Met dit onderwijs wil Jezus ons inzicht geven hoe we met toewijding de Boodschap van Redding en Herstel kunnen uitdragen. Die Boodschap leert ons dat Jezus Zich bekommerde over de ‘totale mens’. De wonderen en tekenen bevestigden dit keer op keer. Voor toen en nu is dit een bevestiging dat Hij de Zoon van God is.

Over voetstappen gesproken

Wanneer je Mattheüs 4:23-25 leest, lijkt dit een algemene mededeling van de schrijver. Maar bij nader inzien is dit vers van zeer grote betekenis.

“Jezus trok door heel Galilea. Hij sprak in de synagogen en vertelde overal het goede nieuws van het Koninkrijk. Hij genas de mensen van alle ziekten en kwalen. Het nieuws over Hem bereikte zelfs heel Syrië. Van alle kanten werden ernstig zieke mensen bij Hem gebracht. Sommigen hadden boze geesten. Anderen leden aan vallende ziekte. Weer anderen waren verlamd. Maar wat zij ook hadden, Hij genas hen allemaal. Grote groepen mensen volgden Hem, zij kwamen uit Galilea, Dekapolis, Jeruzalem, Judea en van de andere zijde van de Jordaan” Mattheüs 4:23-25 HB.

Het moet heel ingrijpend zijn geweest dat Hij sprak in hun synagoge, dan kun je zeker tien of meer Joodse gezinnen bereiken. (het aantal van tien gezinnen was het minimum aantal wat nodig was voor de draagkracht van een synagoge.) Hier vond op de Sabbat de prediking plaats en op andere dagen werd er onderwijs gegeven. Dit spreken in hun kerk was met toestemming van de beheerder van die synagoge. Een bezoekende Rabbi kreeg dan heel vaak toestemming om zijn boodschap te laten horen. Een boodschap dat God lichamelijk en geestelijk kan genezen. Ook de zonde van ons wil Hij ons vergeven, dit alles noemen we ‘Goed nieuws’, van vrijheid, hoop en innerlijke vrede met God de Vader.

Wanneer er gesproken wordt wat Jezus leert is het belangrijk om goed op te letten. Het is dan van zeer grote betekenis. Meestal is dit ook een leermoment voor al Zijn discipelen. En ook nu nog worden we immers opgeroepen, om Zijn voorbeeld te volgen?

“Christus, die voor u geleden heeft, is het voorbeeld dat u moet volgen, en in zijn voetstappen moet u treden” 1 Petrus 2:21b HB.

Is dit eenvoudig? Wie hier serieus handen en voeten aan wil geven weet dat dit heel veel van je vraagt. Om die reden wijst Petrus ons hier eerst op wat Jezus voor ons doorstaan heeft, hoe groot Zijn lijden voor ons was. Dan ligt er immers ook een reden om die uitdaging met jezelf aan te gaan? om die ander te bereiken in zijn of haar nood. Je kunt - omdat je de inhoud van ‘Zijn voetstappen’ kent – heel bruikbaar zijn in het werk van en door de kerk. Want hoe we er ook over denken, we hebben een ‘geweldig doel’ om na te streven. Dan vinden we ook de Kracht die nodig is om ‘lijden ter wille van Gods koninkrijk’ aan te kunnen.

Soms moet je heel letterlijk luisteren om te begrijpen wat je opdracht is.

“Luister goed, wie op Mij vertrouwt, zal dezelfde dingen doen als Ik. Zelfs nog grotere, want Ik ga naar de Vader” Johannes 14:12 HB.

De les die we hieruit mogen leren is; dat niet de nadruk ligt op het doen van ‘Grote dingen’. Dit vers wordt dan ook vaak verkeerd toegepast. Want geloof me, Grote dingen doen dat willen we allemaal wel. Maar er staat iets voor waar we allemaal wel moeite mee zullen hebben, dat is: “Hem vertrouwen in het doen, het praktiseren van de grote opdracht”. Grote dingen doen zijn naar mijn mening die dingen die op het júiste moment gedaan worden. We zullen geen verbazender dingen kunnen doen dan Jezus, we zullen nooit boven Zijn Macht kunnen uitstijgen. Alles wat we kunnen doen ligt opgesloten in het voorbeeld van Zijn voetstappen. We kunnen niet buiten de grenzen van Gods mogelijkheden uittreden. Ik denk dat die ‘grotere dingen’ geen wonderen en tekenen zijn in de eerste plaats. Wanneer we op zoek zijn naar de betekenis hiervan dan ligt het antwoord in dat eerste stukje tekst uit het ‘zendingsbevel’. En let dan op waar Jezus mee begint:

“Jezus kwam dichterbij en zei tegen hen: God heeft mij alle macht gegeven in de hemel en op aarde”.

