Pioniers zijn mensen die naar een gebied toe reizen om er zich te vestigen. Ze doen daar voorbereidingswerk zodat ook anderen er kunnen komen om te wonen en te werken. Deze mensen brengen grote offers, hun baan, sociale zekerheden, goede medische voorziening en familie, ze laten het allemaal achter. Ze hebben alle schepen achter zich verbrand.

Pionieren

Pionieren is ontdekken hoe je iets van de grond kunt krijgen. Dat kan heel divers zijn. Zo zijn er veel goudzoekers naar het wilde westen getrokken om er snel rijk te kunnen worden. Die hebzucht bracht veel geweld met zich mee. Anderen zijn met gevaar voor eigen leven gaan wonen in landen om daar ontwikkelingswerk te doen. We kennen ook veel spannende verhalen van mensen die bergen beklimmen of afdalen in diepe wateren. De mens is van nature een ontdekkingsreiziger en heeft daar alles voor over. De een doet het voor zijn eigen eer, de ander om de levensstandaard van minder bedeelden te verbeteren.

Jaren van inzet onder de meest uiteenlopende en soms bizarre omstandigheden hebben ons prachtige documentaires gebracht. Kosten nog moeite was de inzet van hen die anderen wilden bereiken met medische zorg. En hoeveel heeft het gekost om goede medicijnen te ontwikkelen, ook dit was vaak behoorlijk pionieren. Ons hele leven is één groot pioniers bestaan. Ook al zijn we omringd met alles wat ons hartje begeert, dan nog doen we dingen die we kunnen linken aan onze pioniersdrang. Extreme sporten, onszelf ontdekken tijdens bizarre tochten, zijn zomaar enkele voorbeelden.

Pioniers kun je overal vinden. Het zijn mensen die vaak heel vernieuwend bezig zijn. Het zijn verkenners die ontdekken hoe we dingen anders kunnen of moeten doen. Zij zorgen voor bewustwording hoe we verantwoord kunnen omgaan met wat de natuur ons te bieden heeft. Pioniers vinden heel vaak oplossingen die nuttig zijn voor de effectieve hulp in ontwikkelingslanden. Aan deze mensen hebben we veel te danken. Het is hun inzet geweest die ons de zegeningen van land, zee en lucht hebben laten zien.

Ontdekkingsreizigers

Pioniers, dat zijn ontdekkingsreizigers in Gods schepping. Zij betreden moeilijk toegangbare gebieden en moeten hun weg zien te vinden zonder de ervaring van anderen. Heel vaak ondervinden ze tegenwerking van de gevestigde orde, van mensen die denken het beter te weten. Van mensen die ontoegankelijk zijn en elke verandering zien als een aanval op hún inzichten. Maar we mogen dankbaar zijn voor de pioniers, want hoe vaak is niet bewezen dan hun werk directe zegeningen waren voor mens en dier?

De vraag die we onszelf mogen stellen is heel voor de hand liggend, ‘zijn wij ook pioniers?’ Of laten we het over aan anderen en genieten we liever van wat ons voorgeschoteld wordt? Hoewel daar niet zoveel mis mee is, kan de eenzijdigheid hiervan zorgen voor een saai, passief en kleurloos leven. Om even aan te tonen dat het pioniersschap zoveel meer toevoegt aan het dagelijks bestaan moeten we eens letten op het leven van de aartsvaders.

Bijbelse pioniers

Adam en Eva kregen deze opdracht van God: “bevolk de aarde en breng haar onder je gezag” GENESIS 1:28. Dat is pionieren onder Gods toezicht. Maar door een verkeerde keuze wordt alles anders, maar die ‘oeropdracht’ moet de mens nog steeds uitvoeren in afhankelijkheid aan God. En waar dit niet gebeurt, zien we dan ook de directe gevolgen voor wat God ons heeft toevertrouwd. Paulus weet het gevolg hiervan heel kernachtig te omschrijven:

“Wij weten dat de hele schepping in afwachting van dat grote moment nog altijd zucht en kreunt” ROMEINEN 8:22 HB.

Dat was de toestand na de zondeval tot nu toe. En in afwachting van het ‘Grote moment’, de wederkomst van Jezus, zullen we moeten werken in een leefomgeving die niet bij ons past. Goed we doen ons best en maken er het beste van, maar het blijft pionieren.

