Stel je belt bij iemand aan en vraagt; ‘ik ben op zoek naar Jezus’, welke reacties zou je krijgen? Zou de eerste de beste je echt op weg helpen of sturen ze je gelijk door naar het ‘leger des heils’ of een of andere kerk bij hun in de buurt? Misschien gooien ze de deur ook wel voor je neus dicht, omdat ze je aanzien voor een of ander sekte lid. Het kan ook zijn dat je een kaartje in de handen geduwd krijgt met het adres van een psychiater. Hoe het ook zij, wat bijna zeker is dat je vaak kunt rekenen op vervelende reacties.

Inhoud van deze studie:

  • Inleiding
  • De juiste kerk
  • Offensief tegen de kerk

    Het menselijk denken
    Het onlogische denken
    Het wettische denken
  • Een krachtig getuigenis
  • Welke vraag ook al weer
  • Afhaal of loket geloof
  • Je blijft op zoek
  • Hoezo velen genodigd

Inleiding

Hoe het ook zij, wat bijna zeker is dat je kunt rekenen op vervelende reacties. Een middenvinger of een vinger naar het voorhoofd zijn de meest voor de hand liggende reacties. Goed je kunt je zoektocht op de zelfde voet doorzetten, maar denk je dat je veel kans maakt? En hoe groot is die kans dan, één op honderd of één op duizend? Getallen zijn misschien moeilijk te achterhalen. Maar wat je wel te weten kunt komen is dat de ‘in Jezus geloofsdichtheid’ van de Nederlandse bevolking niet zo hoog is.

Niet iedereen zal je welkom heten met een dergelijk vraag. Maar stel dat er iemand is die je heel hartelijk verwelkomd, moet je die dan gelijk om de hals vliegen? Ontstaat er dan ter plekke een geloofsband tussen elkaar? Maar wie zegt je, dat jij bij hún aan het juiste adres bent, heb je dan geluk of moet je op je hoede zijn? Want er zijn tegenwoordig zoveel mogelijkheden. De kerkelijke kaart van ons land ziet er behoorlijk gekleurd uit. En wie vertelt dan de waarheid? Waar kaf is daar is ook koren, heb ik eens gelezen. Maar ja, argwaan koesteren helpt je ook niet verder. Moet je dan besluiten te stoppen met je zoektocht? Voor wie werkelijk een antwoord zoekt zal de ‘verschillen aan inzicht’ moeten filteren. Maar hoe doe je dit? Welke criteria hanteer je hiervoor? En wie mag jou controleren of je het goed hebt gedaan?

De juiste kerk?

De juiste kerk vinden is onmogelijk dat bestaat niet, althans niet hier waar wij leven. Daar zijn we veel te eigenzinnig voor. We hebben teveel meningen en worden vaak omver gelopen door al die stokpaartjes. Nee, er is tegenwoordig maar weinig voor nodig om de gelovigen zo te manipuleren dat je een eigen gemeente kunt starten. De geestelijke doe het zelf mentaliteit is nog nooit zo sterk vertegenwoordigd geweest als in deze tijd. We zijn druk met van alles en nog wat en de uiteindelijke conclusie is dat we ‘over georganiseerd’ zijn. Het lichaam, wat we kerk of gemeente noemen heeft een teveel aan oververzadigde onderdanen. We vergaderen, en organiseren, doen aan kerkelijk liefdadigheid, en ieder kerklid is wel ergens bij ingedeeld.

Hoe goed dit ook allemaal zal zijn de vraag die belangrijk is is deze, ‘hoe vaak vertellen we anderen van ons geloof in plaats van elkaar? We evangeliseren vaker binnen de kerkmuren dan daarbuiten. Nu is dit soms ook wel nodig, want er komen natuurlijk ook gasten in je gemeente. Maar er zijn ook afgedwaalde schapen die weer op dé weg geholpen moeten worden. En wat te denken van mensen die willens en wetens volharden in een stelling of visie van een buitenkerkelijke evangelist? Nee, dit moet natuurlijk bestreden en uitgebannen worden, zullen de meesten zeggen. Of toch niet? Kijk dergelijke zaken zorgen dus voor verdeeldheid. En zo ontstaat er partijvorming en versplintert een gemeente.

Maar dat is toch goed? O ja? Natuurlijk zullen sommigen zeggen want: “Het is onvermijdelijk dat er partijvorming onder u is, zodat duidelijk wordt wie van u betrouwbaar is” 1 CORINTHIËRS 11:19. Een natuurlijke zuivering zou je kunnen zeggen zodat de gemeente gezond blijft. Maar daar staat tegenover dat Paulus de gemeente vermaant in de Naam van de Here Jezus, dat gemeente leden ‘eenstemmig’ moeten zijn zodat er geen scheuringen ontstaan. 1 CORINTHIËRS 1:10. En verderop in de brief van Judas lezen we : “Zij zijn het, die scheuringen maken, natuurlijke mensen, die de Geest niet hebben” JUDAS 1:19.

We kunnen dus geen scheuringen voorkomen, maar we moeten ze ook niet veroorzaken want dan ben je een ‘natuurlijk mens’, is de samenvatting van deze drie teksten. Maar is hier alles mee gezegd, ik denk van niet. De gemeente moet leren om de echte boodschap te laten horen. Om acht te geven, dat waar het om gaat niet ondergesneeuwd raakt door leerstellingen en andere zaken. Paulus’ motivatie zag er als volgt uit:

“Wij doen dit werk in Christus met zuivere bedoelingen en niet zoals vele anderen, die Gods boodschap uitdragen om er zelf beter van te worden. Wij werken in opdracht van God en Hij ziet alles wat wij doen” 2 CORINTHIËRS 2:17 HB.

En even verderop zegt hij:

“Van daden die het daglicht niet kunnen zien en waarvoor we ons moeten schamen, hebben we ons altijd ver gehouden. Wij gaan niet sluw te werk en vervalsen de boodschap van God niet. Nee, door de waarheid openlijk te verkondigen bevelen we voor het oog van God ons aan bij het geweten van ieder mens” 2 CORINTHIËRS 4:2 GNB. Zie ook 1 THESSALONICENZEN 2:3-5.

