God heeft ons met een duidelijk doel en opdracht op deze aarde geplaatst. Op een aarde die door God geschapen werd als een prachtige hof waar de mens kan genieten van de Schepper en Zijn schepping. Maar door eigen handelen heeft de mens dit alles verspild en kreeg de satan de mens en de schepping onder zijn gezag. Accepteerde God dit? Nee! Hij kon het niet toestaan dat de satan de mens en de schepping voor eeuwig zou opeisen. Om die reden riep God de mens tot zich. ‘Adam, geschapen mens naar Mijn beeld, waar ben je... Ik heb je nodig!’ Waarom? Omdat God een plan heeft en Hij wil u en mij daarin betrekken.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Inspiratie
  • Gods plan
  • Welkom bij God
  • Inzicht in Gods plannen
  • Met God verbonden
  • Hoe gaat het met je
  • Vrijwillig kiezen

Inleiding

“Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken – want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk.” Breng deze woorden aan de Israëlieten over” EXODUS 19:3-6.

Laat iedereen die daartoe bereid is iets aan de HEER afstaan” EXODUS 35:4-5.

Alle mannen en vrouwen die bereid waren de HEER iets van goud af te staan, kwamen sierspelden, neusringen, vingerringen, halssieraden en allerlei andere gouden voorwerpen brengen” EXODUS 35:21-22.

“Alle Israëlieten, mannen zowel als vrouwen, die bereid waren iets af te staan voor de werkzaamheden waartoe de HEER Mozes opdracht had laten geven, brachten de HEER vrijwillig geschenkenEXODUS 35:29.

“Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. (…) Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden” HEBREEËN 4:14-16.

Kerngedachte:

“Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God1 CORINTHIËRS 3:9.

Inspiratie

Tekeningen of foto's kunnen ons bijzonder inspireren. Door een afbeelding van iets te zien, kun je je goed voorstellen hoe het er in werkelijkheid uitziet. Er zijn mensen die zich voortdurend bezig houden met het maken van maquettes aan de hand van bouwtekeningen. Deze maquettes zijn vaak een heel belangrijk onderdeel in de ontwikkeling van woon- en werkgebieden. Projectontwikkelaars en planologen noemen we zulke mensen. Ze denken eerst in het klein en maken een voorbeeld om het voor zich te zien en te kijken of het wel aan de verwachting voldoet.

Zo worden er waterbouwkundige projecten in een op schaal gemaakte situatie uitvoerig uitgetest. Als dit niet goed gebeurt, kunnen er bruggen en gebouwen instorten of ze zijn niet bestand tegen aardbevingen enzovoort. Ook in de filmindustrie maakt men vaak gebruik van bedrieglijke, echt op schaal nagemaakte situaties.

Als we hierbij stilstaan, zullen we tot de ontdekking komen dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon is. Want als we de Bijbel erop naslaan, zullen we zien dat God ons hierin tot voorbeeld is geweest. God maakte plannen! Ook Hij dacht na hoe de hemelse dingen op aarde gestalte zouden moesten krijgen. Hoe het hemelse leven bij de mens gebracht kon worden, zodat de ‘aardse mens’ weer ‘hemels’ zou gaan denken en leven!

Zo had ook God een ‘model’, een ‘plan’ uitgedacht. Dit lezen we in Exodus:

“De Israëlieten moeten een heiligdom voor mij maken, zodat ik te midden van hen kan wonen. Ik zal je een ontwerp laten zien van de tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aanEXODUS 25:8-9.

Nu even terug naar het begin van de Bijbel, naar het boek Genesis. Ook daar had God een plan. Het is een prachtig verhaal hoe God de aarde tot een voortreffelijk woon- en leefgebied had gemaakt voor de mens. Maar helaas kennen we ook de afloop. Stopte God met zijn plan? Nee! Ongeacht wat er fout ging, is God doorgegaan met zijn plan, zij het in gewijzigde vorm. Want ondanks de zondeval zien we dat God op zoek is naar de mens: ‘Adam... waar ben je?’ GENESIS 3:9.

