Wie wil er niet vrij zijn? Zich gelukkig voelen, iedereen toch? Vrij zijn, nergens aan gebonden zijn dat is voor ieder mens een zoektocht. Maar waar zoek je? Jezus zegt; “Laat allen die gebukt gaan onder zware lasten, bij mij komen: ik zal u verlichting geven. MATTHÉÜS 11:28 GNB. Je kunt ook denken dat je vrij bent en het toch niet zijn. Dat ontdekten een Petrus en een Paulus tijdens hun levensreis. Beiden mochten leren dat God hun niet veroordeelde. God nam het initiatief om hun radicaal om te keren. En zo werden ze bruikbaar voor Zijn doel.

Inhoud:

  • Inleiding
  • De roeping van Petrus
  • De roeping van Paulus
  • God grijpt in
  • Gods initiatief in ons
  • Het liefhebben van de wereld
  • Het liefhebben van jezelf
  • Verwond zijn
  • Wat denken ze van mij?
  • Wat God wil

Inleiding

Stelling:

wanneer we door God gebruikt willen worden, wordt het Gods initiatief om ons radicaal om te keren.

In gesprekken met mensen, die vastgelopen zijn, blijkt vaak dat ze zich niet zo goed raad weten met het woord vrijheid. En dan bedoel ik de Bijbelse toepassing ervan. We kunnen onszelf en elkaar zonder dat we ons dit bewust zijn tegenwerken. Dit komt omdat we vaak op een verkeerde manier naar onszelf en de ander kijken. Dit geeft zowel persoonlijke als gemeentelijke spanningen.

Door een foute kijk op jezelf of anderen kunnen we niet tot de juiste ontwikkeling komen in Gods gemeenschap. Zo blokkeren we elkaar in de taken en bedieningen die God ons gegeven heeft. Maar hoe meer we gaan zien van Gods kracht, hoe meer we daar ook vanuit kunnen dragen aan elkaar en buiten de gemeente. Het bewust kiezen voor vrijheid maakt dat je zelf ‘vrij-gezet’ wordt. Dit werkt uit dat we in ons handelen en denken ons als vrije mensen gaan gedragen. Zo kunnen we door zelf vrij te zijn anderen helpen om ook vrij te worden.

Hoe kunnen we aan het vrij zijn, nu gestalte gaan geven. Wat zit er tussen onze oren. En wat kan ons beletten om een stuk vrijheid te zien ontstaan in het functioneren van elkaar in de gemeente. Want we mogen elkaar vrij-zetten en ruimte gaan geven aan de werking van Gods Geest. En dat mogen we ook voor onszelf verwachten. Soms denken we te klein van onszelf en zeggen we; ‘kan ik wel wat betekenen voor God?’. Dit zijn gedachten die ons kunnen tegenhouden in onze bediening.

Een belangrijke vraag is; wie zet God vrij, en wanneer zet Hij mensen vrij voor Zijn Koninkrijk? Als voorbeeld wil ik naar twee sterke leiders in het Nieuwe testament kijken. Dat zijn Petrus en Paulus.

De roeping van Petrus

Lezen:

“Toen ze gegeten hadden, vroeg Jezus aan Simon Petrus: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen?’ Petrus zei: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Weid dan mijn lammeren.’ Opnieuw vroeg Jezus hem: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief?’ Petrus zei: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Jezus zei: ‘Hoed dan mijn schapen.’ Voor de derde maal vroeg Jezus hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van mij?’ Toen werd Petrus verdrietig omdat Jezus hem voor de derde maal vroeg: ‘Houd je van mij?’ ‘Heer, u weet alles,’ antwoordde hij, ‘u weet toch ook dat ik van u houd.’ ‘Weid dan mijn schapen” JOHANNES 21:15-17 GNB.