Maar hoeveel varianten bestaan er tegenwoordig? En hoeveel verkondigers zijn er die hun eigen aanhang gecreëerd hebben? Leven we misschien in een tijd dat de luisteraar tevreden gesteld moet worden met een boodschap die ze prettig vinden om aan te horen? Heeft Paulus het dan nog steeds bij het rechte eind, wanneer hij zegt:

“Want er komt een tijd dat de mensen niet meer naar de waarheid willen luisteren, maar leraars zoeken die hun vertellen wat zij graag willen horen2 TIMOTHEÜS 4:3 HB. Zie ook 2 TIMOTHEÜS 3:1-5.

Maar wie vertelt ons, welke waarheid de juiste is? Deze discussie zal er altijd blijven. Sinds het ontstaan van de kerk wordt Gods Waarheid aangevochten, dat is het doel van Gods vijand. We moeten onze opdracht zuiver houden, vrij van eigen interpretatie. We moeten ons goed beseffen dat we een grote verantwoordelijkheid hebben gekregen om Gods woord te verkondigen. Een goede graatmeter hierbij is dat we door de verkondiging gaan begrijpen hoe belangrijk het is om God je Vader te kunnen noemen en dat Jezus je Heer is en dat de heilige Geest je geloofsleven kan verdiepen, zodat de waarheid je vrij kan maken van de gevolgen van deze gebroken schepping. Dit is misschien een hele mond vol, maar geeft wel duidelijk aan waar het écht om gaat.

Het begrip zuiver heeft in kerkelijke kringen de betekenis gekregen van ‘trouw blijven aan de Waarheid’ in Jezus Christus. Maar christenen worden in onze tijd niet meer zo gewaardeerd en in veel landen worden ze beschouwd als lastige mensen, daarom worden ze vervolgd om hen het leven zuur te maken. Met als doel dat ze Christus zullen verloochenen. En zo wordt er altijd geprobeerd om de kerk aan te klagen en af te breken. Zolang dit van buitenaf komt kunnen we ons hier nog redelijk tegen wapenen, dat is meestal wel goed herkenbaar. Maar de vijand heeft een veel sterker middel gevonden, de kerk van binnenuit aanvallen.

Hol de boodschap maar uit, probeer de kern maar weg te nemen, filter de noodzaak van het kruis van Jezus maar weg uit het geloofsleven, is zijn tactiek. Zodoende zal er een kerk ontstaan die vooral met zichzelf bezig is, wat in de meeste gevallen ten koste zal gaan van de waarheid, van Gods Waarheid. Ben ik nu te eenzijdig in mijn visie? Moet ik het breder gaan zien? Wel, we moeten goed onthouden, veel wegen leiden naar Rome - het beeld van de intellectuele mens. Maar er leidt maar één weg naar Jeruzalem - de zetel van ons geloof. Waar kiest de mens voor? Het intellectuele zal de meeste aantrekkingskracht uitoefenen. Want dit spreekt de verstandelijke en de wettische mens aan. Daar kunnen we zelf op anticiperen en veranderingen in aanbrengen. Maar de weg naar Jeruzalem naar de zetel van ons geloof, tja die weg daar valt niets te manipuleren, die is zoals die is. Dat is en wordt van bovenaf bepaald, daar kunnen we niets aan toe voegen maar ook niets uit verwijderen. En welke weg is dan de beste? Die keuze zal bemoeilijkt worden door het offensief van de satan tegen de Weg de Waarheid en het Leven. Zie JOHANNES 14:6.

Offensief tegen de kerk

       Het menselijk denken

Er zijn veel dogma’s, wijsbegeerten en filosofisch gedachten goed aan ons christelijke geloof toegevoegd. Hierdoor zijn en worden veel mensen misleid en in verwarring gebracht. In Paulus’ tijd werden de christenen hier al voor gewaarschuwd.

“Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld” KOLOSSENZEN 2:6-10.

Dit leert ons om op onze hoede te zijn voor ‘misleidende theorieën’, voor ‘machten van de wereld’. Waarom willen die ons leven zo graag vervullen en beheersen? Omdat we:

  • Voor Jezus Christus hebben gekozen.
  • Een toegewijd leven aan Jezus willen leiden.
  • Er naar streven door Hem onderwezen te worden.
  • De kracht van de heilige Geest hebben leren kennen.
  • In Christus geworteld en gegrondvest zijn.

Daarom zegt Paulus, ‘pas op dat je niet om de tuin wordt geleid’. Klinkt ons dit bekend in de oren? Zo nee, dan zegt God bij monde van de profeet Jeremia:

“De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, zegt: Laat u niet beïnvloeden door de valse profeten en waarzeggers die daar bij u zijn. Luister niet naar de dromen die zij hebben, want zij profeteren leugens in mijn naam. Ik heb hen niet gestuurd, zegt de HERE” JEREMIA 29:8-9 HB.

Deze waarschuwing voor het Israël van toen, is ook voor de kerk van nu een lering om een belangrijke les te leren. Zo waarschuwt ons de Hebreeën schrijver met deze woorden:

“Laat u niet op een zijspoor brengen door allerlei vreemde theorieën. Terecht steunen wij op Gods genade, en niet op spijswetten. Wie daarnaar hebben geleefd, hebben er geen baat bij gevonden” HEBREEËN 13:9 GNB.

Hebben wij al ontdekt waar we écht en blijvend baat bij hebben gevonden? Of zitten we nog verstrikt in het spel der goden? En worden we nog heen en weer geslingerd door leringen van mensen? Zie KOLOSSENZEN 2:22; 1 TIMOTHEÜS 4:1. Wat doen we met dit alles? Laten we dit nog over ons heersen of hebben we dit op grond van Gods woord ‘voor dood verklaard’? Kan dit dan? Behoort dit tot onze mogelijkheid? Ja zeker, lees maar:

“Als u met Christus dood bent voor de machten van de wereld, waarom laat u zich dan geboden opleggen alsof u nog in de wereld leeft? ‘Raak dit niet aan, proef dat niet, blijf daarvan af’ – het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan. Dat moet allemaal voor wijsheid doorgaan, maar het is zelfbedachte godsdienst, zelfvernedering en verachting van het lichaam; het heeft geen enkele waarde en dient alleen maar tot eigen bevrediging” KOLOSSENZEN 2:20-23.

Kun jij zelf of anderen het verschil zien door wat jij dood hebt verklaard omdat je één met Jezus bent? O dat is een groeiproces zul je zeggen, nee zegt de Bijbel, dat is een feit. Dat groeiproces heeft te maken in hoeverre we luisteren en doen wat God van ons verlangt. Dan zul je misschien langzaam veranderen, maar wat zeker is, door ons aan de waarheid te houden groeien we naar Hem toe. Zie EFEZIËRS 4:15. En dat doet een zelfbedachte godsdienst niet, hierdoor zul je geestelijk verarmen. Dan zal er geen positieve groei ontstaan. Dan zullen we het mikpunt zijn van alle machten en overheden. Vergelijk EFEZIËRS 6:12 met KOLOSSENZEN 2:15.

