Wat zag de doorsnee Israëliet van de Tabernakel? Wat had dit allemaal voor hem te betekenen? Hadden al die verschillende onderdelen ook een geestelijke betekenis? Waar dacht de Israëliet aan als hij naar die grote witte omheining keek met die stevige pilaren en die veelkleurige poort? Begreep hij de boodschap van God en veranderde dat zijn leven? En wat kunnen wij nu nog leren van de geestelijke betekenis van de Tabernakel?

Inhoud:

  • Inleiding
  • Wat zag de Israëliet
  • Een open deur
  • De veelkleurigheid van Gods deur
  • Wie zijn de pilaren
  • Staan in Gods kracht
  • Verbonden met elkaar
  • Je uiteindelijke doel

Inleiding

Lezen: EXODUS 38:9-20.

“Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid” 1 TIMÓTHEÜS 3:14-15.

“Wie overwint maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan. Ik zal op hem de naam schrijven van mijn God en van de stad van mijn God, het nieuwe Jeruzalem dat bij mijn God vandaan uit de hemel zal neerdalen, en ook mijn eigen nieuwe naam” OPENBARING 3:12.

In een andere studie; ‘Wie beheerst mijn leven’, hebben we nagedacht over de geestelijke betekenis van de Tabernakel. We hebben toen gezien dat God bij de mensen wil wonen. En dat Hij daarvoor een prachtig plan had bedacht. Dat plan maakte Hij aan Mozes bekend, die dan ook mocht bouwen geheel zoals de Here het hem had laten zien. Het doel van die boodschap was duidelijk te maken:

  • Hoe de Tabernakel de weg wijst naar gemeenschap met God
  • En dat God ernaar verlangt dat wij Zijn medewerkers zijn

Graag wil ik opnieuw nadenken over enkele onderdelen van de Tabernakel en zien wat het ons te zeggen heeft.

Wat zag de Israëliet

Wat zag de doorsnee Israëliet van de Tabernakel? Wat had dit allemaal voor hem te betekenen? Hadden al die verschillende onderdelen ook een geestelijke betekenis? Waar dacht de Israëliet aan als hij naar die grote witte omheining keek met die stevige pilaren en die veelkleurige poort? Begreep hij de boodschap van God en veranderde dat zijn leven?

Ik denk dat hem onbewust een soort van halt, stop, werd toegeroepen. En dan weet hij het weer:

  • Daar binnen is God, de Heilige almachtige God
  • En ik, zondig nietig mens, sta buiten
  • Ik kan niet zo maar, zonder meer naar binnen gaan
  • Ik kan niet zo maar in Zijn tegenwoordigheid komen

Want hij kent zichzelf en weet wat zijn fouten zijn, dus zomaar naderen tot God? Nee hoor? Misschien herinnert hij zich wel de gebeurtenissen bij de berg Sinaï, waar God met Mozes had gesproken. Alleen Mozes mocht de berg op om God te ontmoeten. En zij, de Israëlieten, mochten niet tot de berg naderen, laat staan aanraken, het kon hun dood betekenen. De hele berg beefde van Gods aanwezigheid. De kracht van God was zichtbaar aanwezig in donder en bliksem. Zie EXODUS 19.

En nu is diezelfde God hier binnen, achter die witte omheining. En al nadenkend over die grote witte wegversperring ziet hij een deur, een prachtige veelkleurige poort die hem uitnodigt om naar binnen te gaan. Is het dan toch mogelijk om tot God te naderen? Heeft Hij dan toch een weg vrijgemaakt om gemeenschap met Hem te hebben? Zou Hij dan toch een relatie willen aangaan met de mens?

Jazeker, want de boodschap van de Tabernakel is:

  • God roept ons
  • Hij wil Zijn liefde en vergeving schenken
  • Wij mogen er voor Hem zijn

Een open deur

Iemand heeft eens gezegd; ‘de Tabernakel is een grote profetie in goud, zilver en linnen’. En dat is ook zo! We kunnen dan ook ontzettend veel leren van de Tabernakel. Veel geestelijke waarheden en lessen zitten erin verborgen. Alles ademt een boodschap uit. Het is één grote verwijzing naar ‘God is Liefde’. Maar het is ook een geweldige verwijzing naar Jezus Christus. Dat begint al bij de poort, die veelkleurige poort. Daar worden we al herinnerd aan wat Jezus zegt:

“Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnen komt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden” JOHANNES 10:9.