Wanneer we kijken naar de verhalen van de aartsvaders dan blijken dit zorgvuldige pioniers te zijn. Sommigen van hen hebben alles moeten prijsgeven om Gods doelen zichtbaar te maken. Abraham deed dit vrijwillig en Jozef werd hiertoe gedwongen. Noach bouwde een boot en werd voor dwaas aangezien door zijn eigen volksgenoten. Mozes moest vluchten voor zijn leven, na een gepleegde moord, maar was later toch bruikbaar voor God. Welk verhaal we ook lezen van Aartsvader tot Profeet, van Schriftgeleerde tot Discipel, allemaal brachten ze offers en pionierden in Gods schepping om duidelijk te maken dat God bij mensen wil wonen.

Maar het verhaal van Jezus spant de Kroon. Hij moest meer dan welk mens ook, alles prijsgeven om Gods verhaal weer compleet te maken. Hij maakte geen aanspraak meer op Zijn Goddelijkheid om zo, net als wij, mens te zijn en te kunnen sterven voor onze zonden. Jezus’ Pionierde onder de zijn tijdgenoten en liet ze weten dat God Hem gezonden had:

“De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.

  • Om aan armen het goede nieuws te brengen
  • Om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
  • Om aan blinden het herstel van hun zicht te geven
  • Om onderdrukten hun vrijheid te geven
  • Om een genadejaar van de Heer uit te roepen” LUCAS 4:18-19.

Het goede nieuws werd zichtbaar getoond tijdens Jezus’ leven. Het waren daden voor nu en voor de toekomst. Er was direct bewijs en toekomstig bewijs. Het waren daden die niemand ongedaan kon maken. Er was een natuurlijk herstel en een geestelijk herstel. Jezus daden bracht de mens weer in balans. Er was een ontsnappings mogelijkheid voor ieder mens. Niemand werd hiervan uitgesloten. Het pionierswerk van Jezus vertelt het verhaal van genade voor nu én voor straks. Jezus liet ons delen in de herschepping van mens en God, van kind en Vader.

Pionieren met welk doel?

Zien we nu hoe belangrijk pionieren is, maar de vraag is met welk doel pionier ik. Dat is niet altijd even eenvoudig. Er wordt van alle kanten aan ons getrokken. Er zijn veel misleidende stemmen die ons toeroepen om hen te volgen. Maar laten die ons ook delen in wat Jezus ons wil geven? Dat is ‘hét Kenmerk’ om te kunnen onderscheiden wie de waarheid verkondigd. Wanneer je dit ontdekt hebt weet je waar de waarheid weg komt en wat waarheid doet in je eigen leven.

Jezus zegt dit: “U zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u bevrijden” JOHANNES 8:32. Bevrijden waarvan? Van verslaving, armoede, oorlog, lastige omstandigheden? Dit soort situaties zijn allemaal gevolgen van foutief pionieren in eigen of in andermans leven. Daarom bevrijdt Jezus ons van de kern die dit alles veroorzaakt. Eigenlijk zegt Jezus dit, ‘ je zult de waarheid kennen omdat je bevrijdt wordt van de heerschappij van de zonde. Die ‘Bevrijdingswaarheid’ laat de kern van ons bestaan zien. Dan begrijp je dat je kunt heersen over de zonde, dat je niet meer een willoos slachtoffer bent. Toen Kaïn kwaad was op zijn broer Abel, sprak God hem aan met deze woorden:

“Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij” GENESIS 4:7.

Als je wilt, kun je hem echter overwinnen, dat is nogal wat. We hoeven het kwade niet te doen. We zijn niet geprogrammeerd om de ander in het kwaad te volgen. Die keus is aan ons. Dat dit moeilijk is begrijp ik maar al te goed. Het is ook mijn strijd om geheel anders te zijn omdat ik Christus Jezus heb leren kennen. Zie EFEZIËRS 4:20. Maar mogelijk is dit wel, anders zou God ons dit niet vragen. Lees het zelf maar:

“Want de zondige neigingen gaan in tegen de verlangens van de Heilige Geest en omgekeerd. Deze twee krachten zijn altijd met elkaar in conflict. U moet dus niet doen wat u maar wiltGALATEN 5:17 HB.

