Pascha en Avondmaal op één lijn

Graag wil ik een aantal vergelijkingen maken tussen Pascha en Avondmaal en wel om de volgende reden. Het hele Pascha gebeuren wijst overduidelijk op Jezus, die voor ons een ‘eeuwig Paaslam’ is geworden.

Inhoud:

  • Dood brengt leven
  • Eén offer is voldoende
  • De kwaliteit van het offer
  • Eén zijn met het offer
  • Actief omgaan met het offer
  • Het bewijs dat je deel hebt
  • Waar leidt het offer heen

Dood brengt leven

Als het volk Israël de Pascha maaltijd ging vieren: “dan zal de HERE die deur voorbijgaan en de verderver niet toelaten in uw huizen te komen om te slaan”. Het Pascha was hun redding want: “het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij”. Het was ook een begin van een nieuw tijdperk, een nieuwe toekomst.

Het Pascha was Gods getuigenis dat ze mee moesten nemen als een herinnering aan Gods grote daden. En dat getuigenis moesten de vaders doorgeven aan hun kinderen: “wanneer uw zonen tot u zeggen: Wat betekent deze dienst van u, dan zult gij zeggen: Het is een Paasoffer voor de HERE, die in Egypte aan de huizen der Israëlieten voorbijging, toen Hij de Egyptenaren sloeg, maar onze huizen spaarde” EXODUS 12:13; 26-27 NBG VERT. Het oude leven met zijn gewoonten, moesten ze de rug toe keren en hun gezichten wenden tot het nieuwe leven wat God ging geven.

Op dezelfde wijze is Jezus Christus een ‘nieuw begin’ voor hen, die in Hem geloven en Zijn offer, Zijn dood en opstanding, aanvaarden. Het oude leven, de zondige mens, moet plaats maken voor een ‘vernieuwende relatie’ met Hem. Zijn dood brengt hét leven. God hééft ons bevrijd van de macht der zonde en nu mogen we dienaars zijn van de rechtvaardigheid, zie ROMEINEN 6:18. We waren dood voor God maar door Zijn genade ontvangen we onze redding, zie EFEZIËRS 2:4-5. Vanaf het moment dat we Christus in ons leven toelaten begint er voor ons een totaal ander leven. Een leven waar Hij ons leidt en brengt, net zoals het volk Israël, naar de nieuwe hemel en aarde. Jesaja spreekt hier zeer bemoedigende woorden over:

“Zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die ik maak zullen voortbestaan – spreekt de HEER –, zo zullen jullie naam en jullie nageslacht voortbestaanJESAJA 66:22. Zie ook JESAJA 65:17; OPENBARINGEN 21:1.

Eén offer is voldoende

“Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: Op de tiende van deze maand moet elke familie een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één” EXODUS 12:3. Voor elk gezin was één lam voldoende, was het gezin te klein om een heel dier te eten dan mochten ze het samen met hun buren eten, VERS 4. Zo gaf God hun voorschriften die duidelijk maakten, dat het hele volk deel moest hebben aan het voorgeschreven offer. Alleen dan kon God het getuigenis zien, namelijk het bloed van het lam.

Zo is er ook voor ons ‘Eén offer’ noodzakelijk voor al onze zonden én het eeuwige leven. Jezus Christus bracht dit offer: “want ook ons Paaslam is geslacht, Christus” 1 CORINTHIËRS 5:7 NBG VERT. Zo is dat Ene offer genoeg voor de totale bevrijding van al onze zonden. En is het bloed van Jezus onze bescherming tegen de eeuwige ondergang. Want als God naar ons hart kijkt, ziet Hij daar het bloed van Jezus Christus, dan zal Hij ons in het oordeel ‘sparend voorbijgaan’.

De kwaliteit van het offer

Het woord ‘kwaliteit’ is misschien niet zo goed gekozen, maar ik bedoel hiermee te zeggen dat het offer, een gaaf gezond dier moest zijn. De Staten vertaling zegt: “gij zult een volkomen lam hebben” EXODUS 12:5. Maleachi laat zien wat de gevolgen zijn als men een minderwaardig, een kwaliteitsloos offer brengt. “Jullie brengen verwerpelijk voedsel naar mijn tafel, en zeggen dan: ‘Hoezo hebben wij u verworpen?” 1:7. God is ontevreden over de kwaliteit van de offerdieren die het volk bracht. Het doet Hem pijn met hoeveel minachting zijn kinderen aan het offeren zijn. En God spreekt hen aan door te zeggen: “Het zou beter zijn als een van jullie de tempeldeuren zou sluiten en jullie het vuur op mijn altaar niet langer zouden aansteken, want dat is toch zinloos. Ik wijs jullie af – zegt de HEER van de hemelse machten – en de offers die jullie brengen aanvaard ik niet” 1:10. Het offer moest voldoen aan Gods eis. Het mocht geen enkel gebrek hebben, zie LEVITICUS 22:21.

