Hoe vaak komen we thuis en zijn het meer dan zat? Je probeert het te verbergen maar je partner voelt feilloos aan dat het je niet zo goed vergaat. Je bent net ietsje anders dan op andere dagen. En wanneer iemand je een vraag stelt tja, dan slaat thuis ook de vlam in de pan. Je baalt als een stekker want dit had je niet gewild.

En wanneer er dan gevraagd wordt wat er met je is, dan snauw je een of ander antwoord verpakt in een goedkoop excuuspapier. Het lijkt wel of alles en iedereen tegen je is. De hele dag zit alles tegen, die vervelende mensen ook en je voelt je behoorlijk door iedereen, ‘op de proef gesteld’.

“Bij God vinden wij bescherming. Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek Hij ons altijd te hulp te komen. Daarom kennen wij ook geen angst; al nam de aarde een andere positie in en al scheurden de bergen, die op de zeebodem staan. Laat het water maar bruisen en kolken; laten de bergen maar wankelen door de kracht van het water” *.

Waar het aan ligt, dat laat zich raden, dus die collega zal hij morgen in ieder geval eens goed de waarheid zeggen. Zo wenst hij niet behandelt te worden. En zijn baas, die moet ook ophouden om hem steeds onder druk te zetten. Ze jagen de hele boel naar de knoppen. En zo raast het bij hem aan de binnenkant nog wel even door. Eerst maar eens een biertje, douchen en eten dan zal het wel weer gaan. Maar diep van binnen weet je dat daar het probleem niet mee opgelost is.

“Jeruzalem verblijdt zich over haar rivier; de stad van God, die het heiligste huis van de Allerhoogste God is. God woont in haar; zij zal niet snel ten onder gaan. Elke dag opnieuw helpt God haar. Volken voeren oorlogen en koninkrijken wankelen, maar wanneer God Zijn stem verheft, krimpt zelfs de aarde ineen” *.

Zijn pa had gelijk toen hij zijn probleem aan hem voorlegde. Hij wist heel goed hoe dit aangepakt moest worden. Wat dat betreft was zijn pa veel verder dan hij. Maar ja, zijn pa had niet dit probleem en ook niet dat nare karakter, wat met alles en iedereen botste. Bovendien was zijn pa ontzettend veranderd toen hij tot geloof was gekomen. Zijn mening en inzicht waren scherper, zonder te kwetsen. Hij wist ook wel dat zijn trotse hart hem altijd in de weg stond. ‘Geef je hart aan Jezus’, dan wordt alles anders, was het goede advies van zijn vader. Maar daar was hij helemaal niet aan toe.

“De Almachtige HERE is met ons. De God van Jakob beschermt ons. Kom maar en kijk naar alles wat de HERE heeft gedaan. Hij richt verwoestingen aan op aarde” *.

Geloof is toch geen oplosmiddel voor trots, zonde en andere ellendige dingen?

Het moest nu maar eens afgelopen zijn, morgen zou hij met zijn pa gaan praten. Hij wilde in ieder geval ‘niet langer op de proef gesteld’ worden. Jaren lang hadden zijn ouders Jezus niet nodig gehad en nu moet Jezus zo nodig alle aandacht opeisen in de vader zoon relatie? Voor hem was de grens bereikt, pa kon dan wel denken dat hij de wijsheid in pacht had, maar daar was hij niet door geholpen. Zijn pa moest maar weer de ‘oude worden’, en snel ook. Want dat nieuwe mens gedoe, daar kwam hij in ieder geval niet verder mee.

Zijn moeder had er ook al met zijn vader over gesproken en gezegd dat hij er rekening mee moest houden dat dit ook ten koste kon gaan van de relatie met zijn zoon. Maar dit was zijn antwoord, en heel overtuigd las hij deze woorden:

“Hij laat overal de oorlogen ophouden, breekt de wapens doormidden en verbrandt de strijdwagens. Word rustig en wees u ervan bewust dat Ik God ben. Ik ben de Hoogste onder alle volken, de Grootste op de hele aarde. De Almachtige HERE is met ons. De God van Jacob beschermt ons” *.