God roept de mens weer tot zich, ondanks de zonde die ze gedaan hadden. Dat heeft een duidelijke reden. God had de mens met een duidelijk doel en opdracht op deze aarde geplaatst. Daarom kon God het niet toestaan dat uiteindelijk de satan de mens en de schepping voor zichzelf zou opeisen.

Om die reden riep God de mens tot zich: ‘Adam... mens... waar ben je? Ik heb je nodig!’

God heeft een plan en Hij wil ons daarin betrekken. Hoe vaak het ook misging in je eigen leven, Hij is soeverein en zal ons steeds terug willen brengen in Zijn aanwezigheid.

Gods plan

Nu weer terug naar het verhaal van de tabernakel waar God laat zien, hoe Hij het heeft uitgedacht. Hij liet het ontwerpen van ‘Zijn huis’ niet over aan het menselijke verstand. Maar God toonde aan Mozes hoe het allemaal moest worden. En daarbij gaf God nog eens het nadrukkelijke bevel:

“Ik zal je een ontwerp laten zien van de Tabernakel en van alle voorwerpen die bij deze tent horen; houd je daar nauwkeurig aan (…) Houd je bij het maken ervan aan het ontwerp dat je hier op de berg getoond isEXODUS 25:9, 40.

Mozes moest ervoor zorgen dat Gods plan, Zijn model, nauwkeurig werd uitgevoerd. We zien dat God Mozes gebruikte, voor de het verwezenlijken van Zijn eigen plan.En zo is Mozes hier een prachtig beeld van de Nieuwtestamentische gemeente. Wij hebben met elkaar een opdracht, die wij als kinderen Gods mogen vervullen. God zegt:

“En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn” 1 PETRUS 2:5.

God wil ons gebruiken als levende stenen voor de bouw van een geestelijk huis, Zijn huis, Zijn gemeente, de plaats waar Hij wil wonen. Het is Zijn verlangen om bij de mensen te wonen, om Zijn heerlijkheid te openbaren. En in dat plan van God laat Hij de mens een model, een maquette, zien met de vraag:   

  • Lijkt het jullie wat
  • Vinden jullie het mooi
  • Vind je het goed dat Ik bij jullie, bij jou, kom wonen

Israël was uit Egypte verlost, God had veel voor zijn volk gedaan en deed dat elke dag opnieuw. Hij gaf water uit de rots en brood uit de hemel. Hij leidde hen en bewaarde Zijn volk voor al de vijanden. Maar God wilde meer! Hij wilde niet alleen de ‘grote held’ van het volk zijn. Want God is niet een God van uiterlijk vertoon, maar van innerlijke schoonheid en vernieuwing. Hij wil een persoonlijke omgang met Zijn kinderen. En Mozes kende dat grote geheim van een persoonlijke omgang met God, want:

“De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt” EXODUS 33:11.

De gewone Israëliet stond op grote afstand van God. Zij kenden de gemeenschap met Hem nog niet. Daarom naderde God tot de mens, zodat zij, tot Hem kunnen naderen. Dat was de reden van Gods plan, Hij wilde een relatie met elk mens in het bijzonder. God, die zoveel voor Zijn volk gedaan had vanuit de hemel, vanuit de verte, wilde nu tot hen naderen. Om zo persoonlijk een woning bij hen maken, in hun midden wonen.

De Tabernakel zou Gods huis op aarde zijn. In dat huis zou God gaan wonen, zodat de Israëlieten tot Hem konden naderen.

Welkom bij God

Laten we de Tabernakel eens van dichtbij bekijken:

Het eerste wat opvalt, is een omheining van linnen doek, gespannen tussen stevige pilaren. De afmeting van die linnen omheining bedroeg 50 X 25 meter.