Dit is pionieren in je eigen dagelijkse bestaan want “gij geheel anders”, hebben we net gelezen. Geestelijk pionieren in je eigen leven is leren ontdekken hoe en waar we Jezus kunnen volgen. Hoe we de zonde kunnen overwinnen door er tegen te strijden. Dat zal ons helpen om dingen prijs te geven die ons afhouden om dichter bij het Vaderhart van God te komen. Dat zal ons ook laten zien wat God met ons leven voor heeft. We gaan dan we ontdekken wat Zijn plannen zijn met ons leven. Velen van ons zullen uit ervaring weten dat we hiervoor afhankelijk zijn van de heilige Geest. Jezus zegt dit tegen de discipelen:

“Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb” JOHANNES 14:26.

Deze geweldige belofte hebben we zien werken in het leven van de discipelen. Als we zien met welk inzicht ze de mensen hebben onderwezen en met welke krachten dit gepaard ging, dan kunnen we ons niet onttrekken aan de betrouwbaarheid van die belofte. Zij hadden gezien, gehoord, gevoeld en zelf beleefd hoe waar Jezus’ Boodschap was. Door de heilige Geest kregen ze een krachtige visie om ook andere mensen deelgenoot te maken van Gods reddende genade. Het volgende gedeelte laat zien dat ook de welbespraakte Paulus zich bewust was van Die kracht. En let dan eens op zijn houding naar anderen.

“Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus de gekruisigde. Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God (…) Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert1 KORINTIËRS 2:1-13.

Hier zien we de bewust gekozen afhankelijkheid van Paulus. Zijn hele opleiding als dienaar van Gods wet, legde hij af. Zie HANDELINGEN 22:3. Al zijn bevoegdheden zijn intellectuele kennis daar had hij afstand van genomen. Want zo zegt hij: “Ik had namelijk besloten bij u alleen maar te spreken over Jezus Christus en Zijn sterven aan het kruis” 1 KORINTIËRS 2:2 HB. Paulus ruimde alles is zijn leven op wat hem afhield om één met zijn Verlosser te kunnen zijn.

“Echt, ik beschouw zelfs alles als waardeloos, omdat niets meer waarde heeft dan het kennen van Christus Jezus. Ik heb alles als vuilnis weggegooid om Christus te kunnen ontvangen en één met Hem te zijnFILIPPENZEN 3:8 HB.

Alles was in vergelijking met het kennen van Jezus waardeloos. Dat gaat wel even verder dan alles wat we kunnen verwerven is ons leven. Dat kan inhouden dat we ons zelf moeten spiegelen aan de ‘Waarde’ van het Evangelie. Dat dit een meerwaarde heeft ten opzichte van heel ons eigen bestaan. Wat is jou, wat is mijn hoogste doel in dit leven. Zijn er dingen in je leven die je hoger acht dan het kennen van Jezus? En wat doe je dan wanneer je inziet dat je de verkeerde prioriteiten heb gesteld? Ga je dit dan op de helling zetten en herzie je die dingen die je van Christus Jezus afhouden?

Wat Paulus met afleggen wil zeggen gaat veel dieper dan we vaak denken. Want wat staat ons in de weg? Familie of vrienden, je politieke keuze, je zondagse invulling, je zucht naar luxe, je recht op vrijheid, je godsdienstige gekleurdheid, je strijd om promotie, je verlangen naar meer geld? De lijst is nog veel langer te maken, maar de vraag is:

Wat wil of moet jij opgeven om de kracht van Jezus opstanding in je eigen leven te ervaren?

Door Jezus Offer hebben we toegang tot een Andere Kennis. Wat je hiervan afhoud weet jezelf het best. Maar ontdek eens wat in je eigen leven als ‘waardeloos’ beschouwd moet worden, omdat dit het kennen van Jezus tegenhoudt. Dat is ‘alles prijsgeven’, met een eeuwigheids doel.

