God heeft nagedacht over de vraag: hoe kan Ik de mensheid weer bereiken? Hoe kan Ik ‘het Mijne’, weer doen geloven in Mijn liefde en in Mijn vergeving. En Hij vond het antwoord in onze ‘eigen taal’. In het ‘vleesgeworden Woord’, de Mens Jezus Christus. In Die mens komt God naar ons toe,eeld loze"sgeworden woord, d en laat Hij ons zien wie Jezus is. Jezus, Immánuel, God met ons, is dat niet geweldig? God spreekt tot ons, Hij doet daar moeite voor. Hij besteedt aandacht aan u en mij. Welke God doet dat? God heeft Zijn gedachten uitgesproken in de Zoon. Waarom? Omdat we weer zouden leven, Zijn beeld dragen temidden van deze ‘beeldloze’ wereld.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Gods genade
  • God spreekt
  • Wie is Johannes eigenlijk
  • Een diepe band
  • Het woord Jezus
  • God heeft nagedacht
  • Beelddragers van God

Inleiding

Lezen: JOHANNES 1:1-18.

“Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister” ROMEINEN 8:29-30.

In deze verzen zien we heel duidelijk dat God nagedacht heeft over zijn plan met de mens. “Want die Hij tevoren gekend heeft” ROMEINEN 8:29. Gekend heeft?Nu hoor ik je denken, dat is niet zo best, dan weet Hij ook hoe ik ben en wat ik doe, hoe ik leef. En de volgende vragen zullen zich aan ons opdringen.

  • Zou Hij mij dan nog wel willen?
  • Kan ik zijn liefde wel aanvaarden?
  • Wil Hij wel iets met mij te maken hebben?

Dergelijke gedachten mogen we bij het lezen van dit vers ver weg doen. Want er wordt hier iets heel anders bedoeld. Het gaat hier niet om het feit dat God al ons gedrag van tevoren gekend heeft. Nee, God probeert ons vandaag te zeggen in welke verbondenheid Hij staat tot jou en mij. Het van tevoren gekend zijn, houdt in dat God ons al kende voordat wij in Hem geloofden. Paulus zegt:

“Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bentGALATEN 4:9a. Vgl. ook ROMEINEN 11:2.

Dit kennen heeft alles te maken met onze bestemming binnen Gods reddingsplan met ons. Bij de roeping van Jeremia maakte God duidelijk:

“Voordat ik je vormde in de moederschoot, had ik je al uitgekozen, voordat je de moederschoot verliet, had ik je al aan mij gewijdJEREMIA 1:5.

Gods genade

Het leven binnen de grenzen van Gods genade houdt veel meer in dan wij beseffen. Want als we doorlezen in de Romeinenbrief, dan zien we:

“Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon” ROMEINEN 8:29.

Dit maakt duidelijk dat God er van tevoren voor gekozen heeft om ons een plaats te geven in Zijn Koninkrijk. En de Bijbel bevestigt dit met de volgende woorden:

“In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden” EFEZIËRS 1:4-5;9.

“Hij heeft ons gered en ons geroepen tot een heilige taak, niet op grond van onze daden, maar omdat hij daartoe uit genade besloten had. Deze genade was ons al vóór alle tijden gegeven in Christus Jezus” 2 TIMÓTHEÜS 1:9.

God wil ons duidelijk laten weten dat het verloren ideaal van de schepping het, “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken”, GENESIS 1:26, weer in heerlijkheid hersteld wordt. En dat heeft Hij gedaan door ons Zijn Zoon te zenden. Dat is bijzondere genade van God! Het van tevoren kennen betekent hier een kennen in vriendschap en verbondenheid. Het spreekt van Gods genegenheid voor de mens. En vanuit die verbondenheid, vanuit die vriendschap, geeft God ons een aantal bemoedigingen.

Die bemoedigingen getuigen van Gods liefde en niet van veroordeling vanwege ons gedrag. God wil een relatie met de mens. Dat is ook de reden dat God ons ‘van te voren wilde kennen’. Hij wil ons niet kennen in of naar ons eigen gedrag. Maar Hij wilde ons kennen zoals ‘Hij de mens bedoelt heeft’. Vanuit de schepping, vanuit Zijn volmaaktheid. Vanuit “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn.” God komt hier terug op ons oorspronkelijk doel. Die keuze Heeft Hij nooit losgelaten. Waarom niet? Omdat Hij Zich verantwoordelijk voor ons voelde, wat een genade.