En binnen die omheining stond de Tabernakel die 5 meter hoog was. Het dak had een donkere kleur, het straalde dus niet zoveel schoonheid uit. Het mooie zit dan ook aan de binnenkant, want God woont niet buiten, maar binnen in die tent. Kijk, zo is God, geen uiterlijk vertoon, maar innerlijke schoonheid.

Datzelfde zien we ook Bij Jezus:

“Als een loot schoot hij op onder Gods ogen, als een wortel die uitloopt in dorre grond. Onopvallend was zijn uiterlijk, hij miste iedere schoonheid, zijn aanblik kon ons niet bekoren. Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht” JESAJA 53:2-3.

Velen van ons zullen dit herkennen: ‘Vroeger was er niets in Christus wat mij aantrok, maar nu ik Hem heb leren kennen, heb ik Zijn innerlijke schoonheid ontdekt. Een schoonheid die mij van binnen nieuw maakt’.

Als we nog even naar die omheining van de Tabernakel kijken, zien we dat die tweeënhalve meter hoog is. Eroverheen kijken ging dus niet. God laat Zich niet zomaar bekijken, het is geen voorwerp, een beeld wat je vast kunt houden. Dat hoge witte doek, die omheining, is een teken van reinheid. En onze onreinheid staat ons in de weg om God zomaar te ontmoeten! Natuurlijk is ieder mens van harte welkom bij God, ik hoop dat dit heel duidelijk zal zijn. Maar, dan moeten we wel op Zijn manier binnenkomen.

Niet over de omheining heen klimmen of stiekem onder het doek door kruipen. Nee, dat kan niet, je moet je netjes aanmelden. En dat kan, want er is een opening, een poort, een Deur en die mogen we vrijmoedig binnen gaan. Misschien hebben sommigen last van drempelvrees. Zal ik wel, zal ik niet. Kan ik wel, kan ik niet, wil ik wel, wil ik niet! Je hoeft geen vrees te hebben, dat is niet nodig, want de deur is tien meter breed. Wat dat betreft kun je er met je hele familie zo naar binnen gaan.

Die brede ingang laat ons zien dat God een ruim hart heeft. Een hart dat van alle kanten laat zien en ons toeroept dat we welkom zijn. Van Jezus weten we ook dat Hij ‘de Deur’ is. Door Hem hebben we de toegang tot de troon van Gods genade. Dat hebben we gelezen in HEBREEËN 4:16.

Inzicht in Gods plannen

Maar wat zegt ons dit als we Gods Model niet kennen? Als we geen weet hebben van Zijn plan met ons leven? God zegt: “Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige”, Wat betekent dit dan wel?

Als we de Tabernakel in zijn geheel zien komen we tot de ontdekking dat het in drie ruimtes is verdeeld. Een voorhof, het heilige en het heilige der heiligen. Via de poort komen we in de voorhof. De troon, de plaats waar God woont, waar onze tekst over spreekt, staat in het heilige der heiligen. Wie dus tot ‘de troon der genade’ wil komen zal dus altijd via de poort, de Deur, Jezus Christus, moeten binnengaan. En zal dan een weg door de voorhof en het heilige tot in het heilige der heiligen moeten gaan.

De schrijver van de Hebreeënbrief legt ons dit zo mooi uit, die heeft in dat, ‘gaan van poort tot troon’, een diepe geestelijke betekenis gezien. Niet alleen voor Israël, maar ook voor ons. Daarom is het voor ons zo belangrijk om Gods model te kennen, om meer inzicht te krijgen in Zijn plan met ons leven.

De mens zonder God staat buiten de poort. En als hij tot God wil komen moet hij door de poort gaan. Daarna gaat hij op weg, stap voor stap langs het altaar en het wasvat op weg naar het heilige!