Door Hem hebben we de toegang tot de Vader.

De Poort leert ons:

  • Dat er een binnen en een buiten is
  • Dat er een grens is gesteld tussen God en de zondige mens
  • Maar, het toont ons ook het welkom van God
  • Welkom thuis mijn kind, blij dat je er bent, kom binnen

Ondanks die boodschap van welkom, zijn er ontzettend veel mensen die altijd maar weer een excuus zoeken om niet naar binnen te hoeven gaan. Soms gebeurt dat uit onwetendheid, soms uit onwilligheid. Ze verzinnen allerlei dingen om die poort maar te kunnen ontlopen. Ze bedenken allerlei vragen en hebben niet in de gaten dat ze bezig zijn het voor henzelf onmogelijk te maken om ècht binnen te gaan.

Waarom ze dat doen? Sommigen vinden zichzelf zo goed dat ze het wel zonder God kunnen. Anderen denken God te kunnen dienen zonder Jezus. Of omdat ze van mening zijn dat in alle godsdiensten wel iets goeds aanwezig is. En er zijn er ook die zichzelf niet willen verliezen, ze willen hun eigen rechten vasthouden. Ze denken ‘op mijn manier kom ik er ook wel’.

Er zijn ook mensen die niet binnen willen gaan omdat ze zichzelf niet goed genoeg vinden. Ik ben een zondaar, God houd vast niet van mij. Zo zijn er duizenden buiten de poort bezig hun leven te verbeteren, tot ze goed genoeg zijn om... Maar wie zegt hen wanneer ze goed genoeg zijn? Niemand.

Staat er een keurmeester bij de poort? Houdt God een zwarte lijst bij? Is het een kwestie van het goede lotnummer trekken? Past God een selectieproces toe op nieuwkomers? Deelt God bordjes uit met gewenst of ongewenst? Moet men schoon zijn voordat men gewassen mag worden? Moet je eerst beter worden voordat je de dokter bij je roept?

Mensen die zichzelf willen verbeteren zullen tot de ontdekking komen dat het alleen maar slechter zal gaan in hun leven. Hun schuldgevoel groeit met de dag en het stapelt zich zo hoog op dat hun uitzicht op God helemaal verdwijnt. Zelf verbeteraars zullen op den duur uitglijden over de ellende van hun eigen leven. Maar God roept zondaars! Mensen die bereid zijn om naar binnen te gaan zoals ze zijn. Dan pas ontvang je een nieuwe basis in je leven.

Misschien denkt u nu wel ‘je praat er gemakkelijk over. Ik zomaar binnen gaan? Dat kan niet. Het moet je gegeven worden, het is op Zijn tijd en daar wacht ik op!’ Maar als Gods uitnodiging er al ligt, wie is dan verantwoordelijk om binnen te komen? Juist! Wij dus!

Jammer dat er zoveel mensen zijn die voor die poort staan te wachten met hun twijfels en daardoor anderen tegenhouden om binnen te gaan. Heus, er komt niemand naar buiten met een briefje waarop staat dat je welkom bent. God biedt ons Zijn heil aan in Christus Jezus. Zijn uitnodiging ligt er al, wat een genade. De Bijbel zegt heel duidelijk:

“In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade die God ons in overvloed heeft geschonken” EFEZIËRS 1:4-8.

Gods welkom ligt opgesloten in Zijn Schepping. Zijn Schepping is een groot welkom voor de mens, voor u en mij! Dat laat ons het scheppingsverhaal heel duidelijk zien. God had nagedacht hoe de mens kon leven binnen Zijn Schepping. De hele Schepping ademt Gods welkom uit!

Ben jij nog twijfelaar? Kijk dan nog eens even naar de poort. Staat er een bordje met verboden toegang, of alleen voor genodigden? Nee, er staat geen bordje. En als er wel één gestaan zou hebben, dan zou er vast dit op staan:

“Hierheen! Hier is water voor een ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betalingJESAJA 55:1.