Wat wij ook mogen doen in Zijn Naam, het zal altijd binnen de grenzen van zijn macht op aarde liggen. Buiten zijn macht kunnen we niets doen. Lees maar in welke verhouding wij tot Jezus staan.

“Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, draagt hij veel vrucht; los van mij zijn jullie tot niets in staatJohannes 15:5 GNB.

Wat is belangrijker de wijnstok of de ranken? Wanneer je hier het antwoord op weet, laat dan je gedrag je doen en laten in Gods huis en daarbuiten hiermee in overeenstemming zijn. Dan zal er ook die vrucht zijn die hoort bij het treden in Zijn voetsporen. Let nu op hoe de ‘Grote opdracht verder geformuleerd wordt.

Trek eropuit en maak alle volken tot mijn leerlingen”.

Als Jezus zegt: “God heeft mij alle macht gegeven in de hemel en op aarde”, hoe komt deze macht die Kracht dan tot of in ons?

“Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zul je kracht krijgen, en jullie zullen getuigenis van mij afleggen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld” Handelingen 1:8 GNB.

Dus eerst de vervulling met Gods Geest, dat is Zijn Kracht ontvangen tot het doen van Grote dingen die Jezus niet gedaan heeft. Wat heeft Jezus dan niet gedaan, anders gezegd, ‘wat heeft Hij niet kunnen doen’, dat is: “Getuigenis van Hem afleggen in Jeruzalem, in Judea en Samaria, ja, tot in de verste delen van de wereld”. Dat is erop uitgaan met de Grote opdracht, het doen van grotere dingen, heel de wereld bereiken met Zijn Liefde, Zijn Redding op grond van Zijn offer gebracht op het kruis van Golgotha. Wij mogen samen met alle heiligen Jezus’ werk afronden door middel van:

“En doopt ze in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest. Leer hun alles onderhouden wat ik jullie heb opgedragen. En, wees er zeker van: ik ben bij jullie, van dag tot dag, tot aan de voltooiing van de wereld” Mattheüs 28:18-20 GNB.

Weten we nog wat Johannes zei, ‘luister goed en vertrouw Hem’.

Van Jezus weten we dat Hij rond trok om de Boodschap van redding, verlossing en vergeving te prediken. Daarbij leerde Hij met gezag, verkondigde Hij en genas de zieken.

Van Jezus Prediking kunnen we drie dingen leren.

  • Jezus ging erop uit

“U hebt vast wel gehoord van Jezus van Nazareth, de man aan wie God de Heilige Geest en grote kracht gaf. Hij trok het land door en deed heel veel goeds. Hij genas alle mensen die in de macht van de duivel leefden, want God was met Hem” Handelingen 10:38 HB.

Om anderen te laten weten wat de boodschap van Gods liefde is zullen wij er ook op uit moeten gaan. Dus niet blijven zitten waar je zit, maar heel creatief omgaan met de mogelijkheden die God je geeft. Mensen opzoeken kan heel confronterend zijn, voor jezelf maar ook voor die ander. Maar naar de mensen toegaan, laat iets zien van je liefde voor Jezus én voor je naaste.

Uit liefde zocht Jezus de mensen op, maar die wezen Hem af. De mensen herkende Hem niet ondanks dat ze geschapen waren naar Zijn beeld en gelijkenis. Je zou dan denken dat het Joodse volk, Gods volk, dat uitgekozen was om de wereld voor te bereiden op de Komst van de Zoon des mensen Hem wel zouden herkennen en erkennen. Maar ook zij wilden Hem niet aanvaarden en dat, terwijl er in het Oude Testament toch ruimschoots aandacht was gegeven van Zijn komst.

“Christus kwam in de wereld die door Hem Zelf gemaakt is, maar de wereld wilde niets van Hem weten. Hij kwam in Zijn eigen land, maar Zijn eigen volk heeft Hem niet aanvaardJohannes 1:10-11 HB.