Het gesprek

Wanneer we MARCUS 10:28-34 lezen dan zien we een leerzaam verhaal. Wat hier aan vooraf gaat is het verhaal van de rijke man die niet in staat was om zijn vermogen op te geven en het aan de armen te geven. Zijn hart was gebonden aan de hebzucht. Dat was zijn status zijn eigen verdiende aanzien in de maatschappij. En de conclusie van Jezus was dat het voor rijken heel moeilijk was om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Dan neemt Petrus het woord en zegt:

“Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen” VERS 28.

Met andere woorden: Het heeft ons wél iets gekost om U te volgen. Wàt had het hen dan gekost? Ze hadden hun beroep achter zich gelaten en daarmee hun inkomen en de zorg voor hun gezin op de tocht gezet. Zie MARCUS 1:16-20. Dat was in die tijd heel wat, ze kenden wel de netten voor hun broodwinning, maar geen sociaal vangnet voor een misgelopen inkomen. Nee, hun keus om Jezus te volgen, daar kun je niet zomaar omheen. En wanneer we goed luisteren wat Jezus gaat zeggen dan is hun eigenlijke vraag, ‘wat krijgen wij hier voor terug?’ Dat is wel heel begrijpelijk van de discipelen. We hebben alles achter gelaten, en nu hoe verder? Wij hebben wél gehoor gegeven aan Uw oproep, wat is nu ons deel?

Sommige dingen lijken soms op niets uit te lopen. Je hebt je zo goed ingezet, alles gegeven wat je naar jouw overtuiging bij wilde dragen. Jaren van toewijding in je kerk en wat is nu je loon? Wat krijg ik er voor terug? Wanneer je het van mensen verwacht kom je vaak bedrogen uit. Daar heb je niet zoveel van te verwachten. Hoe letten wij op elkaar en eren we de ander voor zijn of haar inzet? Het is binnen de kerk soms niet eenvoudig om Jezus te volgen. De eigen eer mentaliteit is vaak sterk aanwezig. Vgl. MATTHEÜS 20:21. Je zou het niet verwachten, maar ook binnen de kerk is soms een competitie gaande wie is de beste of de meeste.

Voor je inzet mag je toch wel iets terug verwachten? Rijkdom en eer zijn toch een zegen van God? Maar wat is dan je antwoord op de grote verschillen onder de christenen? Waarom kent de ene groep welvaart en de andere armoede? Waarom worden broers en zussen van ons vervolgd en leven wij in vrijheid? Nee, de zegeningen van Gods Koninkrijk zijn voor ons allemaal gelijk. Lees maar wat de visie van Paulus is.

“Want een andere fundering dan Jezus Christus mag niemand leggen. U kunt op die ene fundering met allerlei materialen bouwen; met goud, zilver en edelsteen, òf met hout, hooi en stro. Het zal vanzelf blijken wat u hebt gedaan, want de grote dag van de Here komt met vuur. In het vuur blijft alleen over wat waardevol is; de rest verbrandt. Als u met vuurvast materiaal op de fundering hebt gebouwd, krijgt u loon1 KORINTIËRS 3:11-14 HB.

Dit zijn voor de meeste christenen geen hotitems, dat is duidelijk. Maar loon ontvangen we wanneer het vuur van de beproeving ons geestelijk fundament niet kan aantasten. Al ons gesteggel over dit soort dingen zorgt voor verdeling binnen Gods koninkrijk. Dat heeft er voor gezorgd dat de ongelovigen meewarig over ons spreken. En om ons hier tegen te beschermen zegt Jezus:

“Denk erom dat u Gods wil niet doet om op te vallen bij de mensen. Want dan zal uw Vader in de hemel u er niet voor belonenMATTHEÜS 6:1 GNB.

Een van de laatste beloftes in de Bijbel gaat over ons loon. En als Jezus daar zegt dat ons loon zal overeenkomen met wat we gedaan hebben, dan moeten we hier wel goed over nadenken. Zou Jezus ons voor die tijd uitbetalen? Zie OPENBARING 22:12. Nee, want dan zou dit tevens het einde van ons bestaan hier betekenen. Jezus leert hier aan al Zijn volgelingen dat zij leven in overeenstemming met hun roeping en daarbij is het loon vanzelfsprekend. Maar voor hier en nu zegt Hij, ‘let op de zuiverheid van je getuigenis. Besmet het niet met werken die niet bestand zijn tegen het vuur van de loutering’.