Als we naar die poort kijken, dan staat er op de buitenkant te lezen: “Komt allen!” En wie naar binnen is gegaan, komt tot de ontdekking dat op de achterzijde van de deur staat: “Uitverkoren van voor de grondlegging der wereld!”

Kijk, dat is Gods doel, ons weer terug te brengen in Zijn scheppingsplan. En het hele verhaal van de Tabernakel is daar een groot getuigenis van. Want in dat verhaal zien we God en de mens weer samen. Door de poort komt de mens weer in de tegenwoordigheid van God.

Begrijpen we nou waarom God zegt: “Nader tot God, dan zal hij tot u naderen” JACOBUS 4:8. Omdat God ieder mens mist die nog niet naar binnen is gegaan. Binnen Zijn muren van vergeving is ruimte om Hem te ontmoeten. En daar verlangt Hij naar. Daarom is daar die Deur Jezus die ons uitnodigt, telkens weer.

De veelkleurigheid van Gods deur

We hebben het nog niet gehad over de kleuren van de deur. Want dat is ook interessant, ze vertellen ons nog meer over Jezus. Die kleuren vertellen ons over Zijn afkomst, Zijn reinheid, Zijn offer en Zijn Koningschap. Allemaal belangrijke feiten waar we even bij stil mogen staan. Het zijn vier kleuren, blauwpurper, roodpurper, scharlaken en wit.

Misschien is het goed om met blauwpurper te beginnen. Eigenlijk verklaart deze kleur zichzelf. Want deze kleur blauw wijst ons naar de hemel, naar boven, waar God is. Het hemelsblauw in de deur zegt ons dat Jezus uit de hemel is nedergedaald, dus van God komt, of van God gezonden is.

“Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader” JOHANNES 1:14.

De kleur blauw verbindt ons met het hemelse, met de heerlijkheid van God. Het laat ons de eeuwige God zien, maar ook Jezus als Zoon van God. In dit verband vind ik JACOBUS 1:17 zo mooi:

“Elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten; bij hem is nooit enige verandering of verduistering waar te nemen”.

Jezus is dat nederdalende geschenk van God aan u en mij.

Wit is het symbool van de vlekkeloze reinheid van God. Het getuigt van Zijn heiligheid. De Bijbel leert ons dat Jezus zonder zonde was en dat Hij nooit vergeving hoefde te vragen. Daarom is wit de kleding van de hemelse bewoners.

  • Van Hem die zit op de troon
  • van de engelen bijvoorbeeld bij het graf van Jezus
  • Maar ook van hen die gewassen zijn met het bloed van het Lam

OPENBARING 7:13-14 zegt:

“Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan? ’ Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren wit gewassen met het bloed van het lam”.

Het wit in de deur wijst op de reinheid van God en op de reiniging door Jezus, ons Offerlam. Alleen het bloed van Jezus wast ons witter dan de sneeuw. Vgl. PSALM 51:7.

En dat brengt ons bij de volgende kleur, de kleur van het Offer, het roodpurper of scharlaken.

Dat doet ons regelrecht denken aan het bloed, het bloed dat vloeide toen Hij aan het kruis hing voor onze zonden. Zo is Jezus eens en voor altijd door Zijn eigen bloed het heiligdom binnengegaan.

“Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven” HEBREEËN 9:11-12.

Door Zijn dood heeft Hij ons deelgenoot gemaakt van het hemelse, de eeuwige verlossing. Door Zijn bloed heeft Hij ons de toegang verleend naar God, de Vader. Rood is de kleur van redding, van behouden zijn.

Maar gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde” 1 JOHANNES 1:7.

Denk ook aan Rachab die een scharlaken koord uit haar raam moest hangen als teken van haar redding en verlossing. Zie JOZUA 2:21. Is het zo verwonderlijk als Jezus zegt: Ik ben de deur. De deur van verlossing en vergeving. Wat roept Johannes de Doper:

“Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemtJOHANNES 1:29. En wat zegt Jesaja: “Al zijn je zonden rood als scharlaken, ze worden wit als sneeuw, al zijn ze rood als purper, ze worden wit als wolJESAJA 1:18.