God aanvaardde het alleen als het offerdier zonder enig gebrek was. En het zal duidelijk zijn waarom. Het offerdier bij het Pascha was een beeld van Jezus Christus. Petrus legt dit heel sterk uit wanneer hij zegt:

U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus” 1 PETRUS 1:18-19.

Het woord “kostbaar” wat Petrus hier gebruikt kent verschillende betekenissen: waardevol, duur, eerbaar. En het woord “vlekkeloos” betekent: puur, zonder gebrek. En de betekenis van deze beide begrippen zien we heel mooi weergegeven in wat Petrus hier verder over zegt. “Die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt. Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar hem die de herder is, naar hem die uw ziel behoedt” 1 PETRUS 2:22-25.

Eén zijn met het offer

Bij het Pascha moesten er verschillende handelingen plaatsvinden voordat men voldeed aan de opdracht van God. Maar het belangrijkste is echter het bloed van het lam. Als dat niet aan de deurposten was gestreken, dan had de rest van het offer geen enkele zeggingskracht. Dan ging de Here ‘niet sparend’ voorbij. “Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijkenEXODUS 12:7. Het bloed was het zegel, het bewijs dat men bij het volk hoorde. Het bloed is dé centrale spil in de alle grootste reddingsoperatie aller tijden.

Alle handelingen met het lam vonden binnenshuis plaats, alleen het bloed moest, ‘zichtbaar buitenshuis’ aangebracht worden. Het moest rondom de deur zichtbaar zijn. De deur is de toegang tot het huis, hierdoor kom je binnen. Ons hart is ook een deur, waardoor je binnen komt in iemands leven. En wanneer we Jezus aangenomen hebben dan woont Hij in ons hart. Het huis (de gemeente) is het beeld van het Lichaam van Christus. Daarom kennen ook wij een; ‘ervaring van binnen en een getuigenis naar buiten’.

Door het eten van het offer en het strijken van het bloed aan het deurkozijn zien we, dat het offer heel persoonlijk werd toegeëigend. De mens moest zich verbinden en er één mee worden. Zo is het ook in het Nieuwe Testament waar het bloed een heel belangrijke plaats inneemt. Door ons geloof in Jezus het Lam komt er een eeuwige verzoening tot stand. En het bloed is het enige middel om dat te ontvangen. Paulus weet het heel kernachtig te zeggen met de volgende woorden:

“Hij is door God aangewezen om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft. Hiermee bewijst God dat hij rechtvaardig is, want in zijn verdraagzaamheid gaat hij voorbij aan de zonden die in het verleden zijn begaan. Hij wil ons nu, in deze tijd, zijn gerechtigheid bewijzen: hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooftROMEINEN 3:25-26.

In het offer van Jezus laat God zijn rechtvaardigheid en genade zien. En die rechtvaardigheid mogen we ontvangen in ons leven. Door dit offer kunnen we Gods huis binnengaan, HEBREEËN 10:19. Zie ook KOLOSSENZEN 1:20 en HEBREEËN 13:20.

Actief omgaan met het offer

God bepaalde dat het vlees van het lam gegeten moest worden. Mens en lam moesten ‘één worden’ en dat kon maar op één manier. Het lam moesten ze in zich opnemen. Ze moesten het zichzelf toe-eigenen. Alleen dan hadden ze deel aan Gods redding. Dit gegeven is een bijzondere heenwijzing naar Jezus hét Lam.

“De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt” JOHANNES 1:29. Wanneer Johannes de Doper Jezus, ‘het Lam’ noemt, moet dat veel wakker hebben geroepen in de gedachten van zijn toehoorders. Onbewust ging hun herinnering terug naar de rol die het offerdier speelde bij het brengen van hun offers. Het was een terugblik aan het ‘beschermende bloed’ van het lam bij de bevrijding uit Egypte. Maar ook zal de uitspraak van Johannes hen herinnerd hebben aan het zondoffer van de priesters en de Grote Verzoening. Zie LEVITICUS 4:32 en 16:33.

Maar de uitspraak van Johannes had vooral betrekking op wat Jesaja had geprofeteerd. “Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing. Wij dwaalden rond als schapen, ieder zocht zijn eigen weg; maar de wandaden van ons allen liet de HEER op hem neerkomen. Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open. Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen. Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad? Hij werd verbannen uit het land der levenden, om de zonden van mijn volk werd hij geslagen” JESAJA 53:5-8.