 Was dit een reden voor Jezus om Zich terug te trekken, om de missie van Gods Vrede maar af te blazen. Om de opdracht maar terug te geven aan de opdrachtgever? Nee, dat kon niet want dat zou getuigen dat Jezus met een onechte reden naar ons toe was gekomen. Een gegeven opdracht moet je volbrengen, daar moet je aan werken. Gelukkig zien we dat Jezus trouw is om de wil van Zijn Vader te volbrengen. Kort samengevat komt Gods wil hierop neer:

Want mijn Vader wil dat ieder die de Zoon ziet en in hem gelooft, eeuwig leven zal hebben en dat ik hem uit de dood zal opwekken op de laatste dag” Johannes 6:40 GNB.

Over de opstanding was er in die tijd al een behoorlijke onenigheid, het verdeelde ook omdat Jezus aanspraak maakte Gods Zoon te zijn. Een dergelijke Goddelijkheid kon een zoon van de timmerman zich toch niet toe-eigenen? En het volk werd door de geestelijke leiders op beide punten opgestookt om zich tegen Hem te keren. Hoe kun je vanuit de lichamelijke dood weer levend terug keren en eeuwig verder leven bij God? Hoewel Jezus hierin bewezen had dit te kunnen wezen ze die boodschap massaal af.

Nu weten we dat er achter de schermen van het wereldtoneel machten en krachten bezig zijn om ons te misleiden. En reken maar dat de satan zelf elke demonenmacht ingezet heeft om Jezus’ Boodschap te liquideren. De hel maakte overuren om alles en iedereen op te zetten tegen het Bloed van het Lam en tegen het Lam zelf. En bijna iedereen volgde de meerderheid in dit kwaad.

Dit toont zo duidelijk aan dat wij mensen uit onszelf niet geneigd zijn om God te leren kennen.

  • Is dit het bewijs dat er een zondeval heeft plaatsgevonden?
  • Dat er ruimte in onze harten is gekomen om Gods aanwezigheid te negeren?
  • Is onze afkeer van Hem sterker dan Zijn liefde voor Ons?

We blijven liever op afstand omdat we van nature geneigd zijn om het kwade te doen. Des te waardevoller is het te weten dat Jezus onze werkelijke nood kent en ons komt opzoeken. Zo kwam Hij in onze wereld om alle lagen van onze samenleving te bekijken met Zijn liefde, aanvaarding en vergeving. Hij wil met ons omgaan, want Hij kende de staat waarin Gods schepping vervallen was. Jezus zegt er zelf dit over:

“Omdat gezonde mensen geen dokter nodig hebben, maar zieke wel antwoordde Jezus. Ga weg en denk maar eens na over wat er in Hosea staat: Ik wil dat u met andere mensen meeleeft, het gaat Mij niet om uw offers! Ik ben gekomen om zondaars uit te nodigen, niet degenen die Gods wil al doen” Mattheüs 9:12-13 HB.

Dit antwoord geeft Jezus na een aanval op zijn bezoek aan Mattheüs. Omdat deze man een oplichter was stond hij als een slecht mens bekend, niemand wilde omgang met een Tollenaar hebben die ook heulde met, de Romeinen. Hoe kan een Rabbi met hem een relatie aangaan? Dat doe je niet, dan maak je jezelf belachelijk, tenminste zo dachten de Joden. Maar Jezus had de verandering in zijn hart en leven gezien. Toen Jezus hem riep was Mattheüs radicaal tot geloof gekomen en had zijn winstgevende activiteiten vaarwel gezegd.

Dit laat ons zien dat Jezus niet bang voor de mening van anderen is en in zekere zin erkenden de Joden dit ook, maar dan om het tegen Hem te misbruiken.

“Zij stuurden wel enkele Farizeeërs en een paar aanhangers van Herodes op Hem af. Die moesten proberen Hem op een woord te vangen. Meester, zeiden die heel vriendelijk, wij weten dat U echt voor de waarheid uitkomt. U gaat Uw eigen gang en trekt Zich niets aan van wat de mensen denken. Alles wat U over de weg van God zegt, is waar. Maar wij hebben een vraag: Is het toegestaan de keizer belasting te betalen of niet? Jezus doorzag hen en zei, U probeert Mij weer te vangen, hè?” Markus 12:13-15 HB.