Ik verzeker jullie

Komt Jezus ons dan niet tegemoet? Is er dan niets waar we naar uit kunnen kijken? Die vraag beantwoordt Hij met deze woorden:

“Iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige levenVERS 29-30.

Is dit ‘de verzekering’, die wij voor ogen hadden? Welnee, we rekenen ons liever rijk in dit leven. Maar alles prijsgeven, dat ligt ons niet zo. We sluiten liever zelf een verzekering af met voorwaarden die ons goed lijken. Maar wat Jezus zegt betreft niet alleen dit leven maar ook wat hierna komt. Zijn zegeningen voor dit leven zullen niet altijd overeenkomen met wat wij willen, maar het zal wel aansluiten bij wat Hij met ons leven voor ogen heeft. En honderdvoudig iets terug ontvangen, welke verzekering doet dit?

Je familie je vrienden of je buren ze kunnen je allemaal afwijzen, maar de familie die je terug krijgt is vele malen groter, boeiender en levendiger. Goed dit alles zal gepaard gaan met vervolging, maar samen ontvang je uiteindelijk allemaal hetzelfde loon. Dus alles prijsgeven om Hem te kennen, is veel mooier dan alle schatten van deze wereld. In het koninkrijk dat Jezus voor ogen heeft is alles anders. Zoek je status en aanzien, zo is het niet in Gods rijk. Wat zoek je in deze wereld?

Ach, we weten het zo langzamerhand wel, we worden overstelpt met veel van hetzelfde. En in de Kerk? Onze geestelijke hebzucht heeft al veel verwarring gebracht in ons geestelijke denken. Kunnen al die leerstellige zaken in ons kerkelijke klimaat stand houden? Moeten die ons vertellen hoe we belangrijk kunnen worden, of hoe we ons goed moeten voelen? Wel, het onderwijs van Jezus staat haaks op al dit godsdienstige vertoon. Maar wie de Boodschap van Jezus serieus neemt en in nederigheid de ander dient, die komt in aanmerking voor de hemelse status en aanzien. Mogelijk zal de volgende tekst je hierin helpen.

“Wie dus een van deze geboden afschaft, al is het nog zo klein, en anderen leert hetzelfde te doen, zal de kleinste genoemd worden in het hemelse koninkrijk. Maar wie zich aan de geboden houdt en anderen leert hetzelfde te doen, die zal een grote naam hebben in het hemelse koninkrijkMATTHEÜS 5:19 GNB.

Jezus ons voorbeeld

Weten we nog wat Petrus zei? We hebben alles achtergelaten om u te volgen. Hoe zou dit in ons leven zijn geweest? Zomaar je werkplek met alle zekerheden verlaten, omdat Gods Boodschap je gegrepen heeft? Mogelijk had iemand gezegd, ‘eerst mijn vader begraven of afscheid van mijn huisgenoten nemen. Maar welk excuus je ook aanvoert, bij Jezus kom je hier niet mee weg. Zijn conclusie zal dan zijn, niet geschikt voor het Koninkrijk Gods. Vgl. LUKAS 9:59-62. Je kunt soms kritiek op een volgeling van Jezus hebben, maar ze lieten wel hun zekerheden hun bestaan achter zich. Zij zagen door de mazen van ‘hun netten’, een geweldige kans om anderen te bereiken met Gods verlossende liefde.

En Jezus, wat demonstreerde Hij? In VERS 32-33 lezen we dat ze op weg waren naar Jeruzalem. Normaal gesproken zou je blij zijn om daar naar toe te gaan. Maar nu waren de Discipelen er niet zo gerust onder. Ze waren bang voor wat hen daar kon overkomen. Ze kenden de haat tegen Jezus, dus bleven ze daar liever vandaan. Maar was het ook niet dat zij wisten dat hun tijd met Jezus op aarde bijna voorbij was? Was het hun strijd om de Wonderdoener te moeten missen? Was hun kans op bevrijding van de Romeinse overheersing nu verkeken? Wat had het dan allemaal voor nut gehad om hun sociale zekerheden op te geven?