Petrus had net een geweldige crisis doorgemaakt. Hij had de Here Jezus verloochend. En ik denk dat hij enorm met zichzelf in de knoop lag. En dat had ook zijn weerslag in het omgaan met de andere discipelen. Pas ik wel bij hun. Is er nog wel een plaatsje voor mij. Hoor ik nog wel bij hen thuis. Mag ik er wel bij horen. Heb ik nog wel wat in te brengen. En tijdens het beseffen van dit soort vragen, komt Jezus met Zijn radicale woorden die zijn hart gaan aanraken, om Gods wil toch te mogen doen. Het is een test die Petrus zwaar op de proef stelt.

De roeping van Paulus

Lezen:

“En terwijl hij daarheen op weg was, geschiedde het, toen hij Damascus naderde, dat hem plotseling licht uit de hemel omstraalde; en ter aarde gevallen, hoorde hij een stem tot zich zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? En hij zeide: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. Maar sta op en ga de stad binnen en daar zal u gezegd worden, wat gij doen moet. En de mannen, die met hem reisden, stonden sprakeloos, daar zij wel de stem hoorden, maar niemand zagen. En Saulus stond op van de grond en hoewel hij zijn ogen open had, kon hij niets zien, en zij leidden hem bij de hand en brachten hem naar Damascus. En hij kon drie dagen lang niet zien, en hij at of dronk niet” HANDELINGEN 9:3-9 GNB.

Paulus was een zeer ijverige man. We zouden kunnen zeggen, dat hij al een roeping had ontvangen gezien zijn Godsdienstige arbeid binnen de Joods gemeenschap. Maar toch had hij iets meer nodig van Gods Geest in zijn leven. Een stuk zalving, een ommekeer om door God gebruikt te kunnen worden.

Toen God ingreep in zijn leven kon hij drie dagen niets zien. Nu kunnen we denken maar ik ben Paulus niet. Ik zit wél op de goede weg. Maar we moeten heel goed beseffen dat Paulus overtuigd was dat wat hij deed, goed en namens God was. En hij deed het met een ijver die voor hem gebaseerd was op het woord van God. Want zijn geloof werd ondermijnd door de leer dat Jezus de Christus was. Daarom moesten die volgelingen het zwijgen opgelegd worden. Dat was zijn inzet, daar ging hij voor.

God grijpt in

Maar God greep in en hij was drie dagen helemaal van de kaart. Er is blijkbaar iets nodig in ons leven, iets dat ons wakker schud, om Gods zalving en Gods roeping in ons leven te gaan ervaren. Vaak hebben we van die blinde vlekken die ons het zicht ontnemen op de geestelijke werkelijkheid. We denken dat we met de juiste dingen bezig zijn en dan lopen we toch helemaal vast. Dan kun je in een behoorlijke crisis terechtkomen. Hoe ga je dan verder? veel mensen verlaten dan het pad met God. Of ze zijn niet meer in staat om enig werk voor God te doen. Petrus straalt van zelfvertrouwen toen hij zei:

“Al zou ik met u moeten sterven, verloochenen zal ik u nooitMATTHÉÜS 26:35.

Hij zat vol enthousiasme. Hij was één stuk vuur, maar toch ver buiten Gods wil vandaan. Op het moment dat het er op aankomt, kende hij Jezus niet. Die Man, nee hoor daar heb ik niets mee van doen. Petrus heeft dan wel geen groot licht gezien. En hij was ook geen drie dagen blind geweest. Maar hij heeft ongetwijfeld zo zijn eigen ervaring gehad. Ook hij werd door God wakker geschud.

En soms herkennen we dit ook in ons eigen leven. Wanneer we door God gebruikt willen worden. Dan zegt Hij; ‘maar Ik wil eerst iets omdraaien in je leven’. Wanneer wij zeggen; ‘Heer God hier ben ik’, dan zegt God prima! Maar wat bieden we God eigenlijk aan? Is dat niet wat we zelf graag willen doen of leuk vinden? Maar het gaat veel dieper wanneer je écht door God gebruikt wilt worden. Dan pakt God het wel even anders aan. Dan keert Hij je totaal om. Want onze agenda is niet Zijn agenda. Onze tijd is niet Zijn tijd. Nee, bij God gaat het er heel anders aan toe. We kunnen Hem niet dienen met ‘eerst mijn wil geschiede’ en dan ga ik die van God doen.

