Het is jammer om te moeten zeggen, maar er zijn veel mensen die lijden aan geestelijke invaliditeit. Ze lopen op krukken of hebben andere hulpmiddelen nodig om hun geloofsleven overeind te houden. Als dat zo is dan moeten we eens lezen wat Paulus ons allemaal schrijft. Dan kun je afrekenen met ongeloof en twijfels. Dan gaan we weer ontdekken wat de bedoeling van God is met ons leven. Dan gaan we Zijn Woord weer begrijpen en toepassen. Dan mogen we verder groeien en ons verblijden in ons geloof.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Waarom eigenlijk
  • Vanwaar zijn keuze
  • Een nieuwe uitdaging
  • Een medestrijder
  • Wie wandelt valt op
  • Wat is je getuigenis
  • En wij

Inleiding

Lezen: FILIPPENZEN 1:23-2:18.

Kerntekst:

“Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt” VERS 25.

Uit het verhaal wat we net gelezen hebben, ontdekken we dat Paulus een dubbel verlangen had. Hij zegt er dit zelf over:

“Ik word naar twee kanten getrokken: enerzijds verlang ik ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste; anderzijds is het omwille van u beter dat ik blijf levenVERS 23-24.

Aan de ene kant wenste hij om naar Christus te gaan dat leek hem verreweg het beste. Maar aan de andere kant voelde hij de noodzaak om te blijven. Dat achtte hij belangrijker. Maar wat deed hem nu besluiten om niet naar Christus te gaan. De reden is: “omwille van u”. Paulus wilde blijven om zijn medegelovigen te dienen dat was voor hem een noodzaak.

Waarom eigenlijk

Had Paulus nog niet genoeg gedaan? Hij had toch ook wel het nodige meegemaakt, gevangenschap, verdrukking, enz. Lees zijn verslag er maar eens op na in 2 CORINTHIËRS 11:22-29. Na alles wat hij had meegemaakt was het toch een welverdiend recht om bij Christus te zijn? Ja toch? Het is een beslissing om eens goed bij stil te staan. Om iets op te geven wat duizendmaal heerlijker is voor iets dat je alleen maar meer strijd en verdriet gaat kosten. Zou deze keuze geen conflict met zichzelf gekost hebben? Ja natuurlijk. Hij werd aan twee kanten getrokken. Reken maar dat dit hem zwaar afging. Paulus had allang ontdekt wat de beste plek was. Hij had al een geweldige hemelse ervaring gehad. Hij was: “weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken” 2 CORINTHIËRS 12:4. Deze ervaring maakte het er voor hem niet gemakkelijker op. Dat leverde heus de nodige strijd, reken maar. En toch, ondanks dat hij wist wat het beste was, maakte hij de keuze om te blijven. Dat is toch bijna niet voor te stellen?

Vanwaar zijn keuze

Paulus blijft, maar waarom? Omdat dit nodig was voor de gemeente van Filippi. Op zijn tweede zendingsreis had hij deze gemeente mogen opbouwen. Hij had aan de wieg van hun ontwikkeling gestaan. Zie HANDELINGEN 16. En met deze gemeente had Paulus een bijzondere band. Eigenlijk was het niet zijn bedoeling geweest om naar Filippi te gaan. Hij wilde op zijn tweede zendingsreis Azia bezoeken, zie HANDELINGEN 16:6-10.

Toen Paulus met zichzelf in tweestrijd gewikkeld was, herbeleefde hij deze hele geschiedenis. Alle details stonden op zijn netvlies gebrand. Elke herinnering greep hem opnieuw aan. Hij zag het weer voor zich, die Macedonische man. Dat gezicht met die vragende ogen. Hij kon zich niet meer los maken van het visioen: “waarin een man uit Macedonië hem toeriep:

“Steek over naar Macedonië en kom ons te hulp! Toen Paulus dit visioen had gezien, wilden we meteen naar Macedonië vertrekken, omdat we eruit opmaakten dat God ons geroepen had om aan de mensen daar het evangelie te verkondigen” HANDELINGEN 16:9.

Het ging opnieuw als een zwaard door zijn ziel. Die stem, die noodkreet om te helpen. En dat gaf bij hem de doorslag, om te zeggen: “het is omwille van u beter dat ik blijf leven” VERS 24.

