Deze studie gaat over Stefanus. Over zijn leven in de eerste gemeente. Het is een man met een duidelijk getuigenis. Stefanus was één van die mensen die werd uitgekozen door de toenmalige kerkleiders om de gemeente van Jezus Christus te dienen. En waarom hij werd uitgekozen, omdat hij opviel vanwege zijn relatie met God en zijn kennis van Gods woord. Hij durfde te laten zien wat hij geloofde. En zo zien we Stefanus als een krachtige getuige in het ontstaan van de eerste gemeente. Een gemeente die direct te maken kreeg met problemen die we nu nog steeds om ons heen zien.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Onder de indruk
  • Alles gemeenschappelijk
  • Een opdracht
  • Wat opvalt
  • Gods getuigenis
  • Waar het écht om gaat
  • Stefanus’ overwinning

Inleiding

“De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijkHANDELINGEN 4:32. Lees ook HANDELINGEN 6:1-15; 7:54-60.

Waarom worden de Christenen steeds minder verdragen in deze wereld? Waarom is er voor hen steeds minder plaats. Het antwoord hierop wordt ons gegeven in HANDELINGEN 6 en 7. De wereld verdraagt kennelijk het goede niet. Voor allerlei religies is er tegenwoordig ruime aandacht, maar voor de Christenen? Lees de kranten, kijk naar de journaals, luister naar de media en je weet dat de wedergeboren Christen steeds minder ruimte krijgt in deze maatschappij. Die tweedeling is al ontstaan bij de geboorte van Jezus Christus in deze wereld. En dat zal zo blijven. De christelijke invloed zal steeds meer ruimte moeten afstaan aan de niet christelijk of de anders religieus denkend mens.

Ook de gemeente in de Handelingen brief werd daarmee geconfronteerd. Dat lezen we zo duidelijk in het verhaal over Stefanus. Laten we hem eens volgen en acht geven op wat hem zo bijzonder maakte.

Onder de indruk

We vinden niet zoveel gegevens over hem, hoe hij opgroeide of over zijn achtergrond. Daar wordt ons niet zoveel over verteld. En ik denk dat dit ook niet zo belangrijk is. Maar wát we over hem weten daar kom je van onder de indruk. Zijn dienstbaarheid aan de gemeente laat zien, wie Stefanus is. En daar in dat ‘geestelijk thuis’ van hem zien we wie en wat hij is. Zijn inzet aan die eerste gemeente maakt duidelijk uit welk ‘geestelijk hout’ hij gesneden is.

Over Stefanus’ achtergrond is dus niet zoveel bekend, maar wel over die gemeente. Daar lezen we wel het één en ander over. Geweldige dingen die daar gebeurden, wonderen van bevrijding en genezing. Lees de verhalen maar in HANDELINGEN 2,3 en 4. En daar hoorde Stefanus thuis. Daar groeide hij op in zijn geloof en toewijding aan Jezus. Stefanus voelde zich daar thuis en werd door God gebruikt. Het was een geweldige gemeente om lid van te zijn zouden we vandaag zeggen. Het was een gemeente waar tenminste iets gebeurde. En je zou kunnen zeggen; ‘wat kon daar in die gemeente nu nog mis gaan.

Alles gemeenschappelijk

Wel, tussen de regels van het geestelijk succes lezen we dat er ontevreden mensen waren. Hoe is het mogelijk zou je zeggen, maar toch waren ze er. Mensen die zich achtergesteld voelden. Mensen die onverzorgd werden in hun dagelijks onderhoud. De weduwen waren voor hun dagelijks levensonderhoud afhankelijk van de gemeente. Deze mensen kregen geen geldelijke ondersteuning zoals wij dit tegenwoordig kennen. Voor voedsel, kleding en geld om de huur te kunnen betalen, waren ze volledig afhankelijk van de gemeente. Zo ging dat in die tijd.