Al deze stappen symboliseren een noodzakelijk aspect van ons geestelijk leven. Samengevat kunnen we het zo zeggen:

  • De voorhof toont ons bekering – verzoening en reiniging
  • Het heilige spreekt van ons – geestelijk leven
  • Het heilige der heiligen toont ons het uiteindelijke doel van ons leven – eeuwige gemeenschap met God

Aan de hand van dat laatste punt kunnen we ons afvragen:

  • Wie of wat beheerst mijn leven
  • Word ik beheerst van omhoog of van beneden
  • Heb ik geleerd om hemels te denken of denk ik nog aards gericht

Wie eerlijk op weg gaat zal het verlangen hebben om zich bezig te houden met het hemelse. Zijn gedachten richten op de dingen die boven zijn, want: “Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Richt u op wat boven is, niet op wat op aarde is” KOLOSSENZEN 3:1-2. Beheerst worden van omhoog betekend leren denken vanuit de hemel. Het is een verlangen naar gemeenschap met God, zodat Hij in ons het hemelse openbaar kan maken.

Als ik zo om me heen kijk, denk ik wel eens dat de doorsnee Christen allang blij is een redelijke kans te maken om later in de hemel te komen. Het geloof is voor sommige mensen een soort ‘polis’, waarvoor hij een minimum aan premie wil betalen. Zijn echte verlangens zijn steeds gericht op wat de aarde hem te bieden heeft. Deze mensen worden beheerst door beneden en zijn ‘arm’ in het geestelijke leven met God, de Vader.

Maar de boodschap van de Tabernakel is anders.

De les die we daaruit kunnen leren is in de eerste plaats dat God ons roept tot gemeenschap met zichzelf. Hij wil ons helpen en leren om ons te richten op wat boven is, op het hemelse, het allerheiligste. Daarom worden wij ook opgeroepen te zoeken naar de dingen die boven zijn. Met dat zoeken worden we steeds geconfronteerd als we in gemeenschap met God willen leven. Dat zoeken vraagt van ons de bereidheid om de juiste keuze en de juiste beslissingen te nemen.

Als we KOLOSSENZEN 3:1 lezen waar deze opdracht staat, zien we dat het zoeken naar de hemelse dingen een logisch gevolg is van ons opgewekt zijn met Christus. De tekst zegt:

Als u nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God”.

Met andere woorden, als je een Christen bent verwacht het dan niet van de aarde, maar van de hemel waar Christus is. Laat je leiden door de dingen die betrekking hebben op het koninkrijk van God. God wil ons denken vullen met het hemelse. En dat is eigenlijk het verhaal van de Tabernakel. Wie het verhaal van bovenaf leert zien, zal Gods verlangen begrijpen om bij de mensen te wonen, bij u en mij.

Laten we eens proberen om wat dieper door te dringen tot de betekenis van de gemeenschap met God.

Met de bouw van de Tabernakel luidde God een nieuwe fase in. Hij openbaarde meer van zichzelf aan de mensen. De Tabernakel toont ons twee dingen die voor ons bijzonder vertroostend en bemoedigend zijn:

  • God heeft zich een woning gemaakt op de aarde, bij de mensen
  • God zoekt relatie, gemeenschap met heel Zijn volk en zet Zijn hart wijd open

God had tot aan de bouw van de Tabernakel alleen met enkele mensen een relatie gehad.

  • Zo wandelde Henoch met God
  • Bouwde Noach een schip
  • Abraham was Gods vriend
  • Jacob had Gods stem gehoord
  • God sprak persoonlijk met Mozes

Het waren allemaal momenten waarin God zich openbaarde door middel van verschijningen, dromen en hoorbare stemmen. Maar van Zijn blijvende, waarneembare tegenwoordigheid, van een woonplaats op aarde, was nog nooit sprake geweest.

Met de bouw van de Tabernakel kwam er iets nieuws. Een heel volk mocht gaan beleven dat God niet op visite komt, maar dat Hij in hun midden gaat wonen. God bouwde zich een huis, een onderkomen op de aarde. Dit is buitengewoon belangrijk voor de mens, want hierdoor werd God:

  • Zichtbaar, tastbaar, zij hadden een voortdurende herinnering aan Gods aanwezigheid en
  • Voortdurend lag de weg open voor hen om, met hulp van priesters en offers, tot God te naderen

Wat een geweldig moment moet dat zijn geweest. God had zich aan hen openbaar gemaakt. En wie van de wereldgoden was daartoe is staat geweest? Niet één. Die realiteit maakte het volk sterk, want door in gemeenschap met Hem te leven konden zij zich sterken in de Here, hun God.

