Het begrip Heilig

Is het avondmaal heilg? Ja, natuurlijk zullen velen van ons zeggen. Maar in de context, zoals het ons is overgeleverd, moeten we er toch eens goed naar kijken. Het woord ‘heilig’ betekent volgens het woordenboek: ‘gewijd, verheven of van bijzondere religieuze betekenis’.

Inhoudt:

  • Inleiding
  • Het woord heilig
  • Een meerwaarde
  • Welke formule
  • Geen magisch gebeuren
  • Een nieuw verbond
  • Verbond en offer
  • Offer en maaltijd
  • Een maaltijd van Vrede

Deze vrede omvat drie gebieden

      • Vrede met God
      • De vrede van God
      • Vrede op aarde

Inleiding

In onze woordkeus spreken velen over het avondmaal als een ‘heilig avondmaal’. Maar is dit een ‘bijbelse benaming’ of gaat het hier om een ingeburgerd taalgebruik, wat overgenomen is uit de kerkelijke traditie?

We mogen het avondmaal best heilig noemen, maar dan is een goed begrip van het woord ‘Heilig’ wel op zijn plaats. Het woord heilig kent de betekenis van iets ‘uiterst verhevens’. Waar je met een grote boog van ontzag omheen loopt. Waar je niet te dicht bij moet komen of wat gevoelsmatig al een afstand bewerkt tussen jou, en wat er gebeuren gaat. Als we zo met het avondmaal omgaan of er een sfeer van bijzondere religieuze betekenis aan gaan toekennen, dan maken we een fout. Want dan gaat het avondmaal iets ‘bovennatuurlijks’ krijgen.

Het woord heilig

De betekenis van het woord ‘heilig’, heeft in de Bijbel een negatieve en een positieve kant. In negatieve zin is het bedoeld als afscheiding van alles wat zondig is. En in positieve zin wijst het op toewijding aan God. Trekken we deze twee begrippen samen dan betekent het ‘een apart zetten’ van mensen en dingen voor een speciaal doel. EXODUS 3:5; 30:35; PSALM 93:5. Heilig betekent dus in Bijbelse zin ‘toegewijd’ zijn aan God.

Gods Heiligheid heeft een zwaar accent in de Bijbel. Dat verklaart het uitvoerige ritueel waarmee God werd benaderd. Omdat Hij zo onuitsprekelijk Heilig was JESAJA 6:3 moest ook de mens heilig zijn LEVITICUS 20:7; 1PETRUS 1:15, 16. Want zonder ‘geheiligd te zijn’ werd niemand in Gods aanwezigheid toegelaten HEBREEËN 12:14.

Persoonlijke heiligheid dragen we van ‘nature’ niet met ons mee want: “Net als zij lieten ook wij allen ons eens beheersen door onze wereldse begeerten, wij volgden alle zelfzuchtige verlangens en gedachten die in ons opkwamen en stonden van nature bloot aan Gods toorn, net als ieder ander” EFEZIËRS 2:3. Maar door de wedergeboorte ontvangen wij een andere een ‘nieuwe natuur’ EFEZIËRS 4:20-24. En ontvangen we Zijn heiligheid. VGL. HEBREEËN 12:10 Dat vernieuwingsproces wordt voortgezet in ons leven, door de Heilige Geest.

Daarom is het belangrijk om het volgende goed te begrijpen. “Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam” 1 KORINTHIËRS 6:19-20.

De Heidelbergse Catechismus heeft het over de ‘heilige Paulus’. “Dat mogen we best zeggen, mits we bedenken dat Paulus hierin geen uitzondering is. Volgens de Bijbel zijn al Gods kinderen heiligen. Een goed voorbeeld vinden we in FILIPPENZEN 1:1 “Paulus en Timótheüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus”. Paulus zegt hier overduidelijk dat allen die “in Christus” zijn, heiligen zijn. Niet van nature, maar vanwege onze ‘geestelijke geboorte’ zijn we heiligen geworden!

