternis in zich herbergt'.

Beseffen we ons nu hoe kwetsbaar we zijn zonder die ‘toewijding aan God’? We missen dan de Aanwezigheid van Zijn grote macht in ons leven.

Kunnen we dan met God communiceren, Zijn aanwezigheid ervaren, voelen dat Hij een deel van mijn leven is? Ja, want;

“Wie heeft wijsheid gelegd in het innerlijk van de mens en aan de geest van de mens het verstand gegeven” Job 38:36 HB.

God bereikt ons via ‘wijsheid en verstand’, maar wij kunnen Hem ook naderen via ons verstand en met die wijsheid. Hoe goed onze eigen prestaties ook zijn om Hem te dienen en te eren, we kunnen hierdoor niet met God communiceren. Dat kan alleen met wijsheid en verstand.

Waarom zou God dit verkiezen boven alles wat wij zijn?

Het innerlijke van de mens is de meest kwetsbare plek van de mens. Daar kun je die ander raken tot in het diepst van zijn innerlijk, om hem of haar buiten spel te zetten. Maar daar komen ook de meest gevaarlijke bedenksels vandaan om anderen te treffen of te vernietigen. Ons ‘innerlijk’ stuurt zo ons hele wezen aan om ‘goed of slecht’ te doen. Jacobus zegt er dit over;

“Maar het lukt geen mens om zijn tong te beheersen! Je tong kan elk moment zulke lelijke dingen zeggen, dat het wel vergif lijkt. Het ene moment prijzen we met onze tong onze God en Vader. Het andere moment zeggen we met diezelfde tong lelijke dingen over de mensen die door God zó gemaakt zijn dat ze op Hem lijken. We prijzen en vervloeken met dezelfde mond! Dat is niet goed, broeders en zusters! Uit een bron komt toch ook niet de ene keer zoet water en de andere keer bitter water? Jacobus 3:8-11*

Nu kunnen wij begrijpen waarom God met ons verstand en wijsheid wil communiceren. Omdat bij elke ontmoeting met God de Vader ook het goede en het kwade voor Hem zichtbaar wordt. God wil ons ontmoeten hoe wij ‘werkelijk’ zijn. En in die werkelijkheid van ‘ons zijn’ wil Hij ons helpen om het kwade te belijden zodat het met God onze Vader weer in orde is. En Het Woord moedigt ons hiertoe aan:

“Wees dus gehoorzaam aan God, maar verzet je tegen de duivel. Dan zal de duivel van je wegvluchten. Ga naar God toe, dan zal Hij naar jou toe komen” Jacobus 4:8*

Gehoorzaamheid herbergt Kracht

In heel de Bijbel is het woord ‘gehoorzaamheid’ een woord dat zoveel kracht in zich herbergt dat we zelfs in staat zijn om de duivelse invloeden te verdrijven. Maar dan moet het wel een ‘gehoorzaamheid’ aan God zijn. Alleen zo kunnen we beschikken over Krachten van God om in reinheid en eerlijkheid met God en met elkaar te leven. Het is Gods verlangen dat Hij bij de mens wil wonen, daaruit ontstaat de zekerheid dat we één gemeenschap vormen om Gods doelen te kunnen verwezenlijken. Dan zijn we het ‘huisgezin van God.

“Nu deed Mozes zijn werk in het huis van God wel goed, maar hij was toch niet meer dan een knecht; zijn werk was vooral een verwijzing naar wat er later zou gebeuren. Maar Christus, Gods trouwe Zoon, heeft het volledige beheer over het huis van God. En dat huis zijn wij, de christenen, als wij tenminste tot het einde toe volhouden en met blijdschap op de Here blijven vertrouwen” Hebreeën 3:5-6 HB.

We zien hier dat Mozes trouw was aan zijn roeping, maar bij alles wat hij deed bleef hij toch niet meer dan een knecht. Hij had ervoor gekozen om Gods opdracht boven zijn eigen belangen en verlangens te plaatsen, wat een prachtig voorbeeld van een man die leerde om God te gehoorzamen. Zo was hij trouw aan Gods roeping om Israel te bevrijden en de weg mocht voorbereiden voor de komst van De Messias, Jezus Christus.

Uit dit verhaal kunnen wij het volgende leren: God gebruikt

  • mensen voor het bereiken van Zijn doel.
  • gebeurtenissen (fouten en feiten) en mensen om Zijn waarheden te illustreren.
  • de Profeten om de komst van Jezus aan te kondigen.
  • onze aanbidding om Zijn plannen beter te begrijpen.

Als wij begrijpen dat ‘de aarde’ onze woning is, dan aanvaarden we de schepper zeker als onze Koning. Een Koning die met ons het beste voorheeft en door de wedergeboorte in ons zal wonen. Dat zal ons aanmoedigen om tot het einde toe ‘moedig en sterk’ te blijven. Laat dit alles een teken van trouw zijn wat een aantrekkingskracht voor anderen zal zijn. We kunnen in elke ‘scheppingsdag’ de Majesteit van God zien.

Hij gaf ons een complete aarde als woning. En in die woning valt zoveel te ontdekken, het uitspansel wat een dak boven ons hoofd is, het land met een enorme diversiteit aan planten, bomen en grassen, wat een geweldig mooi tapijt is. Zo maakte God een complete woning voor mens en dier en de kroon op Zijn werk is de ‘schepping van de mens’. Aan hen vertrouwde Hij dit alles toe om het te bebouwen en te onderhouden zodat ‘iedereen’ zich kan voeden en laven met wat God gegeven heeft. Zo zegt God tegen jou en mij ‘welkom in Mijn wereld, maak er wat moois van en leef samen in vrede in Mijn huis. Let op elkaar en zorg voor je naaste met de ‘Liefde van’ Jezus Christus.

Ik wens je een fijne dag, Fred IJzerman.