Jezus, Hij kende hun vragen, hun strijd en hun ‘verkeerde kijk’ op Zijn verlossingswerk. En door hen apart te nemen maakte Hij duidelijk wat hier de bedoeling van was. Eigenlijk had dit geen verassing voor hen moeten zijn. Maar goed, zo ging dit nu eenmaal. Maar zouden ze Jezus’ uitleg wel begrepen hebben? Konden ze nu Zijn Koningschap wel begrijpen? Konden ze het bevatten waar Hij over sprak? Waarom sprak Hij eigenlijk met hun over de opstanding? Als de Wonderdoener dood was hoe kon die dan weer tot leven komen?

Ze begrepen niet dat Jezus veel meer moest prijsgeven om hun vrij te kunnen kopen van de macht van de zonde. En wij, begrijpen wij het wel ten diepste? Ik weet heel goed dat dit moeilijk te bevatten is. Maar toch; “De Heer waakt over de hele aarde, iedereen die hem met hart en ziel is toegedaan, biedt hij krachtige hulp” 2 KRONIEKEN 16:9A GNB. Hoe grandioos is deze belofte bewaarheid in Jezus Christus? Daarom ging Hij naar Jeruzalem om in het centrum van het godsdienstige bestaan alles prijs te geven. Daar te midden van Zijn volk heeft Hij laten zien dat God de Vader geïnteresseerd is een wereld vol nood. Als Jezus daar niet gestorven zou zijn hadden wij een eeuwige dood moeten sterven. In die opofferende daad van Jezus ging Hij ons voor naar de overwinning. Liefde was het onuitputtelijk!

Hoe kunnen wij Hem hierin volgen?

Onze keus

Wat moeten wij prijsgeven zodat Gods doelen in ons leven gestalte gaan krijgen? Is dit…, nee dit ga ik niet noemen. Dat weten we zelf maar al te best. Wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander. We kunnen elkaar hierin niets voorschrijven, de keuze hiertoe zal vrijwillig gemaakt moeten worden. Elke beïnvloeding hierin kan immers vertragend werken. En is het perse nodig dat wat de ander heeft prijsgegeven dat ik daarin moet volgen? Waarin moeten we Christus dan volgen? Gaf Hij zijn bezit zijn sociale zekerheden of wat dan ook prijs? Wie Zijn verhaal gelezen heeft weet dat Jezus dit niet had. JESAJA 53:2-3 zegt dit over Hem:

  • Onopvallend was zijn uiterlijk
  • Hij miste iedere schoonheid
  • Zijn aanblik kon ons niet bekoren
  • Hij werd veracht, door mensen gemeden
  • Hij was een man die het lijden kende
  • Met ziekte vertrouwd was

Een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht”.

Dat was Zijn status en een grotere eer dan dit was voor Hem niet weggelegd. Wie wil een dergelijk Mens nu kennen? Kijken wij ook de andere kant op als Hij bij ons langs zou komen? Dit lijden heeft Hij ondergaan om jou en mij uit ons lijden te verlossen. Wat staat dit in schril contrast bij wat ons kan overkomen. Onze keus om Jezus te volgen zal ook bestand moeten zijn tegen dit soort oneer. Mensen kunnen zomaar tegen je zijn als jij je te christelijk gedraagt. Voor je het weet kijken mensen je met de nek aan en ben je niet meer welkom op hun feestjes. En mag je kerst vieren zonder hun aandacht en hun cadeaus. Kijk, nu kunnen we begrijpen waarom Petrus ons later dit schrijft:

“Al dit lijden hoort bij het leven waartoe God ons geroepen heeft. Christus, Die voor u geleden heeft, is het voorbeeld dat u moet volgen; en in Zijn voetstappen moet u treden” 1 PETRUS 2:21 HB.

Zijn we er tegen bestand om lijden te ondergaan omdat we Jezus volgen? Nee, nu even niet denken aan lijden wat een direct gevolg is van een verkeerde beslissing. Ook niet omdat het komt door een samenloop van omstandigheden. Het lijden waar Petrus ons op wijst heeft te maken met wat God ons opdraagt. Jezus heeft niet geleden omdat Hij mensen te eten gaf of zieken genas of doden opgewekt heeft. Nee, Zijn lijden was een direct gevolg van het feit dat Hij Gods Zoon was. Dat Hij ons vrij zou kopen uit de macht van de zonde en de dood. Dat kon Gods vijand, de satan, niet accepteren. Daar kwam hij tegen in opstand, toen brak de hel los. Dus is het ook niet verwonderlijk dat die zelfde vijand zich ook tegen ons keert.