In dat licht moeten we deze verzen lezen. God verlangt er zo naar dat we weer Zijn beeld zullen dragen. Dat beeld dat we door de zonde verloren zijn. Die Hij tevoren gekend heeft, deze heeft Hij een bestemming meegegeven. En dat heeft God door alle eeuwen heen duidelijk willen maken. Dat kunnen we lezen in Hebreeën brief:

“Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit” HEBREEËN 1:1-3.

God spreekt

God spreekt tot ons, Hij doet daar moeite voor. Hij besteedt aandacht aan u en mij. Welke God doet dat? God heeft Zijn gedachten uitgesproken in de Zoon. Waarom? Omdat we weer zouden leven. Zijn beeld zouden dragen temidden van deze ‘beeldloze wereld’. Daarom heeft God nu in onze tijd tot ons gesproken in de Zoon. God spreekt door het ‘vleesgeworden Woord’.

Van alle Bijbelboeken geeft het Johannes Evangelie de krachtigste argumenten voor de Goddelijke afkomst van, ‘de mens geworden Christus’. In dit bijbelboek komt de Godheid van Christus in krachtige termen op ons af.

  • Ik Ben het brood des levens - 6:35,48
  • Ik Ben het Licht der wereld - 8:12; 9:5
  • Ik Ben de deur. Niemand komt tot de Vader - 10:7,9
  • Ik Ben de goede Herder - 10:11,14
  • Ik Ben de opstanding en het leven - 11:25
  • Ik Ben de weg de waarheid en het leven - 14:6
  • Ik Ben de ware wijnstok - 15:1,5

Voor elke dag van de week is er een: “Ik Ben.”

Al deze uitspraken wijzen op Zijn Goddelijke natuur. Bij het lezen van JOHANNES 1:1 worden we direct geconfronteerd met het vleesgeworden Woord van God. Of zoals VERS 14 het zegt:

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader”.

Wie een beetje thuis is in de evangeliën zal ontdekt hebben dat Johannes zijn brief heel anders begint dan Matthéüs, Marcus of Lucas. Johannes begint zijn verslag op een zeer unieke manier. Hij begint niet met het geboorte verhaal, maar met: “In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God” VERS 1. Dit doet me denken aan het eerste hoofdstuk van Genesis. Het is niet zomaar een toevallige overeenkomst met Genesis waar Gods werk met deze aarde beschreven staat.Ik denk dat Johannes net iets meer gezien heeft dan de anderen.Hij heeft iets gezien, iets ontdekt en gehoord, iets vanuit de eeuwigheid van God de Vader!

Wie is Johannes eigenlijk?

Hij is afkomstig uit een vissersfamilie. Als Jezus hem roept volgt hij Hem samen met zijn broer Jacobus. Zie MATTHÉÜS 4:21. Hij was een onstuimige kerel met een vurig karakter, een vuurvreter zouden we tegenwoordig zeggen. Dat bezorgde hem de bijnaam, ‘zoon van de donder’. Zie MARCUS 3:17. We lezen van hem dat hij, net als Elia, vuur van de hemel wil bidden om de Samaritanen te verteren. Zie LUCAS 9:54.

Johannes zijn naam betekent: ‘God is genadig geweest’.

Uit een publicatie van uitgeverij Oosterbaan citeer ik het volgende:

‘Zijn naam wordt in het vierde Evangelie, waarvan hij volgens de traditie de auteur is, niet genoemd, maar hij is waarschijnlijk de anonieme discipel, die Jezus ook volgde tot in het paleis van de hogepriester JOHANNES 18:15 en ook ‘de discipel dien Jezus liefhad’ JOHANNES 13:23. Die de zorg kreeg voor Jezus’ moeder JOHANNES 19:26-27 en met Petrus naar het graf rende, dat leeg was, en zich de betekenis realiseerde van de grafdoeken die achtergebleven waren: Jezus was opgestaan JOHANNES 20:3-8.

Johannes was ook aanwezig toen Jezus verscheen bij de Zee van Tiberias. In Handelingen was hij aanwezig in de opperzaal op de Pinksterdag HANDELINGEN 1:13-14 en hij werd kort daarna met Petrus gearresteerd voor de uitdagende prediking dat Jezus de Messias was, hoewel beiden na een verhoor op vrije voeten werden gesteld. De bijbel zegt verder niets over zijn verblijfplaats, maar er is een sterke traditie dat hij woonde en stierf in Efeze.

