Een mens roept er heel wat af in het leven. Je roept omdat het eten klaar is of omdat iemand jou moet helpen. De toon in je roepen zal herkenbaar zijn, als ernstig of minder ernstig. Zo kan je partner je roep herkennen als ‘direct komen’. Roepen is een breed begrip, de één roept altijd voor hulp terwijl de ander ervoor vecht om het zelf te doen. De één roept terwijl er niets aan de hand is terwijl de ander zegt; ‘je komt als geroepen’. Je kunt iets in het leven roepen of iemand op het matje roepen. Zo kun je roepen als vorm van aandacht vragen of roepen dat iedereen moet weggaan.

Een kwetsbaar iets

Hoe je hier ook mee omgaat roepen is een fascinerend begrip. Met welke toon je ook roept het zegt iets over jezelf of de vorm van je hulpvraag. Maar als je oproep niet wordt gehoord kun je roepen tot je een ons weegt. Maar mensen kunnen ook oost-Indisch doof zijn. Ze horen je wel maar reageren niet. Ze hebben geen zijn om je dan aandacht te geven of ze weten dat het hun teveel gaat kosten. Met een deur collecte doe je net of je de bel niet hoort en de oproep om vrijwilligerswerk te doen heb je toevallig even gemist.

Hulp van mensen is een kwetsbaar iets. Het staat of valt met hoe iemand wil horen. En nu zijn we bij de kern aanbeland. Want als een roep moedwillig wordt genegeerd kan dit catastrofale gevolgen hebben voor een persoon of een heel volk. Zo kunnen we mensen aan hun lot overlaten omdat het, óf teveel kost óf omdat we er niet aan kunnen verdienen. Ik weet dat ik hier een gevoelig punt benoem en ik zal niet alles over een kam scheren want er zijn ook organisaties die niet politiek of economisch gebonden zijn.

Conclusie: Ons antwoord op roepen kan heel gekleurd zijn.

Hoe belangrijk is je roep

Er is een roep om materiële en geestelijke hulp. Het materiële daar kan iedereen wel iets aan bijdragen. Het lopen van een collecte of mensen werven voor een goed doel is iets wat al heel snel tot onze mogelijkheden behoord. Maar een geestelijke hulproep dat ligt gelijk een stuk lastiger. Daar moet je óf voor opgeleid zijn óf christen zijn, met veel visie om mensen te helpen hun weg naar bevrijding te vinden. Vooral de bevrijding van gebonden mensen vereist wel een goede voorbereiding en training. Gelukkig zijn hier goede mogelijkheden voor. Het vereist goede oren om de noodroep van mensen op de juiste wijze te kunnen interpreteren. Dat hier ook fouten worden gemaakt ligt voor de hand. Ook in de Bijbel lees je dit, denk maar aan het verhaal van de zonen van Skevas HANDELINGEN 19. Hieruit kunnen we leren dat het kennen van God door Jezus’ offer een vereiste is. Want wat heeft de ander eraan geholpen te worden van de wal in de sloot?

De mens die roept zal dit altijd doen om geholpen te worden. Want nood leert immers bidden? Dan ga je er niet vanuit dat de hemel van koper is. Nee, een roep naar de hemel wordt altijd gehoord, maar de eerlijkheid gebied me om te zeggen dat de verhoring soms anders verloopt dan we denken. Het is niet aan ons om God voor te schrijven hoe er verhoord moet worden. Daar ligt voor veel mensen een groot struikelblok. Ze willen graag op hun wenken bediend worden. En wanneer dit ook nog lukt wordt dit door hun als een ‘leermodel’ gebruikt, wat andere christenen ook moeten toepassen. Maar wanneer God een andere weg met de hulproep gaat dan gaat dit voor veel mensen ten koste van hun geloofsleven. Dan verdwijnt ‘de God kan alles’ spontaan uit hun leven. Maar waar gaat het je dan om? Voor veel mensen zijn de cadeautjes belangrijker dan God zelf.

We zullen onze roep naar God dan ook moeten zuiveren van de invloed van het menselijke denken. De roep naar God kent heel vaak de invulling van eigen verlangen. En hoe goed dit ook kan zijn, een reële roep naar God zal het kenmerk dragen van, ‘Vader Uw wil geschiede’. Wil je:

  • in je roep naar God Hem ook beter leren kennen?
  • in je eigen nood ook dichter bij God de Vader komen?