Dit bijbelgedeelte laat wel heel overtuigend zien waarvoor Jezus was gekomen. Het Lam dat onze zonde weg zou nemen op grond van ons persoonlijk geloof ín dat Offer. Zoals het volk Israël heel actief de Pascha maaltijd moest bereiden en nuttigen zo moeten wij ook het offer van Christus actief tot ons nemen. Jezus zegt hierover:

“Waarachtig, ik verzeker u: als u het lichaam van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in u. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem” JOHANNES 6:53-56.

Door Christus in, ‘brood en wijn’ tot ons te nemen hebben wij voor eeuwig deel aan Hem. Alleen door het eten en drinken van Jezus hebben we gemeenschap met Hem. Dat is, ‘actief beleven’ en er bewust mee omgaan. Wie dit niet doet heeft geen deel aan Christus. Het staat er zo duidelijk: Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken” LUCAS 22:19. En verder zegt Jezus, ‘het is Mijn Lichaam… voor jullie gegeven’. Jezus was de vervulling van het Pascha offer omdat Hij het ware Offer Lam was. Het schaduwbeeld was vervuld.

De aanduiding van Christus als Lam vinden we vaker in het Nieuwe Testament. Zie 1 CORINTHIËRS 5:7; 1 PETRUS 1:18-19; OPENBARINGEN 5:6, 12-13; 7:9-10, 14; 12:11; 13:8.

Het bewijs dat je deel hebt

“Zo moeten jullie het eten: met je gordel om, je sandalen aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal” EXODUS 12:11. Voor ons begrip is dit maar een rare manier van eten. Eten, daar moet je de tijd voor nemen en je houden aan verschillende regels. Kennelijk wil God het volk leren dat Zijn offer op een andere manier genuttigd moest worden dan gebruikelijk was.

De manier waarop je deelnam aan de maaltijd was voor God het bewijs, dat je klaar stond om uitgeleid te worden, want daar ging het uiteindelijk om. Gods doel was, ‘het beloofde land’.

Ook dit is een prachtige heenwijzing naar Jezus ons Paaslam. Want op het moment dat Jezus in ons hart komt wonen, moeten wij bereid zijn om het oude leven de rug toe te keren. We moeten direct vertrekken uit ‘ons slavenhuis’. We zullen bereid moeten zijn om het oude leven achter ons te laten. Vgl. 2 CORINTHIËRS 5:17; EFEZIËRS 4:22; KOLOSSENZEN 3:9.

Als je het Paaslam eet, de maaltijd van de Heer viert, dan zal het bloed ons een teken van redding en verlossing zijn. De manier waarop wij Jezus tot ons nemen (eten) is een laten zien aan God; ‘ik ben bereid om met U verder te trekken en mij te laten leiden door U’.

Wij zullen, net als de Israëlieten moeten laten zien dat we bereid zijn, om het getuigenis van ‘woord en bloed’ in ons leven een plaats te geven, als een getuigenis aan de mensen om ons heen. Het bewijs dat je deelneemt aan Jezus offer, ligt mede opgesloten in het feit dat je een overwinnaar bent. In Openbaringen lezen we:

“Zij hebben hem dankzij het bloed van het lam en dankzij hun getuigenis overwonnen” OPENBARINGEN 12:11.

Dit is een zichtbaar teken dat je Hem kent. Het bloed van Jezus, ís je redding. En je getuigenis, ís je belijdenis dat je gekocht en betaald bent door Jezus offer.

Zo mag het Avondmaal een voortdurende herinnering zijn aan het feit, dat de verderfengel aan ons voorbij gaat op de grote oordeelsdag. Dan mogen we weten. “In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn. En hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon” EFEZIËRS 1:4-6. Zo zal ons leven een levend bewijs zijn, van Zijn aanwezigheid in ons leven.

Waar leid het offer heen

“U bevrijdde dit volk en ging het liefdevol voor, sterk en machtig leidde u het naar uw heilige woning (…) U brengt hen naar de berg die uw domein is, HEER, en daar zult u hen planten, in uw eigen woning, het heiligdom door u gebouwd” EXODUS 15:13 en 17.

De plaats door Hem bereid is een plaats waar Gods volk zal wonen en waar de Here Zijn tegenwoordigheid zal tonen. Dat is het doel van God voor alle mensen die worden uitgeleid. Wie gekocht is met Jezus bloed, zal ervaren dat Hij verder wil uitleiden naar een geweldige plaats waar OPENBARINGEN 21:1-7 over spreekt.

“Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’ Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak ik nieuw! ’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – Toen zei hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint komen al deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn”.

Wij zullen de heilige stad zien, een nieuw Jeruzalem nederdalende uit de hemel, van God. Dan zal God bij de mensen wonen. Dan zullen wij voor eeuwig Zijn volk zijn. Daar leid Hét offerlam ons heen. En door het Avondmaal mogen we ons dit elke keer weer bewust zijn.

De volgende studie gaat over: Kinderen en Avondmaal.

Ik wens je Gods zegen