Wat een genade dat er rood in de deur zit dat ons reiniging geeft. Een reiniging die we nodig hebben om Hem als onze Koning te kunnen zien.

Want daar getuigt de volgende kleur van. Het purper. Een mengsel van rood en blauw, dat is de koningskleur. Het is de aangewezen kleur voor de mantel van de Koning. Toen Daniël koninklijke eer werd bewezen, werd hij in purper gekleed. Zie DANIËL 5:29. Deze stof was zeer kostbaar en werd alleen gedragen door koningen.

Wat deden de soldaten bij Jezus? Ze deden Hem een purperen mantel om en zeiden: “Gegroet, koning van de Joden” MATTHÉÜS 27:29. Ze hadden niet door dat Hij Die Koning was die hen terug wilde brengen tot God, de Vader. Purper herinnert ons aan het koningschap van Christus, maar ook aan onze eigen bestemming. Johannes op Patmos beschrijft dit zo:

“Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheidOPENBARING 22:5.

En dat bevestigt de Petrus brief ons nog eens heel duidelijk:

“Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken” 1 PETRUS 2:9-10.

Van koninklijke afkomst wil zeggen dat wij Zijn heerlijkheid en bescherming genieten. Wat een geweldige kleuren zitten er in de deur van de Tabernakel. En door het binnengaan hebben we deel aan al die kleuren en hun betekenissen.

Ik zet het nog even op een rijtje:

  • Blauw is van hemelse afkomst én hemelse toekomst
  • Wit is het gereinigde kleed dragen, de gerechtigheid in Christus
  • Rood is de vergeving van onze zonden, het gered zijn
  • Purper is van Koninklijke bloede, onze koninklijke waardigheid

Zo mag ons leven een groot getuigenis zijn van onze hemelse afkomst en toekomst en mogen wij een volk, een uitverkoren geslacht zijn. Apart gezet om deel te hebben aan de hemelse reinheid en redding, maar ook aan Zijn koningschap. Dat betekent dat we in dienst staan van Koning Jezus. En dat is beslist geen eigen verdienste. Want wat zegt Jezus:

“Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht” JOHANNES 15:16.

Wie zijn de pilaren?

Maar nu iets heel anders, die deur met zijn verlossende kleuren, hoe was die met de rest verbonden? Hoe werd die deur op zijn plaats gehouden? Het werd gedragen door de pilaren. En weet u wie die pilaren zijn? In Gods verhaal over de Tabernakel zijn wij dat. Wij zijn pilaren die met elkaar zijn verbonden. En samen hebben we de taak om Zijn aanwezigheid in ons uit te dragen. Die pilaren vervullen een belangrijke rol. Want denken we ze weg, wat zien we dan? Dan zou Gods Huis niet kunnen bestaan. Die pilaren moeten dat witte doek, wat een beeld is van reinheid en rechtvaardigheid, omhoog houden. De Tabernakel op aarde, toen, maar ook Gods gemeente nu, moet een afgeschermde plaats zijn om de wereldse invloeden buiten te kunnen houden.

God heeft ervoor gekozen om bij de mensen te wonen en Hij doet dat te midden van Zijn gemeente. God verbindt Zich niet zomaar aan de gevallen schepping. Hij verkiest een plaatst waar reinheid, heiligheid en hemels Koningschap heerst. En daar zijn die pilaren voor nodig. Die pilaren zijn met elkaar verbonden om Gods kleed van reinheid en verlossing omhoog te houden voor de onbekeerde mens die nog buiten staat. Zo mogen wij een getuigenis zijn van Zijn vergevende liefde.

Maar hoe zagen die pilaren eruit? Van welk materiaal waren ze gemaakt? En hoe bleven ze rechtop staan? Als we naar de pilaren kijken dan ontdekken we dat ze van hout gemaakt zijn. En dat ze op koperen voetstukken stonden. En dat de bovenkant afgedekt was met een zilveren dop. Ook zat er een zilveren band omheen waaraan de dwarsstangen vastgemaakt werden.