Toen ze dit hoorde voelde ze wel aan dat ze hier niet tegen opgewassen was. Hoewel ze haar hart nog niet aan Jezus had gegeven besefte ze, dat dit evangelie zoveel kracht had dat het wel waar moest zijn. Maar de manier hoe haar man met dit alles omging dat was niet fijn. Hoewel ze best sterk in haar schoenen stond wilde ze er nu niet tegen in gaan. Maar helemaal geen actie ondernemen dat was haar stijl ook niet. Ze moesten immers niet verder uit elkaar groeien, haar dochter uit een eerdere relatie kwam ook al niet meer thuis.

‘Die man is mij veel te opdringerig met zijn ‘God is liefde’ en ‘Jezus heelt alle wonden’. Dat moest hij uitgerekend tegen haar zeggen. Haar eigen vader had haar verkracht en dat laatste vriendje van haar had haar heel snel van al haar spaarcentjes afgeholpen. Nee, die van; ‘God is liefde’ daar had ze aardig om moeten lachen. ‘Zo ken ik er ook wel een paar’, had ze lachend geroepen. Alles gebeurt toch immers onder de dekmantel der liefde. En dan; ‘Jezus heelt alle wonden’. Haar stiefvader moest eens weten hoe vaak en hoe intens ze had liggen janken om juist hiervan te herstellen. Maar niemand had haar, tot nu toe kunnen helpen. Ze wilden haar wel helpen, maar wanneer je de rekening had voldaan was de kracht om te helen verdampt en weggewaaid naar een volgend slachtoffer.

Nee, die goed bedoelde godsdiensten, ze moesten het verbieden.

En terwijl ze de pijn van haar dochter door haar gedachten liet gaan, sneed de pijn van de eenzaamheid door haar verdeelde hart. Dat gedoe over geloofszaken met haar man, daar moest ze maar die oudste bij halen. Die jonge man met dat knappe gezicht die had haar ook al eens heel fijn geholpen met vragen over; ‘trouwen en hertrouwen’. Die oudste moest maar eens komen praten, hij kon haar man wel even toespreken dat hij niet zo belerend, haar en de kinderen moest behandelen. Als hij dacht dat ze door zijn indoctrinaties gered zouden worden dan had hij het helemaal mis, dat had ze nu wel begrepen van het Evangelie. Met dit verhaal moest ze heel goed omgaan, anders was ‘het gelijk’, wéér aan zijn kant.

“Jezus keek om zich heen en toen hij zag dat er een grote menigte naar hem toe kwam, zei hij tegen Filippus, Waar kunnen we brood kopen voor deze mensen? Hij vroeg dat om hem op de proef te stellen, want zelf wist hij al wat hij zou gaan doen” ***.

Maar toen de oudste kwam kon die niets doen, hij werd behoorlijk op de proef gesteld. Het was een pittige discussie en de oudste had zijn kennis niet altijd goed voorhanden gehad. Op het eind was ze er maar tussen gekomen en had het voor hem opgenomen, want hier werd ze heel onrustig van. Maar zijn vader wist niet van ophouden. ‘Hoe ze dergelijke oudsten kunnen aanstellen’ had hij nogal fel geroepen. Toen de oudste zichzelf ging verdedigen, was zijn vader weer rustig geworden. Maar het was slechts stilte voor de storm.

Want toen mijn vader had gevraagd of dat in orde was gekomen met die affaire net voor zijn bekering, zag je dat hij zijn ogen neersloeg. Het werd even stil maar toen had de arme man met een vuurrood gezicht gezegd; ‘moet je dit steeds aanhalen, dit heb ik je toch allemaal al drie keer uitgelegd?’ Ja, dat is zo, maar je hebt nog steeds niet gedaan wat je me toen beloofd hebt.