Ik weet dat bij deze vragen niet zo vaak wordt stil gestaan. Want bij een roep om hulp zal de nadruk liggen op iets ontvangen en niet op een relatie. En toch is dit uiteindelijk waar het God om gaat. Hij verlangt naar contact met ons omdat we zijn Schepsels zijn. En onze vragen gebruikt Hij om dit doel te verwezenlijken. Een tekst die ons hierin helpt is deze:

“Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn” ROMEINEN 8:28 NBG.

Hoe vaak hebben we tegen iemand gezegd die het moeilijk had; ‘God laat alle dingen meewerken ten goede’? Ben je ziek, zonder werk, lig je in een echtscheiding, het lijkt wel of sommige Bijbelteksten als een religieuze pleister op elke nood geplakt kunnen worden. Kop op hoor, God laat alles meewerken ten goede, of wist je dat nog niet? En hoe waar dit ook is, er staat nog iets in de tekst en dat zal voor velen van ons een eyeopener zijn, namelijk: “die God liefhebben”. Dingen werken niet zonder die voorwaarde mee ten goede. Dat kan ook niet want, wie God niet liefheeft denkt kennelijk ook heel anders over Hem, die heeft wellicht met God afgerekend. Of heeft nog onvoldoende in de gaten dat God een God van liefde is.

Ken je eigen nood

De druk van deze maatschappij zal er zeker voor zorgen dat ieder van ons zijn of haar nood tegenkomt. Dat kunnen we niet ontlopen. Maar wat we ook meemaken, al deze vormen van lijden hebben niet de macht om ons van God te scheiden.Zie ROMEINEN 8:35. Hoe sterk de aanvallen van de vijand ook zijn ze zijn nooit opgewassen tegen de kracht van God die in ons woont. Hoe slim de vijand ook is God maakt er iets goeds van.

“Ik geloof dat God jullie slechte bedoelingen heeft omgebogen tot iets goeds, want Hij heeft mij deze hoge positie gegeven, zodat ik de levens van vele mensen kon redden” GENESIS 50:20 HB.

Het kwade van de vijand maakt Hij ondergeschikt aan Zijn plan. Want: “Wie zal de uitverkorenen Gods beschuldigen? ROMEINEN 8:33. Hiertoe is niemand in staat, geen macht in de hemel en geen macht op aarde. Zie ROMEINEN 8:38-39. Het liefhebben van God is altijd het ware kenmerk van Gods kinderen. Het hoort thuis in onze relatie met God de Vader.

“Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten” DEUTERONOMIUM 6:4-5.

Het is juist deze oproep die door alle tijden heen klinkt als een roep van God, omdat hierin zowel Gods karakter als ons karakter gezien zal worden. “Besef dus goed, alleen de HEER, uw God, is God en hij houdt woord; hij komt zijn beloften na en is trouw aan ieder die hem liefheeft en die doet wat hij gebiedt, tot in het duizendste geslacht” DEUTERONOMIUM 7:9. Wat een mooie belofte en een evenzo mooie uitdaging, want liefde laat immers zien wat er in het hart is? En let dan eens op deze belofte:

“Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft. Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven, zoals God heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft” JACOBUS 1:12.

Liefde voor God kan nooit een bijzondere prestatie van onze kant zijn, maar het is slechts een reactie op het ontvangen van Gods liefde in ons eigen hart. Want: “Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad” 1 JOHANNES 4:19. Zie ook ROMEINEN 5:5. Zijn liefde voor ons is van Hem uit gegaan, lees JOHANNES 3:16 er maar op na. Want onze leefwijze was niet zo op God gericht.

“Toen u God nog niet kende, was u onderworpen aan goden die helemaal geen goden zijn. Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bent, u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wendt en u daaraan als slaven onderwerpen wilt?” GALATEN 4:8-9.