Welke houtsoort was nu gebruikt voor het maken van de pilaren? Was het cederhout, palmbomenhout, eiken of cipressenhout? Zou het olijfbomenhout zijn? Nee, de pilaren werden van acaciahout gemaakt. Al het hout voor de Tabernakel was Acaciahout. Vgl. EXODUS 36:3:38. Waarom ik dit zo benadruk? Vanwege de bijzondere les, want deze boom laat iets zien over de mens zonder God. We zouden de acaciaboom kunnen vergelijken met de onbekeerde mens. Vgl. ROMEINEN 3:13-16. Het hout is grillig, taai en moeilijk te bewerken. Vooral de witte acacia vertoont een aantal zeer opmerkelijke feiten.

De acacia breidt zich snel uit met korte ondergrondse uitlopers. Het groeit op plaatsen waar andere soorten niet of nauwelijks groeien. Hij verspreidt zich snel en is praktisch niet uit te roeien. Hij onttrekt voedingsstoffen aan de bodem en verdringt andere planten. Het blad verteert langzaam en belemmert de humusvorming. En het stofwisselingsproces vergiftigt de grond.

De wortels, bast en zaden bevatten een giftige stof die onze rode bloedlichaampjes doet samenklonteren. De takken zitten vol met scherpe dorens. Het gele hout is hard en taai en uiterst waterbestendig, het kon wel een Hollander zijn. Wist u dat de acacia familie is van het kruidje-roer-me-niet?

Ken je de mimosabloem met die mooie kleine gele donsachtige bloemetjes? Dat zijn de bloemen van de acaciaboom. Het is een prachtig gezicht als deze bomen in volle bloei staan. Maar als we de bloeiende takken op de vaas zetten, dan schrompelen binnen enkele uren de bloemen in elkaar. Toch is het mogelijk om ze te laten bloeien op de vaas. Want zet men de takken met bloem in de knop in een oplossing van mimosa-chrysal dan komen ze tot bloei.

Dus, en dat wil ik benadrukken, met behulp van buitenaf kunnen ze binnenshuis tot bloei komen. Is dat niet een prachtig beeld van onze geestelijke groei? Alleen met hulp van buitenaf, de heilige Geest, kunnen we binnenshuis, in de Gemeente tot bloei komen.

Ondanks al die nare eigenschappen van de acacia kiest God ervoor om deze houtsoort te gebruiken voor de bouw van de Tabernakel, dus ook voor de pilaren. Waarom? Andere houtsoorten waren toch veel beter geweest? Ik denk dat God ons hier een diepe les mee wil leren. Juist dat grillige en vol nare eigenschappen zittende acaciahout, gebruikt God voor de bouw van Zijn huis.

God kiest voor de gevallen mens om deze weer bruikbaar terug te plaatsen in Zijn Koninkrijk. Hij gaat niet om onze karaktereigenschappen heen. Hij plaatst de één niet boven de ander. Bij Hem is er geen aanziens des persoons. Nee, God de Vader schaaft net zo lang tot we allemaal hetzelfde zijn. Gods woord zegt:

“Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd” 2 CORINTHIËRS 3:18.

Hij maakt van ons pilaren, even dik, even lang én even voornaam. Zo mogen wij het beeld van de Zoon dragen. Hij wil dat we schouder aan schouder in Zijn wijngaard staan. (Zie Opwekking 249)

En zo staan daar die pilaren die Gods kleed van reinheid, van koninklijke waardigheid omhoog houden. Wij mogen Gods veelkleurige wijsheid laten zien. Maar kunnen ze dat in eigen kracht? Staan die pilaren zo maar in het losse zand? Als we goed kijken dan zien we dat ze staan op koperen voetstukken.

Staan in Gods kracht

Koper is in de bijbel het symbool voor kracht. Vgl. 1 SAMUËL 17:5; JOB. 40:13. En de pilaren hebben dit voetstuk nodig, anders zakken ze weg in het lossen zand. Dan raken ze hun positie kwijt en vallen ze om. Daarom staan ze op koperen voetstukken, in Gods kracht.