Als auteur wordt hem gewoonlijk het vierde Evangelie toegeschreven. Zo verhaalt hij bijvoorbeeld gebeurtenissen en gesprekken, die plaats vonden toen Jezus Jeruzalem bezocht bij verschillende gelegenheden. En het is heel goed mogelijk dat Johannes, die bekend was in Jeruzalem, er misschien zelfs een huis had, JOHANNES 18:15;19:27 Hem als enige vergezelde. Johannes had het vermogen - eventueel dankzij gemaakte aantekeningen - om de lange dialogen en redevoeringen van Jezus correct weer te geven en hij heeft de omgeving waar Hij arbeidde, en waar het debat met de synagoge in volle gang was, gekend.

Johannes laat verder duidelijk uitkomen dat hij geen fictie (fantasie) biedt. Hij presenteert zich als een ooggetuige en hiervoor wordt aandacht gevraagd in JOHANNES 20:30; 21:24. De titel ‘de discipel die Jezus liefhad’ is misschien de naam geweest waaronder hij in Efeze bekend stond. En het zou kunnen betekenen dat hij de laatste overlevende van de Twaalf Discipelen was. De drie brieven hebben dezelfde stijl die Johannes van Jezus geleerd had en zij leggen positief de nadruk op liefde en negatief op zonde.’ (Einde citaat)

Een diepe band

Wie de moeite neemt om te begrijpen wie Johannes was, zal een gevoel van jaloersheid krijgen. En dat mag best! Want Johannes had een groot verlangen, hij wilde dicht bij Jezus zijn. Daarom durfde hij ook te vragen: ‘mag ik aan Uw rechterhand zitten in Uw koninkrijk?’ Hij behoorde tot de drie intiemste vrienden van Jezus. Hij was getuige van vele genezingen van speciale gebeurtenissen. Zo zag hij het dochtertje van Jairus opstaan uit de dood. En was hij aanwezig bij de verheerlijking op de berg. Maar ook in Gethsémane volgde hij Jezus. Hij was onafgebroken bij Hem. Hij was de enige discipel die de moed had om te zien hoe Jezus stervende aan het kruis hing. Vgl. MARCUS 10:35-38; 5:37, MATTHÉÜS 17:1; JOHANNES 19:26,27.

Johannes was de eerste discipel die in de opstanding geloofde. Hij durfde het graf in te gaan om te kijken of het waar was. En hij zag het en geloofde, lezen we in JOHANNES 20:8. Johannes had een levende relatie met Jezus en dat was wederzijds. Jezus kende hem als de discipel die Hem liefhad. zie JOHANNES 19:26. Er moet een groot vertrouwen zijn geweest tussen Jezus en Johannes, een band die veel sterker was dan die van leraar en leerling. Een kennen dat veel dieper ging dan meester en knecht. Tussen hen beiden bestond een echte intieme vriendschap. Jezus behandelt hem als zijn eigen broer.

Johannes, zo kunnen we lezen, lag aan de boezem van Jezus. Zie JOHANNES 13:23. En daar is misschien het geheim te vinden van het unieke in de relatie tussen deze twee mensen. Want daar moet Johannes iets gehoord hebben wat bijna niemand gehoord heeft. De hartklop van Jezus, zijn hartslag. Daar heeft hij iets gehoord en gevoeld wat hem nooit meer heeft losgelaten. Op dat moment ontstond er een ‘passie voor Jezus’.

De hartklop van Jezus… Johannes was gegrepen door dié Liefde. En dat maakte hem tot een ander mens. In zijn hart klopte het hart van Jezus’ liefde verder. Als we het Evangelie van Johannes lezen dan proef je iets. Dan proef je dat de schrijver een ervaring een ontmoeting heeft gehad. Hij heeft iets bijzonders beleefd wat hij onder woorden wil brengen. Daar schrijft hij in de eerste Johannes brief heel concreet over.

“Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is. Het leven is verschenen, wij hebben het gezien en getuigen ervan, we verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons verschenen is. Wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen we ook aan u, opdat ook u met ons verbonden bent. En verbonden zijn met ons is verbonden zijn met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus” 1 JOHANNES 1:1-3.

