Het begrip sacrament

Het woordenboek zegt; dat het een genademiddel is, waardoor de genade tot je komt. Dat het een ‘gewijde handeling’ is die als instelling van Christus wordt beschouwd.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Een stukje geschiedenis
  • Het toelatings ritueel
  • Sacrament als middelpunt
  • Gods norm als middelpunt
  • De doop
  • Het vormsel
  • Eucharistie
  • De biecht
  • De priesterwijding
  • Het huwelijk
  • Het heilig oliesel
      • Rituele zalving
      • Genezing
      • Zondevergeving
      • Bijstand aan de stervende
  • Samenvatting

Inleiding

De protestanten kennen twee sacramenten, doop en avondmaal. In de Rooms-katholieke Kerk worden er zeven gepraktiseerd: de doop, het vormsel, de eucharistie, de biecht, het Heilig Oliesel (of de ziekenzalving), het priesterschap en het huwelijk.

Sacramenten zijn volgens de uitleggers ‘godsdienstige plechtigheden’. Hierbij maakt men gebruik van zichtbare middelen, zoals; water, olie enz. Men doet dit in de overtuiging dat een ‘speciale genade’ wordt of kan overgedragen worden op de betrokkene.

De Bijbel zelf kent dit woord niet, hoewel de betekenis ervan Bijbels is. Het woord sacrament hangt samen met het begrip, ‘heilig of gewijd.’ Meestal is er dan ook iets heiligs dat in het sacrament wordt verzinnebeeld, en waaraan de ontvanger deel krijgt. Het begrip ‘sacrament’ komt in alle godsdiensten voor, al kan het ook in de niet-godsdienstige sfeer voorkomen.

In het Oude Testament gebruikte men olijfolie voor de wijding van een priester of koning. EXODUS 29:7; LEVITICUS 16:32. De bereiding van de zalfolie ter heiliging van de priesters en de voorwerpen in de tabernakel, wordt beschreven in EXODUS 30:22-33. De heilige olie ‘heiligde’ alles waarmede het in aanraking kwam. Het principe van de heiliging werkte door in het totale leven van het Jodendom.

Het is dan ook niet toevallig dat het Griekse woord ‘mysterie’, in de Latijnse vertaling door ‘sacrament’ wordt weergegeven. Men neemt algemeen aan dat dit de reden is, waarom de voornaamste Christelijke ‘mysteriën’ sacramenten worden genoemd.

Hoewel er dus raakvlakken zijn tussen ‘heilig’ en ‘sacrament’ is het toch goed om dit allemaal eens Bijbels te toetsen, en gaan zien wat de achtergrond van het woord sacrament inhoud. Want in de loop van de geschiedenis is het begrip sacrament een eigen leven gaan leiden, wat zijn sporen heeft nagelaten in de hele kerkgeschiedenis. Er zijn vele vergaderingen geweest om de kerkelijke traditie te zuiveren, van de vele sacramenten die er in de loop van de geschiedenis zijn ontstaan. En ondanks deze zuivering is het woord sacrament nog steeds een begrip die door velen als een onuitwisbaar feit wordt gezien.

Ik ben me bewust dat dit voor sommige mensen een moeilijk punt kan zijn. Maar wees ervan overtuigd dat ik niemand zijn geloofsovertuiging wil ontnemen of aanvallen. Want het gaat niet om wat ik denk of vind maar wat Gods woord zegt. Als we ons daar gezamenlijk in kunnen vinden, kunnen we ook van elkaar leren.

Een stukje geschiedenis

Veel mensen vinden het heel gewoon om het avondmaal als een sacrament te zien. We zagen net al dat het woord ‘sacrament’ een lange kerkelijke geschiedenis kent. Kerkelijke leiders hebben in de loop der eeuwen veel invloed gehad, al dan niet door de beïnvloeding van heidense religies, met betrekking tot de ontwikkeling van Bijbelse verklaringen. Dat had tot gevolg dat veel Bijbelse feiten of handelingen, afhankelijk zijn geworden van de betekenis van het sacrament.