Hoe diep kan een mens weer wegzakken in de wil van ‘armzalige machten’? En hoe volgzaam kunnen we als gebonden mensen achter ‘slaafsmakende systemen’ aanlopen? En toch durft Paulus het aan om te zeggen dat we naar Gods voornemen geroepenen zijn. Goed, het initiatief is van God uitgegaan, dat lezen we terug in heel de Bijbel. Door alle eeuwen heen is het een voornemen van God geweest om ons als begenadigde mensen te leiden naar zijn Vaderhart. En hoezeer dit gestalte heeft gekregen is alleen af te lezen aan het Offer wat Jezus voor ons allemaal heeft gebracht. Daarom staat er ook dat, “In onze verbondenheid met hem hebben wij ons erfdeel ontvangen. Zo is het van tevoren beslist in het plan van God, die alles uitvoert zoals hij het wil” EFEZIËRS 1:11 GNB. ZIE OOK 3:11.

En het doel van dit alles lezen we in dit gegeven:

“Hij heeft ons gered en ons geroepen om ons aan hem toe te wijden, niet omdat wij iets gepresteerd hadden, maar omdat het zijn eigen besluit was ons genadig te zijn. Die genade heeft hij voor de aanvang der tijden voor ons weggelegd in Christus Jezus” 2 TIMOTHEÜS 1:9-10 GNB.

In het licht van dit vers zullen we niets anders willen dan heel graag verlost worden van al onze daden die Gods Licht niet kunnen ver-dragen.

  • Maar voldoen we aan Gods Roep om ons leven toe te wijden aan Hem?
  • Is ons doen en laten een getuigenis van Zijn aanwezigheid in ons?
  • Zijn we billboards van Gods liefde langs de snel-weg van de verwording?
  • Mag die ander meekijken in de keuken van ons dagelijks bestaan?

Omdat we nog steeds ontkennende antwoorden moeten geven op dit soort vragen hebben we zelf elke dag ook Gods genade nodig. Dan komen de woorden ‘alles zal meewerken ten goede’ in een heel ander daglicht te staan. Dan zijn we heel vaak ook zelf verantwoordelijk voor die dingen die ons overkomen of worden aangedaan. We kunnen onze foute daden niet verzachten met de gedachte dat het wel mee zal werken tot een goed doel, omdat God zoveel van ons houdt. Natuurlijk kunnen onze fouten en zonden ertoe bijdragen dat we minder op eigen kracht en meer op Gods Kracht gaan vertrouwen. Daarom is het zo ontzettend belangrijk om je eigen nood goed te kennen.

“Maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk2 KORINTIËRS 12:9-10.

Zien we hoe belangrijk het is om te weten uit welke Bron we handelen? Durf je zwak te zijn in eigen kunnen zodat Gods ‘mogelijkheden’ in je leven zichtbaar worden? Wat voor soort ‘doorn in je vlees’ heb je hiervoor nodig? Welk probleem kan hiertoe bijdragen? Paulus wist dat zijn eigen zwakheid een machtig wapen in Gods hand was. Let maar eens op zijn conclusie in deze verzen:

“Het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden:

  • van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw.
  • aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld.
  • vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten.
  • geveld, maar gaan niet te gronde.

We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt2 KORINTIËRS 4:7-11.

Een teken van zwakte?

Is lijden een teken van zwakte? Voor veel mensen wel. Maar het lijden om Jezus’ wil daar kun je je als christen niet aan onttrekken. Hieruit kun je immers aflezen dat je een kind van God bent. Bedenk wel dat je het sterven van Christus niet daadwerkelijk kunt ondergaan, maar het is een meedragen van Jezus’ Offer. En dit Offer zal het doden van onvruchtbare werken in ons bewerken. Dat dit getuigenis van Gods werk in ons op verzet stuit moet ons niet bevreemden. Door alle tijden is de kerk van Christus vervolgd. De satan wil maar al te graag het getuigenis van Jezus Redding wegpoetsen uit ons leven. En hoe vaak is de kruisdood van Jezus al niet ter discussie gesteld? Maar begrijp goed, elke aanval op de kerk is een regelrechte aanval op het offer van Jezus Christus. Waarom? Omdat in die overwinning de nederlaag van de satan een feit is geworden. Dat is de strijd die gaande is. Daarom is het geen teken van zwakte wanneer we moeite te verduren krijgen omdat we Jezus als Heer belijden. Paulus zegt het met deze woorden:

“Ikzelf sta elke dag oog in oog met de dood, broeders. Dit zeg ik omdat ik er trots op ben dat u bij onze Here Jezus Christus hoort” 1 KORINTIËRS 15:31 HB.