Het woord Jezus

Weer spreekt hij over, het Woord. Wat bedoelt hij, waar heeft hij het toch over? Wat zegt Johannes toch allemaal? Wel, ‘wat er was vanaf het begin’, dat spreekt van eeuwigheid. Niet als tijdsaanduiding, maar ‘als een begin’ van Gods handelen. Johannes neemt ons mee naar het scheppingsverhaal. Hij heeft het hier over, ‘het Woord’ waardoor alles is ontstaan. Over het Woord waardoor wij hier leven, hier zijn. En dat Woord was er al voordat God hemel en aarde schiep.

Dat Woord was bij God, bij de Vader. Bij God is niet alleen een plaatsaanduiding, maar het spreekt ook van een hechte gemeenschap van een intieme relatie tussen God en het Woord Jezus Christus. Daarom voegt Johannes er met nadruk aan toe, “en het Woord was God”. Eigenlijk staat er, ‘en God was het Woord’. Het Woord is één met God. Het woord is dus een ‘gelijkwaardige Persoon’ met God. Het Woord is een prachtige uitdrukking van de Persoonlijkheid en de Goddelijkheid van de Schepper. Dat hebben we al gelezen in HEBREEËN 1:3.

“Gods Zoon straalt van Gods heerlijkheid en uit alles wat Hij is en doet, blijkt dat Hij in Wezen God isHB.

En zo is er niets ontstaan buiten dat woordom. Alles is geschapen door bemiddeling van “het Woord”.

Hoe dat kan? Wel, “in het woord was leven”. Het Woord is de Bron van al het leven. Het Woord is de ‘schenker’ maar ook de ‘drager’ van ons leven. Want in Hem, in Jezus, het Woord, vindt het leven haar bestaansreden en doel.

Dat is ook de reden waarom Johannes zegt: “het leven toch is geopenbaard”. Dat woord werd, ‘Mens’. En plotseling beseffen we dat het om Jezus gaat. Het Woord is vleesgeworden. En dat vleesgeworden woord wil ons, u en mij, verenigen met het eeuwige, met God de Vader.

Daarom heeft dat Woord de hemel verlaten om onder ons te wonen. Het Woord dat zo hecht, zo één met God was, verliet de hemel om bij ons te wonen. Dat was een geweldige onthulling voor Johannes, maar ook voor ons. Het Woord is vleesgeworden en het heeft onder ons gewoond en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd. Zie JOHANNES 1:14.

Johannes zegt: ‘ik heb het gezien met eigen ogen’. Maar niet als toeschouwer of als pottenkijker. Nee, hij was er bij betrokken, sterker nog, hij werd er in be-trokken. God had hem daartoe uitgenodigd, net als ons vandaag. Een zodanige openbaring is niet voor de enkeling, of voor een geselecteerde groep mensen, nee, het is er voor ons allemaal. Daarom kan zo’n openbaring, zo’n onthulling niet zomaar langs je heen gaan. Het raakt je, heel persoonlijk.

Als we over de, “vleeswording van het woord” nadenken, dan komen we tot de ontdekking dat het een daad is van oneindige liefde.

Paulus schrijft in de Filippenzen brief:

“Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood de dood aan het kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat” FILIPPENZEN 2:5-9.

Wat opvalt:

  • Hij, die aan God gelijk was
  • Heeft vrijwillig afstand gedaan van de troon en legde zijn waardigheid af
  • Hij lette niet op zijn reputatie
  • Kwam als dienstknecht om de mensen te helpen
  • Hij werd ze allemaal gelijk, in alles hetzelfde
  • En heeft zichzelf zo vernederd, dat Hij met ons de dood wilde delen

Dat is nogal wat, daar moet je eens goed over nadenken. De geboorte van Jezus in onze wereld, het “aan de mens gelijk worden”, is een geweldig offer geweest. Want door Zijn geboorte in een zondige, vijandige wereld heeft Hij constant de pijn moeten voelen wat het betekent, om in de ‘gevallen schepping’ te leven. Jesaja zegt het zo:

“Hij werd veracht, door mensen gemeden, hij was een man die het lijden kende en met ziekte vertrouwd was, een man die zijn gelaat voor ons verborg, veracht, door ons verguisd en geminacht. Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam. Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd” JESAJA 53:3-4.

Wat een pijnlijk verslag van Jesaja en wie de evangeliën leest zal begrijpen hoe waar dit is. God heeft in de vleeswording een oneindige afstand overbrugd. Dit was noodzakelijk om tot een volmaakt offer te komen. Een offer dat de zonde, onze zonde weg kon nemen. Het mens geworden Woord komt tot ons, tot wat Hem toebehoord.

