Over het algemeen spreken we makkelijker over rechtvaardiging, dan over heiliging. Dit komt denk ik, omdat rechtvaardigheid over Gods genade spreekt en dat ligt ons doorgaans beter dan het onderwerp heiligheid. Bij het woord ‘heiliging’ denken we onmiddellijk aan onze eigen verantwoordelijkheid! En we komen dan tot de conclusie dat we in veel opzichten te kort schieten en dat er nog wel iets aan ons ontbreekt. We denken vaak dat heiliging alleen maar spreekt over wat wij zelf moeten doen! Dit is een misverstand!

Inhoud:

  • Inleiding
  • Heilig en toch dichtbij
  • Wat betekent heiligheid
  • Het feit dat we heilig zijn
  • Een levenslang proces
  • Heiligheid en het dagelijkse leven

Inleiding

Lezen: 1 THESSALONICENZEN 4:1-8

“Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: Wees heilig, want ik ben heilig1 PETRUS 1:14-16.

Heilig en toch dichtbij

We denken vaak dat heiliging alleen maar spreekt over wat wij zelf moeten doen! Dit is een misverstand! Aan heiliging zitten twee kanten. Ik denk dat het goed is, vooral nu er in deze tijd zo gemakkelijk over God wordt gesproken, eraan te denken ‘dat God de Heilige is’. In onze relatie met Hem is Hij altijd ‘de Andere’ en niet onze gelijke! Een gedeelte uit HOSEA 11:9 zegt:

Want God ben ik, en geen mens, ik ben in jullie midden, ik ben heilig.”

In het Oude Testament staat veel over Gods heiligheid vermeld. Maar het feit dat Hij zich ‘de Heilige’ noemt, wil niet zeggen dat God zich niet met Zijn schepping bemoeid. Ondanks dat Hij zo anders is dan de mensen, staat Hij toch heel dicht bij hen. Het is voor ons mensen vaak moeilijk te begrijpen dat Hij ‘de Heilige’ is en gelijktijdig ook in ons midden wil zijn, bij de mensen wil wonen. God ‘de Heilige’ kan Mens met de mensen zijn, dit zien we terug in het leven van Jezus.

De schrijver van de Hebreeënbrief geeft op dit punt een sterke samenvatting van dit wel zeer bijzondere feit.

“Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit” HEBREEËN 1:1-3.

De Statenvertaling zet dit feit zeer krachtig neer: “alzo Hij is het Afschijnsel [Zijner] heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid” VERS 3. Jezus is een kopie (sorry voor de uitdrukking) van het wezen van de Vader. Vgl. 2 CORINTHIËRS 4:4; FILIPPENZEN 2:6; KOLOSSENZEN 1:15.

Dat ‘de Heilige’ verbonden wil zijn en blijven met Zijn schepping wordt des te meer duidelijk als we erop letten hoe vaak God de mens opzoekt en met hen spreekt. Eén prachtig voorbeeld is hoe God met Mozes kan spreken – zoals iemand met zijn vriend spreekt – en tegelijk ‘de Heilige’ God kan zijn en blijven. Zie EXODUS 3:11.

Zo zijn er in het Oude Testament vele voorbeelden aanwezig die laten zien dat Hij tegelijkertijd ‘waarachtig mens èn ‘waarachtig God’ kan zijn. Dat die God kan liefhebben maakt duidelijk dat Hij ernaar verlangt dat ook wij heilig zullen leven. Want als God dwars door alles heen laat zien dat Hij van Israël en zijn Gemeente houdt, getuigt dit van bijzondere liefde. Daarom kan God het niet verdragen dat Zijn kinderen er niet altijd voor Hem zijn. Dat we ons inlaten met de afgoden en ons vaak laten leiden door zondige gedachten.

God is een na-ijverige God. Vgl. EXODUS 20:5. Daarom wordt er in de Bijbel zoveel nadruk op gelegd om heilig te leven. “Ik ben de HEER, die jullie uit Egypte heeft geleid om jullie God te zijn. Wees heilig, want ik ben heiligLEVITICUS 11: 45.

Zijn verhouding met ons is er één van ‘bruid en bruidegom’ en dat sluit elke vorm van godsdienstig overspel uit! In die zin is Hij altijd ‘ de Andere’ en niet onze gelijke. In het inleidende Bijbelgedeelte zien we dat van de gelovigen in dit verband twee dingen gezegd worden.