Wanneer we God willen dienen, dan start Hij een programma op, wat ons leven totaal zal gaan veranderen. Hij wil ons vrij-zetten om Hem écht te dienen. Dan komen we in een proces terecht dat we moeten leren onszelf te verloochenen. Dat is een proces waarin God ons kan veranderen en wij Hem beter gaan begrijpen. Staan wij open voor die veranderingen in ons leven.

Wanneer we bereid zijn om onze afwijzing, pijn en teleurstelling bij God neer te leggen, dan zullen we gaan zien dat God het gaat ombuigen en gebruiken tot Zijn eer. Dan gaat God meer van Zichzelf openbaren in ons leven. Als we het verlangen hebben om door God gebruikt te worden dan zal God je aanraken met Zijn veranderende liefde. Dan zal Zijn wil vóór jouw wil geplaatst worden. Want Hij wil op de eerste plaats staan in je leven. Dan worden zijn principes belangrijker dan de die van ons. Het is Gods verlangen dat Zijn talenten in ons leven ontwikkeld en openbaar gaan worden.

Petrus was een man die gefaald had. Hij durfde niet voor Jezus uit te komen. Hij had niet de moed om zijn eigen leven op het spel te zetten. Maar God pakt hem aan. Bij Paulus zien we precies hetzelfde. De vervolger van Jezus werd op Gods wijze buiten spel gezet. God pakt hem ook aan.

Gods initiatief in ons

De eerste reden om door God gebruikt te worden is, dat Hij het initiatief neemt in jouw leven. Iedere christen heeft ideeën en verlangens om Jezus te volgen en te dienen. Maar God wil ze ombuigen tot verlangens die van Hem zijn. Zo kunnen we allemaal in een proces komen waardoor er meer van God zichtbaar gaat worden in ons leven. Dan gaan we ons minder zorgen maken. Want dan leven we met de verwachting; ‘Heer het is Uw werk’. Wie zo met God omgaat, ontvangt steeds meer rust en kan Gods wil zich steeds verder ontwikkelen in ons leven.

Als God ons niet aanpakt dan gaan we nooit Zijn wil ontdekken. Dan wordt Zijn agenda nooit de onze. Dan leven we niet vanuit Zijn zalving. En Zijn roeping zullen we dan maar moeilijk verstaan. Wat is dan je motivatie? En waarom doe je de dingen dan nog in Zijn gemeente? Waarom zou jij je dan nog uitsloven om je christelijke identiteit te praktiseren?

Maar wanneer God ingrijpt in je leven gaat alles anders. Dat zien we ook in het verhaal van Petrus. Die wilde wel de held uithangen toen hij zei; ‘ik zal u nooit verloochenen Heer’. Maar God vraagt geen super helden. Geen krachtpatsers, geen mensen die alles weten. God zoekt mensen die van Hem houden. En daar was God ook naar op zoek in Petrus’ leven. “Petrus heb je me waarlijk lief?”.

Dat zou je moeten doen bij je beste vrienden, om hen drie keer te vragen of ze om je geven. Hoe denk je dat ze zouden reageren? Jezus wilde door deze vraagstelling weten of Petrus écht van Hem hield. Of hij een échte vriend van Jezus wilde zijn. Had hij er alles voor over om Jezus te volgen? Het gaat God er niet om wat we allemaal voor Hem willen doen of hoe je over jezelf denkt. Maar, ben je Zijn vriend! Petrus, en jij en ik, vindt je het fijn om bij Mij te zijn? Geniet je ervan om in Mijn tegenwoordigheid te leven? Kijk dat is de motivatie waar God naar op zoek is. Naar mensen die vol liefde er voor Hem willen zijn.

Soms is het goed om jezelf in Gods waarheid te spiegelen. Om eens heel oprecht jezelf af te vragen, hoe ver mag God gaan in mijn leven? Zijn er misschien andere dingen die er tegenover staan.

Het liefhebben van de wereld

“Want God had de wereld zo lief dat hij…” JOHANNES 3:16.

