Soms is het moeilijk om Gods wil te kennen, maar wie hiernaar verlangt zal weten wat God zegt.

Gebed “Leer mij te doen wat U van mij vraagt. U bent mijn God, de goedheid Zelf. Uw Geest leidt mij op een effen weg” PSALM 143:10.

Allemaal worstelen we met de vraag, ‘hoe weet ik wat Gods wil is voor mijn leven’. Vraag het maar eens aan andere christenen om je heen. Je zult versteld staan hoeveel mensen zichzelf die vraag stellen. Natuurlijk zijn er mensen die heel goed kunnen aangeven hoe je Gods wil kunt ontdekken. Maar dát veel mensen er mee worstelen, is mij wel duidelijk. David begint deze Psalm met de woorden: “HERE, luister naar mijn bidden; hoor toch hoe ik smeek” PSALM 143:1. Davids leven was één groot leerproces. En voortdurend richt hij zijn vragen op God. Want hij weet daar moet het antwoord vandaan komen. Heer leer mij, liep als een rode draad door zijn leven.

We moeten in dit leven voortdurend keuzes maken. Makkelijke en zeer moeilijke. En de wijsheid die je hier voor nodig bent is niet altijd voorhanden. Heel vaak staan wij dan ook met lege handen. En weten we het niet. David kende dit probleem als geen ander. Voortdurend op zoek om God te behagen, hield hij zichzelf die vraag ook voor. Het was voor hem geen schande om hierin afhankelijk van God te zijn. Want hij had al zo vaak een misse slag gemaakt in zijn leven. En in dit zoeken naar Gods wil ging het niet om zijn eigen zaken, maar altijd om Gods doel in zijn leven. Daar was hij mee bezig. Zijn gebed om Gods leiding was nooit egocentrisch, maar richtte zich op de vraag; “Leer mij te doen wat U van mij vraagt”.

Het was alsof hij vroeg, ‘Heer doe mij ontwaken, schudt me eens goed door elkaar. Geef me de wijsheid om de juiste prioriteiten te stellen in mijn leven. Maak mijn geest scherp zodat ik actief betrokken kan zijn bij de dingen van U’. Is dat niet een beetje te hoog gegrepen, zullen sommigen hier zeggen. Moet je het niet wat eenvoudiger aanpakken David? God weet toch wel dat je Hem wilt dienen. Nee, met dit soort retoriek houdt David zich niet bezig.

‘Leer mij te doen wat U van mij vraagt’, was een doel wat David zich had gesteld in zijn leven. Want als ik niet doe wat God van mij vraagt, volg ik Hem dan wel? Heb ik Hem dan wel lief? Begrijp ik dan wel waar het in dit leven om draait? Het leren doen van Gods wil was voor David gekoppeld aan zijn verlangen om Hem écht te kennen. Om de ganse dag Hem te verwachten, om er klaar voor te zijn om de Almachtige te ontmoeten. Vgl. PSALM 25:4-5.

Belofte “Als iemand ernaar verlangt Gods wil te doen, zal Hij kunnen onderscheiden of mijn woorden van God komen of van Mijzelf” JOHANNES 7:17.

Jezus was in een debat verwikkeld met de Joodse leiders. En de meningen over wie Hij is lopen sterk uiteen. Niemand sprak openlijk over Hem. Ze waren bang om betrapt te worden door hun kerkelijke leiders. Want die hadden grote macht over het volk. En de angst om verbannen te worden uit de synagoge was heel groot. Want dan stond je buiten de gemeenschap. En voor de Joden was dit één van de ergst denkbare sociale straffen. Dan telde je niet meer mee. Dan werd je niet meer gezien.

Je kunt in je leven veel preken aanhoren. Of Bijbelstudie volgen. Maar als het erop aankomt, wat doe jij er dan mee? Luister je uit angst om verloren te gaan, of uit verlangen om bij Hem te zijn? Angst om Gods wil te kennen kan ons verstikken, en zal niet die vragen beantwoorden waar we naar op zoek zijn. Het kunnen onderscheiden van Gods wil, heeft alles te maken met het feit of je ernaar verlangt om Gods wil te doen.

Het willen leren van Gods wil te doen is volgens Jezus niet zo moeilijk. Hij zegt het eigenlijk heel eenvoudig. Dat hoort ook bij Jezus thuis. Want Zijn Woord moet toch door iedereen begrepen kunnen worden. Zijn wil kennen heeft dan ook niets te maken met kennis, of hoeveel je bidt. Nee, het heeft alles te maken met verlangen. Want wie verlangt om Gods wil te doen, zegt Jezus, zal kunnen onderscheiden wat God zegt. Leer mij Heer! Vraag het maar met een verlangend hart. En je zult versteld staan wat dit met je leven doet. Ben je er klaar voor?

  • “En Gij hebt hun uw goede Geest gegeven, om hen te onderrichten, en uw manna hebt Gij aan hun mond niet onthouden” NEHEMIA 9:20.
  • “Ja, wij verlangen naar de HERE. Hij zal reageren op ons zoeken, zo zeker als de komst van dauw of regen in het vroege voorjaar” HOSEA 6:3.

Ik wens je een fijne dag