Wie over bereidwilligheid nadenkt, zal ontdekken dat dit woord veel verder gaat dan even iets voor iemand anders doen. Het woordenboek geeft als uitleg; ‘graag helpen, van goede wil zijn of, zich niet verzetten’. En dit toont aan dat bereidwilligheid een breed begrip is. In Bijbelse zin zit er nog veel meer diepte in en raakt het zowel ons geestelijke als maatschappelijke leven.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Het prijskaartje
  • Het voorbeeld van Elisa
  • In mijn voetsporen
  • Willen leren
  • Wie volg jij na
  • Volwassenheid
  • Je houding

Inleiding

Lezen: EFEZIËRS 6:1-9 NBG.

Wanneer Paulus aan de Efeziërs schrijft dat men “bereidwillig dienstbaar” moet zijn (VERS7), dan heeft dit betrekking op slaven én op vrije mensen. Maar hun eerste prioriteit ligt bij God. Daar begint de keuze om dienstbaar te zijn. En om hen te bemoedigen wijst Paulus hen op het feit dat; ‘al het goede, dat ze gedaan hebben, van de Here terug zullen ontvangen’ VERS 8.

Het Griekse woord wat Paulus hier gebruikt is ‘eunoias’ wat ‘welwillendheid’ betekent. En het komt er dan op neer dat de gelovigen hun werk doen zonder zich te verzetten of dat ze ertoe gedwongen worden. Dit kan alleen wanneer de slaven hun werk beschouwen als voor de Heer. Verder kunnen we uit dit gedeelte opmaken dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen ‘wereldse’ (seculiere) en ‘geestelijke’ (religieuze) werkzaamheden. Alles wat de gelovigen doen moet overeenkomen met het feit dat ze het eigendom van Jezus zijn.

Het prijskaartje

Petrus moedigt ook met dergelijke woorden de gelovigen aan om bereidwillig ‘die ander’ te dienen.

“Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig” 1 PETRUS 4:10-11.

‘Om anderen te helpen’, is het uitgangspunt om bereidwilligheid te betonen aan de ander. Maar dit kent wel een prijskaartje. De kosten, je inzet, kan soms véél van je vergen. Met andere woorden; je moet van ‘goede huize’ komen, om je tijd en de toevertrouwde middelen, in te willen zetten voor je naaste. Want het kan je veel kosten. Is dat niet een beetje overdreven gezegd? Ik denk van niet. In mijn leven heb ik heel vaak mijn kosten moeten berekenen. Vgl. LUCAS 14:28 en let dan vooral op VERS 33.

Wat mag het mij, wat mag het jouw kosten, om God te dienen? Dit heeft alles te maken met jezelf, met je keuze om God te dienen met je hele hart, zie LUCAS 10:27. David geeft zijn zoon het volgende advies:

“En gij, mijn zoon Salomo, ken de God van uw vader, en dien Hem met een volkomen toegewijd hart en een bereidwillig gemoed, want de HERE doorzoekt alle harten en doorgrondt al wat de gedachten beramen. Indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; doch indien gij Hem verlaat, zal Hij u voor eeuwig verwerpen” 1 KRONIEKEN 28:9 NBG.

Bereidwilligheid, je kunt het vergelijken met klei en leem. Klei kan behoorlijk uitgedroogd zijn en dan moet er flink gekneed worden om het weer bruikbaar te maken. Leem echter is soepel en direct bruikbaar. Dat is ook het verschil bij mensen. De één heeft er moeite mee en de ander is direct bereidwillig. Bereidwilligheid gaat over je opstelling of je jezelf ondergeschikt wil maken aan wat God met je leven wil. Ben je bereid om te willen leren, om te veranderen, om jezelf toe te vertrouwen aan een God, die het beste met je voorheeft?