Hij offerde zich opnieuw op, ondanks zijn miserabele omstandigheden. Want we moeten ons bedenken dat hij deze beslissing nam tijdens zijn gevangenschap. Hoewel hij wel de hoop had om ooit weer in de gemeente van Filippi te komen. Ondanks zijn gevangschap en het verlangen om naar de Heer te gaan, deed hem dit toch beseffen dat hij nog een taak te doen had. Want hij zat dan wel gevangen maar kon wel brieven schrijven. En we weten wat hij met zijn brieven allemaal bereikt heeft. Heel wat gemeenten heeft hij kunnen bemoedigen, op kunnen bouwen, ze kunnen vermanen en heeft zo veel kennis mogen doorgegeven. Maar bovenal, en dat was zijn grootste verlangen, heeft hij velen kunnen wijzen op de verlossende genade van Jezus Christus.

Een nieuwe uitdaging

Dit had deze gemeente ook weer nodig. Paulus zag dit als een nieuwe uitdaging. Opdat ze verder mochten komen in hun relatie met God. Dat ze zich in het geloof mochten verblijden. Dat zag hij als zijn taak, zijn opdracht. Hij kon nog niet naar het Vader Huis toe, hoewel er flink aan hem getrokken werd. Maar zijn tweestrijd sloeg door naar mensen waar hij zo ontzettend veel van hield.

Soms maken wij ook moeilijke omstandigheden mee. Op je werk, in je opleiding, thuis, in je lichaam, in je relatie met anderen, enz. Situaties waar je op dit moment niet meer tegen kunt. En je baalt van het leven, hier had je niet voor gekozen. Van jou hoeft het niet meer. En voor sommigen van ons is dan het verlangen om heen te gaan een zeer reële oplossing. Maar voor God niet. Hij denkt vaak anders dan wij zouden wensen. En daar zit je dan. En maar denken, hoe nu verder.

Weet je wat dan de beste oplossing is om dan toch maar door te gaan. Net als Paulus te zien naar wat je nog kunt doen voor anderen. Dat heeft mij er menigmaal weer doorheen geholpen. Kijken naar je opdracht! Dat is een sleutel om kracht te ontvangen, om door te gaan. En die keuze heeft bij mij heel wat problemen opgelost. Paulus deed dit ook. Hij zag niet meer op de omstandigheden. Hij zag naar zijn opdracht en daardoor naar De Opdrachtgever, Jezus.

De mensen uit Filippi hadden Paulus nog nodig. Hij kende ze. Hij wist wat er in hun harten omging. Zo gaat het ook bij ons. We hebben elkaar nodig, we zijn allemaal mensen met een opdracht. En God weet wanneer die missie af is. Maar tot zolang kunnen we niet zonder elkaar, en hebben elkaar meer dan nodig. Wij denken misschien; ‘het is beter dat ik…’. Maar dan roept die medemens, die gemeente, die vader of moeder, dat kind, je vriend, je buren, die opdracht, dat zendingsveld. En het schreeuwt je toe: “kom over en help ons”.

Ik denk dat de gedachte aan dat visioen Paulus er helemaal doorheen heeft gehaald. Dat tilde hem weer boven de situatie uit. Om die reden schrijft hij:

“Omdat ik hiervan overtuigd ben, weet ik dat ik inderdaad voor u behouden zal blijven, zodat uw geloof groter en vreugdevoller wordt” VERS 25.

Paulus kiest niet voor zijn eigenbelang. Niet wat hem het beste toe leek. Maar hij kiest, bij hernieuwing, voor het belang van de gemeente van Jezus Christus.

Als Paulus was blijven steken bij de gedachte om naar de Heer te gaan, dan was er een heel stuk van zijn leven mislukt. En denk hier maar even aan alles wat hij na die keuze nog voor God gedaan heeft. Tot geloof komen is niet het einde, dat is het begin. We zullen ons moeten uitstrekken om verder te groeien in ons ‘daad’ geloof. God geeft niet voor niets Zijn gaven aan ons.

Het is jammer om het te moeten zeggen, maar er zijn veel mensen die lijden aan geestelijke invaliditeit. Ze lopen op krukken of hebben andere hulpmiddelen nodig om hun geloofsleven overeind te houden. Als dat zo is dan moeten we eens lezen wat Paulus ons allemaal schrijft. Dan kun je afrekenen met ongeloof en twijfels. Dan gaan we weer ontdekken wat de bedoeling van God is met ons leven. Dan gaan we Zijn Woord weer lezen, begrijpen en toepassen. Dan mogen we verder groeien en ons verblijden in ons geloof.