Die koperen voetstukken zijn een prachtig beeld van de kracht van de heilige Geest. Die kracht hebben we als Nieuw Testamentische pilaren nodig om staande te blijven, om samen sterk te zijn, om zo Gods kleed van overwinning blijvend omhoog te houden.

Om sterk in deze maatschappij te staan, om nee te zeggen tegen de velerlei verleidingen, hebben we kracht van God nodig. Want hoe snel zakken we soms niet weg in het losse zand van deze wereld? Daarom legt God onder die zwakke pilaren, onder u en mij, een fundament van kracht ter bescherming. Paulus schrijft aan de gemeente:

“Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf” 1 CORINTHIËRS 3:9-11.

Zo mogen we staan, allemaal in hetzelfde fundament in Hem.

Laten we ook nog even kijken naar de bovenkant van de pilaar. Dan zien we dat die is afgedekt met een zilveren dop. Zie EXODUS 38:17. En ook daar zijn een paar interessante dingen over te vertellen. Langzaam maar zeker gaan we begrijpen hoe God die zwakke pilaar Zijn bescherming geeft om staande te blijven.

Zilver komen we regelmatig tegen in de Bijbel. Het werd gebruikt als betaalmiddel. Abraham kocht voor 400 zilverstukken een stuk land. Voor 20 zilverstukken werd Jozef verkocht. En voor 30 zilverstukken werd Jezus verraden.

Zilver wordt ook in verband gebracht met verzoening en verlossing. Al de mannen in Israël boven de 20 jaar moesten een halve sikkel zilver betalen voor de verzoening van hun leven. Zie EXODUS 30:14-16 en 38:25-26. Wie bij God wilde horen moest dus een prijs betalen. En die prijs was voor iedereen gelijk, of je nu arm of rijk was. Zo wilde God het en dat is altijd zo gebleven. Ook in onze tijd! Iemand wordt alleen maar meegeteld in Gods Gemeente wanneer de prijs van verzoening voor hem of haar betaald is. En Jezus hééft voor ons de prijs betaald.

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd” 1 TIMOTHEÜS 2:5-6.

Eén offer, één kruis is voldoende om ons vrij te kopen van de zonde.

“Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velenMARKUS 10:45.

Zo worden al de gelovigen, de pilaren Gods, zichtbaar bekleed met het zilver van de verlossing. Het hoofd wordt bekleed met de glans der verlossing. Jesaja roept het uit:

“Ik vind grote vreugde in de HEER, mijn hele wezen jubelt om mijn God. Hij deed mij het kleed van de bevrijding aan, hulde mij in de mantel van de gerechtigheid, zoals een bruidegom een kroon opzet, zoals een bruid zich tooit met haar sieraden” JESAJA 61:10.

Dat kleed van de bevrijding hebben we nodig om ons te beschermen tegen de aanvallen uit het rijk der duisternis,de hemelse gewesten. Vgl. EFEZIËRS 6:12. Die pilaren staan daar met een duidelijk doel, als getuigen van God. Want hoe zullen we tegen anderen getuigen van verlossing zonder daar zelf deel aan te hebben?

Verbonden met elkaar

Ook is het geweldig om te zien hoe God de pilaren met elkaar verbonden heeft. Dat deed Hij door middel van zilveren stangen. Zie EXODUS 38:17b. Wij, pilaren van God zijn verbonden door het verlossingswerk van Jezus Christus. Is dat niet prachtig? Samen hebben we iets gemeenschappelijks.

“U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleedGALATEN 3:27.

Vgl. ook LUCAS 24:49; 2 CORINTHIËRS 5:3. Wij staan samen in de kracht van de heilige Geest. En zijn samen verbonden door het offer van Jezus, zodat we samen een pijler, een pilaar van de waarheid zijn.

  • Gods doel met de Tabernakel was te laten zien dat Hij bij de mensen wil wonen
  • Gods doel met de Gemeente is te laten zien, dat wij mensen bij God mogen wonen

Dan mogen we wonen in het nieuwe Jeruzalem op de nieuwe aarde. Zo is de Gemeente op weg naar Huis, op weg naar het Huis van God. Om voor altijd bij Hem te zijn!