Elke dag oog in oog staan met de dood, en dat om anderen het evangelie te verkondigen, is beslist geen teken van zwakte. Dat is weten wat je eigen nood is en hierdoor dat van anderen. Dat is begrijpen waarom het gered worden door het Offer van Jezus van cruciaal belang is. En dan komen de woorden die we eerder gelezen hebben zo duidelijk naar voren dat we precies weten, dat ons roepen naar God nooit te vergeefs is. In al dit roepen gaat het om te ontdekken dat God er is voor jou en voor anderen. Dat Hij gezien zal worden door je roepen heen. De antwoorden die God geeft, op welke wijze ook, zijn het ‘zichtbaren teken’ voor ons en voor anderen dat Hij leeft. Dit vat Paulus dan ook zo mooi samen in een alles overwinnende conclusie:

“Opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt”

Dit kent twee kanten. De eerste is dat in ons sterfelijke bestaan de opstandingskracht van Jezus, onze redding, gezien zal worden. De tweede is, dat dit feit doorwerkt in ons dagelijks bestaan en zo zichtbaar wordt voor anderen. Maar is dit een mechanisme dat altijd werkt? Gebeurt dit buiten onze wil om? Het is juist onze wil die dit proces zo vaak blokkeert in ons leven. Het is onze zwakte die de werking van Gods kracht in ons leven zo vaak buiten spel zet. Onze trots en het verlangen om toch eigen wegen te bewandelen maken, dat het zichtbare werk van God door Jezus in ons dagelijkse bestaan heel on-zichtbaar. Daarom is ons roepen naar God elke dag het bewerken van onze redding. Roepen is geen teken van zwakte het is bij uitstek geschikt om van ons andere mensen te maken. Hoe belangrijk zijn voor ons de volgende woorden?

“Ter wille van Christus wil ik graag zwak zijn,

  • beledigd worden
  • in nood verkeren
  • vervolgd worden
  • in benarde situaties zitten

Want juist als ik zwak ben, dan ben ik sterk. Paulus heeft alles voor de Korintiërs over” 2 KORINTIËRS 12:10 GNB.

Wat staat er op ons lijstje van dagelijkse veranderingen? Begint dit ook met; “Ter wille van Christus wil ik graag zwak zijn?” Wanneer we vermijden om beledigd te worden, of het lijden willen ontlopen en moeilijke zaken ontwijken, moeten we ons ernstig afvragen welk getuigenis op de voorgrond staat. Om het getuigenis van Jezus werkelijk zichtbaar te maken dan moet je wel weten wat roepen inhoud.

Want roepen naar God is je bewust vereenzelvigen met Jezus Christus.

Wanneer roepen

“Proef, en geniet de goedheid van de HEER, gelukkig de mens die bij hem schuilt” PSALM 34:9.

Proef en geniet de goedheid van de Heer, is iets wat dagelijks doorkruist wordt door de zwakte van onze wil en daden. Genieten van de Aanwezigheid van Jezus in je leven zullen je doen begrijpen wat het verschil is tussen zoet en bitter. Misschien zeg je; ‘dat verschil ken ik, maar mijn scheiding, mijn ziek zijn, mijn zonde problemen hebben mijn geestelijke smaakpapillen aangetast’. Er is zoveel in het leven wat ons een andere smaak kan geven. En een teveel aan bittere smaak zal je binnenste snel doen veranderen. Het zal de mooie tuin van je geestelijk bestaan veranderen in een dor en woest achteraf-tuintje. Is dit herkenbaar? Natuurlijk! Het gezegde; ‘door schade en schande wordt men wijs’ zit stevig ingebakken in onze genen. Dat bepaalt ons altijd weer bij het feit dat wij ook onderdeel zijn van de gevallen schepping. Hier kun je je aan willen onttrekken maar tevergeefs, maak je geen fouten linksom dan maak je ze wel rechtsom. De zonde ligt immers als een belager aan ieders voordeur? Zie GENESIS 4:7.