Petrus begreep nu wel waarom Jezus moest lijden. Om dit te begrijpen, daar was wel een verloochening voor nodig. Zie MARKUS 14:71. En een persoonlijke confrontatie met Jezus maakt van hem een ander mens. Zie MATTHEÜS 26:75 en JOHANNES 21:15-19. Eerst wilde hij het lijden ontlopen, nu was hij bereidt om lijden te ondergaan. Eerst wilde hij Gods Zoon niet kennen, nu koos hij er vrijwillig voor om door Hem gekend te zijn. Dat was zijn vrijwillige keus.

Wanneer Petrus en de andere volgelingen van Jezus hadden afgehaakt, wie had ons dan het evangelie uitgelegd? Goed ik begrijp best dat God dan anderen had gestuurd, maar toch wel iets om over na te denken. Want wat doe ik met Gods liefde die in mij woont? Zie ROMEINEN 5:5. Haak ik dan ook af? Ga ik dan de ‘grote opdracht’ beargumenteren? Natuurlijk weet ik als geen ander dat we geen Petrus, Paulus, Johannes of wie dan ook zijn. Maar één ding begrijp ik heel goed, niemand van Gods kinderen kan zich onttrekken aan Gods opdracht om Hem bekend te maken, met woord en daad. Vgl. MATTHEÜS 28:19.

Hoe goed moet je zijn?

Het is niet zo aantrekkelijk om vooraan te staan in de verkondiging van het Evangelie. Op welke wijze je dit ook doet, je zult gelijk een mikpunt zijn van spot en kritiek. En wat doe je wanneer ze het vuur je aan de schenen leggen? Ben je dan bereid om op een dergelijk moment toegewijd te blijven? Is Jezus dan je grote voorbeeld? Natuurlijk is dit heel persoonlijk. Maar welke keus maak ik? Ben ik wel goed genoeg om dit te doen? Wat voer ik aan om niet te getuigen?

  • Mijn opleiding?

“Met verbazing zagen de leden van de Raad hoe vrijmoedig Petrus en Johannes spraken, terwijl het toch mensen zonder opleiding waren, heel eenvoudige lieden. Ze herkenden hen als metgezellen van Jezus” HANDELINGEN 4:13 GNB.

  • Mijn financiën?

“Geld heb ik niet, zei Petrus, maar wat ik heb, krijgt u van mij. In de naam van Jezus Christus uit Nazareth: loop! Hij pakte hem bij de rechterhand en trok hem overeind. Op hetzelfde moment werden de voeten en enkels van de man stevig en sterk” HANDELINGEN 3:6-7 HB.

  • Mijn kennis van Gods Woord?

“Maar de Vader zal de Plaatsvervanger sturen. Dat is de Heilige Geest, Die u in mijn naam alles zal leren en u steeds weer zal herinneren aan wat Ik gezegd heb” JOHANNES 14:26 HB.

  • Mijn ziek zijn?

“Want toen ik u voor het eerst iets over Jezus Christus vertelde, was ik lichamelijk erg zwakGALATEN 4:13 HB.

  • Ik moet voor mezelf zorgen?

“Daarna zei hij tegen hen: Toen ik jullie uitzond zonder geldbuidel, reistas en sandalen, kwamen jullie toen iets tekort? Niets antwoordden ze” LUKAS 22:35.

Wat we ook aanhalen, het zal altijd aantonen welke keuze we maken. Weinig mensen realiseren zich echter hoe bruikbaar ze voor God kunnen zijn. Hoe eenvoudig ons getuigenis ook is, God zal er kracht aan verlenen. “En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken. De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen” MARKUS 16:20. Je hoeft het nooit alleen te doen, Want: “wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde” HANDELINGEN 1:8.