  • Gelovigen die geheiligd worden en
  • gelovigen die zonder meer heilig zijn

Wat betekent heiligheid

Bij het noemen van het woord ‘heilig’ denken we natuurlijk in de eerste plaats aan God. Op veel plaatsen wordt Hij ook zo genoemd. Jesaja noemt Hem bij voorkeur “De Heilige Israël.” De serafs roepen een driemaal ‘Heilig’ uit voor God. JESAJA 6:3. In EXODUS 15:11 staat: “Wie onder de goden is uw gelijke, HEER? Wie is uw gelijke, zo ontzagwekkend en heilig, wie dwingt zoveel eerbied af met roemrijke daden, wie anders verricht zulke wonderen?” De Bijbel staat vol over de ‘heiligheid’ van God.

Het is soms best moeilijk om te begrijpen wat heiliging voor ons betekent èn inhoud! Zelfs Jesaja schrikt als hij geconfronteerd wordt met het feit dat God hem roept voor Zijn werk. Hij schreeuwde het uit: “Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft” JESAJA 6:5. Gelukkig zien we dat God ingrijpt en Zelf een daad stelt om zijn zonden weg te nemen. Zie JESAJA 6:6-7.

Omdat God in Jezus de zonden wegneemt, betekent dit nu dat heilig zijn hetzelfde is als zondeloos? Zijn heiligen nu ineens mensen geworden die nooit meer zondigen? Behoren heiligen nu tot de bijzondere mensen?

Dat brengt ons bij de vraag: ‘Wat betekent heilig als het over mensen of dingen gaat? Het woord heilig betekent: ‘apart gezet of afgezonderd voor een bijzonder doel’.

Om dit wat concreter uit te drukken, kunnen we ook zeggen:

  • Heiligen behoren tot een andere categorie
  • Wij zijn van richting veranderd

Bijbels gezien is heiligheid een zeer positief begrip. Bedoeld wordt: ‘wat afgezonderd is voor God’. We zouden ook kunnen zeggen, en dat is wel zeer positief, ‘wat toegewijd is aan God’. Dit is dè kern, daar gaat het om!

  • Heiligheid zegt niet in de allereerste plaats iets over de natuur van mensen of dingen, maar over ‘hun verhouding’ tot God!
  • Israël is een heilig volk, omdat God het had afgezonderd uit alle andere volken. EXODUS 19:6 en LEVITICUS 20:26
  • De zevende dag zette God apart, omdat de mens kon uitrusten in zijn relatie tot God. GENESIS 2:1-3
  • Alle voorwerpen in de tabernakel, waren heilig, ze mochten alleen voor de dienst aan God  gebruikt worden. NUMERI 7:1
  • De eerstgeborenen in Israël, werden geheiligd, afgezonderd voor God. EXODUS 13:1-2

Het Nieuwe Testament spreekt op tweeërlei wijze over heiliging.

In de eerste plaats zien we dat de gelovigen geheiligd zijn! In dit geval kunnen we spreken over een absolute, volmaakte heiliging. Dit heeft te maken met de staat van de gelovigen! In de brief aan de Kolossenzen staat: “Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zonden” KOLOSSENZEN 1:13-14.

Ik noem nog enkele teksten.

“Maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God” 1 CORINTHIËRS 6:11.

“Wie goed doet zal nog meer goed doen, en wie heilig is zal nog heiliger wordenOPENBARING 22:11b.

Let vooral op de woorden uit KOLOSSENZEN “en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon.” Hoewel we nog steeds in deze wereld leven, zijn we toch ook burgers van het rijk van Gods Zoon. Dat is onze ‘geestelijke positie’ en van daaruit mogen wij ons laten leiden.

Hoewel ik hier nu niet teveel aandacht aan wil geven, is het toch goed om enkele teksten te noemen waar dit uit blijkt.

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend (…) Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand” EFEZIËRS 1:3 en 20.

“Hij heeft ons samen met hem uit de dood opgewekt en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in Christus Jezus” EFEZIËRS 2:6.

Het feit dat we heilig zijn

Laten we nog even stilstaan bij het eerste punt, dat wij heilig zijn.

1 CORINTHIËRS 6:11 zegt: “maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God.”

Hier worden duidelijk feiten vastgesteld. Er wordt hier niet gesproken over iets waar wij langzamerhand naar toe groeien! Maar er wordt duidelijk gesproken over onze staat van heiligheid die we ontvangen door de wedergeboorte. In dit vers worden ons drie zekerheden gegeven:

  • U bent gereinigd
  • U bent geheiligd
  • U bent rechtvaardig verklaard

De gelovige is een heilige op grond van Gods verlossingswerk door Jezus Christus. De Hebreeën brief zegt:

“Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus (…) Door deze ene offergave heeft hij hen die zich door hem laten heiligen voorgoed tot volmaaktheid gebrachtHEBREEËN 10:10-14.