En Petrus vult dit aan door te zeggen: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht” 1 PETRUS 2:9. Als we het zo zien, gebruiken we het woord ‘heilig’ in Bijbelse zin. Heilig betekent ‘apart gezet’ voor God. Het is een eigenschap van personen en zaken die aan God toebehoren en daardoor apart staan, van de zondige wereld. En hierbij kan het gaan om:

  • Een volk - 1 PETRUS 2:9
  • Gemeenteleden - ROMEINEN 1:7
  • De stad Jeruzalem - MATTHÉÜS 4:5
  • Een verbond - LUCAS 1:72
  • Het Oude Testament - ROMEINEN 1:2
  • En Gods geboden - 2 PETRUS 2:21

Het gaat in al deze bijbelgedeelten om personen en zaken die God toebehoren.

Hoewel wij heiligen, in Christus zijn, mogen we ons niet beroemen op de heiligheid die we bezitten. Het zal duidelijk zijn dat alle christenen ‘geroepen heiligen’ zijn. Heilig is dus iemand op wie God zijn hand heeft gelegd. Die door God aanvaard is als Zijn kind, en daardoor aan Hem is toegewijd. In die zin was Paulus heilig maar ook al Gods kinderen.

Een meerwaarde

We mogen het avondmaal heilig noemen, omdat het een (gedachtenis) maaltijd van de Heer is. Maar het vervelende is, dat het woord ‘heilig’ in verbinding met het avondmaal toch een ‘meerwaarde’ heeft gekregen. Door het avondmaal heilig te noemen wekken we de indruk dat het een bijzondere, een aparte, een verheven gebeurtenis is. Door zo te denken maken we het los van het normale samenkomst gebeuren. Dan krijgt het een verkeerde heiligheid. In het Nieuwe Testament komen we de uitdrukking ‘heilig avondmaal’ nooit tegen! Er wordt alleen gesproken over:

  • De maaltijd des Heren
  • De tafel des Heren
  • De beker des Heren

Vgl. 1 CORINTHIËRS 11:20; 10:12; 10:21 en 11:27

Wanneer we de ‘Bijbelse benaming’ voor het avondmaal gebruiken, dan voorkomen we daarmee dat het avondmaal ‘heiliger’ zou zijn dan de rest van de samenkomst. Nu gebeurt dat helaas nog wel. Voor veel mensen heeft het avondmaal de ‘geur van heiligheid’, waardoor het boven de rest van de samenkomst wordt uitgetild. Het avondmaal op zich is niet heilig. Maar het is voor de ‘geheiligde gelovigen’, die het samen willen vieren in de heilige tegenwoordigheid van God de Vader, God de Zoon en God de heilige Geest!

Welke formule

Welke formule gebruikte Christus. Sommige mensen denken over het avondmaal ‘magisch’, in plaats van ‘geestelijk’! Magisch betekent: betoverend of bovennatuurlijke kracht bezittend. Daardoor krijgen veel mensen een verkeerd begrip over de tafel des Heren. In het avondmaal, liggen twee belangrijke aspecten opgesloten:

  • Jezus zelf heeft het ingesteld
  • Hij Zelf is in het avondmaal vertegenwoordigd

Dat Jezus deze maaltijd heeft ingesteld, is algemeen bekend. Hij deed dat in de nacht van het verraad, tijdens de Pascha viering. VGL. MATTHÉÜS 26:14-25 Deze Pascha viering monde uit in de viering van een ‘nieuwe maaltijd’ wat wij ‘het avondmaal’ noemen. Wat Jezus nu bij dit gebeuren precies heeft gezegd weten we niet, maar één ding is wel heel duidelijk; Hij heeft nooit over een ‘heilig’ avondmaal gesproken. Wel komen we verschillende formuleringen tegen in de Evangeliën en bij Paulus.

“Toen ze verder aten nam Jezus een brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood en gaf de leerlingen ervan met de woorden: ‘Neem, eet, dit is mijn lichaam.’ En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” MATTHÉÜS 26:26-28.  LUCAS 22:19-20; Vgl. MARCUS 14:22-24.