Let nu eens op het antwoord dat Jezus hen gaf:

"Wel," zei Jezus, "geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is!" Zij stonden perplex. Daar hadden ze geen antwoord opMarkus 12:17 HB.

Het antwoord is veelzeggend, want Jezus wijst hen op een probleem waar wij soms ook mee worstelen, het uitkomen voor je geloof. Deze Joden waren in hun godsdienstbeleving meer gericht op zichzelf en wat anderen van hen vonden dan met de feitelijke boodschap. Ze waren niet zo dienstbaar en betrokken bij de noden van anderen, hun uiterlijk en eerbaarheid waren belangrijker. Deze verarming in hun geloofsleven stelt Jezus hier aan de kaak, niet om hen hiermee om de oren te slaan, maar om hen de kans te geven zich hiervan te bekeren. Deze les treft ons ook, ook wij mogen best eens kritisch kijken of ons geloof gericht is op de echte nood van de medemens.

Een andere les die hier uit geleerd kan worden is dat je eigen gecreëerde godsdienst je eigen rechtvaardigheid nooit genoeg zal zijn om het eeuwige leven te beërven. God redt op grond van het feit dat wij zullen toegeven dat we Hem en Jezus’ offer nodig hebben. Wij zijn de wijsheid niet, wij hebben de rechtvaardigheid niet uitgevonden, nee dit zullen we door ons geloof in Hem moeten leren en toepassen.  Daarom zei Jezus: "Geef dan aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is!"

Zo ging Hij barmhartigheid bewijzen aan alle mensen, niemand uitgezonderd. Ook al blijf je op afstand en denk je, ‘het zal wel niet zo'n vaart lopen’ bedenk dit; op één of ander moment komt Jezus je opzoeken. Dan is daar die demonstratie van Gods liefde door middel van een volgeling van Jezus. Want zij zijn het die het zendingsbevel van Jezus serieus willen nemen.

“Ga er daarom op uit om alle volken tot mijn leerlingen te maken. Doop hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest. Leer hen altijd te doen wat Ik u heb gezegd. En vergeet dit niet: Ik ben altijd bij u, tot het einde van de tijd” Mattheüs 28:19-20 HB.

Maar we weten, dat ‘het onderweg zijn’ met de Boodschap van Jezus en die gekruisigd ons geen menselijke roem zal bezorgen. De Discipelen hebben dit allemaal ondervonden. Het is dan een zeer terechte opmerking die Timotheüs met ons deelt. Hij kent de tactiek van de boze die onze gedachten van De Waarheid wil wegnemen. Wat we kunnen waarnemen is dat er wereldwijd steeds meer druk op de kinderen van God wordt uitgeoefend. “ Ja het is nu zo”, schrijft Paulus aan Timotheüs, “dat wie werkelijk één met Jezus Christus willen blijven, het zwaar te verduren krijgen van de mensen die Hem haten2 Timotheüs 3:12 HB.

Hoe reëel is dit wanneer we horen dat moslims en christenen het niet met elkaar kunnen vinden. Dat we steeds meer horen van doods bedreigingen aan het adres van christelijke voorgangers. Dat hun kerken in de brand worden gestoken en hun vrouwen worden verkracht. Staan we hier bij stil, geloof me, dit zijn tekenen van openlijke opstand van het rijk der duisternis. Ik vraag me af, hoe dicht leven we bij de wederkomst van Jezus Christus?

Paulus vervolgt zijn waarschuwing gericht tot de kerk van alle tijden; “Oefen jezelf liever in een godsdienstig leven. Training van het lichaam heeft slechts beperkte waarde, maar een godsdienstig leven is in alle opzichten waardevol: het houdt een belofte in van leven nu en in de toekomst1 Timotheüs 4:7-8 GNB.

Kennen we die belofte van God voor NU en voor de TOEKOMST? Of is de Boodschap opgedroogd en staat ons geestelijk waterspiegel ver beneden peil? Laat je dan opnieuw aansturen door de liefde van God de Vader die in zijn Woord tot ons zegt; “Want ik wil niet dat Satan de overhand op jullie krijgt” 2 Korintiërs 2:11 GNB. als dit zo is laat je dan bemoedigen met het feit dat God je terug wil geven wat je onderweg naar Hem toe verloren bent, en laat dan het volgende vers eens goed tot je doordringen.