Het woord sacrament heeft nog steeds een belangrijke functie in het kerkelijk denken. En soms krijg je de indruk dat de inhoud van een sacrament belangrijker is dan de eigenlijke Bijbelse handeling. Om die reden is het dan ook goed om uit te leggen dat dit begrip, met haar religieuze achtergrond, geen enkele grond vindt in het woord van God.

Het begrip ‘sacrament’ is afkomstig van de heidense mysteriereligies. Om daar duidelijkheid in te krijgen, is het goed om de geschiedenis van dit woord onder de loep te nemen.

De tijd waarin het Nieuwe Testament ontstond, was ook de tijd van de zogenaamde mysterie-godsdiensten. De belangrijksten waren die van Isis, Osiris, en Mithras. Het ging in al deze religies om het verkrijgen van onsterfelijkheid. De manier waarop deze onsterfelijkheid werd verkregen, was strikt geheim voor buitenstaanders. Alleen ingewijden mochten aan de plechtigheden deelnemen. Zij waren door een eed verbonden, niets over deze godsdiensten, aan buitenstaanders door te geven. Deze vorm van godsdienst beleving ligt in het verlengde van de Magie. Voor alle duidelijkheid, een korte uitleg van dit woord.

Magie is het geloof dat bepaalde handelingen, met behulp van het bovennatuurlijke - doorgaans niet gekende krachten - tot een gewenst resultaat zullen leiden. Het verschil tussen magie en religie is, dat bij religie sprake is van Eén Persoonlijke macht, die een eigen Wil heeft en waaraan de mens onderworpen is. Terwijl bij magie sprake is van onpersoonlijke krachten, die het gewenste doel bewerkstelligen, indien de vereiste handelingen juist zijn verricht.

Het toelatings ritueel

Het was een hele toer om een aanhanger van zo’n godsdienst te worden. Daar moest je nog al wat voor doen. Je kreeg eerst een vooropleiding, waarin de leerstellige kant van zo,n godsdienst uit de doeken werd gedaan. Dan moest je een periode doormaken, waarin je liet zien dat je écht geïnteresseerd was in hun godsdienstleer. Het was een soort ‘ontgroeningstijd’ voordat je werd toegelaten. Als je dat bevredigend deed, dan kwam je in aanmerking voor de inwijdings ceremonie.

Verder gebeurden er allerlei aparte voorbereidingen. De kandidaten moesten voor hun inwijding zich onthouden van; bepaalde soorten voedsel, en van seksuele gemeenschap. Ze moesten verschillende wassingen ondergaan en moesten speciale offers brengen. Soms was er ook sprake van zelfkastijding. Dit was allemaal nodig om hen te reinigen of waardig te maken om het ‘inwijdingssacrament’ te ontvangen.

Die inwijding was een langdurige handeling, waarbij doophandelingen, besprenkeling met bloed, het aantrekken van witte gewaden plaats hadden. Al deze handelingen (of riten) werden aangeduid met het woord ‘mysteriom’ (grieks) of ‘sacramentum’ (latijn) beide woorden betekenen hetzelfde namelijk, ‘geheimenis’.

Sacrament als middelpunt

In al die mysterie-godsdiensten was een sacrament een plechtige handeling met een ‘magisch karakter’. Wanneer niet ingewijden over deze plechtigheden informatie ontvingen, was dat een ontheiliging van de sacramenten. Om die reden was de inwijdingsplechtigheid van Romeinse soldaten, waarbij ze een eed van trouw op het vaandel moesten afleggen en aan de goden werden ingewijd, niet door onwaardigen mocht worden bijgewoond.

Deze plechtigheid werd als een sacrament gezien. En door de aanwezigheid van niet ingewijden zou het sacrament ontheiligd worden. Al deze sacramenten waren dus magisch van karakter. Wanneer aan alle voorwaarden was voldaan, dan bewerkte dit de verbintenis tussen een godheid en de ingewijde mens. Daardoor kreeg de ingewijde deel aan het leven van die godheid en aan de onsterfelijkheid. Tot zover de informatie uit de begintijd van de christelijke gemeente.