Door het offer van Jezus ziet God alle gelovigen in Christus, als geheiligden:

  • Als mensen die van richting zijn veranderd
  • Als mensen behorend tot een andere categorie

‘Ja maar...’, zullen we misschien zeggen, ‘er mankeert nog zoveel aan mij’. Ik doe nog… ik denk nog... ik weet niet... ik ben niks...’ enz.

Op de gelovigen in Corinthe heeft Paulus heel wat aan te merken. En vaak zullen we onszelf hierin terug kunnen vinden.

  • Ze waren vleselijk
  • Er waren grote misverstanden
  • Er was dronkenschap
  • Er was veel onreinheid

Toch spreekt Paulus hen aan als geheiligden in Christus, als geroepen heiligen.

Alle gelovigen worden zo aangesproken, of je nu pas de Heer kent of al jaren, God zegt dat het zo is! Dat kun je niet voelen, niet begrijpen, je mag het geloven! Ieder mens die wedergeboren is, is afgezonderd en geheiligd voor God in Christus Jezus. Die heiliging is fundamenteel en volledig!!

Een levenslang proces

In de tweede plaats zien we dat de gelovigen, op grond van die positie, de heiliging moeten najagen. Ze moeten leren wandelen in heiligheid! Dit is het proces van geheiligd worden, een levenslang proces.

We kennen het spreekwoord ‘adeldom verplicht’ wel. Praktische heiliging wil zeggen: leven in overeenstemming met je geestelijke staat! Juist omdat wij heilig zijn worden we opgeroepen om:

  • De heiliging na te jagen
  • zonder welke niemand de Here zal zien

Wij worden opgeroepen om heilig te wandelen.

“Maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig” 1 PETRUS 1:15-16.

“Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien” HEBREEËN 12:14.

Dit heeft betrekking op het hele leven met al zijn uitingen. Nu moeten we niet denken dat we onze oude natuur zelf moeten gaan verbeteren. We zouden dat niet eens kunnen, ook al voelen we ons nog zo vroom of heilig. Dat leert niet alleen de ervaring ons, maar ook de Bijbel. Paulus zegt, en hij zegt het als een wedergeboren mens:

“Immers, ik besef dat in mij, in mijn eigen natuur, het goede niet aanwezig is. Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet” ROMEINEN 7:18. Lees ook de verzen 19-23

Iemand die niet wedergeboren is zal dit nooit toegeven.

Alleen als je door Gods Geest wedergeboren bent kun je dit zeggen. Er woont vanuit onszelf geen goed in ons. Dat zondige vlees houden we zolang wij in deze schepping leven, in deze ‘aardse tent’ rondlopen.

En Paulus, die zegt dat er in ons vlees geen goed woont, zegt nog iets heel opmerkelijks. Hij had heel goed begrepen dat er in zijn binnenste een strijd gevoerd werd tussen goed en kwaad. Het zijn die twee, goed en kwaad, die tegenover elkaar staan.

“Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt” GALATEN 5:16-17.

Het vlees, onze oude mens, en Gods Geest voeren een constante strijd in ons! Toen Paulus dit begreep, na zijn wedergeboorte, kwam hij tot deze conclusie:

“Wie zal mij, ongelukkig mens, redden uit dit bestaan dat beheerst wordt door de dood? God zij gedankt, door Jezus Christus, onze Heer” ROMEINEN 7:24-25b.

Het is voor ons onmogelijk om onszelf te verbeteren. Voor die strijd in ons binnenste, die twee die tegenover elkaar staan, heeft God maar één antwoord, het kruis. Door het opnieuw geboren zijn, mogen we weten dat onze oude zondige natuur, met Christus mee is gestorven! Mede gekruisigd met Jezus zegt de Bijbel.“Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, dat is, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven” GALATEN 2:20 NBG.

Dit is niet iets wat we moeten ervaren, we mogen het geloven. Waarom? Omdat God het zegt. Wij zijn met Christus mee-gestorven, mee de dood ingegaan, omdat we daardoor ook deel zouden hebben aan de opstanding. Vroeger waren wij in “de eerste Adam” onze oude mens. Nu zijn wij in “de tweede Adam Jezus Christus” de nieuwe mens. Zie 1 CORINTHIËRS 15:45. Dan zijn we niet meer in het vlees, dat is de oude natuur, het gescheiden zijn van God. Maar door ons geloof zijn we in de geest, in de nieuwe mens, en hebben we deel aan de goddelijke natuur. Petrus bevestigt ons dit wanneer hij zegt:

“Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur2 PETRUS 1:4.