Laat je niet meeslepen of op een zijspoor zetten door holle theorieën die gebaseerd zijn op machten van deze wereld of vreemde theorieën die hun oorsprong niet hebben in Christus, is de kern van dit Bijbelse betoog. Paulus neemt duidelijk stelling tegen het menselijk gedachten goed. Hij noemt dit ‘hol en misleidend’ en ‘geen enkele waarde hebbend’. Eigenlijk zonder inhoud en verwarrende en bedrieglijke taal.

Waar kwam zijn inzicht weg om dit zo duidelijk aan de kaak te stellen? Paulus kende de wereld van de filosofie, hij was er zelf een geweest, dus kende hij hun denkwijze en sprak hun taal. Zodoende wist hij de kerk tegen dit soort invloeden te wapenen en te waarschuwen. Hij kende een andere Boodschap dat een veel duidelijker antwoord gaf op de grote levensvragen. Daarom veroordeelde hij deze theorie omdat dit soort denken een bedrieglijke godsdienst bewerkte. De bevrijdende boodschap van Jezus werd afgevlakt tot een onaanvaardbaar niveau. Het geloofsfundament werd hier daadwerkelijk aangetast. Om die reden legt Paulus hier opnieuw de nadruk op het feit dat heel Gods wezen belichaamd is en geopenbaard wordt in Gods Zoon Jezus Christus.

       Het onlogische denken

Een ander probleem van de christelijke kerk is, dat er steeds aanvallen komen die proberen de Godheid van Jezus, als het gaat om zijn menswording, teniet te doen. Ze proberen met veel argumenten aan te tonen dat het onmogelijk is dat een machtig God zich zo verlaagt door een menselijke gestalte aan te nemen, dus een menselijk lichaam kon bezitten. Dit impliceert tevens de onmogelijkheid dat Gods zoon aan het kruis gestorven zou zijn voor onze zonden. Want een almachtig God vereenzelvigt zich niet met zonde en dood. Dan zou Hij zijn eigen Godheid ter discussie stellen, dat is ondenkbaar. Deze conclusie bestrijdt Johannes in zijn brief en waarschuwt de gemeente als volgt.

“Geliefde broeders en zusters, vertrouw niet elke geest. Onderzoek altijd of een geest van God komt, want er zijn veel valse profeten in de wereld verschenen. De Geest van God herkent u hieraan: iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die dit niet belijdt, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist, waarvan u hebt gehoord dat hij zal komen – nu al is hij in de wereld” 1 JOHANNES 4:1-3.

In zijn tweede brief schrijft hij nog een keer dezelfde waarschuwing.

“Er zijn veel dwaalleraren in de wereld verschenen die de komst van Jezus Christus als mens niet belijden. Dat nu is de verleider, de antichrist!” 2 JOHANNES VERS 7.

Aanvallen op de kerk kunnen soms heel ingewikkeld maar soms ook heel doorzichtig zijn. Gelukkig hebben wij het Woord van God en dat is altijd het aangewezen gereedschap om na te gaan welk kennis van God komt en welke niet. Zo kunnen we alle aanvallen op het meest fundamentele van onze redding, de vleeswording van Jezus, slechtten met én door de kennis van dit woord. Iemand die niet toegewijd is aan God zal gemakkelijk te beïnvloeden zijn. Maar iemand die Het Woord kent weet dergelijke invloeden te onderkennen, te onderscheppen en uit zijn of haar geloofsovertuiging te schrappen.

Hoe minder kennis van God en zijn Woord, des te eenvoudiger het is om mee te deinen op de velerlei overtuigingen die er zijn. En als mens zullen we bijna altijd kiezen voor dat geloof wat ons het minste kost. We moeten wel gelovig zijn maar niet ‘goedgelovig’ hoorde ik eens iemand zeggen. We zullen de verkondigde boodschap moeten controleren op de echtheid van Gods kennis. Kan het de toets der waarheid doorstaan? Is het zonder geur en smaakstoffen of zijn er zoveel filosofische smaakstoffen aan toegevoegd dat het beperkt houdbaar is? Wie zegt namens God te spreken, die boodschap moet vrij zijn van de geest van de antichrist, zegt Johannes heel duidelijk aan de kerk. Vergeet niet, de antichrist is iemand die al het kwaad belichaamt en in de wereld als een held ontvangen zal worden. Dit maakt het er voor de kerk (in de eindtijd), niet gemakkelijker op. Daarom moeten we stevig in onze overtuiging staan, in de schoenen van het Bijbelse geloof.

De grootste valkuil voor gelovigen is om te luisteren naar een veelheid van leraars. En die tijd komt, zo schrijft Paulus aan Timotheüs.

“Want er komt een tijd dat de mensen niet meer naar de waarheid willen luisteren, maar leraars zoeken die hun vertellen wat zij graag willen horen2 TIMOTHEÜS 4:3 HB.

Er zullen verkondigers zijn die de boodschap van Jezus heel geloofwaardig kunnen verdraaien. Dit zijn mensen die het fundament van ons geloofsleven in al haar kracht zullen aantasten en willen vernietigen, zie JOHANNES 10:10a. Zij zullen zeker een sterk verhaal hebben, en een goede uitleg kunnen geven, maar veranderen de betekenis zo dat het voor veel mensen heel geloofwaardig zal zijn. Wat is de kracht van deze ver-dwaal-boodschap?

“Zij geloven niet omdat de god van deze wereld hun geest heeft verblind. Daardoor kunnen zij de lichtstralen niet opvangen van het evangelie dat de heerlijkheid verkondigt van Christus, die het beeld is van God” 2 CORINTHIËRS 4:4 GNB.

Maar Gods boodschap is niet te kraken door een of andere persoonlijkheid. Je kunt het hooguit tijdelijk van een dwaal-leer-virus voorzien en veel mensen besmetten, met alle gevolgen van dien. Maar de kracht van Gods woord weet altijd weer door te dringen zegt de Hebreeën brief.

“Want het woord van God is vol van kracht en leven. Het is scherper dan het scherpste zwaard; het dringt in één keer door tot onze diepste gedachten en verlangens en snijdt alle delen los; het laat zien wie en wat wij werkelijk zijn” HEBREEËN 4:12 HB.