De oudste voelde zich schaakmat gezet en hield er maar het zwijgen toe. Dit gaf zijn vader de gelegenheid om te zeggen; broeder je moet even goed luisteren, het is niet mijn bedoeling om jou voor schut te zetten maar het is voor je eigen bestwil, ik wil je nog één keer ‘op de proef stellen’. Als je wilt, luister dan nog een keer naar me en neem dan je verantwoordelijkheid. Ik wil je deze tekst voorlezen, denk er dan eens goed over na en trek dan je conclusie, voordat anderen dit doen.

“Zij moeten oprechte volgelingen van Christus zijn. Voordat zij als helper worden aangesteld, moet eerst blijken of zij er wel geschikt voor zijn. Als er niets op hen valt aan te merken, mogen zij helpers worden” ****.

Het moet blijken of ze geschikt zijn’, de oudste had het uiteindelijk toch ter harte genomen en na nog een gesprek met mijn vader gehad te hebben, begreep hij wat hem te doen stond. Later hoorde ik dat hij te midden van de gemeente zijn schuld had beleden, zonder namen te noemen en heel integer. Deze schuldbelijdenis, zo vertelde mijn moeder me later, zette de hele gemeente aan het denken. Velen kwamen bij mijn vader praten en er volgden nog vele getuigenisdiensten waarin veel zonden beleden werden voor Gods aan gezicht.

“Bij God vinden wij bescherming. Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek Hij ons altijd te hulp te komen. Daarom kennen wij ook geen angst” *.

Dit hele gebeuren deed me meer dan ik door had. Ik was onrustig en nog vaker dan anders niet te genieten. Door al de drukte had ik niet de tijd genomen om met mijn vader te praten. Maar het werd nu wel hoog tijd. Want de zegeningen die dit in de kerk losmaakte, hadden een dusdanige uitwerking op de mensen, dat er een flinke toename van mensen plaatsvond. De kerk ging groeien door de pijn en de zonde aan elkaar en aan Jezus te belijden. Er kwam zoveel energie los dat mensen in de omgeving van de kerk ook hiervan wilden proeven. Ze verlangden te zien wat daar gebeurde. De geopenbaarde kracht van zonde belijden, was pure evangelie verkondiging, want er wordt een ‘bovennatuurlijk Bron’ zichtbaar gemaakt door de daden van Gods kinderen. Dat bedoelde Jezus toen Hij dit bekendmaakte:

Als er liefde onder jullie heerst, zal iedereen kunnen zien dat jullie mijn leerlingen zijn” **.

Die liefde was een houding die zich door daden bekend maakte, en dat werd ook voor mij de hoogste tijd. Maar voor ik er met pa over ga praten, moet ik er zelf eerst uit zijn. Anders word ik er telkens op een verkeerde manier aan herinnerd en dan sla ik dicht en hebben we de poppen weer aan het dansen. Dan krijgt; ‘mijn oude mens’, weer alle aandacht en dat moet nu maar eens afgelopen zijn. Ik moest mezelf ook maar eens ‘op de proef stellen’, want een dergelijk zelfonderzoek kan toch ‘een innerlijke waarde’ hebben, zodat er andere, betere eigenschappen zichtbaar gaan worden.

“Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is? Want anders zijt gij verwerpelijk. Ik hoop echter, dat gij zult inzien, dat wij niet verwerpelijk zijn” *****.

Iemand heeft eens tegen mij gezegd; ‘Wanneer ik niet actief bezig ben om dichter naar Jezus toe te groeien, ik verder bij Hem vandaan zal komen te staan’. Daarom moet ik mezelf aansporen me telkens te controleren op ‘geestelijke groei’. Een groei waaruit blijkt dat ik steeds bewuster in de aanwezigheid en de kracht van de heilige Geest leef. Dat zal de test zijn of ik een gered of een verloren mens ben. Mezelf op de proef stellen, dat is nodig om te ontdekken wat mijn echte toekomst is.