Een medestrijder

Hoe kunnen we verder komen? Door te begrijpen hoe de Filippenzen verder kwamen. Door het Woord te lezen en toe te passen. Door te doen wat er staat. In VERS 27 zegt Paulus:

“Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt”.

Hoewel hij zich in een brief tot die gemeente richt, was hij ervan overtuigd dat hij op de een of andere manier deel zou hebben aan hun getuigenis. Zorg dat je standvastig bent, dat je een volhardende Christen bent. Eén geest en één van ziel bent. Dat je een medestrijder bent. Hierdoor kom je verder in je eigen geloofsontwikkeling. Gedraagt u waardig dat is; ‘waardig wandelen’. Je gedragen en wandelen zijn actieve bezigheden. God verlangt naar zulke gelovigen anders zou Paulus er ons niet toe oproepen.

Wanneer God een verbond met Abraham sluit zegt Hij: “Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. Wandel en wees onberispelijk” GENESIS 17:1. Met God leven betekent je bewegen voor Zijn aangezicht. Dat is in het Oude en Nieuwe Testament hetzelfde. God is niet veranderd. Wandelen in het geloof is net zo belangrijk als ademhalen. Over dit thema heeft Paulus wel meer gemeenten aangemoedigd. Aan de Efeziërs schrijft hij:

“Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen” EFEZIËRS 4:1.

Zie ook KOLOSSENZEN 1:9-11; 1 THESSALONICENZEN 2:12;4:1.

Wie wandelt valt op

Mensen die hard lopen zijn zo weer verdwenen. Die hebben haast, en zijn vaak met hun zelf bezig. Hardlopers rennen dan ook overal aan voorbij. Maar wie gaat wandelen in zijn of haar geloofsleven valt op. Die wandelaars hebben tijd om, om zich heen te kijken. Om de dingen te beleven en te begrijpen. En dit type mensen, de wandelaars in het geloof, zijn dan ook het doelwit van de satan. Die komen de tegenstanders van het geloof tegen. Maar zegt Paulus:

“Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet” FILIPPENZEN 3:17-18.

Vijanden willen ons bang maken. Die willen ons doen geloven dat we er helemaal naast zitten. Maar waarom maakt de vijand ons bang? Omdat die vijand, de satan, zelf bang is. Hij kent reeds zijn veroordeling al. Vgl. LUCAS 4:34. Want hij wil heel graag jou en mij, in zijn moordende greep houden. Gods woord bemoedigt ons wanneer we lezen: “Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrijROMEINEN 8:33. Daar moet je even bij stil staan; ‘God zelf spreekt je vrij’. Aan dit geweldige feit heeft de satan een bloedhekel. Daarom zal hij ons altijd aanklagen. Sterker, de satan kán je nooit vrij spreken. Hij kan je alleen maar vast binden aan zijn eigen ondergang. En daarom is hem er alles aan gelegen om ons te laten geloven dat het geloof in God en in zijn Zoon, maar een fabeltje is.

En weet je wanneer hij succes heeft, wanneer wij niet wandelen voor Gods aangezicht. Wanneer we niet één zijn van geest en ziel. Dan lukt de duivel het wel om ons bang te maken. Dan worden we angstig. Dan ontstaat er een verkeerde vrees voor God. En veel mensen lijden hier jammer genoeg aan. Dit zijn dan makkelijke prooien voor het rijk der duisternis en zullen zeker getroffen worden door de pijlen die op hen worden afgeschoten, zie EFEZIËRS 6:10-17.

Maar wat doen wij in dergelijke gevallen? Wie wandelt voor het aangezicht van God leert ook luisteren naar Hem. Wie wandelt, herkent Gods Stem. Dan ga je handelen naar Gods Woord, en ga je groeien in je relatie met God. Dan ga je je verblijden in je geloof. Dan leer je te strijden en neem je het schild van het geloof ter hand, zie EFEZIËRS 6:16. En met dit schild ben je in staat om alles wat de vijand op je afvuurt, de brandende pijlen, te weerstaan.

Maar als je dit schild niet gebruikt zal je getroffen worden door de listen van satan. Dan zul je angstig worden, dan ga je op jezelf zien. Je zult dan merken dat je alleen staat. Dan heb je al half verloren. En wanneer je lang in een dergelijke situatie blijft zal er ‘geestelijk invaliditeit’ ontstaan. Paulus waarschuwt en bemoedigt ons wanneer hij schrijft:

“We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt2 CORINTHIËRS 4:9-10.