We mogen Zijn beeld dragen, op Hem lijken!

“Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen. Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd2 CORINTHIËRS 3:17-18.

En deze nieuwe mensen worden uitgedaagd, opgewekt om ‘heilig te wandelen’.

Heiligheid en dagelijkse leven

Ik kan mij goed voorstellen dat sommigen van ons nog steeds worstelen met de vraag ‘hoe maak ik dit nu praktisch, die heiliging?’

We zagen net al iets van die strijd binnen in ons. Dit brengt ons soms danig in verwarring en zorgt vaak voor de nodige problemen. Want net als je begonnen bent om je te heiligen, ervaar je ineens dat je tussen ‘twee machten’ in staat. Elke keer wordt er aan je getrokken. Dan het vlees, dan weer de Geest. Of hebben we daar geen last meer van? Zijn wij zo geestelijk, dat we één en al geest zijn? Leven wij een zodanig geheiligd leven, zodat we kunnen zeggen: dat vlees plaagt mij niet meer? Ik denk van niet!! En de ervaring zal het ons ook al wel geleerd hebben.

Wij zijn zelf niet in staat om definitief af te rekenen met ons vlees, zodat de heiliging vanzelf gaat. Daarom is de Bijbel ook zo eerlijk om te zeggen:

“Zo vind ik dan deze regel: als ik het goede wens te doen, is het kwade bij mij aanwezig” ROMEINEN 7:21 NBG.

Kennelijk is de Geest de enige die het tegen ons vlees kan opnemen. Dit leert ons een belangrijke waarheid: 

  • Dat de praktische heiliging een werk van de heilige Geest is
  • Dat de heilige Geest ons in stelt staat om een geheiligd leven te leiden

Maar in dit alles hebben we ook een eigen verantwoordelijkheid. Want staan we open voor het werk van de heilige Geest is ons? 1 THESSALONICENZEN 5:19 zegt: “Doof de Geest niet uit.” En: “Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen” EFEZIËRS 5:18.

Om heiliging in de praktijk te brengen is het volgende heel erg belangrijk.

  • Met wie vergelijken we ons
  • Wie heeft het voor het zeggen in ons leven
  • Luisteren we naar ons vlees, óf naar de Geest
  • Mag de heilige Geest ons corrigeren

Als we luisteren naar ons vlees, moeten we niet verbaasd zijn dat het niet meer zo gaat in je geloofsleven. Dan kunnen er allerlei problemen ontstaan. Iemand heeft eens gezegd:

‘Als je het vlees geen voedsel geeft, gaat het vanzelf dood.’ En dat is waar!

En aan de hand van dit feit mogen we ons dan ook ernstig afvragen: ‘Wie voedt ons leven, het vlees of de Geest? Maar krijgt onze geest wel het juiste voedsel? Besteden we daar net zoveel aandacht aan als aan het lichamelijke leven? Of voeden we het verkeerd, zodat we juist daardoor zo'n moeite hebben met de dagelijkse heiliging, en daardoor met elkaar? God wil ons leren dat wij de oude mens, met zijn praktijken, afleggen.

“Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt” KOLOSSENZEN 3:9-10.

Christus is daarbij ons voorbeeld. Zie FILIPPENZEN 2. Zijn Leven mag in ons openbaar worden, in ons gezien worden.

Heiliging, ik denk dat het maar op één manier praktisch in ons leven zal worden en wel op de volgende manier:

  • Ons leven geestelijk te voeden
  • Ons open te stellen voor de heilige Geest
  • Door Gods woord te lezen en te bidden

Dan gaan we zien dat de Geest het voor ons opneemt. En dat de heiliging waar we eigenlijk allemaal wel naar verlangen, zichtbaar wordt in ons dagelijks leven. De heilige Geest kan de strijd met ons vlees wel aan. Want Gods woord zegt:

“U, kinderen, komt uit God voort en u hebt de valse profeten overwonnen, want hij die in u is, is machtiger dan hij die in de wereld heerst” 1 JOHANNES 4:4.

Heiliging is een opdracht, ja zeker! Kunnen wij het? Nee, alleen door ons leven te delen met God is het mogelijk.

Is dat moeilijk, je leven met Hem delen? Soms wel. Is het nodig? Ja, meer dan nodig, want zonder delen kunnen we nooit leren om een geheiligd leven te leiden. Laten we goed begrijpen: God heeft Zijn Zoon met ons gedeeld. Jezus gaf Zichzelf weg voor ons, zodat Hij ons, als geheiligden kan voorstellen aan God de Vader.

En daar word ik stil en tegelijkertijd uitbundig van.

Ik wens je een fijne dag