Het voorbeeld van Elisa

“Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen. Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. ‘Laat mij afscheid nemen van mijn vader en moeder,’ zei hij, ‘dan zal ik met u meegaan.’ ‘Doe wat je wilt,’ zei Elia. ‘Ik dwing je nergens toe.’ Elisa ging terug, slachtte zijn ossen, braadde het vlees op het hout van hun juk en bood het zijn knechten aan. Daarna ging hij met Elia mee als zijn dienaar” 1 KONINGEN 19:19-21.

Elisa was de zoon van een rijke boer, dus hij kon er goed van leven. Maar hij was niet lui, hij ploegde met twaalf span koppige ossen de harde droge grond. Een boer die in staat is om een bedrijf te leiden. Hij ging een goede toekomst tegemoet, dat was zeker. Maar op een moment dat hij lekker bezig is om te ploegen komt de profeet Elia langs. Is dat toeval? Nee, helemaal niet want God kent geen toeval. God is een God, die de dingen precies weet te timen. En Hij zoekt mensen die bereid zijn om Hem te volgen, die kan Hij dan een nieuwe taak toevertrouwen.

God roept vaker mensen om Hem te volgen, die gewoon aan het werk zijn. Petrus, die bezig is in zijn vissersboot. Johannes, die met zijn netten bezig is. En Paulus, die denkt voor God bezig te zijn, wordt door God heel abrupt gestopt, omdat Hij een ander plan heeft met zijn leven.

Elisa, wat betekent ‘God redt’, ligt niet lekker in zijn hangmat te luieren en zegt tegen God; ‘U roept me maar als U me nodig heeft’. Nee, hij is een harde werker. En tijdens zijn werk is daar ineens die profeet Elia. En zonder enige waarschuwing vooraf gooit hij zijn mantel over de schouders van Elisa. En Elisa begrijpt deze symbolische handeling. God wil hem kennelijk ergens voor gebruiken. En wat doet hij? Hij begrijpt dat God hem roept en rent de profeet Elia achterna. En het werk en zijn ossen dan? God roept; ‘en hij laat alles achter’. Elia hoeft geen nadere uitleg te geven waarom Elisa die mantel van hem krijgt. Hier is geen discussie voor nodig.

En Elisa is heel resoluut. Zijn waardevolle bezit de twaalf span ossen, wat een vermogen waard is, daar neemt hij resoluut afstand van. De ossen worden geslacht en hij braad het vlees, als een soort afscheidsmaal, op het hout van de ploegen. Er is voor hem geen weg meer terug. Zijn oude bestaan zal hij nooit meer oppakken. Dit alles deed hij niet omdat hij ertoe gedwongen werd. Nee, zijn roeping was om in de voetsporen van Elia te treden. Vgl. 1 PETRUS 2:21. Elisa neemt afscheid van zijn knechten en gaat Elia achterna. Hij is bereidwillig om zijn toekomst, zijn carrière en zijn familie op te geven.

In mijn voetsporen

God geeft Elia de opdracht om Elisa tot profeet te zalven om zijn taken over te nemen. De mantel die Elisa krijgt is een teken van autoriteit en bediening. En hij begrijpt dat dit niet zomaar een gebaar was. Maar het wilde zeggen; ‘jij mag in mijn voetsporen treden, jij wordt mijn opvolger. En nu sta jij onder het Gezag en de Autoriteit van God.

Hierna gaat Elisa Elia dienen. En voordat hij de taak van Elia definitief gaat overnemen, volgt er een tijd van leren en luisteren. Elisa is een geweldig voorbeeld van bereidwilligheid. Hij verbrandde alle schepen achter zich om God te volgen. En bij dit alles was zijn grootste wens: “Laat mij dubbel in uw geest delen” 2 KONINGEN 2:9a. Uit de rest van het verhaal blijkt dat God deze vraag ruimschoots heeft beantwoord. Elisa heeft vele wonderen voor God mogen doen. Dit verhaal geeft aan hoe belangrijk het is, voor God open te staan.

Willen leren

Bereidwillige mensen die willen:

  • Leren
  • Waarnemen
  • Luisteren
  • Groeien
  • Begrijpen

Een bereidwillig mens is per definitie een leerling, en dat kent vele aspecten, hebben we net gezien. De positie van een leerling wordt als volgt omschreven. “Een leerling staat niet boven zijn leermeester”. Was dit wel zo, dan was hij geen leerling meer en is hij iemand die gelijk was aan zijn leermeester, zie LUCAS 6:40. We moeten dus niet denken dat er niets meer te leren valt. In dit leven blijven we te allen tijde Zijn leerlingen. We moeten dus altijd de houding hebben van; ‘spreek Heer, uw knecht hoort’.

Het is onmogelijk om iemand iets te willen leren die niet wil luisteren, tenzij je hem ertoe dwingt. Een dergelijk mens kan dan ook niet, ‘waarnemen, begrijpen of groeien’ in wat zijn Leermeester leert. We willen dikwijls anderen leren maar zelf onderwezen worden stuit vaak op weerstand. We vinden ons zelf meestal slimmer, beter en belangrijker, dan die ander. Maar in Gods koninkrijk is dit anders:

“Hij zei tegen hen: Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar” MARCUS 9:35.

De minste willen zijn dat is een thema wat Jezus in leven en dood heeft waargemaakt. Jesaja geeft ons een uiterst belangrijk gegeven over het willen leren uit het leven van Jezus:

“De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd” JESAJA 50:4-5 NBG.

Als een leerling leerde Jezus luisteren en spreken. Hij was geen ‘betweter’, hoewel Hij meer wijsheid had dan alle mensen samen. Jezus kon heel goed luisteren naar de instructies van Zijn Vader. Hij zegt hier het volgende over.

“Waarachtig, ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manier” JOHANNES 5:19.

Hoe moeilijk is het voor ons om te luisteren en te leren, er is veel eigenbelang wat ons hiertoe verhinderd. We zijn veel te subjectief om iets van die ander aan te nemen. Onze mening is veel belangrijker. Maar begrijp me goed, dit kan ons aardig in de weg staan om iets van een ander te leren, ook van God!

Wat zegt Jesaja, ‘Heer wek mij het oor’. Misschien zijn onze oren in slaap gevallen. Misschien hebben ze te lang geluisterd naar je eigen mening. Misschien houden je eigen gedachten je gevangen en kun je niet meer luisteren. Wanneer dit het geval is, kun je misschien aan God vragen dat Hij je leert luisteren en spreken als een leerling. Want dit is het fundament voor een bereidwillig mens.

Wie volg jij na

Wanneer God ons wil leren zoals ‘Hij een leerling leert’, dan heeft dat tot doel, dat wij Hem navolgen. Navolgen wil eigenlijk zeggen ‘in Zijn voetsporen treden’, zie 1 PETRUS 2:21. Om dit te leren heeft God ons mensen gegeven die ons hierin voorgaan. Dit kan de dominee of voorganger zijn, een ouderling of een gemeente lid, enz. We kunnen er ons niet vanaf maken door te zeggen, ‘die of die ligt me niet zo’. God wil anderen gebruiken om jou en mij te onderwijzen. Daarom is het goed om goede voorbeelden te koesteren en na te volgen.

Paulus legt hier veel nadruk op wanneer hij zegt: “Weest dan navolgers Gods, als geliefde kinderen” EFEZIËRS 5:1. Dit gebod doet mij sterk denken aan:

“Zorg ervoor dat je als een heilig volk mij bent toegewijd, want ik, de Heer, ben heilig” LEVITICUS 20:26 GNB.

En deze opdracht echoot in het onderwijs van Jezus door, lees de bergrede er maar eens op na, zie MATTHÉÜS 5:48; 6:12. De reden dat Paulus de gelovigen vermaand, ligt in het feit dat ze, ‘Gods geliefde kinderen zijn’. En hij verwacht dan ook dat die kinderen Gods voorbeeld zullen volgen.

Het Griekse woord ‘mimētēs’ navolgers, betekent; ‘nabootser’. Letterlijk, ‘iemand imiteren’. Dit woord komt in het Nieuwe Testament alleen in positieve zin voor, d.w.z. ‘in iemands sporen treden’. Zo kun je als gelovige een navolger zijn van:

  • God - EFEZIËRS 5:1
  • Christus - 1 CORINTHIËRS 11:1
  • Paulus - 1 CORINTHIËRS 4:16
  • Van het goede - 1 PETRUS 3:13 SV.

Paulus vindt het een logische conclusie dat de gelovigen zijn ‘goede voorbeeld’ zullen nabootsen. Want zegt hij in 1 THESSALONICENZEN 1:6: “U hebt ons nagevolgd, en daarmee de Heer”. De kern waar het bij Paulus om gaat is: ‘Als je niet precies weet wat de Heer van je vraagt, kijk dan naar mij, om te leren hoe de Heer jóu wil leiden’.

Dat ‘kunnen volgen’, is niet altijd vanzelfsprekend. Want we verstaan niet altijd de stem van de Heer even duidelijk. Daarom is het belangrijk om ‘goede voorbeelden’ te hebben om na te volgen. Soms zijn we hoogmoedig en willen wel de Heer volgen maar niet de leider die Hij boven ons heeft gesteld. Leiders namens God zijn belangrijk, omdat je dan de dingen veel eerder gaat begrijpen dan wanneer je het in je eentje moet zien te bevatten. Maar goed, soms leren we door ‘schade en schande’. Van volwassen christenen kun je leren om fouten – die zij misschien ook gemaakt hebben – te vermijden. Een goed voorbeeld van een kind van God zegt soms veel meer dan honderd preken of uren bijbelstudie. Het is een kenmerk van wedergeboorte als jij, dúrft te volgen. Een discipel zoekt mensen, die hij kán navolgen.

Volwassenheid

Er zijn verschillende manieren om iemand aan te spreken. Een kind benader je anders dan een volwassene. Dat heeft alles te maken met volwassenheid. Dat zien we ook bij Paulus, hij benadert de Efeziërs anders dan de Corinthiërs.

“Ik moest tot u spreken als tot mensen die nog werelds denken, nog kinderen zijn in het christelijk geloof1 CORINTHIËRS 3:1.

Voor Paulus waren het nog baby’s in het geloof. Ze hadden nog een opvoedende hand nodig die hen kon aansturen. Want de les is nog altijd, ‘eerst leren en dan doen’, ik heb dit tot mijn spijt vaak omgedraaid.

We moeten leren om met Gods wegen vertrouwt te raken. Dat kan soms een proces van jaren zijn. Een ‘goed voorbeeld’ wordt je dan pas, wanneer je zelf bereid bent om te veranderen naar Gods wil. Dan kunnen we anderen ook in Zijn wegen onderwijzen. Het is niet de ‘kennis’ die ons volwassen maakt maar de ervaring in liefde gevangen. Vgl. 1 CORINTHIËRS 13.

Een bereidwillige geest zal van ons volwassen christenen maken. En God verlangt naar zulke mensen. Als wij Gods voorbeeld volgen, kunnen wij op onze beurt anderen leiden en hen tot voorbeeld zijn. Let wel, met de zondagse preek ben je er niet, je zult het moeten uitdragen in je persoonlijke leven. Paulus geeft Timótheüs de volgende woorden mee voor zijn groei naar volwassenheid.

“Mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen2 TIMÓTHEÜS 2:1-2.

Wat is belangrijk als je iemand persoonlijk navolgt

  1. Let op iemands autoriteit

Het is Bijbels om acht te geven op elkaar, daar kun je van leren. En het ‘onderkennen en erkennen’ van iemands capaciteiten kan voor jou van levensbelang zijn. Maar niet iedere leider kan je voorbeeld zijn want:

“Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen1 CORINTHIËRS 4:15-16.

Als we de autoriteit van iemand over ons leven niet erkennen, zijn we niet in staat van hem te leren.

  1. Volgen moet leiden tot God navolgen

Het is niet de bedoeling dat je een kopie van iemand word. In het navolgen moet je acht geven dat jij écht blijft. Je hoeft niet die ‘ander te worden of na te doen’. Imiteren in Bijbelse zin wil zeggen dat je iemand volgt in zijn of haar geloofs-daden. Het moet erop gericht zijn dat je zelf groeit in je persoonlijke relatie met God. En beide partijen moeten dit doel voor ogen houden. Staar je ook niet blind op degene die je navolgt, ook die maakt fouten. Dus, blijft altijd alert. Een goede leider zal altijd zorgen dat die ander God kan ontdekken in zijn leven.

Een prachtig voorbeeld hiervan vinden we in wat Jezus zelf zegt:

“Maar het is waar wat ik jullie zeg: het is beter voor jullie dat ik wegga. Want als ik niet wegga, zal hij die jullie moet bijstaan, niet komen” JOHANNES 16:7 GNB.

Het was juist in hun voordeel dat Jezus wegging. Want de Heilige Geest zou hun “alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb” JOHANNES 14:26. In herinnering brengen, dat is het doel van Gods Geest in ons. Zo hebben we een ‘Doel’ om na te volgen en een innerlijke ‘Stem’ die zegt wat we mogen doen. Daarom was het beter dat Jezus heenging zodat de Trooster Jezus’ plaats kan innemen.

  1. Volgen moet leiden tot eenheid

De eenheid binnen het Koninkrijk van God is van cruciaal belang. Het is ons getuigenis in een wereld vol verdeeldheid. Daarom moet het volgen van iemand niet tot verscheidenheid - tot clubjes en groepjes - maar tot eenheid leiden. Het na volgen moet ons onderrichten om het leven van Jezus Christus beter te leren kennen. Dan kunnen wij groeien in de waarheid, zie EFEZIËRS 4:15.

We moeten niet de fout begaan die de gelovigen in de gemeente van Corinthiërs maakten. “Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet onveranderde mensen?” 1 CORINTHIËRS 3:4. Een kind van God behoort te alle tijde God toe.

Een op God gerichte relatie:

  • Brengt ons dichter bij God
  • Leert ons Gods plannen kennen
  • Zal ons sterken in onze eigen bediening

Je houding

Bereidwilligheid heeft alles te maken met je houding. En die ‘houding’ maakt dat je voor anderen een prettig mens bent om mee om te gaan. In Spreuken lezen we:“Het aantrekkelijke van de mens is zijn welwillendheidSPREUKEN 19:22. Zulke mensen wil God van ons maken door de juiste navolging.

Een juiste houding zal laten zien, dat je wilt leren, in woord en daad. Dan wordt je wijs in God. Paulus houdt ons het volgende voor:

“Laat niemand zichzelf bedriegen. Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden1 CORINTHIËRS 3:18.

Denk dus niet dát je iets weet, denk dat je níets weet, dán kun je iets leren. Jezus’ woorden vullen dit mooi aan wanneer Hij zegt:

“Neem mijn juk op u en laat mij uw leermeester zijn, want ik ben zachtmoedig en eenvoudig. Bij mij zult u rust vinden” MATTHÉÜS 11:29 GNB.

Onze maatschappij heeft geen enkele behoefte aan mensen die het zo goed weten, maar wel aan mensen die iets wíllen leren. En dat heeft te maken met een bereidwillige houding ten opzichte van je Schepper. Want aan Hem zijn we verantwoording verschuldigd hoe we hebben geleefd.

“Erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster” 1 PETRUS 3:15-16.

Ik wens je Gods zegen