Gods norm als middelpunt

Bij de mysterie-godsdiensten zie we dat het een gesloten systeem is, alleen voor ingewijden. Bij God is dit precies andersom. Om door God aangenomen te worden, hiervoor kent de Bijbel een heel andere eis. En dat is, geloof in Jezus Christus. JOHANNES 1:12 zegt: “Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden”. Om deel te hebben aan het ‘lichaam van Christus’, hoeft de mens niet allerlei handelingen te verrichten, zoals we hierboven gelezen hebben. In de hele Bijbel vind je dit niet terug. Het eenvoudig geloven dat Jezus je verlosser is en Hem toelaten in je leven en Hem gehoorzamen is voldoende.

Een ander belangrijk gegeven is, dat er in de vroege geschiedenis van de kerk mensen zijn geweest die een besmette, magische (occulte) achtergrond hadden, toen ze tot bekering kwamen. Omdat dit besmette denken niet totaal gereinigd en bevrijd werd, zijn er ongemerkt invloeden vanuit gegaan, die schadelijk waren voor de kerk en haar gelovigen. Zo zijn er in de loop der eeuwen leiders geweest, die het kerkelijke leven veranderd hebben, in een systeem van vele sacramenten.

Om een voorbeeld te geven; Hugo van Saint-Victor kende in het begin van de twaalfde eeuw nog dertig sacramenten, volgens het voorbeeld van Augustinus. Maar zijn tijdgenoot Petrus Lombardus bracht dit terug tot een schema van zeven sacramenten. De visie van Lombardus werd toen door het vierde Lateraans Concilie overgenomen. De zeven sacramenten zijn; doop, vormsel, eucharistie, biecht, priesterwijding, huwelijk en het heilig oliesel.

Met deze achtergrond in gedachten, wil ik graag wat uitleg geven. Want veel mensen weten niet precies, wat sacramenten allemaal inhouden en hoe ze zijn ontstaan. Maar ook om aan te tonen dat, door belangrijke geloofsfeiten in de sacramentele sfeer te brengen, ze ons gemakkelijker van Jezus kunnen afbrengen, dan dat ze ons verbinden met het volmaakte offer van Jezus Christus. Door ons afhankelijk te maken van de sacramenten, kunnen we het wezenlijke van Gods genade, gebracht In Jezus Zijn Zoon, volledig missen.

De doop

In de christelijke kerk een gebruikelijke plechtigheid, bij de opneming van nieuwe leden. Dit gebeurde door een afwassing met water (oorspronkelijk door onderdompeling, later gewoonlijk door begieting of besprenkeling) en het uitspreken van een doopformule. De doop geldt in vrijwel alle christelijke kerken als een sacrament, en vindt haar oorsprong in het Nieuwe Testament, waar Johannes de Doper een doop tot 'vergeving van de zonden' predikte.

Ook Jezus heeft zich door Johannes laten dopen. Zelf heeft Hij waarschijnlijk niet gedoopt, maar volgens het nieuwe testament heeft hij na zijn opstanding zijn leerlingen opgedragen te dopen. Zie MATTHÉÜS 28:19.

Een aantal kerken waaronder, de Baptisten de Doopsgezinden en de Evangelische of Pinkster gemeenten, dient men de doop uitsluitend aan mensen toe, die een bewuste keuze kunnen maken, op grond van het persoonlijk aannemen van Jezus als Verlosser. In het merendeel van de kerken is de kinderdoop regel.

In de Rooms-katholieke kerk wordt de doop zo spoedig mogelijk na de geboorte toegediend. In geval van levensbedreiging kan een leek de doop toedienen, dat heet dan een ‘nooddoop’. Die plechtigheid kan ook thuis plaatsvinden. De Reformatorische kerken kennen dit niet. Er is verschil van mening in de kerken over de betekenis en de bediening van de doop. In het kader van de oecumenische beweging zijn veel kerken overgegaan tot wederzijdse erkenning van elkanders doopbediening.