Dat is een geweldige boodschap, ja toch? Door al ons strijden wordt; ‘het leven van Christus zichtbaar in ons’.

In al onze strijd hebben we houvast aan ons geloof in Jezus Christus. En om onze strijd vol te houden hebben we vertrouwen nodig. Vertrouwen in de overwinning van Christus. Hebben we nog vertrouwen? Of heeft dat plaats gemaakt voor de twijfel? Twijfel is als een wind die door je leven heen raast en alle zekerheden onder je bestaan weg kan blazen. Tegenwoordig wordt bijna alles in twijfel getrokken, dat is het manco van deze tijd. We mogen geen zekerheden meer hebben. En het lijkt erop dat we de twijfel verheven hebben tot de grondslag van ons leven. Dat is wat de wereld doet. En wij? Twijfelen we mee, of…?

Wat is je getuigenis

Ik weet uit ervaring dan veel kinderen van God twijfelen aan Gods woord en Zijn beloften. Altijd weer zijn er die vragen; ‘zou het wel waar zijn, dat kan toch niet?’ In onze tijd komt er zoveel op ons af wat de overwinning van Jezus in ons leven weg wil roven. En als we de twijfel toe laten worden we halfslachtige christenen. Dan verdwijnt onze inzet voor Gods koninkrijk. Je doet dan nog wel wat, maar zonder overtuiging, zonder bezieling. Het wezenlijke van je geloof zal dan verdwijnen en je voelt je lauw en koud. Zie OPENBARING 3:15. Herken jij je hierin? Het is dan goed om te beseffen dat God zegt; ‘kom terug, Ik Ben er om je te helpen, Ik zal je verwonde ziel genezen, Ik zal je verlossen van al je twijfels.

God geeft ons een geweldige manier om te overwinnen. In OPENBARING 12:11 staat:

“Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen. Zij waren niet aan het leven gehecht en hebben hun dood aanvaard”.

Onze overwinning ligt in wat wij getuigen van ‘Het Woord”. Je kunt bemoedigd worden door het getuigenis van de ander, maar dat is niet jouw getuigenis, dat geeft jou geen overwinning. Je zult zelf die keuze moeten maken om te getuigen van het bloed van het Lam. Dan zal de twijfel verdwijnen en breekt de overwinning van Jezus in je leven door.

Het is van levensbelang ‘wat’ wij getuigen. Want het gaat uiteindelijk om ‘leven of dood’! Wat belijden wij, onze narigheid? O ja, ik weet inmiddels dat dit soms veel makkelijker is dan het vast houden aan Gods beloften. Maar dan ontstaat er toch zoiets als; ‘wat je zaait zul je oogsten’, zie GALATEN 6:7-9. En wil ik dat? Wil jij dat? Ik denk van niet. Want uiteindelijk willen we samen écht gelukkig zijn. Je wilt je thuis voelen bij God de Vader en bij elkaar.

Paulus roept ons ook op om door te gaan. Hij zegt:

“maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest” FILIPPENZEN 2:2.

Als iemand een beroep op je doet vraagt dit om een antwoord, om een reactie. Dan wordt het ja óf nee. Ja zeggen betekent doorgaan. Zeggen: ‘hier ben ik Heer ik wil U volgen’. En doe je dit alleen? Nee, je doet dit samen als gemeente. Als gelovigen die elkaar bemoedigen in liefde. Die gemeenschap hebben in de heilige Geest. Die ontferming toepassen en elkaar barmhartigheid bewijzen.

En wanneer je dan toch die keuze hebt gemaakt om door te gaan, gaat Paulus nog een stapje verder. Dan zegt hij: “maak mij dan volmaakt gelukkig”. Eigenlijk zegt Paulus; ‘dan heb ik tenminste ook een bevestiging om mij in te blijven zetten voor jullie’. ‘Dan kunnen we samen uitwerken wat God van ons vraagt’. Want samen moeten we leren om eensgezind te zijn, letterlijk bedoelt hij, om ‘gelijkgezind te zijn’. Allemaal hetzelfde doel nastreven. En dan gaat hij dit handen en voeten geven.