En de invulling van die taak bracht gemopper en onvrede met zich mee. Hoe kon dit in zo’n fijne gemeente? Een intern probleem zouden we vandaag de dag zeggen. Ik zei net al dat de weduwen op de zorg van de gemeente waren aangewezen. Daarover kunnen lezen we in HANDELINGEN 4:32-37. Wat valt ons in dit gedeelte op? De gelovigen waren één van hart en ziel. Men kende geen persoonlijke eigendommen. Ze hadden alles gemeenschappelijk. Er was niet één die gebrek had. Overtollig bezit werd verkocht en de opbrengst werd aan de leiding van de gemeente gegeven. En die konden het dan gaan uitdelen aan mensen die geen bron van inkomsten hadden, met name de weduwen. En dit verdelen ging volgens sommigen niet eerlijk. Dat was de achtergrond van het gemor.

We moeten ons beseffen wat Jezus hen zo duidelijk had geleerd.

Verkoop je bezittingen en geef aalmoezen. Maak voor jezelf een geldbuidel die niet verslijt, een schat in de hemel die niet opraakt, waar een dief niet bij kan en die door geen mot kan worden aangevreten. Waar jullie schat is, daar zal ook jullie hart zijnLUCAS 12:33-34.

Ook Jacobus haakt op deze zo belangrijke opdracht in en leert de gemeente een belangrijke les.

“Voor God, de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood, en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven” JAKOBUS 1:27.

Een opdracht

En deze opdracht bracht de eerste gemeente dan ook volop in de praktijk. Maar hoe zat dat nou precies met de verzorging van die weduwen? We weten dat er verschillende bevolkingsgroepen waren in die gemeente. Er waren Grieks sprekende Joodse Christenen uit het buitenland en er waren Joodse Christenen. Er ontstonden moeilijkheden, omdat de Griekse Christenen de gedachte hadden, dat hun weduwen minder kregen dan de Joodse Christenen. Was het jaloersheid? Voel je je als buitenlander sneller benadeeld? Precies zullen we het nooit weten. Maar dat er een oplossing voor dit probleem gezocht moest worden was duidelijk.

Hoe pakte de gemeente dit probleem nu aan? Wel de hele gemeente werd bijeen geroepen. Hier werd dus geen achterkamertjes politiek bedreven. Nee, dit was een gemeentelijke aangelegenheid en iedereen had inspraak. Het was dan ook een ‘gezamenlijk’ probleem, wat ze samen moesten oplossen. Want dit ene probleem veroorzaakte ook nog een ander probleem. De verzorging van de weduwen, bracht met zich mee, dat de prediking en hun tijd van gebed voor de Apostelen, behoorlijk in de knel kwam. Dat was het tweede probleem. De Apostelen waren al hun tijd kwijt aan de verzorging van de armlastigen. En dat kon nooit Gods bedoeling zijn.

Wat ons opvalt is, dat zowel de leiding als de gemeenteleden bereid zijn om te werken aan een oplossing. Erkenning van een probleem is al een halve oplossing, wist je dat? En in ons verhaal zien we dat de Apostelen met een voorstel komen.

“Kies daarom, broeders en zusters, uit uw midden zeven wijze mannen die goed bekendstaan en vervuld zijn van de heilige Geest. Aan hen zullen we deze taak opdragen, terwijl wij ons zullen wijden aan het gebed en aan de verkondiging van het woord van God.’ Alle leerlingen stemden met dit voorstel inHANDELINGEN 6:3-5.

Was dit gemakkelijk om zulke mannen te vinden? In veel gemeenten is dit een groeiend probleem. Je kunt bijna geen geschikte mensen vinden voor de verschillende taken. Bijna iedereen laat zijn of haar tijd indelen door het ‘natuurlijke leven’, en niet door het ‘geestelijke leven’. Dat is in veel gevallen de doodsteek voor de christelijke gemeenschap. Maar gelukkig kunnen we dit van de eerste gemeente niet zeggen. Zij hadden daar geen moeite mee. Moet je maar eens zien welke mensen ze vinden. En ze hebben er ook geen weken over gedaan om iemand te vinden die geschikt genoeg waren. Let maar eens op wat ze vinden! Zeven mannen vol van de heilige Geest, die ook nog eens goed bekend stonden. Het waren actief betrokken broeders, anders val je niet op. Als je altijd achter in de kerk blijft zitten zodat niemand je ziet ja dan kom je ook nergens voor in aanmerking, tenminste zo gaat dat in de tegenwoordige kerk.