Met dit kleine stukje tekst kan God onze ogen openen voor een totaal andere kijk op Zijn wereld. We kunnen hieruit leren dat Gods liefde voor Zijn schepping, hoever wij ook bij Hem zijn afgedwaald, ook de onze kan worden. De nood van deze wereld mag nooit je leidsman wezen. Maar wél je liefde voor Gods schepping. Wanneer je van God houdt, is dit jouw motivatie. Niet de nood, niet wat er allemaal mis is met onze wereld, maar Gods liefde moet de drijfveer zijn om Hem te dienen. Want om die zichtbare nood kunnen we ons zo druk maken dat we, het liefhebben van de Heer, niet meer op de eerste plaats hebben staan.

En opnieuw zal God dan vragen: houdt je echt van Mij? Sta Ik wel op de eerste plaats in je leven? Kun je nog stil zijn om Mijn stem te horen? Versta je wel wat er in Mijn hart leeft? We moeten oppassen dat we niet gedreven of geleid worden door plannen of projecten, hoe goed die ook mogen zijn. God wil ons helemaal voor Zichzelf hebben. Hij wil dat we er in de eerste plaats voor Hem zijn. Noden, ze zullen er altijd zijn, maar we kunnen ze alleen maar oplossen vanuit Gods visie op Zijn liefde voor onze wereld.

Het liefhebben van jezelf

Dit is voor velen van ons een moeilijk begrip. Want het liefhebben van jezelf gaat veel dieper. Dit lukt niet altijd omdat je dan zoveel pijn tegenkomt. Pijn die door medechristenen is aangericht, heeft meestal tot gevolg dat je weggaat. Je zoekt dan een andere gemeente of kerk. Maar dit helpt je niet van je innerlijke pijn af.

Mensen vinden het belangrijk om gezien te worden. Een bepaalde bediening uitoefenen in de kerk kan dan heel belangrijk voor hen zijn. Veel mensen trekken bepaalde taken dan ook naar zich toe. Ze vinden zichzelf heel belangrijk. En dit is een liefhebben van jezelf wat niet alleen jezelf maar ook anderen verwond. Ik weet dat niemand vrij is van het ego in ons. Want we zijn daar zo mee verwikkeld. Daarom is het zo gevaarlijk om zomaar dingen te doen in Gods koninkrijk.

Veel mensen leven met een stuk onzekerheid. Wie ben ik, wat kan ik, wat mag ik doen? Allemaal vragen die aangeven dat we op zoek zijn naar bevestiging en aanvaarding. Want als het goed is willen we allemaal komen op die plek die God speciaal voor ons bedoeld heeft. Waar je kunt functioneren en waar je een stuk eigenwaarde kunt ontwikkelen. Maar wanneer je vasthoud aan eigen posities die God je niet heeft gegeven, dan is dat een gevaarlijke ontwikkeling. Want het vasthouden van posities kan veel schade veroorzaken binnen een gemeente.

We zullen moeten leren om onszelf op de juiste manier lief te hebben. En dat begint met jezelf los te laten. Je ego bij God op het altaar te leggen. Bereid zijn om van binnenuit te veranderen. Dan gaat God je gebruiken, dan ga je nieuwe dingen leren, dan gaat er een zegen van je uit naar anderen. Dan doe je het niet meer voor jezelf maar dan wil je die ander dienen. God kan dan werken via jouw hart. Dan wordt Zijn liefde voor de wereld ook de jouwe.

Verwond zijn

Het is moeilijk om dit toe te geven. Niemand geeft zich zelf graag voor de ander prijs. We zijn niet van die open boeken die door anderen écht gelezen mogen worden. Soms zie je het wel waar je in veranderen moet. Daarom wil ik je aanmoedigen, om eens echt bij jezelf naar binnen te kijken. Laat Gods Licht eens in je hart schijnen, zodat je kunt zien wat er in de weg staat om God als een vrij mens te dienen.