  • Eén in liefde
  • Eén in streven
  • Eén van geest
  • Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan
  • Maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf
  • Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander

FILIPPENZEN 2:2-3

Weet je, dit zijn allemaal kwaliteiten van gemeente zijn. Wanneer we dit gaan uitdragen dan hebben we de gezindheid van Christus in de gemeente én in ons hart. Paulus roept ons hiertoe op: “Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” VERS 5. Gezindheid betekent, ‘stemming, neiging, staatkundige of Godsdienstige overtuiging’. Het is net of Paulus ons die termen in wil wrijven. Hij verlangt ernaar dat dit óns leven wordt. ‘laat die neiging, die stemming, die overtuiging je leven zijn, want dit was ook Christus leven.

Paulus verlangen was om ons dit te verkondigen. Om samen deel te kunnen hebben aan Gods doel met ons leven. En hij handelde daarmee volgens het plan van God. Dat plan staat zo mooi omschreven in LUCAS 1:17:

“Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer”. Zie ook 1 PETRUS 2:9.

Jezus was volledig afgestemd op God de Vader, daarom kon Hij doen wat de VERZEN 6-8 zeggen:

“Hij had de gestalte van God, maar heeft zich niet willen vastklampen aan zijn gelijkheid met God. Hij heeft zijn grootheid opgegeven door de gestalte van een slaaf te aanvaarden en aan mensen gelijk te worden. Hij leefde als een mens en hij vernederde zich door gehoorzaam te worden tot in de dood, de dood aan een kruis” GNB.

De gezindheid van Christus kwam hieruit naar voren, dat hij nooit Zijn eigenbelang maar altijd ons belang voorop stelde. Ter wille van ons heeft Hij zichzelf, Zijn God zijn, helemaal weggecijferd. Kostte Hem dat strijd, Ja! Bloed, zweet en tranen. Jezus heeft Zichzelf ontledigt. Letterlijk betekent dit, ‘leegmaken’. Een mooi voorbeeld hiervoor is dat iemand zijn zakken binnenste buiten keert zodat alles eruit valt. Zo heeft Christus Zich voor ons helemaal binnenste buiten gekeerd. Jezus ontdeed zich van alles wat Hem in de weg stond om dat doel, onze redding en heiligmaking, te bereiken. Al Zijn rechten legde Hij op Gods altaar. Hij bracht een Gode welgevallig offer. Vgl. ROMEINEN 12:1-2. Hij stelde Zichzelf hiervoor helemaal beschikbaar.

En wij

Ook aan ons wordt er gevraagd; ‘mag er een beroep op je gedaan worden?’ God zegt in zijn woord:

“Wie zichzelf verhoogt zal worden vernederd, en wie zichzelf vernedert zal worden verhoogdMATTHÉÜS 23:12.

Zie ook JACOBUS 4:10; 1 PETRUS 5:6.

Jezelf willen vernederen, dat was ook Jezus’ geheim. Hij heeft Zichzelf vernederd, Hij heeft Zichzelf weggecijferd, en is gehoorzaam geworden aan God. Dat is dé sleutel ook voor ons om te kunnen groeien in onze relatie met God en met anderen. Waar leidde de zelfvernedering van Jezus toe?

Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaatVERS 9.

Soms kunnen of willen we ons niet vernederen. En daar zullen verschillende redenen voor zijn. Een van de belangrijkste is dat we vast zitten aan onszelf. Dat we onszelf niet kunnen, niet willen, vernederen onder de machtige hand van God. We willen ons niet stellen onder Gods toezicht. En daarom komen we niet verder in ons geloof. Daarom lopen we vast in onze relatie met God. Dan kunnen we ons niet verblijden in ons geloof.

Als je gevangen zit in je gevoelens, in je gedachten, als er twijfels zijn, of zonde, of angst voor… Neem dan een beslissing. Want alleen dat zal ons leiden naar Gods verlossing. Leer het op Gods altaar te leggen. En als je dat niet alleen kunt zoek dan iemand die je vertrouwd. Er zijn altijd mensen die je verder willen helpen want God laat je niet alleen staan.

Jezus ging ook een diepe weg van gehoorzaamheid. Het kostte Hem alles en veel meer dan wij ooit kunnen beseffen. De Hebreeën schrijver wil ons bemoedigen met de volgende woorden:

“Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vindenHEBREEËN 4:14-16.

Wil je hulp ontvangen, kom dan tot Jezus! Maak die keuze. Dan zul je merken dat je gaat groeien in je geloof, in je relatie met anderen maar bovenal met God de Vader. Dan ga je écht groeien in je relatie met Jezus. Dan brengt het geloof je blijdschap en vrede. En is dat niet ten diepste waar jij en ik naar verlangen?

Ik wens je Gods zegen