  • Ik, de Heer,
  • zal je leiden,
  • steeds weer opnieuw.
  • In dorre streken les ik je dorst,
  • ik schenk je nieuwe levenskracht.
  • Je zult zijn als een rijk besproeide tuin,
  • als een niet opdrogende waterbron”

Uit: Jesaja 58:11 GNB.

De aanvallen zullen blijven voortduren want, “wie werkelijk een met Jezus Christus willen blijven, het zwaar te verduren krijgen van de mensen die Hem haten” 2 Timotheüs 3:12 HB. Hier kan niemand van ons zich aan onttrekken. Voor een ieder van ons zal er een beproeving zijn wat ons uiteindelijk dicht bij Hem doet leven en meer van Gods liefde en vrede zal laten zien.  

“Niemand vindt het prettig terechtgewezen te worden; op het moment zelf worden wij er alleen maar verdrietig van. Maar later zien wij dat het toch goed is geweest; de terechtwijzing heeft ons geholpen mensen te worden, die goed doen en vrede brengen” Hebreeën 12:11 HB.

Gecorrigeerde kinderen zijn getraind om te ontdekken wat goed en wat kwaad is, in het natuurlijke én in het geestelijke leven. Dat is wat tuchtiging en vervolging uitwerkt. Deze twee woorden vertegenwoordigen ieder hun eigen wereld, maar kennen veel raakvlakken. Een goed voorbeeld van dit feit zien we in deze verzen:

“Maar Elymas, de tovenaar, want zo wordt zijn naam vertaald, verzette zich tegen hen en trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken. Doch Saulus, anders gezegd Paulus, vervuld met de Heilige Geest, zag hem scherp aan, en zeide: Zoon des duivels, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden de rechte wegen des Heren te verdraaien? En nu, zie, de hand des Heren keert zich tegen u, en gij zult een tijd lang blind zijn en de zon niet zien. En terstond viel op hem donkerheid en duisternis, en rondtastende zocht hij iemand om hem bij de hand te leiden. Toen de landvoogd zag, wat er gebeurd was, kwam hij tot geloof, zeer getroffen door de leer des HerenHandelingen 13:8-12 HB.

Hier spreekt Paulus met groot gezag om de werken van de boze te doen stoppen. Dit werkt uit dat de landvoogd tot bekering kwam. Bijna iedere landvoogd had wel een of meerdere tovenaars, waarzeggers tot zijn beschikking. De macht in deze man spreekt Paulus aan omdat deze machten de landvoogd in hun greep hielden. Zij verdraaien immers de weg des Heren? En deze tovenaar Bar-Jezus begreep heel goed dat wanneer de landvoogd Jezus als Heer zou erkennen, dat het dan gedaan zou zijn met zijn bevoorrechte positie. Het aanspreken van deze duistere invloed met gezag deed hem inzien dat Jezus Christus, die Paulus verkondigde, heel serieus moest worden genomen. Een dergelijk boodschap met gezag kun je dan ook niet zomaar negeren.

Bedenk dat Gods kerk een gemeenschap is die de godsvrucht moet praktiseren. Dat is een kerk, die in beweging is die tot actie wil overgaan. Die niet wil stilzitten, want ze verlangen ernaar om Gods wil te doen. Corrie ten Boom zei dit; 'Je bent zendeling of zendingsterrein'. Wanneer wij in beweging komen, gaat God hier Zijn medewerking aan verlenen. Dan gaat er iets gebeuren! Zijn liefde delen, het kan in je eigen straat, op je werk of achter je eigen voordeur of waar je ook maar komt. Sta open voor Gods mogelijkheden.

Laten we het er op uitgaan nooit onderschatten, ook al zal het samenvallen met veel tegenstand al dan niet persoonlijk gericht. Wanneer we gegrepen zijn door de liefde van Jezus Christus, die zo trouw aan de opdracht was, dan zal het ons op de een of andere manier prikkelen om iets van Die Liefde te laten zien.

  • Leren

 Een belangrijk vervolg van het rondgaan met de Boodschap is het leren of het onderricht ontvangen. Heel duidelijk toont Jezus het verschil van wie je Vader is en wat je hier van gezien of geleerd hebt.