Vraag God het maar om je vrij te zetten van dingen waar van je weet dat die jezelf in de weg staan. Laat Hem maar aanwijzen wat hersteld moet worden. Ook al is het nog zo klein, geef het aan God. Laat je ervan reinigen door Jezus’ bloed. Ik weet dat dit een proces kan zijn wat pijn of verdriet kost. Want écht veranderen doe je niet goedkoop. Het kost een stuk van jezelf. Dat zien we ook bij Petrus en Paulus.

Maar wanneer we meer van God in ons leven gaan zien, zullen we ons gewaardeerd en aanvaard weten. Dan gaan we ontdekken dat we een meer geheiligd leven gaan leiden. Dat we leven binnen de mogelijkheden die God ons gegeven heeft. Dan leven we niet uit ‘eigenliefde’ maar uit Gods geopenbaarde liefde voor ons en anderen.

Wat is de werkelijke motivatie waarmee we dingen doen. Als we het hebben over om écht vrij te zijn, is dit een belangrijke vraag. Maar de vragen die je je zelf moet stellen zijn, waarom wil ik vrij zijn? Wie wil ik daarmee dienen? Wat leeft er werkelijk in mijn hart en waar draait het om in mijn leven? Durf je een stuk verantwoordelijkheid te nemen zodat God je leven, je ego, kan vrij zetten? Durf je tegen God te zeggen; Heer wat is er in mijn hart, in mijn leven, wat niet van U is?

Wat denken ze van mij

Toen Petrus zei; ‘Heer ik hou van U’, wat dachten toen die andere discipelen? We zullen dat nooit weten. Maar misschien dachten ze wel; ‘wat een huichelaar’. Hoe kun je dat nou zeggen Petrus? Je hebt net de Heer openlijk staan te verloochenen. Maar toen Jezus het voor een tweede en een derde keer vroeg, moeten ze toch wel een oprecht verlangen bij Petrus gezien hebben.

Wat de discipelen vooral moesten leren was, geef elkaar de ruimte. Natuurlijk bekijken we elkaar, dat zeggen we niet zo hardop maar we doen het wel. Is dat verkeerd? Wanneer het met goede bedoelingen gebeurd is daar niets mis mee. Maar er zijn mensen die met de fouten van een ander niet zo goed over weg kunnen. En die denken dan… ach, ik hoef dat niet te zeggen. We weten zelf heel goed hoe onze gedachten met ons op de loop gaan als we iets over die ander te weten komen.

Iemand heeft eens gezegd; ‘Verbeter de wereld, en begin bij jezelf’. Nu dat lijkt me een goed uitgangspunt. Want wie geleerd heeft zichzelf te zien in het Licht van Gods liefde, zal altijd met heel andere ogen naar die ander kijken. Natuurlijk, we komen altijd Petrussen tegen, is het niet in die ander dan wel in onszelf. We glijden allemaal wel eens uit. De een wat minder zichtbaar dan de ander, maar fouten maken we allemaal. En God kent onze harten.

Hoe kijken we tegen elkaar aan? Met een stuk ontferming, bewogenheid misschien? Denk hier maar eens goed over na. Want hoe vaak keuren we de mens bij voorbaat af omdat we iets weten wat ons niet aanstaat? Laten we goed beseffen dat je met een dergelijke mentaliteit, geen gemeente van Christus kunt zijn. Dan sla je plank volkomen mis. Dan ben jij een tweelingbroer van Petrus of Paulus. Zo kunnen we die ander en misschien ook wel onszelf afwijzen. Maar is dat Gods bedoeling, is dat Zijn wil? Natuurlijk niet!

Maar wanneer Jezus, Petrus niet in ere had hersteld, hoe zouden de discipelen dan over hem geoordeeld hebben? Was hij dan uit de boot gevallen? Mocht hij er dan niet meer bij horen? Dit is misschien wel één van de redenen dat Jezus aan Petrus vroeg, ‘heb je Mij waarlijk lief’. En het antwoord was: “Heer U weet dat ik U liefheb”. Als Jezus niet had ingegrepen hadden de discipelen Petrus dan unaniem afgekeurd? Jij hoort er niet meer bij? Ga jij maar weer vissen. Pak je oude leven maar weer op? Wat is het geweldig dat God voor een ieder van ons een herstelplan heeft klaar liggen.