Wij proberen te begrijpen wat het zondeprobleem met ons doet, maar God weet wat het met ons hééft gedaan. Want de wetmatigheid van de zonde dringt zich elke dag aan ons op, we willen het goede doen, maar doen het kwade. Dat doet ons beseffen dat we gevangenen zijn van wet en zonde, daarom hebben we allemaal de verlossing door Jezus Christus nodig. Dit geweldige verlangen naar bevrijding van de zonde die als een macht in ons heerst zal ons doen roepen: “Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer” ROMEINEN 7:21-25.

Dit geweldige feit, mag ons uitdagen om te blijven roepen naar God. Want zolang we nog met al onze vezels verbonden zijn aan dit aardse bestaan zullen we blijven roepen, ‘ Heer kom ons te hulp’.

Het roepen van David

Wanneer we Psalm 28 lezen zet vers één een glasheldere toon neer. Wat David hier zegt maakt duidelijk dat hij in een benarde positie zit. Of het hier gaat om familie problemen of om het feit dat zijn zoon Absalom hem van de troon wilde stoten, dat zullen we niet weten. Maar dat David in grote problemen verkeerde is duidelijk. De tegenstand die hij ondervindt noodzaakt hem om tot God te roepen. Velen van ons zullen het niet aandurven om met een dergelijke woordkeuze tot God de Vader te naderen. Maar David wel, want hij weet als God niet antwoord dat dit zijn dood betekent.

“U, HEER, roep ik aan, mijn rots, houd u niet doof. Als u blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf” VERS 1.

Houdt U niet doof, laat het niet na tot mij te spreken Heer. David heeft een antwoord nodig en zijn diepe nood rechtvaardigt zijn woordkeus. Maar het laat tevens zien dat hij wel een heel persoonlijke relatie met God heeft. Hij kent een vaste geloofsbodem waar hij op staat. Van daaruit put hij de kracht om zich op een dergelijke manier uit te drukken. Eigenlijk roept David; ‘bewijs met de daad dat U mij verhoort. Hoe herkenbaar is dit? De mens in nood kan zo intens verlangen naar een oplossing.

“Ze zeiden tegen Samuël: Houd u niet doof voor ons, maar roep de Heer, onze God, om hulp en vraag of hij ons bevrijdt uit de greep van de Filistijnen!” 1 SAMUËL 7:8 GNB.

Negeer onze vraag niet Samuël, laat ons smeken niet te vergeefs zijn. Hun angst was heel groot toen ze zagen welk leger zich tegen hen verzameld had. Dan wil je wel roepen. Maar het lastige is dat God soms op een andere manier verhoort. Dan is het net of je geen antwoord krijgt. Dan komt het er op aan hoe je God kent. Wat is dan je geloofsbasis? Welke zekerheden houden je dan overeind? Wanneer we het leven van Job bekijken dan heeft hij veel moeten doorstaan. Een onvoorstelbaar groot lijden verscheurde zijn hart. En nadat hij met God de confrontatie was aangegaan, moest hij inzien dat Gods raadsbesluiten ondoorgrondelijk zijn. Dan doet hij een zeer opmerkelijke uitspraak.

“Door horen zeggen heb ik van U vernomen, Maar thans heeft mijn eigen oog U aanschouwd” JOB 42:5 PETER CANIS VRT.

Job begreep dat niets buiten de macht van God ligt en dat zijn plannen altijd gezien zullen worden. Dat was voor hem een schokkende ontdekking, en dan komt hij tot deze belijdenis: “Ik geef het toe, ik sprak over zaken waar ik geen verstand van heb, wonderbaarlijke dingen die ik niet kan begrijpen” JOB 42:3 GNB. En Job herroept zijn woorden en erkent God als Heer over alles wat leeft. Vergaat het ons ook vaak niet zo? Hoe vaak gaan we met God in discussie wanneer antwoorden uitblijven? Heel begrijpelijk zeggen we dan, maar is dat wel zo? Geeft dit aan dat we God van horen zeggen kennen? Dat zegt Job in ieder geval wel. Voor hem was de discussie gesloten. Uit woorden had ik over U gehoord, maar nu heb ik U gezien.