“Ik vertel wat Ik bij mijn Vader gezien heb en u doet wat u van uw vader hebt gehoord” JOHANNES 8:38 HB.

Dit is nogal confronterend en wie de moeite neemt om het hele hoofdstuk van Johannes acht te lezen zal begrijpen waarom. De strijd die we hier zien is dat Jezus, ‘leerde en verkondigde’ de Kracht van het Koninkrijk van God. Zijn Boodschap was een hemels besluit van God de Vader om het gezag van de satan te verbreken. Hierdoor kon men kiezen voor de blijde Boodschap die werkelijk vrij maakt. De satan echter wilde de mensen aan zichzelf gebonden houden en verzet zich hier dus tegen. Maar Gods besluit om elke macht van de satan te verbreken stond vast. Dit ongeëvenaarde hemelse feit, bracht voor ieder mens, heil, geluk, gezondheid, redding en een totale bevrijding van de gevallen staat waarin mens en schepping verkeerde. God grijpt in en maakt een definitief einde aan satans macht over Gods schepping. Dat dit niet zonder slag of stoot gaat, lezen we heel duidelijk in de Bijbel maar is ook in meer of mindere mate terug te zien in ons eigen leven.

Dit alles leerde Jezus, en lokte dus een directe confrontatie met het rijk der duisternis uit. Daarom verscheen de satan zelf op het toneel om Jezus te verleiden om zo een einde te kunnen maken aan zijn bediening. Zie MATTHEÜS 4:1-11.

De vraag is nu, hoe leergierig zijn wij nog? Velen van ons zijn gewend geraakt om indrukken en impressies te consumeren. Met als resultaat dat we traag in het horen zijn geworden.

“Ik zou hierover nog veel meer willen zeggen, maar u luistert gewoon niet, daarom kan ik het zo moeilijk duidelijk maken. Nu u al een hele tijd christen bent, zou u eigenlijk anderen moeten onderwijzen. Maar u bent helaas zover teruggevallen dat de eerste beginselen van het christen-zijn u weer moeten worden bijgebracht. U bent net baby’s die geen vast voedsel kunnen verdragen en daarom nog melk moeten drinken” HEBREEËN 5:11-12 HB.

Wanneer we Jezus kennen is het heel normaal dat we leren en geleerd willen worden. Dan krijgen we niet het verwijt dat we naar de tijd gerekend Leer-krachten hadden kunnen zijn. De heilige Geest wil ons helpen dat we actieve kinderen van God zijn, dat we helder en Logisch ons verstand gebruiken en leren nadenken over Gods woord en de uitwerking hiervan. Wie overdenkt leert begrijpen, lees maar;

“Wij maken niet onszelf bekend, maar de Here Jezus Christus. Van onszelf zeggen we alleen dat wij u willen dienen ter wille van Jezus. Want God, die gezegd heeft, Laat er licht in de duisternis zijn, heeft in de duisternis van onze harten geschenen en ons doen inzien dat zijn heerlijke glans van Jezus Christus afstraalt” 2 KORINTIËRS 4:5-6 HB

Houd het volk deze wetten steeds voor en denk er zelf dag en nacht over na, zodat u zeker weet dat u ze volledig naleeft. Want alleen dan zult u slagen. Zie JOZUA 1:8 HB.

Door het Woord te bestuderen leer je het begrijpen en ontdek je de geheimen van het Koninkrijk der hemelen. Jezus leerde vaak via gelijkenissen, en hoewel dit verhalen waren die ze best konden begrijpen, begrepen maar weinigen wat Hij echt bedoelde.

Zo,leerde Jezus met gezag maar altijd verpakt in Liefde. En wie van ons is niet in staat om de formule van Gods liefde te begrijpen? We zijn geschapen om Gods liefde te begrijpen, tenzij ons hart zo gebonden aan de zonde is dat Gods woord hierdoor overwoekert wordt en verstikt.

Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen: Waarom vertelt U de mensen altijd van dit soort gelijkenissen? Jullie hebben het voorrecht de geheimen van het Koninkrijk van de hemelen te begrijpen, antwoordde Hij. Maar zij niet. Want wie iets heeft, zal er veel bij krijgen, meer dan genoeg. Maar wie niets heeft, zal ook nog kwijtraken wat hij meent te hebben. Daarom gebruik Ik gelijkenissen. De mensen horen en zien Mij wel, maar begrijpen Mij niet. De profeet Jesaja sprak over hen toen hij zei: U hoort wel, maar begrijpt niet. U kijkt wel, maar ziet niet. Het hart van dit volk is onverschillig, ze hebben hun oren dichtgestopt en hun ogen gesloten, om maar niets te zien, horen of begrijpen. Daarom kunnen zij niet naar God terugkeren en kan Hij hen niet genezen” MATTHEÜS 13:10-15 HB.

Door onverschilligheid ben je niet in staat te luisteren en te verstaan waar het omgaat. Dan begrijpen we niet wat Jezus bedoelde met het Koninkrijk der hemelen. Dan verstaan we niet wat het betekent dat er een onzichtbare wereld is. En dat is wat de satan wil, want wie begrijpt wat de onzichtbare wereld inhoud snapt ook de strijd tussen licht en duisternis. En die strijd gaat ook over jou en mij. Het gaat over leven en dood, over gered zijn en verloren gaan.

“Gelukkig hebben jullie ogen die kunnen zien en oren die kunnen horen! Veel profeten en rechtvaardige mensen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien en te horen wat jullie horen. Maar zij konden het niet” MATTHEÜS 13:16-17 HB.

Bidt of je ogen mogen zien en je oren mogen horen wat Jezus ons leerde.

  • Helpen

Dat het niet alleen woorden waren maar ook daden die Jezus deed, kunnen we zelf ervaren. Het waren niet alleen de preken, om het daarna maar zelf uit te moeten zoeken.

“Broeders en zusters, wat voor zin heeft het te zeggen dat u christen bent als dat niet blijkt uit wat u voor anderen doet? Kunt u door zo’n geloof gered worden? Als uw vriend niet genoeg te eten krijgt en bijna geen kleren heeft en u zegt tegen hem: Het beste ermee, hoor! Vat geen kou en zorg dat je niet verhongert, is dat toch zinloos als u hem niet geeft wat hij nodig heeft?” JAKOBUS 2:14-16 HB.

Tegen mensen die echt gebrek lijden zeg je dit niet. Dat is geen evangelie, geen blijde Boodschap verkondiging. Jezus deed hier iets aan. Wanneer iemand ziek was dan genas Hij. Hij heelde wonden en maakte lamme ledematen weer sterk en gezond. De melaatsen kregen hun gezondheid en hun waardigheid (de terugkeer in familie en maatschappij) weer terug. De blinden en de doven konden weer zien en horen, en dit alles zonder lange wachttijden of tegen betaling. Zelf mensen die geestelijk gestoord of gebonden waren door de boze machten, of verslaafd waren aan verschillende zonden, Jezus verbrak, heelde en maakte totaal vrij! Zijn macht werd duidelijk zichtbaar in wat de gebrokenheid van de schepping teweeg had gebracht. Niets was voor Hem onmogelijk, Hij wist als geen ander hoe mensen moesten functioneren ze waren immers geschapen naar zijn Beeld en Gelijkenis? Voor Hem bestonden er geen onoverkomelijke problemen. Jezus, was en is de echte Trooster die echt kan troosten. De Helper die echt kan Helpen.

Hoe vaak voelen wij ons machteloos als we de machteloosheid bij anderen zien? Wat doet ons het ziekbed van die ander? Wat zou jij doen als je broer of zus mank zou lopen? Of dat je je vader elke week een keer naar het ziekenhuis zou moeten brengen voor de een of andere behandeling? Ik denk dat we best meer zouden willen doen maar de vraag is hoe dan? Kijk dan weten we dat we machteloos staan en uit eigen kracht de ander niets te bieden hebben. Tenzij we de Kracht van Jezus hebben leren kennen kunnen we de ander nooit echt helpen. Want door Jezus weten we dat er Kracht op te helpen is. Daarom heeft Hij ons niet als wezen achtergelaten. Nee bij zijn Hemelvaart heeft Jezus gezegd,

“Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug” JOHANNES 14:18 NBV.

Dat werd vervuld door de uitstorting van de heilige Geest op de pinksterdag.