“Want wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’ Zo nam hij na de maaltijd ook de beker, en hij zei: ‘Deze beker is het nieuwe verbond dat door mijn bloed gesloten wordt. Doe dit, telkens als jullie hieruit drinken, om mij te gedenken.’ Dus altijd wanneer u dit brood eet en uit de beker drinkt, verkondigt u de dood van de Heer, totdat hij komt” 1 CORINTHIËRS 11:23-26.

Uit deze bijbelgedeelten blijkt, dat ze allemaal dezelfde essentie bevatten. Telkens komt naar voren: ‘Dit is mijn lichaam’ en dit is ‘het bloed van het nieuwe verbond’. De formulering en weergave van Jezus woorden zijn verschillend. Maar de boodschap, de kern waar het omgaat, zijn één en geven precies door wat Jezus bedoelde met de instelling van het avondmaal.

Geen magisch gebeuren

Iemand die een avondmaalsdienst mag leiden, hoeft niet bang te zijn dat hij niet de juiste formulering gebruikt. Integendeel, zo blijft er ruimte voor de creativiteit van Gods Geest. We mogen het best op verschillende manieren zeggen. Als we maar geen afbreuk doen aan de boodschap: ‘Zijn lichaam verbroken voor ons.’

Veel mensen zijn sterk gehecht aan de juiste formulering tijdens het avondmaal. Daarom het is goed te beseffen, wat hier de achtergrond van is. In de heidense godsdiensten is een exacte, de letterlijke formulering, van levensbelang. De formule moest ‘precies en letterlijk’ worden gebruikt. Wanneer men per ongeluk een kleine vergissing maakte, dan was het effect van de handeling verdwenen. Wat men wilde bereiken, kon alleen maar door het uitspreken van de juiste formulering. Hierin lag voor hen de kracht. Alleen dan had het een magisch effect. De magie kent geen enkele ruimte voor de geringste afwijking in het weergeven van de formule.

Maar de maaltijd van de Heer is geen magisch gebeuren. Het doel van het avondmaal is niet afhankelijk van een nauwkeurig geciteerde formule. Wie meent dat dit wel zo is, trekt zonder het zelf te beseffen, of het zo te bedoelen, het avondmaal in de sfeer van de ‘juiste’ bewoording. Een dominee zei eens heel eerlijk: ‘Toch is die krampachtige gebondenheid aan een vaste formule wel onder ons aanwezig. Ik weet nog goed, dat ik in het begin van mijn predikanten ambt, altijd een beetje in angst zat. Ik was bang dat ik op het beslissende moment niet alle woorden van de avondmaalsformule, zoals die in het ‘formulier der kerken’ was voorgeschreven, exact zou kunnen herinneren en dat ik er een paar zou weglaten’. (einde citaat)

Gelukkig geeft het woord van God daar geen enkele aanleiding toe. Want we kunnen op grond van het Nieuwe Testament onmogelijk een vaste of exacte formulering vaststellen. En om ons te verlossen van onze krampachtigheid is het nuttig om qua formulering te variëren.

Het gaat niet om de exacte formule als we aan het avondmaal deelnemen, maar om ons geloof in de Here Jezus Christus. Bij de maaltijd van de Heer wordt geen ‘hocus-pocus’ bedreven, maar een maaltijd gevierd van het ‘nieuwe verbond in Zijn bloed’. En Christus is onze gastheer. Hij geeft in het avondmaal aan ons mee: de vergeving van onze zonden en het kindschap Gods. Dit alles ontvangen wij dus niet op een magische wijze, maar door ons geloof, in Jezus Christus, op grond van Zijn offer.

We hebben al een aantal bijbelgedeelten met betrekking tot het avondmaal gelezen. Hoewel we daar later uitgebreid op terug komen, wil ik er nu al wat over zeggen, omdat het goed aansluit bij dit hoofdstuk. Later zal ik er meer aandacht aan geven, aan wat er zoal gebeurd bij of tijdens het avondmaal.