En dat wil ik weten, want dat is het getuigenis van een christen. Dus moest ik op zoek naar het juiste antwoord. Echte christenen zijn altijd op zoek naar verandering en vernieuwing. Dat is je elke dag in de spiegel van Gods woord bekijken, en wat kun je het dan benauwt krijgen. Wanneer je het leven overziet lijkt het erop dat alles tegenzit, en dat niemand je begrijpt. Maar dat mag geen excuus zijn, want dan zou ik het zoeken naar de juiste oplossing weer voor me uitschuiven. Dan zou het toch aan de ander liggen.

Nee, ik besefte nu heel goed dat ik zelf aan de slag moest. Ik had genoeg gezien, God had laten zien dat er altijd een uitweg is ook voor de moeilijkste dingen. Ik moest nu maar eens laten zien wat ik werkelijk wilde doen. De woorden uit de tekst van 2 KORINTIËRS 13:5 stonden als een stopbord voor me. Ik kan er niet langs zonder diep van binnen de keuze te maken om het op te lossen met God. De woorden, “want anders zijn wij verwerpelijk”, het leek wel of ze aan de binnenkant van mijn brillenglazen geplakt zaten.

Ik was er nu klaar voor, wat God bij anderen kan doen, kan toch ook bij mij gebeuren? En nu ik er weer aan terug denk, dan begrijp ik het nog steeds niet, maar voordat ik het wist lag ik op mijn knieën om al mijn schuld en zorgen aan God de Vader te belijden. Alle belemmeringen, mijn trots en mijn egoïsme en al mijn andere zonden, ik vroeg vergeving op grond van het vergoten bloed van Jezus Christus. En ik begon een klein beetje te begrijpen hoe David zich voelde toen hij zei:

“Bij God vinden wij bescherming. Hij is onze kracht. In de moeilijkste omstandigheden bleek Hij ons altijd te hulp te komen. Daarom kennen wij ook geen angst” *.

Misschien heeft hij de woorden; “Daarom kennen wij ook geen angst”, wel juichend neergeschreven. De diepte van zijn benauwdheden zullen ongetwijfeld, dieper dan die van mij zijn geweest, maar ik juichte wel met hem mee. De verlossing van al mijn zonden, de ergernissen die ik kende met bepaalde mensen, Jezus had me bevrijdt van alles wat me in de weg stond om Hem te kennen. Langzaam begon ik te begrijpen hoeveel ik mezelf al die jaren tekort had gedaan, door mijn aardse vader en de hemelse Vader te negeren. Ik dacht dat ik het zelf wel kon en schaamde me voor mijn halsstarrigheid, maar goed ik kreeg nu een nieuwe, kans een nieuw leven dankzij de liefde van God de Vader.

En hoe het met mijn aardse vader is afgelopen? Zijn stress werd voor een groot deel bepaald door het feit dat ik Jezus niet nodig had. En de gedachte dat we elkaar alleen in dit leven zouden kennen maakte in hem zoveel los, dat zijn hart brak van verdriet. Dat kon hij niet verdragen. Dus toen ik het met hem ging bepraten en vergeving vroeg voor mijn fouten, hebben we samen gehuild en gelachen, maar bovenal de Here God gedankt. Hij had een nieuwe zoon en ik een nieuwe vader, maar samen waren we ook broers van elkaar, door het offer van Jezus de Zoon van God. En wil je weten hoe het verder is gegaan? Misschien kom ik je wel tegen in al die broers en zussen met wie wij samen, schouder aan schouder in Zijn wijngaard staan.

Ik wens je Vaders zegen toe, Fred IJzerman.

*PSALM 46:1-11 - **  JOHANNES 13:35 GNB - *** JOHANNES 6:5-6 GNB - **** 1 TIMOTHEÜS 3:9-10 HB - ***** 2 KORINTIËRS 13:5? NBG.