“Maar als de Heilige Geest op jullie neerkomt, zullen jullie kracht ontvangen om de waarheid over Mij te vertellen aan de mensen in Jeruzalem en ook in Judea en Samaria, en zelfs tot in de verste uithoeken van de wereld” HANDELINGEN 1:8 HB.

Hij zou ons een ‘andere Trooster’ zenden, lees het zelf maar;

“Ik zal de Vader bidden of Hij een Helper wil sturen die altijd bij jullie zal blijven. Dat is de Heilige Geest, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet kan zien en dus ook niet kent. Jullie kennen Hem wel omdat Hij bij jullie blijft en in jullie zal wonen” JOHANNES 14:16-17 HB.

Letterlijk zegt Jezus, die andere Trooster zal jullie op dezelfde manier helpen als Mij en dingen doen die voor jullie onmogelijk zijn. Zo, kan het werk van Jezus wereldwijd doorgaan door al Gods kinderen heen. Daarom kon Jezus ook met een gerust hart naar de Vader teruggaan, en tegen Zijn discipelen zeggen,

“Ik zal de Vader bidden of Hij een Helper wil sturen die altijd bij jullie zal blijven. Dat is de Heilige Geest, die de wereld niet kan ontvangen, omdat zij Hem niet kan zien en dus ook niet kent. Jullie kennen Hem wel omdat Hij bij jullie blijft en in jullie zal wonen. Mijn vrede laat Ik jullie na. Die vrede is heel anders dan die van de wereld. Wees dus nooit meer bang of ongerust” JOHANNES 14:16-17; 27 HB.

Die vrede was geen verhaaltje maar de reële werkelijkheid van Gods aanwezigheid in en door ons heen. Want;

“In het Koninkrijk van God gaat het niet om eten en drinken. Het gaat om de rechtvaardigheid, de vrede en de blijdschap van de Heilige Geest. God waardeert het als wij op deze wijze Christus dienen en de mensen zullen dat ook waarderen” ROMEINEN 14:17-18 HB.

Door de heilige Geest zullen we in staat zijn om de mensen net zo te helpen als Jezus deed. Hij ging rond, goeddoende aan alle mensen. Zie HANDELINGEN 10:38. Wanneer wij die Boodschap ook willen uitdragen, dan gaan we er op uit en zoeken we naar mogelijkheden om te doen wat Jezus zou doen. Dan mogen we ook, op zieken de handen leggen en geloven dat God hen wil herstellen. Zo mogen we werkelijke volgelingen van Jezus zijn.

“Trek de wereld in, zei Hij tegen hen, en vertel aan de hele schepping het goede nieuws over Mij. De leerlingen trokken erop uit om overal het geweldige nieuws te vertellen. En de Here werkte met hen mee. Hij zette hun woorden kracht bij door er wonderen op te laten volgen” MARCUS 16:15-20 HB.

Een leerproces

Mogelijk moeten we nog het een en ander leren om te doen wat Jezus deed. Maar wie in afhankelijkheid van Jezus en in de Kracht van Gods Geest naar de nood om zich heen ziet, zal ervaren dat God medewerkt bij de verkondiging van de liefde van Jezus voor alle mensen. We zullen zeker niet volleerd zijn, maar voor de Belofte van het Koninkrijk van God hoeven we ons nooit te schamen. Want vergeet het niet de kracht die in je is, is sterker dan die in de wereld is.

“Herinner de mensen in de gemeente aan deze geweldige waarheden en verbied hun namens de Here over onbelangrijke dingen te ruziën. Dat is verwarrend en zinloos, ja, zelfs slecht. Doe je best, wees een goede werker voor God die zich niet hoeft te schamen. Geef Gods boodschap onvervalst door” 2 TIMOTHEÜS 2:14-15 HB.

Tot slot:

  • Als we zelf door God getroost zijn kunnen we dit dan inzetten om anderen te troosten?
  • Hoe geef jij dit handen en voeten?

Laat deze tekst, én een bemoediging én een opdracht zijn.

“Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus,

  • de Vader die zich over ons ontfermt,
  • de God die ons altijd troost
  • en ons in al onze ellende moed geeft,
  • zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen,
  • anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

Zoals wij volop delen in het lijden van Christus, zo delen wij volop in de troost die God ons door Christus geeft” 2 KORINTIËRS 1:3-5 NBV.

Ik wens je een zinvolle dag. Fred IJzerman.