Hier moeten we eens goed bij stil staan. Want dan ga je begrijpen dat er globaal gesproken, twee soorten geloof zijn. Kennis geloof en relatie geloof. Kennis geloof is van horen zeggen, heb ik van U vernomen. Maar relatie geloof is, dat je God ziet. Ga je God dan letterlijk zien? Nee, uit de context van Job’s verhaal lezen we hoe God hem zegende. God bracht een keer in het leven van Job, en kreeg vele malen meer dan hij verloren had. In dit wonder van herstel heeft Job God met eigen ogen gezien. Wat een diepe les zit hier voor ons in verborgen. Begrijp me goed, ik zeg niet dat kennis geloof ongeestelijk is. Maar wanneer je dit niet in relatie met God en God de Zoon brengt, moet je je ernstig afvragen of die kennis je niet in de weg staat om Hem werkelijk te ontmoeten. Dat zal altijd een spanningsveld blijven.

Dat zien we ook bij David, hij zoekt God in gebed en drukt zich heel sterk uit omdat er een diepe nood is in of om hem heen. Dat hij God kent lezen we duidelijk in deze woorden: “Hoor mijn smeekbede als ik u om hulp roep, als ik mijn handen ophef naar het hart van uw heiligdom” VERS 2. Tot in het hart van Gods heiligdom nadert David God. Hij kent de plek van Gods troon en weet daar moet ik zijn. Maar geeft God een hoorbaar antwoord? Weet David nu wat hem te wachten staat? God zwijgt. Is Hij dan niet betrokken bij het lot van David? Laat het Hem dan koud als mensen Hem aanroepen? Of antwoord God op een andere manier?

De belijdenis van David

Diep in zijn hart weet David dat geen enkel gebed onbeantwoord blijft. Daarom weigert hij God vaarwel te zeggen en blijft hij vasthouden aan Zijn belofte. Davids nood kunnen we lezen in de VERZEN 3-5 en dan liegt het er niet om wanneer hij zegt: “Ruk mij niet weg met de kwaadwilligen, met hen die onrecht doen”. En met het uitspreken van die woorden komt zijn hart tot rust. Hij heeft zijn noden bij God gebracht en weet God zal zorgen. David is diep in zijn hart overtuigd dat God zijn smeekbede heeft gehoord. En let dan eens op de belijdenis van zijn lippen:

“De HEER is mijn kracht en mijn schild, op hem vertrouwde mijn hart, ik werd geholpen en mijn hart jubelde, hem wil ik loven in mijn lied” VERS 7.

Is dit niet een prachtig slot voor al ons roepen voor elk gebed dat we uitspreken: “op Hem vertrouwde mijn hart, ik werd geholpen”. Dan hebben we een geweldig getuigenis uitgesproken een diep belijden van ‘we zijn geholpen’. Waarom, omdat we bij God nooit tevergeefs roepen. David is hier de spreekbuis van de mens in nood. Heer U kent de noden van mijn volk, red dit volk, zegen het, draag het als een Herder voor eeuwig. Zie VERS 9. David ziet Gods antwoord in de toekomst waar Hij zal afrekenen met al het kwaad. Waar Hij al zijn kinderen, die van de ene en die van de andere stal, zal verzamelen om hun Herder te zijn voor altijd. Zie JOHANNES 10:16 HB. Die eenwording zal samenvallen met de wederkomst van Jezus Christus op aarde.

Dit feit maakt de belijdenis van David zo uniek. Hij zoekt God in sterke woorden, en zijn belijden kent een visionaire inhoud. Hij richt zijn blik ver vooruit. Dat is roepen met inhoud. Want ook ons roepen zal uiteindelijk uitlopen op een grandioze verlossing. God Zelf heeft ook aan ons een Verlosser gegeven, Jezus de Messias. Laten we daarom: “Het oog gericht houden op Jezus, die ons op de weg van het geloof is voorgegaan en ons naar de volmaaktheid brengt. Om de vreugde die voor hem in het verschiet lag, heeft hij het kruis op zich genomen en de schande niet geteld. Nu zit hij aan de rechterzijde van de troon van God” HEBREEËN 12:2 GNB.