Een van deze mensen is Stefanus. Dit blijkt een man te zijn die; ‘met kop en schouders’ boven de anderen uitsteekt. Driemaal wordt van hem gezegd dat hij vol was van de heilige Geest. En dan worden ze voorgesteld aan de Apostelen. En nadat zij de zekerheid van de juiste keuze, door het gebed ontvangen hebben, leggen ze hen de handen op. Zo worden ze ingezegend voor hun taak.

Wat opvalt

Zo dat is dan geregeld, het probleem is opgelost. Maar wat doet Stefanus, hij gaat heel andere dingen doen. Hé, Stefanus dat kan toch niet. Ingezegend worden als Diaken en dan iets anders doen, dat mag niet. Dan ga je buiten je boekje. Eigenlijk is dit een raar verloop, vindt je ook niet? Ingezegend worden als Diaken en dan wonderen en tekenen doen, dat past toch niet binnen je geestelijk gaven profiel? Dat is dan toch niet jouw bediening of roeping. Je zou zeggen van niet, en toch…

Laten we de feiten eens op een rijtje zetten. Wat valt er allemaal op als we naar Stefanus kijken?

  • Hij geloofd dat Jezus zijn verlosser is
  • Hij leidde een goed en eerlijk leven
  • Hij was vol van de heilige Geest
  • Hij was vol van geloof
  • Hij was vol van kracht
  • Hij bezat wijsheid
  • Hij was actief

Nou, daar word je wel even stil van, of niet. Dit is niet zo maar iemand. Zulke mensen zie je bijna niet meer. Die kom je bijna nooit meer tegen. En wanneer je ze tegenkomt sturen we ze gelijk door naar het zendingsveld of naar een theologische hogeschool. Dit type gelovigen moet je koesteren. Dat moeten voorgangers worden. Ja, wij weten het wel. En wij? In welke categorie worden wij ingedeeld? Komen wij ook zo positief uit de bus. Natuurlijk, ik weet heel goed dat er verschillen zijn. De kerk wordt niet bevolkt met uitsluitend ‘geestelijke reuzen’. Ik denk dat we het daar wel over eens zullen zijn.

Maar goed, we hadden het over Stefanus. Hij werd ingezet, geschikt geacht, om een voortreffelijke taak te doen binnen de gemeente. Kijk zulke mensen vinden en inzetten dat is een gouden formule, want wat lezen we.

“Het woord van God vond steeds meer gehoor, zodat het aantal leerlingen in Jeruzalem sterk groeide; ook een grote groep priesters aanvaardde het geloofHANDELINGEN 6:7.

Er gebeurden geweldige dingen, Stefanus ging de mensen bedienen, preken en getuigen. Hij wou meer voor God doen dan dat zijn taak inhield. O, hij had best heel tevreden kunnen zijn, als hij alleen maar gedaan had wat hem was opgedragen. Maar hij deed meer! En dat alles, zo kunnen we lezen, werd tot een grote zegen voor de gemeente. Er werden veel nieuwe gelovigen aan de Gods gemeente toegevoegd, zelfs priesters aanvaardden Jezus in hun leven. Dat moet een geweldige tijd zijn geweest voor die gemeente. Na alle moeite eindelijk zegen. Na regen komt zonneschijn, is een bekend spreekwoord.

Gods getuigenis

Maar wat komt er na zonneschijn…? Precies, de tegenstander zit niet stil. Dit kan hij niet zomaar laten gebeuren. De gevestigde kerk gaat in verzet. Er worden voorname leiders op af gestuurd. Het Sanhedrin komt in beweging. Ze moeten die zaak stoppen! Maar hoe?

En ons verhaal gaat verder over een Diaken die méér was dan een Diaken. Wanneer je vol bent van Gods Geest, trek je altijd de aandacht van het rijk der duisternis. En met het groeien van de gemeente, groeit ook de tegenstand. Dat gaat altijd samen. Net als je van plan bent om je helemaal te gaan geven, je toe te wijden aan God, dan start de satan een tegenactie. Is dit herkenbaar? Natuurlijk! Dit kennen we allemaal.

De geschiedenis herhaalt zich altijd. Stefanus doet grote en machtige dingen, en het verzet komt onmiddellijk in beweging. Er worden stevige debatten gehouden in de synagogen. De discussie barst los. En de gevestigde kerk, zo kunnen we vaststellen, komt op een ‘verkeerde manier’ in beweging. En het zal duidelijk zijn dat de kloof tussen de gevestigde kerk en de gemeente van Jezus Christus onoverbrugbaar aan het worden is.

En op wie richt de satan zijn pijlen. Altijd op de mensen die vol zijn van Gods heilige Geest. Op mensen die hun nek durven uit te steken in een wereld waar de kerk op zijn retour is. En zo krijgt Stefanus er ook van langs, hij wordt stevig ondervraagd. Maar hoe geleerd ze ook mochten zijn, één ding konden ze niet, ze waren niet opgewassen tegen de wijsheid van God. De machten stonden machteloos.

Waarom konden ze de wijsheid in Stefanus niet de baas? Uit HANDELINGEN 7 weten we dat hij goed thuis was in het woord van God. Dat maakte hem sterk, dat gaf hem wijsheid. Want het ging hier niet om menselijke wijsheid. De Kracht van Gods Woord werkte in hem. Jezus had, in het zenden van de heilige Geest, een geweldige belofte gegeven.

“Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd hebJOHANNES 14:26.

De Heilige Geest gaf Stefanus de juiste woorden in de mond. En ook dit is een belofte van Jezus zelf.

“Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen. Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven. Jullie zijn het immers niet zelf die dan spreken, het is de Geest van jullie Vader die in jullie spreektMATTHÉÜS 10:19-20.

Het spreken van Stefanus was dus niet zoutloos. Het Woord was aan het Woord. God was in en door hem aan het spreken. Het was aangenaam en Stefanus kon een ieder het juiste antwoord geven. Als Gods Geest in ons spreekt kan daar niemand tegenop. En het is goed om te beseffen dat die beloften nog steeds van kracht zijn. Jezus zelf heeft ons beloofd:

“En, wees er zeker van: ik ben bij jullie, van dag tot dag, tot aan de voltooiing van de wereld” MATTHÉÜS 28:20 GNB.

Als getuige van Jezus staan we er nooit alleen voor. Dat mocht Stefanus ook ervaren want: “ze konden niet op tegen zijn wijsheid en tegen de heilige Geest die hem bezielde” HANDELINGEN 6:10. Dat maakte de toehoorders zo ontzettend boos. En wat zien we? De geschiedenis gaat op herhaling. In het verhoor van Stefanus klinkt de roep door die ons zo bekend in de oren klinkt. ‘Weg met Hem’, hadden ze nog niet zolang geleden tegen Jezus geschreeuwd. En nu was Stefanus aan de beurt; ‘weg met hem, stenigt hem’. Want het getuigenis van Jezus moet nu eenmaal in de kiem gesmoord worden. En ze passen een aloude tactiek toe:

“Daarop zetten ze anderen ertoe aan te verklaren dat ze hadden gehoord dat Stefanus Mozes en God had gelasterdHANDELINGEN 6:11.

Toen het volk dit hoorde waren de rapen gaar. En er ontstond een grote opschudding.

Waar het écht om gaat

We moeten goed in de gaten houden dat het niet in de eerste plaats tegen Stafanus gericht was. Maar het ging om de Here Jezus ‘in hem’. En dat konden ze niet verdragen. Dat maakte die haat en woede in hen los. En zo is de satan er voortdurend op uit om ons getuigenis te ondermijnen en kapot te maken. En wees er op bedacht dat hij hier geweldig slim in is. Hij heeft veel middelen die hem ter beschikking staan. Demonische machten en mensen doen wat de satan hen opdraagt. Denk hier maar eens aan al die landen waar het bijna onmogelijk is om openlijk van Jezus te getuigen. En er zijn landen die wetten hebben ontwikkeld, om de Christenen het leven onmogelijk te maken. De leiders van die landen willen hun bevolking doen geloven dat Jezus niet bestaan heeft. En wie wel in Jezus gaat geloven loopt een zeer reële kans, vroeg of laat te worden opgepakt, gemarteld of te worden vermoord.

Maar alle soorten vervolgingen, hebben er niet toe geleid, dat er geen Christenen meer zijn. Sterker nog, het heeft een omgekeerd effect. Want hoe groter de vervolging des te meer bewezen wordt dat God bestaat. Want:

“Neem een voorbeeld aan de Mensenzoon: hij is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen en zijn leven te geven in ruil voor het leven van veel anderenMATTHÉÜS 20:28 GNB.

Het geloof is en zal altijd een ‘Levende’ aangelegenheid blijven. Als God niet bestaat, als Jezus niet in het vlees was verschenen om ons te verlossen, waarom maakt de satan zich dan zo kwaad? Waarom jut hij dan de massa op om de Christenen het leven zuur te maken? Waarom wil hij kost wat kost de christenen uitroeien?

En Stefanus is nu aan de beurt. Ze zullen hem wel krijgen. Maar wat er ook gebeurd Stefanus blijft pal achter zijn keuze staan. Hij verloochend zijn Heer niet. Hoe het volk ook tekeer gaat, hij blijft op een zeer wonderlijke wijze kalm. Hij schiet niet in de stress, niet in paniek. Hij heeft niet de neiging om te zeggen; ‘dan zal ik het wel verkeerd hebben gezien’. Nee, de vrede van de Here Jezus heerst over hem, wat geweldig.

Hoe zouden wij in dergelijke situaties handelen, of ons gedragen? Kunnen wij een dergelijke vervolging het hoofd bieden? Eén ding was zeker Stefanus had de kosten goed berekend. Vgl. LUCAS 14:28. Hij kende toewijding en zelfopoffering. Hij wist wat hij over had voor de zaak des Heren. Hij leefde niet om te sterven, maar hij stierf om te leven. Kent jij dat geheim ook?

Ook al gaat er van alles mis in je leven. Zitten er veel dingen tegen, ja zelfs je gezondheid laat je in de steek, dat je nog kunt stralen in dit leven. Want we hebben een geheim, een verborgen kracht in ons. En dát kende Stefanus ook. Want zegt de Bijbel: “Voor mij is het leven Christus Zelf en het sterven pure winstFILIPPENZEN 1:21 HB. Dat was de overtuiging van Stefanus. Daarom kon hij zo standvastig zijn.

Want wat zien we door alles heen? Hij bleef op Christus zien. Daarom was hij een stralende getuige. Stefanus had geen bedekking meer op zijn gezicht. Die was weggenomen toen hij zijn leven overgaf aan Jezus. Gods woord zegt:

“En wij allen weerspiegelen de heerlijkheid van de Heer omdat ons gezicht ongesluierd is; we worden omgevormd naar datzelfde beeld en komen tot steeds grotere heerlijkheid, tot een heerlijkheid zoals die afstraalt van de Heer die de Geest is2 CORINTHIËRS 3:18 GNB.

De heerlijkheid van de Heer weerspiegelen. Hoe is dat in ons leven? In wat voor een situaties wij ook leven, wat weerspiegelen wij? Paulus schrijft:

“Hij heeft altijd geweten wie Hem zouden liefhebben. En Hij bepaalde ook dat die mensen Zijn Zoon zouden weerspiegelen. Want Hij wilde dat Zijn Zoon de eerste en belangrijkste van vele broers zou zijn. Maar God heeft allen die daartoe bestemd waren, ook geroepen. En Hij heeft hen ook rechtvaardig gemaakt. Meer nog: Hij heeft hen ook in Zijn schitterende heerlijkheid opgenomenROMEINEN 29-30 HB.

Dat zijn geweldige dingen. De heerlijkheid van Jezus weerspiegelen. Dat je gelaat, je ogen, de glans van Gods heerlijkheid laten zien. Dat je innerlijke leven verbonden is met Gods Licht. Een dergelijk wonder zien we ook bij Jezus. Bij de verheerlijking op de berg. Zijn gelaat blonk als de zon. Zijn kleren waren witgelijk als het licht. Vgl. MATTHÉÜS 17:2.

Als je een dergelijk Licht verspreidt dan val je altijd op, zeker temidden van mensen die dit niet doen. Paulus weet dit zo treffend te zeggen.

“God zij dank, door Jezus Christus voert Hij ons mee in Zijn overwinning. Waar wij nu ook gaan, gebruikt Hij ons om Zich bekend te maken en het goede nieuws als een aangename geur te verspreiden. Wij zijn voor God een aangename geur. Het is de geur van Christus voor mensen die gered worden èn voor mensen die niet gered worden” 2 CORINTHIËRS 2:14-15.

Stefanus’ overwinning

En Stefanus krijgt nog een kans, hij mag zich verdedigen. En met een stralend gezicht vertelt hij de geschiedenis van het Joodse volk. Wat ze met de priesters hebben gedaan en uiteindelijk ook met Jezus. Lees het maar eens na in HANDELINGEN 7. Maar van Stefanus zijn verdediging komen ze niet onder de indruk. Nee, integendeel, weer worden ze geconfronteerd met Jezus terwijl ze dachten dat ze van Hem af waren. Reken maar dat de Joodse leiders zich behoorlijk getroffen voelden.

Dit is een gelijke reactie die we zien wanneer Johannes en Petrus voor de Joodse Raad stonden. Vgl. HANDELINGEN 4:19-21. Maar nu is het veel erger. Niet alleen barstte hun hart van woede, maar ze knarsten de tanden. Dat laat zien dat hun reacties veel heftiger waren dan voorheen. Dit verdragen ze niet langer. Weer die confrontatie met die Jezus.

En Stefanus is de speelbal van hun woede. Daar stond hij temidden van woedende mensen met opgestoken vuisten. Stefanus wist waartoe het volk in staat was. Hij kende hun gewoonten. Maar wat deed hij? Stefanus hief zijn hoofd omhoog, weg van die gedemoniseerde menigte. Hij richtte zijn blik op Jezus de grondlegger en voltooier van zijn geloof. Zie HEBREEËN 12:2. Stefanus zag de heerlijkheid van God.

Bij de mensen zag hij geen uitweg meer, maar bij Jezus wel. Hij laat je nooit alleen. Hij leidt je altijd weg uit elke situatie. Stefanus werd niet teleurgesteld. Zijn blik naar de hemel werd beloond met een ‘open hemel’. Want:

vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensen zoon, die aan Gods rechterhand staat” HANDELINGEN 7:55-56.

Nu, toen het volk dit hoorde brak de hel compleet los. Dit wilden ze niet horen en stopten hun oren dicht. En één in woede en haat stormden ze samen op hem af. Met grote haat en demonische hartstocht stenigden ze het getuigenis van Jezus dood.

Maar had Stefanus nu verloren? Heeft hij het onderspit moet delven? Krijgt hij nu stenen voor brood? Ja, van de mensen wel. Maar Stefanus blijft op God zien en Die geeft nooit stenen voor brood. Nee, Stefanus verliest niet, want het geheim van zijn verlossing treedt in werking. God tilde hem boven de omstandigheden uit. En als we nu aan Golgotha denken waar Christus stierf om ons vrij te kopen van alle schuld, dan weten we, hier gebeurd dit wonder voor je ogen. Jezus het ‘brengende Offer’, en Stefanus het ‘ontvangende offer’.

  • Jezus bad op Golgotha: Vader vergeef het hun
  • Stefanus bidt: reken hun deze zonde niet toe
  • Jezus zei: Vader in Uw handen beveel ik mijn Geest
  • Stefanus zegt: Here Jezus ontvang mijn geest

Stefanus herinnert zich de woorden van Jezus: “zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen” LUCAS 6:28. Hij volgde zijn Meester in alles. Hij wist mijn verlosser leeft. Stefanus’ naam betekent; ‘kroon of gekroonde’. Nu die ontvangt hij, want, hij stierf om te leven.

“De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen. Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest1 CORINTHIËRS 15:45.

Daarom kon Stefanus ook stralen in zijn sterven. Want de dood kon hem het Leven niet ontnemen. SPREUKEN 4:18 zegt:

“De weg van de rechtvaardigen is stralend als de zon, die opkomt, hoger klimt, totdat de dag zijn licht verspreidt”.

Het sterven van Stefanus ging gepaard met een grote heerlijkheid. En de dood was nietin staat om dit weg te roven. Als wij weten waarvoor we gekozen hebben zal niets onzeker zijn. Want het offer van Jezus Christus staat daar garant voor. Dat mogen we allemaal zeker weten. Jezus zegt: “Ik ben het brood des levens” JOHANNES 6:35. En de Psalmist bemoedigt ons met de volgende woorden.

“De Heer is mijn Herder… Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed” PSALM 23:4.

Ik wens je Gods zegen