Enkele conclusies zijn:

Een nieuw verbond

Er wordt en nieuw verbond gesloten. Dit nieuwe verbond wat heel hard nodig was, zou gegeven worden omdat Israël het verbond met God verbroken had. Het is de vervulling van JEREMIA 31:31-34.

“De dag zal komen – spreekt de HEER – dat ik met het volk van Israël en het volk van Juda een nieuw verbond sluit, een ander verbond dan ik met hun voorouders sloot toen ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte weg te leiden. Zij hebben dat verbond verbroken, hoewel ze mij toebehoorden – spreekt de HEER. Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met Israël zal sluiten – spreekt de HEER : Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk. Men zal elkaar niet meer hoeven te onderwijzen met de woorden: “Leer de HEER kennen,” want iedereen, van groot tot klein, kent mij dan al – spreekt de HEER. Ik zal hun zonden vergeven en nooit meer denken aan wat ze hebben misdaan.”

Dat God zijn wet in hun binnenste zal leggen daar wordt al over gesproken in EZECHIËL 11:19.

“Dan zal ik hen eensgezind maken en hun een nieuwe geest geven; ik zal hun versteende hart uit hun lichaam halen en hun er een levend hart voor in de plaats geven.”

Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven, ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven. Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen” EZECHIËL 36:26-27.

Paulus spreekt hier ook over in 2 CORINTHIËRS 3:5b-6.

“Onze bekwaamheid danken we aan God. Hij heeft ons geschikt gemaakt om het nieuwe verbond te dienen: niet het verbond van een geschreven wet, maar dat van zijn Geest. Want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”.

Het geweldige is dat dit alles gestalte heeft gekregen door het offer van de Here Jezus.

Verbond en offer

Al vroeg in het Oude Testament lezen we dat er al offers werden gebracht. In de verhalen van: Kaïn en Abel GENESIS 4:1-5, van Noach GENESIS 8:20-22 en anderen. Hoewel het offer oorspronkelijk de betekenis van dankzegging uitdrukt, was er toch ook een gedachte bij van verzoening voor de zonden. Offers speelden ook een belangrijke rol bij de Verbondssluiting. Zie GENESIS 15; EXODUS 24:8 Een belangrijke ontwikkeling vinden we in het Pascha offer, dat sinds die tijd gevierd werd als een familiefeest ter herinnering aan de verlossing uit Egypte. EXODUS 12

In het Nieuwe Testament wordt dit offer beschreven, als een profetie van de dood van Jezus. Het betekende, ‘verlossing uit de macht der zonde’ voor hen die Christus toebehoren.

“Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg. U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht” 1 CORINTHIËRS 5:7.

Het Offer van Jezus kent overeenkomsten met het Oudtestamentische Pascha. Het lam moest 'vlekkeloos' zijn. 1 PETRUS 1:18-19. Het moest geslacht worden en het bloed moest worden aangebracht, door de Israëlieten, op de deurposten van hun huizen. Dit was dan een herkenning dat de bewoner van dat huis geloofde in de verlossing die aanstaande was. De ontwikkeling van het offeren wordt het duidelijkst verklaard in Leviticus de hoofdstukken 1 tot 7. Daar lezen we over de verschillende offers die nodig waren om God te kunnen dienen. In onderdelen was er tussen de offers veel verschil, maar velen ervan hadden vijf punten van overeenkomst.

  1. De offeraar identificeerde zich met het offerdier door zijn hand op het hoofd van het beest te leggen - LEVITICUS 1:4
  1. Het dier werd geslacht - LEVITICUS 1:5
  1. Het bloed werd gesprenkeld als een symbool van de feitelijke verzoening - LEVITICUS 1:5
  1. Een groot deel van het geslachte dier werd verbrand, als een symbool dat het aan God werd opgedragen - LEVITICUS 1:7-10
  1. Soms werd een gedeelte ervan gegeten als een teken van de gemeenschap op grond van het gebrachte offer - LEVITICUS 6:16

De betekenis van de Oudtestamentische offers, wordt voornamelijk in de Hebreeën brief toegepast op het offer van Christus. Er worden daar twee conclusies getrokken. Allereerst dat het offer van Christus volmaakt was, zoals geen enkel dierenoffer dat zijn kon, omdat Jezus zonder zonde was.