Hij, Jezus kwam tot ‘het Zijne’. Jezus, Hij wilde Zichzelf beschikbaar stellen om ‘in onze plaats te staan’. Jezus, Hij kiest er voor ‘om naast ons’ te staan. Hij kwam tot het Zijne... de geschapen mens... om ons te dienen.

En zo krijgt het ‘vleesgeworden Woord Jezus’ een heel speciale betekenis voor ons. Want alleen door Jezus, de vleesgeworden Mens, zien we de ware God. De God die Zich nog steeds bemoeid met Zijn schepping, om die te verlossen.

Daarom verlangt God ernaar om met ons te communiceren. Hij heeft daarover nagedacht. Letterkundig is een ‘woord’, een ‘in spraakklanken weergegeven gedachte.’ Door woorden communiceren we met elkaar, delen we iets, brengen we onze gedachten aan elkaar over.

Als Jezus het Woord is, dan moet daar een bepaalde gedachte mee overeenkomen. En dat is nou Gods bedoeling dat we door Jezus het woord, zouden gaan begrijpen welke God Hij is. Zo is Jezus de ‘geopenbaarde gedachte’ van God. Hij laat ons Gods gedachten zien, maakt ons Zijn bedoelingen bekend.

God heeft nagedacht

Misschien is het bemoedigend om eens stil te staan bij ‘Hoe denkt God... Waarover denkt Hij...’

PSALM 92 zegt:

  • Dat Gods gedachten zeer diep zijn
  • Ook zijn Gods gedachten kostelijk, kostbaar
  • Bovendien zijn ze zeer talrijk
  • Gods gedachten zijn hoger dan onze gedachten

Vgl. PSALM 40:6; 92:6; 139:17.

In Jesaja lezen we:

“Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten” JESAJA 55:9 NBG.

Dit geeft duidelijk aan dat God nadenkt. En dat nadenken van God zien we in Zijn verlossing, in Zijn vergeving en in al Zijn plannen terug. Er is een tekst die mij telkens weer bemoedigd. Door deze tekst mogen we elke keer weer ervaren hoe God over ons denkt. Dit lezen we in Jeremia:

“Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des Heren. Gedachten van vrede en niet van onheil, om u en mij een hoopvolle toekomst te gevenJEREMIA 29:11.

Welzijn en vrede zijn hier de sleutelwoorden. Gods gedachten zijn gericht op een volkomen herstel van ons totale menszijn. God heeft het goede met ons voor. Hij wil verzoening tussen de mensen onderling. Verzoening met jezelf en verzoening met Hem!

Gods gedachten zijn zeer positief! En ik moet er niet aan denken dat die gedachten van God ons onbekend waren gebleven. Dat God ze nooit had uitgesproken, stel je voor zeg! Maar gelukkig, God spreekt Zijn gedachten uit: “in het laatst der dagen heeft God tot ons gesproken in de Zoon” HEBREEËN 1:1. God heeft Zich helemaal uitgesproken in de Zoon. In de Here Jezus Christus, het vleesgeworden Woord. Jezus vertolkte God. Geen mens heeft ooit God gezien. Maar de enige Zoon heeft ons laten zien wie God is. zie JOHANNES 1:18. “Wie mij gezien heeft” getuigt Jezus, “heeft de Vader gezien” JOHANNES 14:9.

Zo is Gods taal, ‘zijn gedachten’, in de vleeswording van zijn Zoon tastbaar, merkbaar en zichtbaar geworden. Zo wil God Zich aan ons voorstellen, heel eenvoudig en goed begrijpbaar en verstaanbaar. Zo laat God Zich kennen, lichtend, genezend én verlossend.

God heeft nagedacht over de vraag: ‘hoe kan Ik Mijn verloren kinderen weer bereiken. Hoe kan Ik “het Mijne”, weer doen geloven in Mijn liefde, in Mijn vergeving?’ En Hij vond het antwoord in onze eigen taal, in het vleesgeworden Woord, de Mens Jezus Christus. In die mens komt God naar ons toe en toont Hij wie Hij is. Jezus, Immánuel, God met ons, is dat niet geweldig?

Jezus, Hij is het Beeld van de onzichtbare God. Maar eigenlijk hadden wij die beelddragers moeten zijn. God schiep ons immers naar “zijn beeld en zijn gelijkenis”. Het was Gods bedoeling dat wij zijn hemels beeld zouden dragen. Hebben wij daar wel eens over nagedacht?