“Wie overwint - zegt Gods woord - maak ik tot een zuil in de tempel van mijn God. Daar zal hij voor altijd blijven staan”. Is overwinnen gemakkelijk? Nee, niet altijd. Het valt soms zwaar om moedig te zijn. Het is dan ook een hele verantwoordelijkheid om een pilaar te zijn in je gezin, je gemeente en in de maatschappij. Je kunt je soms alleen of niet begrepen voelen. Er kunnen perioden van ziekte of verdriet zijn.

Je uiteindelijke doel

Soms ben je iemand die in een roeiboot zit. Je kijkt naar het verleden en je roeit naar de toekomst. Er kunnen van die tijden zijn dat je stil gezet wordt. Je kijkt terug naar wat geweest is, je denkt aan vreugde of verdriet. En dan ineens ontdek je dat je aan het roeien bent, in je levensboot.

Soms ga je door perioden heen die aan de ene kant zo vormend zijn, maar aan de andere kant zo zeer doen. En dan ontmoet je soms van die mensen met hun goed bedoelde adviezen. Met hun bemoediging van ‘wij zien het wel dat je het moeilijk hebt’. En je krijgt het advies om vooral niet achterom te zien. Je moet maar vooruit blijven kijken, kom hè, kop op, God zorgt voor je.

Ach, allemaal wel goed bedoeld denk je dan. Je wilt ze niet voor het hoofd stoten door te zeggen dat dit soort bemoedigingen de pijn en het verdriet niet echt weg nemen. En je slikt het maar weg samen met je pillen en...

Zo kan het gaan. Dat is soms de praktijk van het leven, daar kunnen we niet omheen. Soms ontkom je er niet aan. Ik heb eens een verhaaltje gelezen; ‘Je kijkt even terug naar wat je gehad hebt. En onwillekeurig neem je dat al roeiend mee naar de toekomst. En je denkt, ‘ik moet maar roeien met de riemen die ik heb’.

Wat zeg ik… met de riemen die ik heb? Is er dan hoop voor al die eenzame roeiers? Ja zeker! Want wat heeft die roeier in zijn handen? Juist, twee roeispanen en daarmee kan hij ondanks alles een rechte koers varen. Ook al roeit hij of zij met de rug naar de toekomst. Want op de ene roeispaan staat bidt en op de andere werk’.

Kijk, dat is geloven, dat is ingaan door de poort, door de deur Jezus. Om opnieuw te beseffen: ‘Ik ben een pilaar voor God’.

En als we dan binnenkomen horen we Zijn roepstem: ‘Mens, waar ben je, waar was je? Ik heb je zo gemist’. Wie door de poort is gegaan zal het diepe verlangen voelen om verder te gaan. Want niet alleen de poort maar heel de Tabernakel ademt Gods liefde uit

En als ik nog even in gedachten terug kijk naar het altaar, naar het kruis van Golgotha, dan zie ik Gods liefde in het offer van Jezus Christus. Maar ook het wasvat laat me zien dat het Zijn liefde is die ons vergeving schenkt. En zo is ook de kandelaar hét Licht van de heilige Geest, een geschenk van Gods liefde aan ons.

Het is ook goed om bij de tafel der toonbroden stil te staan. Want dat herinnert ons aan het levende Brood dat uit de hemel is neergedaald. Maar ook aan het samen vieren van het avondmaal, wat een geschenk van liefde aan ons!

En wie naar Het gouden reukofferaltaar kijkt, zal zien dat Gods liefde ons roept. Om Hem te aanbidden en te danken voor dit alles. En als we ons herinneren dat het voorhangsel scheurde, dan weten we dat Hij in Zijn oneindige liefde ons een weg heeft gebaand, tot volle gemeenschap met Hem zelf.

Kunnen we overwinnen? Ja! Hoe? Door twee fundamentele waarheden:

“Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen” OPENBARING 12:11.

“Wie overwint, Hem zal Ik maken tot een zuil in de tempel van mijn God” OPENBARING 3:12.

Wat een prachtige belofte!

Ik wens je Gods zegen