Voor dat doel had God hen bestemd, daarvoor had God hen verlost uit Egypte, uit de slavernij.

Met God verbonden

Het is buitengewoon belangrijk te blijven onderstrepen, dat God de mens schiep voor gemeenschap met Hem.

Is het ons wel eens opgevallen dat God veel tijd en aandacht heeft voor een persoonlijke omgang met de mens? De Bijbel spreekt veel over de mens. Ik noemde net al enkele namen, maar denk ook eens aan: Jozef, Jozua, Matthéüs, Jacobus, Samuël, David, Petrus, enzovoort. We zouden honderden namen kunnen noemen. En ook wij, die Jezus Christus hebben aangenomen, staan vermeld in Gods boek, geschreven in Zijn Vaderhart!

Hoewel wij gelovigen zeer verschillend zijn van opvoeding, capaciteiten en karakteraanleg, hebben we toch ‘iets’ wat ons met elkaar verbindt. Een ieder die wedergeboren is lijkt op een parel. Vgl. MATTHÉÜS 13:45-46. En al die parels zijn met elkaar verbonden door een gouden draad.

Goud is het beeld van gelouterd zijn, van puurheid en reinheid. JOB 23:10 zegt dit zo mooi.

“Maar hij kent de wegen die ik kies; als hij me toetste, zou ik puur als goud zijn”.

Die parel en gouden draad, zijn een beeld van onze redding en heiliging, maar het is ook onze verbondenheid, onze gemeenschap met Hem en met elkaar. Zo wandelde Henoch met God. En Abraham werd een vriend van God genoemd. God sprak persoonlijk met Mozes. David was een man naar Gods hart en Elia stond voor Gods aangezicht. En deze mensen kenden de realiteit van het naderen tot God of zij nu:

In tenten woonden of paleizen, een rustig leven leiden of in de slavernij leefden, op de troon zaten of van de troon werden weggejaagd. Overvloed hadden of maar net rond konden komen, werk hadden of werkeloos moesten toezien. Toch hadden zij dit met elkaar gemeen;

‘Zij waren mensen die de gemeenschap met God kenden en waaruit ze hun kracht putten’.

Al deze mensen waren heel verschillend in velerlei opzicht. Ook hun taken en opdrachten verschilden van elkaar. Een ieder mocht doen waarvoor God hem speciaal had geroepen en bekwaam had gemaakt. En dat konden zij doen omdat zij allemaal kracht putten uit dezelfde ‘Bron’ uit de grote krachtcentrale.

Laten we eens voorbeeld nemen:

Een lamp, de stofzuiger, de mixer, de overheadprojector, onze stereo en video zijn gemaakt voor verschillende doeleinden. Maar één ding hebben ze gemeen: ze werken alleen als ze elektriciteit ontvangen. Alleen dan kunnen ze aan hun bestemming beantwoorden.

Of ze nu gemaakt zijn om licht, warmte of om kracht te geven, al die functies komen slechts tot stand als ze worden voorzien van de juiste voeding. Ze moeten aangesloten zijn op één en dezelfde ‘bron’, want aan die bron ontlenen al die apparaten hun kracht!

Zo is er, en dat zal duidelijk zijn, een Goddelijke kracht, een Goddelijke stroom, de kracht van de heilige Geest. Dat hebben we nodig om als Christen te kunnen leven en werken. Deze kracht ontvangen we alleen door de daadwerkelijke gemeenschap met God.