Maar de zonde wierp dat beeld aan stukken. Vgl. ROMEINEN 5:12; 17. En God herkende in Zijn schepping dat beeld niet meer. En God riep met pijn in Zijn stem: ‘Adam waar ben je… mens waar ben je…? De mens, die geschapen was om in gemeenschap met zijn Schepper te leven, verbrak die relatie. Het beeld, ‘de geworden gedachte van God’, was stuk… kapot… weg, ‘gelijkenis’ weg, ‘relatie’ met God stuk.

Daarom moest het Woord Jezus Christus Gods Zoon, tussenbeide komen om de zonde weg te nemen. Alleen het “vleesgeworden woord”, Jezus, had ‘draag en daadkracht’, om alle schuld en ziekte op Zich te nemen. Hij deed al onze ongerechtigheden op Hem neerkomen. Want:

“Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen” JESAJA 53:6.

Beelddragers van God

Door Jezus krijgen we onze ‘oorspronkelijke opdracht’ weer terug. Hij herstelde onze kapotte relatie. Want:

“zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken en daardoor zullen leven. Zoals door de ongehoorzaamheid van één mens alle mensen zondaars werden, zo zullen door de gehoorzaamheid van één mens alle mensen rechtvaardigen worden” ROMEINEN 5:18-19.

En omdat wij ‘in Hem rechtvaardig’ zijn geworden, mogen wij ook Zijn heerlijkheid weerspiegelen. Paulus schrijft:

“Want wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen, zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar de luister van dat beeld worden veranderd2 CORINTHIËRS 3:18.

Dat “veranderen naar hetzelfde beeld”, is het beeld dat Christus nu draagt, het beeld van God. Waarvan Johannes in zijn eerste brief schrijft:

“Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is” 1 JOHANNES 3:2.

Wel moeten we goed voor ogen houden dat dit ‘veranderen’ een voortdurend proces is. Als we gaan leven vanuit de Bron Jezus Christus, zullen we veranderen en gevormd worden in overeenstemming met dit Beeld. Dus uit de eerste Bron Jezus, komt de tweede bron wij die geloven, voort als ‘beelddragers van Gods heerlijkheid’. Paulus schrijft over dit eindresultaat het volgende:

“Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn ZoonROMEINEN 8:29a.

“Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaamFILIPPENZEN 3:20-21.

De mens, ‘de geworden gedachte van God’ mag door het offer van Jezus aan Gods beeld gelijkvormig worden. Dat is een geweldige uitdaging om dat voor jezelf aan te nemen. Maar ook om met deze boodschap de wereld in te gaan. Want wij mogen die ‘ontvangen heerlijkheid’ uitdragen aan de mensen om ons heen. Daarom zegt Jezus in Zijn afscheidswoorden:

Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld” MATTHÉÜS 28:18-20.

Samenvattend kunnen we zeggen, wij mogen:

  • Aan de mensen om ons heen laten zien wie God is
  • Zijn beeld weerspiegelen in woord en daad
  • Zijn beeld dragen in deze ‘beeldloze maatschappij’
  • In onze wereld Gods gedachten ‘wereld kundig maken’

Wij mensen de ‘geworden gedachten van God’, hebben de opdracht om:

  • Gedachten van vrede en welzijn verkondigen
  • Gedachten die gericht zijn op een hoopvolle toekomst

Ik wil afsluiten met een verhaaltje:

‘Aan een beroemde beeldhouwer vroeg eens iemand: Als u nu eens te hard slaat en er vliegt een groot stuk af, wat doet u dan? De kunstenaar antwoordde na een ogenblik nagedacht te hebben: ‘Dat komt niet voor!’ ‘Ja maar, als het nu eens wel gebeuren zou?’ ‘Ik zeg u toch dat het niet voorkomt!’, zei de kunstenaar weer.

En toen hem voor de derde keer dezelfde vraag gesteld werd, werd hij boos en riep: ‘ik zeg u toch, dat het niet voorkomt!  Ik weet, waar ik de beitel zetten moet en hoe hard ik moet slaan’.

God is onze Beeldhouwer! En Hij maakt uit jou en mij een prachtig beeld. Niet zomaar een beeld! Nee, wij worden gelijkvormig aan het beeld van Zijn Zoon, aan Jezus Christus.

Vind je het erg, als de beitel scherp en de slag soms hard is? Begrijp me goed: Als Hij slaat is de beitel nooit te scherp en de slag nooit te hard. Want het gaat Hem om jou, ben je er klaar voor?

Ik wens je Gods zegen