Wie oprecht zoekt zal zeker de geweldige voorrechten vinden die God ons op grond van Jezus dood aan het kruis en de opstanding uit de dood wil schenken. Want zo kunnen we lezen in KOLOSSENZEN 1:12-13 dat wij:

  • Deel uitmaken van Zijn Koninkrijk door Jezus Christus – 2 KORINTIËRS 5:21
  • Bevrijd van de overheersing van satan en nu Gods kinderen zijn – KOLOSSENZEN 2:15
  • Eeuwig een plaats hebben in Gods rijk – EFEZIËRS 1:5-6
  • Vrijgekocht uit de macht van zonde, dood en oordeel – HEBREEËN 9:12
  • Leven als gereinigde en vergeven kinderen van Hem – EFEZIËRS 1:7

Het virus dat dwaalleraars verspreiden heeft het doel om al deze waarheden aan te tasten. Zij verleiden ons om een ander evangelie te geloven. Vgl. GALATEN 1:6-10. Daarom stelt Paulus zich zo overtuigend op tegen dit soort aanvallen. De schade die dergelijke lieden veroorzaken heeft grote gevolgen gehad op de ontwikkeling van de gemeente van Jezus Christus. Lees de kerkgeschiedenis er maar op na.

God kon volgens hen nooit naar de aarde komen als een werkelijk mens met een lichaam zoals wij.

Maar Paulus maakt duidelijk dat Jezus volkomen aan God gelijk is, dus ook deel van de Godheid uitmaakt. En dat Jezus ondanks dit feit toch als mens kon sterven voor onze gebrokenheid.

Een ander standpunt was dat ze verkondigden dat een heilig God nooit een wereld kon scheppen die vol van zonde en verderf was. Want uit God kan niet iets slecht ontstaan. Vanuit de menselijke benadering zit hier ook wel iets in, waar we goed naar moeten kijken. Om dit te begrijpen moeten we Genesis 1 tot 3 goed lezen. Daar zien we dat God een volmaakte schepping aan de mens toevertrouwde. Maar dat diezelfde mens, de Goddelijkheid van die schepping inruilt voor kennis en macht, tijdens het eten van een appeltje en zo in handen van Gods vijand legde.

Maar Paulus toont overduidelijk aan dat Jezus wel degelijk in een menselijk gestalte ons heeft laten zien dat Hij zowel Gods Zoon is, maar ook de Redder van mensen kan zijn.

Nog een punt is dat dwaalleraren ons willen doen geloven dat Jezus niet de enige Zoon van God kan zijn. Hij is volgens hen één van de vele tussenpersonen die God gebruikt heeft om ons kennis te geven wie God is. Dit schept ruimte voor de grote wereldgodsdiensten. Daarom zeggen mensen dat die godsdiensten ons kunnen brengen bij God de Vader. Jezus onderkende dit en zei tijdens Zijn leven:

“Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door MijJOHANNES 14:6 NBG.

Maar ook nu weet Paulus aan te tonen dat Jezus er al was voor de grondlegging van onze wereld, en dat Hij de eerste was die opstond uit de dood, als enige redder. Lucas zegt dit:

“In hem alleen is er redding, er is hier op aarde de mensen geen andere naam gegeven waardoor we gered zullen worden” HANDELINGEN 4:12 GNB.

Nog één ding. Veel valse godsdiensten weigeren te zien dat Jezus de enige Bron van Redding is. Het alternatief is dat de mens God kan vinden op grond van speciale kennis en offers die god welgevallig zijn.

Maar Paulus bestrijdt dit en toont heel krachtig aan dat een mens alleen op grond van het volbrachte werk van Jezus’ offer behouden kan worden. Wij kunnen hier dus niets aan toevoegen.

      Het wettische denken

De derde aanval van satan op de kerk is, dat men het getuigenis van Jezus en de Apostelen probeerden tot een ‘bijzaak te maken’ van het Joodse geloof. De wet en de besnijdenis bleven de belangrijkste zaken, het christelijk denken kreeg een ondergeschikte plaats. Dat dit een tactische zet was spreekt voor zich. Want zolang je de wet en al de inzettingen blijft praktiseren, is er geen ruimte over voor het reddende Evangelie van Jezus Christus. In de galaten brief stelt Paulus deze kwestie duidelijk aan de kaak. Het verbaast hem dat de gelovigen al heel snel de genade van Christus links lieten liggen en zich weer aan de Wet hielden. Hij maakt op een zeer krachtige wijze duidelijk dat er maar één Evangelie is, maar dat sommigen dit willen verdraaien. Zij stichtten verwarring ten opzichte van Paulus’ verkondiging. En dan doet hij deze uitspraak:

“Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij!” GALATEN 1:6-9.

Even verderop zegt hij dat de enige Redding van Christus Jezus komt en waarschuwt hij de kerk om niet weer het slavenjuk van de wet te laten opleggen. De besnijdenis, zo zegt Paulus, brengt je niet bij Christus. Wie probeert rechtvaardig te worden op grond van de wet, kan zich nooit aan Christus Jezus hechten. Dan, zo kunnen we lezen: “bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld” GALATEN 5:1-4. Lees ook de VERZEN 5-12, en GALATEN 2:11-21.

Waarom drukt Paulus zich zo sterk uit? Zo slecht is de wet met al haar inzettingen toch niet? Lees de tien geboden maar, daar staan geweldige aanwijzingen voor onze normen en waarden. Dit streept Paulus ook niet weg, maar het bracht hun geen Redding, geen verlossing en vergeving. Dat had Jezus voor hen gebracht. Dat moest de kern van hun geloof zijn. Waarom dit zo belangrijk was en is zien we in de volgende woorden. Dan zegt Paulus:

“We hoeven niet te doen als Mozes. Hij moest altijd zijn gezicht met een sluier bedekken om te voorkomen dat de Israëlieten zouden merken dat er een einde kwam aan die voorbijgaande heerlijkheid. Maar hun denken verstarde, want in feite blijven, tot op de dag van vandaag, de boeken van het oude verbond bij de voorlezing in de synagoge met een sluier bedekt. Die sluier wordt niet opgelicht; hij verdwijnt alleen als men gelooft in Christus. Ja, tot op heden ligt er, telkens wanneer uit de boeken van Mozes wordt voorgelezen, een sluier over hun hart. Maar telkens wanneer iemand, zoals de Schrift zegt, zich keert naar de Heer, wordt de sluier weggenomen. De Heer is hier de Geest, en waar de Geest van de Heer is, is vrijheid. En wij allen weerspiegelen de heerlijkheid van de Heer omdat ons gezicht ongesluierd is; we worden omgevormd naar datzelfde beeld en komen tot steeds grotere heerlijkheid, tot een heerlijkheid zoals die afstraalt van de Heer die de Geest is” 2 CORINTHIËRS 3:13-18 GNB.

