Als kind zijn we allemaal wel eens geconfronteerd met dingen die we niet voor elkaar konden krijgen. En dan was daar die vader of moeder die zei, “zal ik het even doen?’ Wanneer je dan niet te eigenwijs was werd je geholpen en kon je er nog iets van leren ook. Maar ja, dat was vroeger. Hoewel we nu veel weten en kunnen zullen er toch zaken zijn die we niet alleen kunnen. Je auto repareren of computer problemen oplossen zijn zo maar enkele voorbeelden. Maar heeft er wel eens iemand tegen je gezegd dat je zonder zijn hulp niets kan doen? Nee, natuurlijk niet stel je voor zeg. Zulke mensen gaan we liever uit de buurt. En toch, hoe lastig ook, er is Iemand geweest die dit heeft gezegd.

“Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen” JOHANNES 15:5.

Maar hoe moeten we dit opvatten? Heeft dit betrekking tot ons natuurlijke leven of alleen tot het geestelijke leven, of beide? Natuurlijk zijn we voor veel zaken zelf verantwoordelijk. Hoe makkelijk dit ook lijkt, toch is dit moeilijker dan menigeen denkt. Veel mensen proberen het goede te doen, maar doen ze dan ook alles goed? Kijk, nu weten we dat het antwoord verbijsterend kan zijn. Hoe dichtbij komen nu de woorden “zonder Mij kun je niets doen”?

Zonder werkelijke verbondenheid met Jezus kunnen we allerlei pogingen doen om een vruchtbaar leven te leiden. Maar de onvruchtbaarheid van ons eigen kunnen zal ons heel vaak doen struikelen. Vrucht dragen heeft alles te maken met verbondenheid. Verbonden zijn met Jezus die zegt: “Ik ben de wijnstok”. En die wijnstok levert ons de juiste levenssappen om ook werkelijk vrucht te dragen. Maar om echt vrucht te dragen moet er soms toch wel het een en ander gebeuren. Dan moet er gesnoeid worden. Snoeien betekent dat God ons dingen wil leren waardoor wij veranderen en ons geloof richting Hem ontwikkeld. Dingen die dit proces in de weg zitten zal Hij willen verwijderen zodat ze het ‘echte vrucht dragen’, niet in de weg zullen zitten.

Met vrucht dragen moeten we niet in de eerste plaats denken aan het feit om veel mensen tot geloof te brengen. Hoewel dit ook vruchten van bekering zijn gaat het hier meer om de dingen tussen jou en God. En dan gaat het meer om zaken als ‘vruchten van de heilige Geest’, zie GALATEN 5:21-23. Deze kwaliteiten zullen vlijmscherp het karakter van een kind van God aantonen.

Kijk, nu we dit weten snappen we heel goed wat Jezus wil zeggen, dat we zonder Hem niets kunnen doen. En dan is het toch zo gek niet dat we er nu eens even bij stilstaan. Dan kun je er zo je voordeel mee doen. Want het zou toch heel vervelend zijn als God de Vader zou zeggen; ‘zoek het nu zelf maar uit’. Maar zo is Hij niet. En zo komt, in Jezus Christus, Gods hulp heel dichtbij. Geloof maar dat Hij je Redder is, doe maar wat Hij zegt en vervolg je weg maar in de zekerheid dat Hij je altijd helpt. Maar dan moet je Zijn hulp wel willen aanvaarden. Wil je aannemen wat Hij je nu aanbiedt? Dan zul je niets mislopen van wat Hij je te bieden heeft. Dan zul je met Zijn hulp altijd vrucht dragen.

Voor meer studie

 

Maandag

1 Timotheüs 6:12

Strijd de goede strijd

Dinsdag

2 Korintiërs 5:7

Vertrouwen op God

Woensdag

Lucas 22:46

Sta op en bid

Donderdag

Johannes 15:5

Zonder mij kun je niets doen

Vrijdag

Hebreeën 11:16

Ze keken reikhalzend uit

Zaterdag

Romeinen 6:23

Maar het geschenk van God is

Zondag

2 Korintiërs 8:9

Opdat u door zijn armoede

Maandag

Deuteronomium 8:11

Dat u Hem niet vergeet

Ik wens je Gods zegen, Fred.