O, daar te mogen groeien,
    met heel die bloemenschaar.
    In liefde open bloeien,
    zo, met en voor elkaar.

     Een zee van warme kleuren
    en elke bloem apart,
    verspreidt haar milde geuren
    ja, recht vanuit het hart.

     Papavers, lelies, anjers,
    ’t' viooltje, de margriet,
    de mini’s, midi’s, kanjers
    en de vergeetmijniet.

     Ik zie er korenbloemen,
    jasmijn en gladiool,
    te veel om op te noemen,
    bescheiden, stoer, frivool.

     En al die bloemen samen,
    van roos tot anemoon,
    daar van kent U de namen,
    van tulp tot duizendschoon.

     En denkt de kleine anjer:
    Ik krijg niet zoveel roem,
    want ik word nooit zo’n kanjer
    als daar, die zonnebloem?

     Vergeet het niet, elk bloempje,
    ja, zelfs de kleinste stek,
    krijgt van de grote Tuinman
    een hele eigen plek … 

    © Maria Riksten-Brouwer