Hier zien we waarom Paulus ook deze aanval op de Kerk van Christus aanpakt. Waar het de satan om gaat is dat hij niet wil dat gelovigen de heerlijkheid van God gaan weerspiegelen. Dit wil hij ten koste van alles voorkomen. Waarom, zo kunnen wij ons afvragen. Wel iemand die de heerlijkheid van God de Vader en God de Zoon door de Kracht van de heilige Geest weerspiegelt, laat zien wie God is. Deze mensen zijn in hun doen en laten wandelende evangelie verkondigers. Tja, en ik kan mij wel bedenken dat deze mensen niet in het systeem van het rijk der duisternis passen. Kijk je mag best geloven, zo is de tactiek van de satan, als je maar nooit de heerlijkheid van Gods genade laat zien. Zulke ‘spiegels van God’ wil hij het liefst aan gruzelementen gooien. Vgl. JOHANNES 10:10.

En natuurlijk zijn er veel meer kleinere aanvallen op de kerk. Zoals ‘het voor en tegen denken’ bij geschillen in de gemeente. Dit heeft al menig gemeente verdeeld en jammer genoeg kennen we hier teveel voorbeelden van. Maar ook ‘het heidense denken’ zodat christenen niet of nauwelijks volwassen kinderen van God worden. Het ‘partijschappelijke denken’ GALATEN 5:20, of het ‘ambitieuze denken’, al dit soort denken komt voort en wordt beheerst door krachten van buitenaf. Ook hier zal de kerk zich defensief tegen moeten opstellen. Want hoe zal het getuigenis van Jezus Christus anderen kunnen bereiken als we voortdurend bezig moeten zijn met puinruimen? En zou de kerk er dan voor anderen ‘aantrekkelijk’ uit zien? Dit is koren op de molen van de kritisch denkende mens.

Nu zeg je misschien maar dat gebeurt niet in onze kerk. Dan is dit een fijn getuigenis maar toch moeten we op onze hoede blijven, want het rijk der duisternis wil maar één ding, een totale liquidatie van alles wat door God gekend is. En hier wordt geen onderscheidt gemaakt tussen Jood of heiden, hoe Joods of christelijk we ook denken. De Bijbelse waarschuwingen liegen er niet om. De kerk van Jezus Christus, is en zal altijd bedreigd worden.

“Ja, het is nu eenmaal zo dat wie werkelijk een met Jezus Christus willen blijven, het zwaar te verduren krijgen van de mensen die Hem haten2 Timotheüs 3:12 HB.

Iemand zei eens; wanneer dit geen werkelijkheid is in je leven, moet je je afvragen hoe het met je ‘toewijding aan Christus’ zit.

“Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus” 2 CORINTHIËRS 11:3.

Wat kan ons afleiden van onze toewijding aan Jezus? Hoe kunnen we de gekozen richting verliezen? Hoe ontstaat er verwarring op de kerkelijke werkvloer?

“Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij uzullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen diede waarheid verdraaien om de leerlingen voor zichte winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ikieder van u drie jaar lang dag en nacht ondertranen steeds weer raad heb gegeven” HANDELINGEN 20:29-31.

Wie kunnen die ‘wolven in schaapskleding’ zijn? Wie of wat bedreigt de gemeente? Met welk belang dienen wij de gemeente?

“Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheidhebt, houd goed toezicht – niet gedwongenmaar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelfbeter van te worden maar met belangeloze toewijding” 1 PETRUS 5:2.

Een krachtig getuigenis

Bij het lezen van de volgende verzen leren we één van de krachtigste uitspraken kennen in verband met de Godheid van Jezus Christus.

“In de persoon van Christus is de onzichtbare God zichtbaar geworden. Hij was er al voordat God aan de schepping begon. Christus Zelf heeft alles in de hemelen en op aarde geschapen, al het zichtbare en onzichtbare. Koningen en wereldheersers, regeringen en andere autoriteiten, alles is door Christus gemaakt tot Zijn eer. Hij was er al voordat er iets bestond en alles wat bestaat, is er dank  zij HemKOLOSSENZEN 1:15-17.

Hier vallen een aantal dingen op die bovenstaande nog eens duidelijk bevestigen. En met deze verzen toont Paulus de Kolossenzen, maar ook ons, dat de stoffelijke wereld wel degelijk door God geschapen is. Maar dit viel bij een aantal dwaalleraars niet zo goed. Zij waren overtuigd van het feit dat, als Jezus Gods Zoon was Hij alleen maar kon heersen over de geestelijke wereld, want een heilig God vereenzelvigt Zich niet met een tijdelijke zondige wereld. En dit is dus een heel subtiele aanval op het ‘reddings offer’ van Jezus Christus. Daarom legt Paulus de nadruk op het feit dat zowel de geestelijke als de stoffelijke wereld ook door Jezus geschapen zijn en onder Zijn gezag staan. Waarom zou iemand zijn leven geven voor iets als dit volledig buiten zijn verantwoording valt? Doe je dit wel dan voel je je op de één of andere manier toch betrokken of verantwoordelijk. Dit verklaart waarom Jezus Zichzelf als offer gaf voor een stoffelijke en zondige wereld.

  • Jezus is aan God gelijk – FILIPPENZEN 2:6
  • Jezus is God – JOHANNES 10:30,38; 12:45; 14:1-11
  • Jezus maakt God bekend – JOHANNES 1:18; 14:9
  • Jezus’ oorsprong was hemels niet aards – 1 KORINTIËRS 15:47
  • Jezus is Heer over alles – ROMEINEN 9:5; 10:11-13; OPENBARING 1:5; 17:14
  • Jezus is heilig – HEBREEËN 7:26-28; 1 PETRUS 1:19; 2:22; 1 JOHANNES 3:5
  • Jezus heeft macht om te oordelen – ROMEINEN 2:16; 2 KORINTIËRS 5:10; 2 TIMOTHEÜS 4:1

Wanneer we dit niet kunnen of willen geloven dan leven met een ‘uitgehold evangelie’. Dan zijn we misleid door opvattingen van dwaalleraars en leven we een zinloos religieus bestaan.

De slechtheid die nu onze wereld beheerst is er niet altijd geweest. De dood en de zonde is voor een ieder die gelooft in Christus Jezus ongedaan gemaakt. Maar ook het deel hebben aan Gods eeuwigheid behoort tot onze toekomst. Dat is de ‘kernwaarheid’ van een zinvol geloof. En de opstanding van Jezus uit de dood laat overduidelijk zien dat Hij ook regeert over de stoffelijke wereld. En een ieder die dat geloof heeft aangenomen, is en zal ook met Christus opstaan uit de dood, om met Hem in eeuwigheid te leven. Zie 1 KORINTIËRS 15:20; 1 THESSALONICENZEN 4:14.

Wie met dit getuigenis aan de slag gaat zal zeker tegenstand boeken. Die zal door sommigen met de nek aangekeken worden. Want de satanis ernietbijgebaaddatwijJezus’ zendingsbevel serieus nemen. Zie MATTHEÜS 28:18-20.

  • Dat wij de volken tot Discipelen van Jezus maken
  • Dat wij hen dopen in de Naam van een drie-enig God
  • Dat wij hen leren om te doen wat Jezus ons heeft opgedragen
  • Dat God met ons is alle dagen van ons leven
  • Dat er getuigen van Jezus zullen zijn tot aan de voleinding der wereld

Nee, dat moet met inzet van alle middelen voorkomen worden. Gaan we er nu iets van begrijpen dat de ‘In-Jezus-geloofsdichtheid’ uitgedund moet worden? Gelukkig maar dat God mensen heeft gegeven die het inzicht kregen om deze aanvallen op de kerk te onderkennen. Het zette Paulus aan om ons informatie te geven om deze werken van dwaalleraars te onderkennen en uit de kerk van Jezus Christus te bannen. Daarom geeft hij ons praktische instructies hoe christenen zich moet gedragen. Daarom legt hij de nadruk op de eenheid van het lichaam van Christus, de gemeente. Maar ook op de aanwezigheid van de heilige Geest in ieder kind van God. Zie CORINTHIËRS 6:19.

Welke vraag ook al weer?

Stel nu nog eens de vraag aan mensen of ze je kunnen helpen om Jezus te vinden. Dan begrijp je waarom er zo weinig mensen zijn die hiertoe echt in staat zijn. Zijn die er dan niet? Ja zeker, maar veel christenen leiden een ondergronds bestaan met hun geloof. Zij vallen niet zo op. Misschien behoren ze tot de vergrijsde kerk, die haar kleur op sommige punten heeft verloren. Mogelijk is er een ‘uitwisselings actie’ op touw gezet en slapen er teveel geloven op hetzelfde kussen. Want zo gaat toch het spreekwoord? ‘Twee geloven op een kussen daar slaapt de duvel tussen’. Zou dit waar kunnen zijn? Gelukkig zijn er heel veel goede voorbeelden, ik heb het voorrecht om enkelen te kennen. Maar de andere kant is dat er ook voorbeelden zijn die laten zien dat een ongelijk span, ook kerkelijk gezien, niet altijd gunstig is. En waarschuwt Gods woord ons hier ook niet voor? Vgl. 2 CORINTHIËRS 6:14.

Kerkelijke verdeeldheid heeft de nodige spanningen gegeven in veel relaties. Dit heeft soms tot gevolg dat een van de partners afhaakt, en of dit gunstig is voor de opvoeding van kind en ouders, de praktijk leert van niet. Er zijn veel ouders die lijden onder het feit dat hun kinderen niet meer in de kerk komen. Zo kunnen er allerlei conflicten ontstaan. Kinderen komen niet meer thuis omdat de sfeer geestelijk gezien te vijandig is. En hoe zullen dergelijke situaties opgelost worden als ouders niet willen buigen? Durf je nog het telefoon nummer van je zoon of dochter, familie of vrienden in te toetsen en dan de vraag te stellen; ‘Zullen we weer eens gaan praten’? Want ook als gelovige kun je zo op je geestelijke strepen gaan staan dat je een kleurloos evangelie overhoudt. Bind dit samen? Brengt dit ouders, kinderen, broers en zusters weer bij elkaar?

Om welke vraag gaat het ook al weer? Wie is ‘de dienaar die verzoening wil brengen’, in navolging van Christus? Wie zet de eerste stap? Wie is bereid om kritiekloos met kritiek om te gaan? Hoe belangrijk is de vraag ook al weer? Misschien heb je ook wel eens bij iemand aangebeld en werd je te woord gestaan via de intercom. Tja, dan loop je de kans dat je netjes wordt afgepoeierd door een dergelijk ‘af-poederdoos’. En hoe belangrijk is het dan om toch onderweg te blijven met dezelfde vraag? Want iedereen is toch uitgenodigd? Iedereen is toch van harte welkom in het koninkrijk van God? Het is toch niet voor een vooraf geselecteerde groep mensen? Nee, dat zou niet passen in het kader van:

“Want God heeft zoveel liefde voor de wereld, dat Hij Zijn enige Zoon heeft gegeven; zodat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat maar eeuwig leven heeft” JOHANNES 3:16 HB VERT.

Afhaal of loketten geloof?

Hoe ziet de kerk er vandaag de dag uit? Een bureaucratische geloofsinstelling met een geestelijke gavenbak voor mensen die hun religieuze perfectie met anderen willen delen, al dan niet uit eigenbelang? Een groep mensen waar de getuigende christen is omgevormd tot een religieuze functionaris? Met een immobiele geloofsovertuiging vervulde mensen die vooral in zijn of haar waarde gelaten moet worden? Is het getuigenis van de kerk veranderd in een soort afhaalgeloof waar iedereen het recht heeft om een eigen geloofsmenu samen te stellen?

Is de voorganger een manager geworden die je alleen op werkdagen op een bepaald tijdstip kun bereiken? En zijn de oudsten goed gedrilde antwoordapparaten geworden met een soort vraag en antwoord menu? Of is de kerk een geloofsbuffet dat alleen op zondag open is om even je religieuze gevoelens aan te vullen, je agenda door te nemen en te concluderen dat de geestelijke maaltijd toch niet zo geschikt is om mee naar huis te nemen? Hoeveel schade heeft de kerk opgelopen door de vele toevoegingen van geestelijke-dip-sausen. En hoelang zal ons religieuze denken nog verder sudderen op het warmhoudplaatje op onze geestelijke buffettafel? Of hoeveelburn-out -leden zou de algemene christelijke kerk hebben?

Jullie begrijpen dat ik het hier even heel dik aanzet. Maar toch is die vraag heel belangrijk:

  • Wie of wat bepaalt het gezicht van de hedendaagse kerk?
  • Hoe zijn we onderweg als christenen?
  • Zijn we nog de ‘gezondene’ die iets te vertellen hebben?
  • Hoe zag Paulus die opdracht nadat hij Jezus had gevonden in zijn leven?

”Want dat ik het evangelie verkondig, is natuurlijk geen reden om me te beroemen. Dat doe ik omdat ik niet anders kan. Het zou er slecht voor me uitzien, als ik het evangelie niet zou verkondigen. Deed ik het uit vrije wil, dan had ik recht op loon; maar het was niet mijn eigen keus, het is een taak die mij werd opgelegd1 KORINTIËRS 9:16-17 GNB.

Hier zien we een gemotiveerd man die zijn gave en roeping wilde gebruiken tot eer van God de Vader. Hij werd aangewakkerd om zijn passie te gebruiken om anderen te bereiken met de vraag; ‘als jij Jezus zoekt dan heb ik het antwoord’. Een voorbeeld, jazeker. Ook om na te volgen, jazeker. Wat heeft God aan ons gegeven? Met welke kwaliteiten of gaven loop jij rond? Wel je hoeft je niet te vervelen. Want de Bijbel zegt dat ‘velen genodigd zijn’. En bij velen moet je denken aan ‘ALLEN’. Want dat is wat we lezen in ROMEINEN 5:15.

“Hoe schril steekt de zonde van de mens af tegen de genade van God! Door de schuld van één mens, Adam, zijn de mensen gestorven. Maar hoog boven alles uit torent de genade van God voor alle mensen, de onverdiende gift van die ene mens Jezus Christus, Die Zijn eigen leven opofferde om tallozen van de dood te redden” HB vert.

Ieder mens heeft het recht om het weer met God in orde te krijgen door het offer van Jezus Christus. “Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze over hem horen als hij niet verkondigd wordt?” ROMEINEN 10:14. Door Jezus’ offer heeft ieder mens de mogelijkheid om geestelijk opnieuw geboren te worden in Gods familie.

Hoezo velen genodigd

Maar heeft iedereen die uitnodiging al gehad? En zo ja, komen ze dan ook? Welke keuze zouden ze maken?

  • Geen tijd, ik moet eerst nog het land bekijken wat ik net heb gekocht.
  • Of mogelijk is iemand net getrouwd en wil dus niet gestoord worden.
  • Ik naar de kerk, ik heb wel iets beters te doen.
  • De kerk, denk je dat ik daar mijn vrijheid aan opoffer.
  • Ik voel me nu vrij, dus laat me met rust.

Maar door ze met rust te laten kan onze ‘ik-geloof-in-Jezus-visie’, behoorlijk op de tocht komen te staan. En ons het besluit doen nemen om maar lekker binnen de eigen kerkmuren te blijven en vooral te genieten van de eigen ‘oecumene’. Maar weet je wel wat dit woord betekent. Het wil zeggen, ‘de hele bewoonde wereld’ betrekken in je geloofsovertuiging.

Durf je er nog opuit te gaan? Of heb je weer positie gekozen achter je eigen loket? Hoeveel overvloed hebben we nog om uit te delen. Of nemen we genoegen met een zelf samengestelde maaltijd vol met rustgevende koolhydraten? Wel als je hieraan verslaafd bent krijg je nooit genoeg. En dat komt omdat de echte maaltijd niet meer die ‘Rijke dis’ is maar een afgeroomd etentje is geworden voor gelijkgezinden. Tja, dit maakt dat we alleen nog maar geestelijke soortgenoten uit hetzelfde biotoop aantrekken.

Waar blijven ‘de velen’, verzuchtte eens een Evangelist. Ach, zei de Herder ze hebben geen honger. O, zei de Profeet zou dit aan ‘de Boodschap’ liggen? Maar kan ik hier iets aan doen, riep de Leraar verontwaardigd? Oké, oké riep de Apostel ik heb het wel door hoor, het ligt weer aan mij.

Hoe vaak spelen we de bal in eigen kring rond, net zolang tot alle lucht eruit verdwenen is? Dit roept de vraag op of de heiligen nog wel zijn toegerust tot dienst aan God en tot opbouw van het “Lichaam van Jezus Christus”. Lees EFEZIËRS 4:11-12. Bijbels gezien gaat Gods uitnodiging uit naar alle mensen. Maar hoe vaak delen wij de tafel van ons geloof met andersgezinde mensen? Hoe ziet het uitnodigingskaartje van Jezus eruit? Wat zou daar op staan?

Ik denk dat dit het beste antwoord is:

“Hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen’” LUCAS 14:12-14.

Hoe zit jouw samenleving in elkaar? Op wie wil jij indruk maken? Mogelijk een groep gelijkgezinden zowel maatschappelijk als geestelijk gezien? Elkaar de bal van goede indrukken toespelen en zo je sociale status oppoetsen? Vergeet niet, dat dienst aan je ongelovige naaste belangrijker is dan je status. Gelijkgezinden moet je niet vragen zegt Jezus want daar verwacht jij iets van terug. Nee, de echte uitnodiging moet je leggen bij hen die geestelijk gezien nog niet van de tafel van de Heer gegeten hebben, dan zul je gelukkig zijn. Het wordt de hoogste tijd dat de gelovigen hun werkterrein weer gaan verbreden.

En of ons dit lukt? Voor mijn gevoel heeft dit alles te maken met jouw uitnodiging. Hoe aantrekkelijk is die? Spreekt dit het verlangen uit dat die ander welkom is? Spreekt daar voldoende nederige dienstbaarheid uit? Of heb je nog een houding van, ‘bekeer je of anders verklaar ik je voor een afvallige’. Hoe kun jij dienen zonder te manipuleren? Wordt de taal van Christus verlangen in onze uitnodiging voldoende herkend? Is het leesbaar voor de geestelijke analfabeet? Begrijpt de zieke de depressieve of de maatschappelijk ontspoorde mens jouw verlangen om hen binnen de grenzen van Gods koninklijk te brengen? Welk voedsel geven wij hen te eten. Vgl. LUKAS 9:13. De kerkgeschiedenis verzadigt hen niet met het goede. Ook de onderlinge verdeeldheid van christenen is geen aantrekkelijke maaltijd. En wie wil er tegenwoordig nog rond hobbelen op, ‘verouderde stokpaartjes’ van wat wij tot geloof hebben verheven?

Mogelijk moeten wij zelf eerst nog écht Jezus vinden voordat we die ander onze Redder kunnen presenteren. Want de kerk is verzadigd van geestelijke kopieën, want wie is van Paulus en wie van Apollos. En wie is van Kefas, maar wie is van Christus, zo stelt Paulus in 1 CORINTHIËRS 1:12. En wanneer je zegt, ik volg Willem Ouweneel of ik hoor bij de club van Maasbach of nee hoor, je moet bij Orlando Bottenbley zijn, dan ben je volgens 1 CORINTHIËRS 3:4 een onveranderd mens. Nee, niet de club of de persoon bepalen de uitnodiging, maar Jezus. En Zijn voorschriften rekenen af met elk menselijk vooroordeel. Want Gods uitnodiging gaat uit naar hen die ziek zijn en niet naar hen die zeggen maatschappelijk en of geestelijk gezond zijn. Lees maar:

“Jezus hoorde het en zei tegen hen: "Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieke en zwakke mensen wel. Ik ben niet gekomen om de goede mensen te redden, maar juist de slechteMARCUS 2:17.

Hier wordt Jezus aangeklaagd door kerkelijke autoriteiten van die tijd. Waarom, omdat Hij met mensen omging waar Hij zich volgens sommigen van zou moeten distantiëren. Maar Jezus wist wat ze nodig hadden, daarom nam Hij de tijd om naar hun verhaal te luisteren om hun pijn, verdriet en zonde weg te nemen. Jezus wilde geen mensen wegstoten omdat ze niet zouden passen bij Zijn reputatie. Dit is de reden dat Hij hier deze uitspraak doet. Jezus wilde laten zien dat Zijn Boodschap van liefde, aanvaarding en vergeving van zonden voor arm en rijk is. Maar de religieus gesitueerde mens dacht hier anders over. Zij dachten dat Jezus alleen voor hun eigen geloofsovertuiging beschikbaar was. Zij zagen zichzelf al met Hem aan de tafel zitten in mooie dure pakken, wat zouden ze zich belangrijk voelen, en hadden ze het helemaal gemaakt. Maar de uitspraak van Jezus ontnuchtert hen volkomen. En hun visie slaat om in vijandschap.

Wanneer we deze uitspraak van Jezus aanhoren dan rijst bij mij de vraag op; ‘welke mensen zullen we straks aan de hemelse tafel zien zitten?’ Wie zullen het allemaal zijn? Zullen wij elkaar daar zien? Of die mensen die in het stadspark hun toevlucht zoeken? Als de zieke maatschappij een dokter nodig heeft, hoeveel zullen er dan genezen, gered worden? En als het huis van de Vader straks volzit met ‘ook deze mensen’, waar zijn ze nu dan, als we in de kerk rondkijken?

Ik weet het wel, dit zijn heel indringende vragen, ook voor mij. Maar aan ons is de uitdaging om ook het onzichtbare deel van de kerk weer zichtbaar te maken. Ook die horen er bij en zijn welkom in Gods huis. In hoeverre herinneren we ons deze woorden:

“Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaanMATTHEÜS 25:40.

Over dit gegeven is veel gediscussieerd, want wie worden er bedoeld met de ‘onaanzienlijksten’? Zijn dit de ‘verstoten Joden’ de ‘arme christenen’ of ‘de noodlijdende wereld’? Ik denk dat het antwoord te vinden is in ‘al deze mensen’. Want wat Jezus hier duidelijk wil maken is dit, ‘Wie is eigenlijk je medemens’? Het gaat hier niet om ‘het individu’ maar om te dienen waar dat nodig is. Jezus zegt hier, ‘houdt van alle mensen evenveel, want dat is de kern van het evangelie’. Zo van anderen te houden is op weg gaan met die vraag, ‘ik ben op zoek naar…’. Met die opdracht zul je God eren, omdat je dan een afspiegeling van Zijn Liefde bent.

Je blijft op zoek

En het Hoofd van de Gemeente Jezus, moedigt je Persoonlijk aan met maar één woord: “Ga”! Ga ze maar opzoeken zegt Jezus. Ontmasker jezelf en laat je verlossen van alle tegenargumenten om Zijn Boodschap bij die ander weg te houden. Bedenk waarom Jezus ons zoveel laat zien van Zijn liefde voor anderen. Zou Hij hen kunnen redden zonder onze inzet? Als jij niet op zoek gaat zul je niets vinden. Als je niets gevonden hebt kun je niets uitdelen.

Maar in deze studie word je opgeroepen om wakker te worden, om eens goed na te denken. Wanneer jij niet op zoekt bent, sluit je jezelf uit van het allermooiste feest. Maar als je niet gaat om je naaste te zoeken, sluit je hen uit. Zo is zoeken altijd weer spannend, boeiend en leerzaam. Heb jij al geleerd van je eigen zoektocht. Met welke verhalen kom jij straks thuis bij de Vader, kun jij Hem hier straks ook mee boeien? Iemand zei het volgende;

‘Op zoek gaan naar de ander wil zeggen dat de ene bedelaar aan de andere vertelt waar Hét Brood te vinden is’.

Dit houdt tevens in dat je nooit alleen terug zult keren aan Zijn maaltijd. Wat doen wij met onze talenten? Dit zal alles te maken hebben met hoe wij de Heer van het feest kennen. Lees MATTHEÜS 25:14-30 er maar eens op na. En probeer dan eens te ontdekken hoe die ene slaaf over zijn heer denkt. Hoe ken jij die Heer? Hoe zou je Hem willen kennen?

“Toen hoorde ik de Heer zeggen: Wie kan ik sturen? Wie wil namens ons gaan? Toen antwoordde ik: Hier ben ik, stuur mij!” JESAJA 6:8 GNB.

Wees hiervan overtuigd, jij hebt de arme niet nodig om je bediening uit te kunnen oefenen, maar zij hebben jou nodig om te laten delen is het Offer van Jezus. Wat doen wij met onze bediening? Ik hoop dat ik dat nog eens van jou mag horen.

Reageren: Devadas@aresko.nl

In Hem verbonden Fred IJzerman