Hoe roepen wij

Wátwij roepen zegt iets over onze nood, hóe we roepen zegt iets over onze relatie met Jezus. Maar wat of hoe we roepen naar God, Hij hoort en verhoort. Misschien ben je boos op God, op mensen of op je zelf, dat kan in dit leven. Maar het is een kunst om ‘eerlijk woedend’ te zijn. Dat je je niet bezondigt aan je boosheid, en anderen er de dupe van laat worden. Dat zal je alleen maar verder bij God en die ander vandaan drijven. Aristoteles zei dit;

‘Het is gemakkelijk om woedend te worden dat kan iedereen maar boos zijn,

  • op de juiste persoon
  • in de juiste mate
  • op de juiste tijd
  • met het juiste doel
  • op de juiste manier

Dat is niet gemakkelijk en dat kan niet iedereen. Een zuiver geweten is een machtig wapen in Gods hand.

Wie PSALM 139 leest krijgt een les over Gods aanwezigheid in, ‘al de hoogte en diepte punten’ van het leven. Wij laten niet snel iemand zomaar in het ‘diepste zijn’ van ons bestaan kijken. Want we zijn veel te bang dat iemand iets over ons echte innerlijk te weten komt. Dat vinden wij niet fijn. Maar God weet alles over ons leven dat verteld ons deze Psalm. Hoe we ook bekend staan God accepteert ons zoals we zijn. Hij blijft van ons houden onvoorwaardelijk. In al onze noden, vragen, twijfels ja in elke beproeving is God er bij. Hij zal ons beschermen, liefhebben en leiden. En slaan we toch op de vlucht voor God of we willen Hem bewust ontlopen in onze nood, dan nog weet Hij ons te vinden. Dat is goed nieuws voor alle mensen die roepen. Zo zijn we nooit te ver weg bij Gods troostende genade. Lees die Psalm er maar eens rustig op na. Dan ga je ook begrijpen wanneer God het volgende zegt:

“Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn” JEREMIA 33:3.

Wat een geweldige verzekering, God zal antwoorden. Maar de voorwaarde is roepen. Maar zijn we niet te vaak geneigd om te klagen te mopperen of kritiek op God te hebben? Daarom mogen we leren om echt te roepen naar God. Zonder een door ons gestelde voorwaarde. Bedenk wel dat wij door ons roepen bevestigen dat Hij alleen God is, en dat wij het in eigen kracht niet kunnen volhouden of volbrengen. En wat dan die wonderlijke dingen zijn? Dat weten wij nooit vooraf. Maar dat het wonderlijk is dat blijkt uit deze tekst.

“Elke goede gave, ieder volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader, de schepper van de sterren aan de hemel. Hij kent geen verandering en vertoont geen schaduwzijde” JAKOBUS 1:17 GNB.

Het komt van boven van de Vader. Wie zegt; ‘dat de hemel van koper is’, en dat je ‘kunt bidden tot je een ons weegt’, zitten er volkomen naast. God zegt:

“Ik ken uw doen en laten. Ik weet dat u niet sterk bent, maar u hebt gedaan wat Ik zei en bent Mij niet ontrouw geworden. Daarom heb Ik een deur voor u geopend die niemand sluiten kanOPENBARING 3:8 HB.

Het is de kracht van God die door die geopende deur Jezus Christus in ons werkt. Die Kracht is bij machte om oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken. Zie Efeziërs 3:20. Hoe je gaat roepen of wat je roept weet dat God je hart kent. Want:“Voor er een woord over mijn lippen komt, weet u al, Heer, wat ik denk” PSALM 139:4 GNB. Kijk dat geeft rust te midden van al ons roepen. Ons woordeloos gemompel, Hij verstaat het.

In ons roepen legt God zijn Aanwezigheid en zegent ons op velerlei wijze.

“Hij heeft de macht u te overladen met allerlei gaven. Daardoor hebt u altijd en in alle opzichten van alles ruim voldoende en houdt u nog over om allerlei goed werk te doen” 2 KORINTIËRS 9:8 GNB.

Kijk dat is God, we worden overladen met gaven, denk dus nooit te klein over God. Hij is groter dan welk probleem dan welke ziekte of waar je ook doorheen moet. Tot slot nog een geweldige bemoediging en lig daar maar wakker van overdenk dit maar bij iedere roep tot God de Vader.

“De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogtJESAJA 58:11.

Ik hoop dat deze studie je zal bemoedigen.

In Hem verbonden, Fred IJzerman