“En dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven” Vgl. HEBREEËN 9:11-18.

In de tweede plaats dat het een éénmalig offer was, dus voor eens en altijd.

“Hij hoeft niet, zoals de andere hogepriesters, elke dag eerst offers op te dragen voor zijn eigen zonden en dan voor die van het volk; dat heeft hij immers voor eens en altijd gedaan toen hij het offer van zijn leven bracht” HEBREEËN 7:27. Zie ook 10:1-13.

Jezus’ offer hoefde nooit herhaald te worden, zoals de offers in het Oude Testament.

Het woord 'offer' wordt ook op christenen toegepast. Als dankbaarheid voor wat Christus voor hen gedaan heeft. In ROMEINEN 12:1 worden wij opgeroepen om onze lichamen tot een 'levend offer' te stellen. Wat dit in de praktijk betekent kan voor een ieder van ons verschillend zijn. Voor sommigen is dat het geven van geld of bezittingen. Vgl. ROMEINEN 15:16-17; FILIPPENZEN 4:18. Voor een ander betekent het Christus dienen in de meest letterlijke zin. Door een zendeling of voorganger te zijn. Dus een christelijk dienstbetoon, waarin God een welgevallen heeft. HEBREEËN 13:15-16. Voor Paulus betekende dat gevangenschap, en mogelijk de martelaarsdood. Vgl. FILIPPENZEN 2:17; 2 TIMÓTHEÜS 4:6.

Voor ons is het van het grootste belang dat we begrijpen dat we alleen deel kunnen hebben aan dat nieuwe verbond, door het offer van Jezus Christus. Want zijn bloed is het bloed van het nieuwe verbond.

“Want er is maar één God, en maar één bemiddelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die zichzelf gegeven heeft als losgeld voor allen, als het getuigenis voor de vastgestelde tijd” 1 TIMÓTHEÜS 2:5-6.

Hier zien we duidelijk dat Jezus zich vrijwillig gaf, maar ook, dat Hij de losprijs voor allen was. In het woord ‘losprijs’ zit de betekenis ‘in de plaats van.’ Hij gaf Zijn leven in onze plaats. Van dit feit wordt heel duidelijk getuigenis gegeven in het Avondmaal. De betekenis ‘in de plaats van’ mag door iedere deelnemer aan de maaltijd van de Heer, heel intensief beleefd worden. Door deelname aan het Avondmaal getuigen én ervaren wij, dat Zijn offer nog steeds dezelfde kracht bezit.

Offer en maaltijd

Het avondmaal is een offermaaltijd. Paulus zegt: “Doe de oude desem (de ouden mens) weg en wees als nieuw deeg (de nieuwe mens). U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht” 1 CORINTHIËRS 5:7.

Door Zijn offer ontvangen:

  • Vrede met God
  • Vrijheid uit de slavernij van de zonde
  • Reiniging en vergeving van de zonde
  • Verlossing van de oude mens
  • Rechtvaardiging door het bloed van Christus

Dit werd een feit door Jezus offer aan het kruis. De Oudtestamentische offers konden slechts de vergeving der zonden, afbeelden en beloven. Maar Christus verwierf door Zijn dood voor ons een eeuwige verlossing omdat Zijn dood een onbeperkte waarde had. Zie HEBREEËN 9:11-14; HANDELINGEN 20:28b. Niet alleen was het bloed het middel waardoor de mens weer met God verzoend werd, maar het was ook een zichtbaar teken van het ingestelde verbond.

“En hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en gaf hun de beker met de woorden: ‘Drink allen hieruit, dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden” MATTHÉÜS 26:27-28.

Dit offer bewerkte en bevestigde het genadeverbond tussen God en mens. En dat genade verbond, mogen we gedenken door een maaltijd met brood en wijn te vieren. Brood en wijn betekenen, Jezus lichaam en bloed. