Het is misschien wat overbodig gezegd, maar het is voor een christen niet mogelijk een leven te leiden zonder Jezus. Want Hij heeft Zijn leven niet alleen gegeven voor ons zondeprobleem, voor onze redding. Maar ook, en dat beseffen veel mensen niet, dat wij Zijn gezag mogen uitstralen. Want wij zijn bekleed met Zijn liefde, met Zijn vrede die regeert in ons hart. Jezus Christus heeft Zichzelf aan ons gegeven zodat wij Hem op elk terrein van ons leven kunnen verheerlijken en vertegenwoordigen.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Dagelijkse praktijk
  • Wat ervaar ik
  • Praktische uitwerking
  • Welke jas kies jij
  • Een vorstelijke uitstraling

Inleiding

Lezen: KOLOSSENZEN 3:1-17.

“Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is. U bent immers gestorven, en uw leven ligt met Christus verborgen in God. En wanneer Christus, uw leven, verschijnt, zult ook u, samen met hem, in luister verschijnenVERS 1-4.

De Kolossenzen brief lijkt veel op de brief aan de Efeziërs wat indeling betreft. De Efeze brief concentreert zich op het ‘lichaam’ van de gemeente. De Kolossenzen brief richt zich op het ‘hoofd’ van de gemeente. En in deze brief wil Paulus aantonen dat, ‘Christus soeverein’ is, dat Hij de eerste en de belangrijkste is. Christus is dus met het ‘hoogste gezag’ bekleed.

Paulus maakt ons dit duidelijk, omdat wij moeten weten dat ons leven een weerspiegeling behoort te zijn van dit feit. Wij mogen Zijn gezag uitstralen. En ik denk dat daar genoeg redenen voor zijn want:

  • De gelovigen zijn geworteld in Hem
  • Levend gemaakt met Hem
  • Verborgen in Hem
  • Volmaakt in Hem

Al deze feiten komen in de Kolossenzen brief aan de orde. Deze brief valt in twee delen uiteen.

  1. De heerschappij van Christus - Hoofdstuk 1 en 2.

Dit is een leerstellig deel wat spreekt over wat Christus voor ons heeft gedaan.

  1. Praktische feiten - Hoofdstuk 3 en 4.

Het hoofdthema in deze hoofdstukken is onze onderwerping aan Christus.

Het bijbelgedeelte wat we gelezen hebben is ook in twee delen op te splitsen.

  1. De positie van de gelovigen - VERS 1-4
  2. De praktijk van de gelovige - VERS 5-17

In het inleidende bijbelgedeelte zien we deze twee kernwoorden naar voren komen namelijk, ‘positie en praktijk’.

  • Met positie wil Paulus ons zeggen, wie en wat we zijn en namens ‘Wie’ wij het zijn.
  • En met de praktijk wil hij wijzen op onze levenshouding vanuit die positie.

Deze twee kernwoorden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Wij kunnen hieruit een belangrijke les leren. ‘De juiste positie zal een levenspraktijk laten zien die beantwoord aan onze onderwerping aan Christus’.

Dagelijkse praktijk

Nu is het in de praktijk van ons dagelijks leven zo dat we dit niet altijd laten zien. Er gebeuren allerlei dingen die ons juist daarvan af willen houden, al dan niet beïnvloed door mensen, situaties of het rijk van satan. Om die reden is het meer dan noodzakelijk dat we ons afvragen, ‘op Wie en wat’ ben in gericht! Daarom roept Paulus ons op om:

“Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God”.

De juiste positie krijg je door te zoeken. Maar meestal zoeken we verkeerd. En omdat er veel verleiding is, worden we in ons zoeken ook nog eens vaak misleid. Het kan zijn dat je zegt, ‘ik hoef niet meer te zoeken’, ik heb het al gevonden. Ik ben dik tevreden met mijn Jezus.

Maar is dit omgekeerd ook zo? Denk hier eens even over na!

Vervallen we niet al te vaak in passief christendom? Het met “Christus gestorven zijn”, heeft ook de keerzijde van “met Hem opgewekt zijn”, en dat brengt activiteit in ons geloofsleven teweeg. Opgewekt zijn betekend echt léven. Het met “Christus opgewekt zijn” laat je positie zien. Een positie die prikkelt tot daden. Want je gaat dan denken aan de dingen die boven zijn. Zo ontwikkel je ‘hemels denken’ en leer je onderscheidt maken tussen ‘aards en hemels’ gericht zijn. In de praktijk van het dagelijkse leven houdt dit in dat je die dingen gaat afleggen, gaat wegdoen, die in de weg staan om een goede relatie met je hemelse Vader te ontwikkelen.

Wat ervaar ik

Het is goed om je zo nu en dan af te vragen:

‘Wat ervaar ik van Christus opstanding in mijn leven?’

Het met Hem opgewekt zijn betekend dit, dat we met ons hoofd in de wolken moeten gaan lopen? Of betekent dit zoiets van: ‘maak je niet druk met jou zit het wel goed’. Nee, met het hemels leren denken wordt bedoeld, dat ons dagelijks leven wordt beheerst vanuit de hemel, waar Christus is. Want Hij is ons leven.

Ons natuurlijke leven is zo kwetsbaar zo vergankelijk zo broos. Het is als een bloem die verwelkt. Zie JOB 14:2. De mens is gelijk een ademtocht zegt PSALM 144:4. Met dit in gedachten is het goed om te weten dat “Christus ons leven is”. We mogen met heel ons hart geloven dat de kinderen Gods in Jezus onvergankelijk zijn. Hoe dit kan? Als Jezus Heer is van je leven, dan ben je met Christus gestorven. Dan is:

  • Zijn dood ónze dood
  • Zijn opstanding ónze opstanding

Ons leven is verborgen met dat van Christus in God. Vgl. KOLOSSENZEN 3:3. Bij God wordt ons leven dus veilig bewaard. En de vraag is nu; bewaard voor wat? Het nieuwe leven wat we bij onze wedergeboorte ontvangen hebben is nog niet helemaal compleet. In de hemel wel, maar nog niet in déze wereld. Geestelijk ervaren we, en hebben we de zekerheid, dat wij volmaakt zijn in Hem die ons leven is. Maar er zal een dag komen dat Christus verschijnt, dat hij terugkomt, Zijn wederkomst. Ons eeuwige volmaakte leven zal dus niet altijd verborgen blijven. Want wanneer Christus verschijnt, zal ook ons leven in heerlijkheid zichtbaar worden. In 1 JOHANNES 3:2 lezen we:

“Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is”.

Vgl. ook ROMEINEN 8:18-24; 1 CORINTHIËRS 15:20-23, 42-54; FILIPPENZEN 3:20-21; 2 THESSALONICENZEN 1:10.

Let op de woorden: “maar we weten”. Wat weten wij? “Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid” KOLOSSENZEN 3:4 NBG. Dan mogen we: “eten van de levensboom die in Gods paradijs staat” OPENBARING 2:7 en 17. Volledig deel hebben aan Christus omdat Hij volledig ons deel is geworden toen wij wedergeboren werden. Wat een feest, verschijnen met Jezus in heerlijkheid. Wij zullen zijn zoals Hij is! Jezus legt Zijn leven volledig in ons.

Dan zijn we compleet. Heel gemaakt. Dan hebben we een leven wat voorgoed genezen is van angst en pijn van verdriet en eenzaamheid. Dan zijn we voor eeuwig bevrijdt van de dood. Dan gaan de woorden die Paulus ons schrijft bewaarheid worden en mogen we met hem zeggen:

“Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel? De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft1 CORINTHIËRS 15:53-57.

Dood waar is je prikkel? De angel van de dood is verzwolgen, letterlijk ‘opgegeten’, in de overwinning van Jezus Christus aan het kruis waar Hij Zijn leven gaf voor onze redding.

Wat een toekomst, wat een vooruitzicht. Wat hebben we een machtige positie nu en straks. Maar hoe is het met de praktijk van het dagelijkse leven. Zijn we verwachtingsgericht? Leven we in overeenstemming met onze roeping?

Praktische uitwerking

Wat we tot nu toe gezien hebben moet zijn praktische uitwerking gaan krijgen in ons persoonlijke leven. Jezus’ dood moet op een actieve manier beleden worden, door te breken met zondige praktijken. Want Christen zijn en door Christus beheerst worden is geen theoretische zaak, waar je alleen maar over nadenkt of met anderen praat.

Nee, het is net of Paulus het uitschreeuwt: “dood dan de leden die op aarde zijn”. Vgl. ROMEINEN 6:11. Zijn we daartoe in staat? Kunnen we dat wel? Wil jij dat wel? De Bijbel zegt dat we daartoe in staat zijn. Paulus bevestigt dit met de volgende woorden: “Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven” ROMEINEN 8:13. Het is dus mogelijk. Maar kunnen we dit in eigen kracht, nee. We zijn afhankelijk van de kracht van de heilige Geest. Door Gods Geest zijn we in staat de vleselijke werken te doden.

Met de ‘leden die op de aarde zijn’ wordt het beeld opgeroepen van een lichaam, waarvan de leden als instrumenten van de zonde dienen en allerlei kwaad voortbrengen. Aan dit onderwerp besteed Paulus in zijn brieven veel aandacht.

Met de volgende woorden vat hij dit heel goed samen.

“Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar stel uzelf in dienst van God. Denk aan uzelf als levenden die uit de dood zijn opgewekt en stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid (…) Ik druk me zo gewoon mogelijk uit, omdat het anders uw begrip te boven gaat. Zoals u zich ooit in dienst stelde van zedeloosheid en onrecht om een wetteloos leven te leiden, zo stelt u zich nu in dienst van de gerechtigheid om heilig te levenROMEINEN 6:13,19.

Christen zijn is een uiterst praktische zaak. Het grijpt in, in het leven van elke dag. Christen zijn is nooit stilstaan. Het is een zaak van voortdurende ontwikkeling en verandering. Dit is voor de natuurlijke, de vleselijke mens, een pijnlijke aangelegenheid. Want als we weten dat we moeten afrekenen met de zonde, dan wil dit niets minder zeggen dan, het amputeren van die dingen die de dood in ons bewerken.

Wij zijn het ons niet altijd bewust dat zonde en dood met elkaar verbonden zijn. Zonden zijn vaak ‘de benen’ die onhoorbaar met ons meelopen. En voor je het weet loop je de verkeerde kant uit. Wordt je op het verkeerde been gezet. Welke richting loop jij uit?

Wie weet wat zijn of haar positie in Christus is, zal bewust die dingen ‘amputeren’ die zijn vernieuwing in Christus in de weg staan. Want als je de nieuwe mens aangedaan hebt zegt Paulus, dan wil je ook vernieuwd worden naar het ‘volle beeld van je Schepper’ KOLOSSENZEN 3:10. Om dit te bereiken moet je het oude afleggen.

Jezus geeft ons hier een mooi beeld van, Hij zegt het volgende:

“Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken” MARCUS 2:21-22.

Je kunt niet zomaar iets nieuws met het oude vermengen, dat is wat Jezus de mensen duidelijk wil maken. Wie dit wel doet zal het kledingstuk of de wijn verliezen. Oud en nieuw, vlees en Geest, gaan niet samen, dat is vragen om problemen. Vgl. GALATEN 5:17. De Bijbelse volgorde is duidelijk. Je legt het oude af en doet het nieuwe aan. God geeft ons een nieuwe jas en Hij zegt er niet bij dat we die óver onze ‘oude jas’ moeten aantrekken. Nee, God zegt: ‘als je gewassen wilt worden moet je je oude kleren, je oude leven, wegdoen. En dan zegt God de Vader, hier pak maar aan, een nieuwe jas, je bent nu schoon genoeg want Ik heb je gereinigd met het bloed van het Lam, mijn Zoon.

En weet je wat zo verrassend is aan dat nieuwe pak, het wordt steeds mooier. Het is niet aan slijtage onderhevig. Daarom is het ook zo bemoedigend wanneer we lezen:

“Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd2 CORINTHIËRS 4:16.

Onze geestelijke kleding, als ik het zo mag zeggen, zal zich elke dag vernieuwen in tegenstelling tot ons aardse lichaam. Het kleed dat Christus ons geeft, de nieuwe mens, veroudert dus niet en wordt bovendien steeds vernieuwd. Door Hem wordt je op de juiste manier gekleed. Hij geeft je geen pak wat uit de tijd is nee, Hij kleed ons eigentijds! Je kunt je nu afvragen waaruit bestaat die vernieuwing dan? Ik denk, in een groeiend kennen van God en van Zijn wil in ons leven. We zullen weer uitkomen bij het oorspronkelijke plan van God in Genesis, waar Hij de mens schiep naar Zijn Beeld en gelijkenis. Zie GENESIS 1:26-27.

Welke jas kies jij

Laten we nog even nadenken over de nieuwe mens. We hebben inmiddels gezien dat het alles te maken heeft met wat je ‘aandoet’. Praktisch gezien komt dit neer op: ‘het aandoen van het ‘karakter’ van Christus’. Paulus zegt hierover iets heel treffends: “Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had” FILIPPENZEN 2:5. Het woord ‘gezindheid’ betekent letterlijk, ‘er moet gedacht worden’, gedacht worden aan. Dit houdt in dat we moeten leren denken zoals Jezus dacht. Waar dacht Hij aan? Wat was Zijn missie?

Dit leert ons twee dingen. Aan de ene kant worden we opgeroepen dezelfde dienende instelling te hebben zoals Jezus die op aarde had. En aan de andere kant is het eigenlijk een vermaning om een mentaliteit te hebben, zoals het een Christen betaamt. We moeten ons gedragen in overeenstemming met dat wat we in Hem zijn. Onze instelling moet voortkomen uit onze geloofsverbondenheid met Jezus.

De ‘nieuwe jas’ is eigenlijk het karakter van Jezus.

“Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar” KOLOSSENZEN 3:12-15.

Als we ons met Christus bekleden, dan kunnen we elkaar verdragen en vér-dragen. Dan kunnen we het voor elkaar opnemen, met elkaar optrekken. Dan kunnen we elkaar vergeven, zoals God ons vergeven heeft. Dan regeert Gods woord in ons hart. Dan is de vrede van God onze scheidsrechter.

Een vorstelijke uitstraling

Ik wil nog even stil staan bij: “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen” KOLOSSENZEN 3:16. Als je hier over nadenkt dan staat er nog al wat. Het ‘Woord’ moet in ons wonen, en wel ‘rijkelijk’ zegt de NBG vertaling. Paulus zegt eigenlijk dat dit een logisch gevolg is van je keuze. Het woont in je of niet.

Als ik denk aan wonen dan is dat onlosmakelijk verbonden met een huis. Elk huis heeft zo zijn eigen inrichting en dit heeft alles te maken met de bewoners. De Bijbel zegt, dat ons lichaam ook een huis is en wel een heel bijzonder huis namelijk ‘een tempel’. Zie 1 CORINTHIËRS 3:16; 6:19. In die tempel wil Gods woord overvloedig wonen. Als Gods woord in ons woont, zal dit ongetwijfeld een stempel op ons leven drukken. Dan gaat Hij Zich bemoeien met de inrichting van je huis. Dat gaat ons leven ‘het gezicht’ van Christus vertonen. Paulus legt dit zo mooi uit wanneer hij zegt:

“En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is” 2 CORINTHIËRS 3:18 NBG.

De heerlijkheid Gods weerspiegelen dat is het resultaat van dat Gods woord rijkelijk in ons woont. Dan kunnen we elkaar onderwijzen en vermanen bemoedigen en troosten. Dan benaderen we elkaar niet met een theoretisch maar met een praktisch geloof. Dan zijn we kanalen van Gods aanwezigheid op aarde.

Voor sommige mensen is de gemeente, de kerk, niet meer dan een hotel waar je komt om te overnachten en te eten. Maar ga je dan op Christus lijken? Ben je dan een ‘beelddrager’ van Hem? Dan ga je klagen omdat het ‘hotel’ je niet aanstaat en verval je in allerlei commentaar.

Hoe denk jij over de gemeente waartoe je behoort? Of ben je niet meer aangesloten bij een kerk? Wat je ook overkomen is of welke ‘gegronde’ kritiek je ook hebt op de kerk, het is goed om een geestelijk dak boven je hoofd te hebben. Denk in dit verband eens goed na over het volgende bijbelgedeelte:

“Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg VoortgaanFILIPPENZEN 3:13-16.

Als de gemeente ons thuis is, als we wonen in Zijn Lichaam en dagelijks gevoed worden door hét Woord, dan krijgt ons leven iets feestelijks. Dan wordt het een uitbundig leven. Dan gaan we zingend danken met Psalmen en lofliederen. Zie KOLOSSENZEN 3:16; EFEZIËRS 5:19. Paulus brengt dit verlangen met de volgende woorden onder onze aandacht:

Weet u hoe het moet, broeders? Als u bijeen komt, neemt ieder deel aan de dienst. De een zingt een lied, de ander onderwijst; de een geeft door wat God hem duidelijk heeft gemaakt, de ander spreekt in vreemde talen en weer een ander legt uit wat hij zegt. Maar het moet wel opbouwend zijn1 CORINTHIËRS 14:26 HB.

Wat heb jij, wat heb ik ontvangen van God? Laten we elkaar dienen in de onderwerping aan Christus. Dan zal Zijn kerk een vorstelijke uitstraling, een blij gezicht vertonen in een wereld die haar gezicht steeds meer aan het verliezen is.

Ik wens je Gods zegen