We weten wat de Discipelen bereikt hebben. Ze beargumenteerden hun opdracht niet maar gingen op weg, en met een minimale inzet van geld en goederen bereikten ze het maximale bij de ander. Begrijpen we de kracht van, “Wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd”? Wat ze hadden prijsgegeven, werd honderdvoudig beloond. Vgl. MARKUS 10:30. Welke bank geeft zoveel rente?

Een mooi voorbeeld

Wanneer we NEHEMIA 6:1-19 lezen dan zien we dat de vijand niet stil zit. Er moest nu eenmaal ingegrepen gaan worden in de herbouw van de stad Jeruzalem. Want de kracht van deze stad stond symbool voor de kracht van Gods volk. En wat kun je dan het beste doen? Zaai onrust en angst dan geven ze het wel op dan zal de bouw wel gestaakt worden. Maar Nehemia pakte het werk voortvarend aan. Zolang de vijand Gods kinderen onderling kan verdelen hoeft hij geen verdere actie te ondernemen. Maar wanneer ze zich gaan verenigen om de Naam van Jezus bekend te maken tja, dan moet hij wel weer aanvallen. En welke wapens hij dan gebruikt?

  • List

We weten dat de slang het lastigste dier was dat God gemaakt had. Wie anders dan hij is een meester in het verzinnen van listen waarmee hij ons vervolgens bestookt? Vgl. GENESIS 3:1. De slang beschikte over geheime middelen om zo zijn doelen te bereiken. En met een verrassingsaanval weet hij veel tegenstanders voorgoed uit te schakelen. Eerst lachte hij Eva toe met zijn verleidende woorden. Maar toen zijn boodschap binnen kwam was het kwaad geschied en het vergif van de zonde zat voorgoed in de mens. Het is zo belangrijk dat we leren om nee te zeggen tegen alles wat ons getuigenis in gevaar kan brengen. Laten we alert zijn op misleiding, dat Gods werk in ons in gevaar kan brengen. Lees maar eens wat 1 KORINTIËRS 6:14-7:1 hier over zegt.

“Wat voor overeenkomst is er tussen Christus en de duivel? En wat voor gemeenschappelijks heeft een gelovige met iemand die niets van Christus wil weten? Wat voor eenheid kan er bestaan tussen Gods tempel en die van de valse goden” VERS 15-16 HB.

  • Aanklacht

Dit is ook een sterk wapen gebleken. Verzin maar een listige aanklacht en de mensen gaan vanzelf geloven dat het zo is. Maar wat zegt Jezus over hem?

“Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen” JOHANNES 8:44.

De satan kan niet anders dan Gods kinderen belasteren, en daarbij is elke leugen geoorloofd. Maar ons gebed en aanbidding zal er voor zorgen dat we hierin niet ten val komen zodat Gods werk in en door ons stand zal houden.

  • Vrees

Elke aanval zal erop gericht zijn om ons vrees in te boezemen. Sommige mensen weten dit aspect heel bijzonder uit te buiten. Daarom dit advies:

“Angst voor mensen is een valstrik, maar wie op God vertrouwt, is onaantastbaar” SPREUKEN 29:25 HB.

Ieder kind van God heeft zijn eigen persoonlijke vijand in de vorm van zondige gewoontes, verslavingen, ziektes, nare omstandigheden of mensen die je het leven zuur maken. Zo had Nehemia een Semaja en Jezus een Judas. Zo kennen wij ook vrienden, familie of buren die als ‘loopjongens fungeren’, om ons getuigenis het zwijgen op te leggen. Jezus kende de aanvallen en was er tegen bestand door Gods woord te proclameren. Nehemia was een goede herder die de leiding over de herbouw tot een goed einde wist te brengen. Hoe rekenen wij met de vijand af?

Tot slot

Ik hoop dat je de ingeslagen weg blijft bewandelen, achter Jezus aan. Dat je koers zult houden. Dat je elke keer je kompas, dat is Gods woord, zult raadplegen. Dan zul je niet van richting veranderen. Dan volbreng je de opdracht ondanks het lijden. Want:

“wat voor lijden wij hier ook doormaken, het valt in het niet bij de schitterende heerlijkheid, die God ons straks zal laten zien” ROMEINEN 8:18 HB.

Alles prijsgeven? De beloning is groter dan je denkt!

Ik wens je Gods zegen, Fred IJzerman