Het vormsel

Dit is een sacrament, waardoor de gave van de Heilige Geest wordt meegedeeld, om de gelovigen bevestiging in het geloof te geven. Oorspronkelijk was in de christelijke inwijdingsplechtigheid het vormsel verbonden met de doop en de eucharistie. Het werd toegediend door degene die ook de doop bediende, de priester of de bisschop.

In de Romeinse ritus (plechtigheid) is de band met het doopsel verloren gegaan onder invloed van het feit, dat de toediening van het vormsel uitsluitend voorbehouden bleef aan de bisschop. Jaren later heeft men deze relatie hersteld in de vorm van een hernieuwing van de doopbelijdenis. De kern plechtigheid is nu de zalving met zalfolie op het voorhoofd, onder het uitspreken van: 'Ontvang het zegel van de gave van de Heilige Geest'.

Eucharistie

Vooral bij katholieke, orthodoxe en anglicaanse kerken en stromingen in het protestantisme, een benaming voor het Heilig Avondmaal.

De biecht

De biecht is in de Rooms-katholieke Kerk en de Oosterse Kerken, het sacrament van de zondevergeving. Ook wel het sacrament van; ‘de boete, of van boetvaardigheid’. De belijdenis van de zonden wordt binnen de kerkgemeenschap gedaan aan de priester. De vrijspraak (absolutie) neemt binnen de kerkgemeenschap de dimensie aan van; het is ‘door Christus zelf’ gedaan.

Die vereenzelviging ontleend men aan JOHANNES 20:23: “Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven”. De kerkelijke vormgeving van dit sacrament kent een lange ontwikkeling. Van een, door strenge boete openlijk betuigde bekering in de eerste eeuwen, tot de privé biecht sinds de vroege middeleeuwen, en de zeer frequent gepraktiseerde ‘devotiebiecht’ sinds de Contrareformatie. In onze tijd is de privé-biecht sterk afgenomen ten gunste van gezamenlijke boeteoefeningen, of boetevieringen.

De priesterwijding

Priesterwijding, dat is een plechtigheid waardoor iemand tot priester wordt gewijd. Dit gebeurde onder handoplegging en gebed en het zalven van de handen en het aanreiken van een hostie en wijn.    

Het huwelijk

Duurzame levensgemeenschap tussen een man en een vrouw. In alle rechtsstelsels is het huwelijk van oudsher een onderwerp van regeling geweest. In veel Europese landen is de regeling van het huwelijksrecht voor een belangrijk deel ontleend aan het door de kerk erkende recht.

Het heilig oliesel

Dat is de ziekenzalving of sacrament der zieken. In de rooms-katholieke liturgie het sacrament, dat bestemd is voor diegenen die in stervensgevaar verkeren. Het heeft zijn schriftuurlijke basis in, JAKOBUS 5:13-16. Volgens de Constitutie over de Liturgie van het Tweede Vaticaans Concilie betekent stervensgevaar hier niet, het laatste ogenblik vóór het sterven, maar iedere levensgevaarlijke situatie waarin men door ziekte of ouderdom komt te verkeren. Hierin kent men vier aandachtspunten:

Rituele zalving

Het sacrament der zieken is een rituele zalving van het voorhoofd en van de handen met een begeleidend gebed om de genade van de Heilige Geest, opdat God de zieke van zonde zal reinigen, genezen en bemoedigen. De zalving wordt voorafgegaan door een bijbellezing en door voorbeden, en gevolgd door een zegen.

Genezing

In de oude Kerk gebruikte men olie voor de genezing van, ‘in en uitwendige’ ziekten. Dit medicinale gebruik van olie werd begeleid door gebed. De genezing van de ziekte stond op de voorgrond en deze werd gezien in het perspectief van Christus' overwinning op ziekte en dood.

Zondevergeving

In de latere eeuwen is de beleving van het sacrament veranderd. De nadruk kwam te liggen op de zondevergeving, zodat de stervende gerechtvaardigd voor Gods rechterstoel kon verschijnen. Het oliesel werd het laatste sacrament en uitgesteld tot vlak vóór de dood. Misschien heeft hierbij het uitstel van de boete tot het eind van het leven een rol gespeeld. De vergeving van de zonden werd nu als de genezing gezien. Het Concilie van Trente spreekt in deze zin van een afsluitend sacrament.