Net zoals de elektrische stroom die elk apparaat weer tot een andere functie in staat stelt, zal Gods kracht de heilige Geest, ons bekwamen tot verscheidenheid in taken. Het is niet mijn of onze verantwoordelijkheid om uit te maken wat een ieder van ons zou moeten doen. Dat doet de heilige Geest want:

“Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals hij wil1 CORINTHIËRS 12:11.

Onze verantwoordelijkheid is om met de grote Krachtcentrale in verbinding te staan. Staan we met de stekker in de hand voor het stopcontact of… zijn we al verbonden?

Hoe gaat het met je

Als we elkaar ontmoeten vragen we meestal: ‘Hoe gaat het met je?’ Meestal horen we dan: ‘Oh, met mij...? Goed hoor!’ Maar tussen de regels door hoor je soms dat het antwoord niet weergeeft hoe het werkelijk is. Wij mensen zijn zo slim, we verstoppen ons voortdurend.

Goed, oké, zo onderling moet je misschien niet te zwaar tillen aan dergelijke vragen en antwoorden. Maar toch, als we onze ogen eens zouden sluiten en Jezus zou voor ons staan met die vraag, wat is dan ons antwoord? Dan is het net, of ik in de verte telkens die roep hoor: ‘Adam, mens, waar ben je?’

Kennen we werkelijk die gemeenschap met God door Jezus Christus? Wie zit er op de troon van je leven? Wie beheerst jouw leven, zit je ik op de troon of…? We zijn vaak bezig onszelf te presenteren, ik ben ik. En ik vraag me dan ook wel eens af in hoeverre we bezig zijn om een ‘gemakschristen’ te worden. Met een mentaliteit van: ‘Oh, dat zien we later wel… we bekijken het wel… komt wel goed hoor… zit daar maar niet over in!’

Tot welke troon moesten we ook al weer naderen? Het is goed om ons af te vragen hoe serieus je bent in het leren kennen van God. Alleen door gemeenschap met God ontvangen we kracht om met Hem en voor Hem leven. Vgl. ROMEINEN 11:36. Dan krijgt ons leven voor en met elkaar meer inhoud en diepgang.

Over de bouw van de Tabernakel en de geestelijke betekenis hiervan is veel te zeggen. Voor nu wil ik afsluiten met de vraag: Hoe kwam de Tabernakel tot stand? En dan bedoel ik niet de materialen, maar meer de motivatie, de houding, de innerlijke gesteldheid om te bouwen.

Vrijwillig kiezen

“Alle Israëlieten, mannen zowel als vrouwen, die bereid waren iets af te staan voor de werkzaamheden waartoe de HEER Mozes opdracht had laten geven, brachten de HEER vrijwillig geschenkenEXODUS 35:29.

Twee woorden vallen hier op: bereidheid en vrijwilligheid. Ze werden dus niet verplicht, maar het moest een vrijwillig offer zijn. En dat heeft alles te maken met je hart, met de innerlijke wedergeboren mens die gericht is op de dingen die boven zijn.

Dat was de basis voor de totstandkoming van de Tabernakel.

Voor het woord ‘bereidheid’ wordt in de Statenvertaling het woord ‘hefoffer’ gebruikt.

“En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen” EXODUS 35:21 SV.

Het woord ‘heffing’ betekent ‘iets tot de Here opheffen’. Een heffing is een deel van je bezit met een vrijwillig hart voor Hem afstaan. Het is iets van jezelf wat je opheft, om te laten zien van: ‘Kijk, Here God, dit is voor U, ik leg dit voor U neer’.

Misschien begrijpen we nu beter wat de Bijbel bedoelt met het bidden met opgeheven handen. Dat we in het Huis van God mogen staan en met opgeheven handen Hem mogen prijzen. Zie PSALM 134:2; 1 TIMÓTHEÜS 2:8.

Zo kan de lofprijzing een heffing zijn, iets dat je als extra doet naast je dagelijks gebed. Het opheffen van je bezittingen, je handen, je hele wezen is een zaak van je innerlijk, van je hart. Mozes maakte dit duidelijk aan het volk voor ze hun gaven brachten, voor ze aan het bouwen konden beginnen.