Wat God wil

Het is Gods verlangen dat wij als christenen gaan leren om elkaar te aanvaarden. Dat we elkaar niet langer op slot zullen zetten met onze vooroordelen. Door het accepteren van elkaar gaan we elkaar vrij zetten. Dan komt er ruimte en vrijheid om samen God te dienen. Dan ontstaat er een gemeente in ontwikkeling. Die groeit en ruimte maakt om nog meer mensen binnen de kerkelijke grenzen te ontvangen en te aanvaarden. Dat is leven zoals God het bedoeld heeft.

Maar ja, soms lukt dit niet. We blijven moeite houden met bepaalde mensen. Maar wat zegt dit over onszelf? Waarom kunnen we die ander niet accepteren? Waarom is er altijd die afstand? Ligt dit niet veel meer aan onszelf dan aan die ander? Kritiek hebben op anderen komt voort uit een hart dat zelf nog niet genezen is door Gods liefde. Dat is de reden waarom Jezus zo nadrukkelijk aan Petrus vroeg, ‘heb je Mij écht lief’?

Wie hard is voor zichzelf is dat ook voor anderen. Daarom werd Petrus tot drie keer toe op de proef gesteld. Want het ging om de allerbelangrijkste basis in zijn leven. Petrus, begrijp je dat Ik je lief heb? Dat Ik je accepteer in Mijn hart? Petrus wat is hierop je antwoord. Beste lezer wat is hierop jouw antwoord?

Laten we elkaar helpen en het juk van kritiek, wat we de ander zo makkelijk opleggen, wegdoen. Laten we eens terug gaan naar het begin van onze relatie met God de Vader. Weet je nog wat Hij toen tegen je gezegd heeft? Ik denk dat die legendarische woorden, ‘heb je me waarlijk lief’, ons dan heel bekend in de oren zullen klinken. En mijn antwoord op die vraag heeft me in een heel ander koninkrijk gebracht. Paulus schrijft hier dit over:

“Hij heeft ons gered uit de macht van de duisternis en ons overgebracht naar het rijk van zijn geliefde Zoon, die ons de verlossing heeft gebracht, de vergeving van onze zondenKOLOSSENZEN 1:13-14.

Is dit ook jouw zekerheid?

Wanneer je moeite hebt met kritiek, moeite hebt met vergeven, mag ik je dan vragen om eens terug te denken aan jouw ontmoeting met God de Vader? Misschien moet je voor het eerst of bij hernieuwing zeggen, ‘Jezus ik houd van U met heel mijn hart’. Dan ga je innerlijke opruiming houden. Dan ga je jezelf vrijzetten. Dan verdwijnt de wrok, de bitterheid, de hardheid. Dan leer je jezelf accepteren zoals God je aanvaard heeft. Dan ga je zeggen, Heer ik wil Uw vrede en vreugde ervaren in mijn leven. Ik wil leren om heel ontspannen naar mijn eigen leven te kijken. En als je zo bij jezelf begint dan is er in je hart ook ruimte voor die ander. Dan gaan we elkaar aanvaarden. Dan komt er ruimte voor die ander.

En dan kom ik uit bij de stelling die ik bovenaan deze studie schreef;

‘Wanneer we door God gebruikt willen worden, wordt het Gods initiatief om ons radicaal om te keren’.

Mijn vraag is, wil je dat? Wat God wil kunnen we lezen in Zijn Woord. Maar mag Hij ook lezen in jouw hart wat je antwoord is? De fouten van Petrus en Paulus werden door God gebruikt om hen te veranderen. Hij nam het initiatief om hun levens radicaal om te draaien. God gebruikte hun fouten om hen op die plaats te brengen waar ze Hem konden dienen. Was dit voor hen gemakkelijk? We weten het antwoord. Er was een groot verlangen om vrij te zijn, om God te dienen. Dit kostte hen alles, maar het gaf hen meer dan ze ooit verwacht hadden. Lees hun verhalen maar. Wat is jouw verhaal en wat is mijn verhaal?

Ik wens je Gods zegen