Bijstand aan de stervende

In de zielzorg wordt het accent verlegd van zondevergeving naar het bijstaan van degenen die in stervensgevaar verkeren. Deze bijstand was erop gericht om iemand de dood te doen aanvaarden, als de vervulling van Gods belofte voor alle gelovigen. De nadruk ligt op het sterven, maar vanuit de gedachte dat de gelovige moet leren sterven in de zekerheid, dat het leven wordt veranderd niet weggenomen. In deze zekerheid moet de stervende zich gesteund weten door de gemeente. De bijstand aan de stervende en het gebed van de kerk zijn daarom zeer belangrijke elementen in dit sacramentele gebeuren.

Samenvatting

Hoewel in deze sacramenten veel waarheden zitten, zien we nergens de kruisdood van de Here Jezus centraal staan. En daar zit met name het gevaar. Want een sacramentele handeling zou belangrijker zijn dan het offer van Jezus. De gemeenschappelijke kenmerken zijn; dat zij uitwendige tekenen zijn van inwendige genade en dat de sacramenten door Christus zijn ingesteld. Lombardus en Aquino leerden, dat de sacramenten bij de voltrekking ervan de genade overdragen.

In de Rooms katholieke godsdienstleer van M.F. Dekkers, uit 1933 wordt gesteld; ‘De sacramenten duiden de genade niet enkel aan, zij delen de genade ook mede, de sacramenten hebben een eigen werkdadigheid’.

Dit betekent dat de sacramenten door hun toediening alleen, de genade uitstorten in de ziel van wie ze ontvangen. Dus alleen het sacrament kan de genade doorgeven. Het Concilie van Trente verklaard; ‘Indien iemand zegt, dat de sacramenten niet uit eigen werkdadigheid genade mededelen, hij zij veroordeeld’.

Nu moet ik denken aan wat Paulus zegt:

“Het verbaast me dat u zich zo snel hebt afgewend van hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie hebt gekeerd. Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.

Wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is met wat ik u verkondigd heb, al was ik het zelf of een engel uit de hemel – vervloekt is hij! Ik heb het al eerder gezegd en zeg het nu opnieuw: wanneer iemand u iets verkondigt dat in strijd is

met wat u hebt ontvangen – vervloekt is hij! Probeer ik nu mensen te overtuigen of God? Probeer ik soms mensen te behagen? Als ik dat nog altijd zou doen, zou ik geen dienaar van Christus zijn” GALATEN 1:6-10.

De nieuwe Catechismus, samengesteld door de bisschoppen van Nederland zegt; ‘De sacramenten zijn geen lege tekenen, maar werkzame, zij spreken niet slechts van verlossing, maar geven verlossing’.

Hier zien we dat het sacrament onze aandacht van Jezus Christus offer afleidt en dat onze genade afhankelijk wordt van het feit of we de sacramenten toegediend hebben gekregen.

Dezelfde nieuwe Catechismus zegt verder over het Avondmaal; ‘Het gaat in de eucharistie om de lichamelijke aanwezigheid van Christus, het brood en de wijn is geworden tot Christus zelf’. In het Concilie van Trente is vastgelegd dat; ‘vervloekt is hij, die ontkent, dat in het sacrament van de allerheiligste eucharistie het lichaam en het bloed van de Here Jezus Christus waarlijk, werkelijk, en zelfstandig tegenwoordig is’.

Dit noemt men de transsubstantiatie leer, brood en wijn zijn meer dan de zintuigen kunnen waarnemen. Hoe dichter bij het brood en de wijn, hoe eerbiediger men wordt, ook uiterlijk.

De beker en de schaal mogen slechts door ingewijden worden aangeraakt. Hier zien we duidelijk het patroon van de mysteriereligies, waar de sacramenten alleen door ingewijden mochten worden bediend.

In hoofdstuk drie zal ik verder uitleggen, dat het Nieuwe Testament geen sacramenten kent.

Ik wens je Gods zegen