“Ieder zal deze gewillig van hart opbrengen als heffing voor de Here” EXODUS 35:5 NBG.

“De HERE sprak tot Mozes: Zeg tot de Israëlieten, dat zij voor Mij een heffing inzamelen; van iedere man, wiens hart hem dringt, zult gij voor Mij een heffing inzamelen. Dit nu is de heffing die gij van hen inzamelen zult: goud, zilver, koper” EXODUS 25:1-3 NBG.

We zagen al dat hier de nadruk moet liggen op de ‘vrijwillige gezindheid’. In de grondtekst staat het woord “hefoffer”. Het gaat hier om een heffing, een bijdrage, voor een heilig doel. Deze heffing is in de context van Gods woord altijd een vrijwillig geven. Dus de gezindheid waarmee je geeft is bepalend.

Enkele voorbeelden:

Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet heeft, maar van wat u heeft” 2 CORINTHIËRS 8:12.

“Maar nu schenk ik nog bovendien, uit liefde voor het huis van mijn God, van wat ik zelf aan goud en zilver bezit, aan het huis van mijn God” 1 KRONIEKEN 29:3 NBG.

God dwingt niet om te geven, maar de blijmoedige gever heeft Hij lief. Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft. Zie 2 CORINTHIËRS 9:7. Bij God gaat het niet in de eerste plaats om het geven. Maar hoe is je innerlijke houding bij dat geven? Geef je met hart of met je verstand?

Iemand heeft eens gezegd:

Als we met ons verstand geven, geef je altijd te weinig.

En wie met zijn hart geeft, geeft nooit teveel.

Als Kaïn en Abel aan het offeren zijn, stijgt het ene offer op en het andere niet. Zie GENESIS 4:3-7. Wie het verhaal leest zal begrijpen hoe belangrijk je houding tot God is. Uiterlijk gezien waren beide broers bezig om te geven, om te offeren. En als wij dit moesten beoordelen, hadden we gezegd: ‘Geweldig zeg, twee broers die God iets geven, dat zie je niet elke dag. Prachtig, geweldig... niets op tegen... ga zo door’.

En toch... God kijkt verder. Hij is het die ons van binnen kent. Daar lag de reden waarom het misging met Kaïns offer. Hij kon niet opheffen omdat zijn handelen niet naar Gods wil was. Kaïn kon niet opheffen omdat hij zichzelf aan het verheffen was. Hij leefde in opstand met God, zijn uiterlijk vertoon was geen afspiegeling van zijn innerlijke houding tot God. En daar gaat het om.

Het opheffen van offers en heilige handen is een uitdrukking van het begrip; ‘uit genade gerechtvaardigd en geheiligd voor de troon van God te mogen staan’.

Zo mogen wij, als zijn kinderen, bij God komen voor de ‘troon der genade’, in alle vrijmoedigheid, opdat wij barmhartigheid ontvangen. En genade vinden om hulp te krijgen voor die momenten dat wij het moeilijk hebben.

Wie beheerst mijn leven? Het is een vraag waarop je zelf het antwoord kunt geven.

Tot slot nog een bemoediging uit ‘Het Boek’.

“Ik heb de Here slechts een ding gevraagd, daar gaat mijn hele hart naar uit: dat ik mijn hele leven in het huis van de Here mag blijven. Om de lieflijkheid van de Here te kunnen zien, en steeds meer over Hem te leren in Zijn tempel.

Want wanneer kwade tijden aanbreken, verbergt Hij mij in Zijn hut. Hij verstopt mij in Zijn tent, die staat op een plaats die niemand weet, Hij zet mij op een hoge rots.

Daarom kan ik nu toch mijn hoofd opheffen. En kijk ik over al mijn vijanden heen. Daarom wil ik Hem offers brengen met luid trompetgeschal. Ik wil zingen voor de Here, Psalmen zingen voor Hem” PSALM 27:4-6.

Ik wens je Gods zegen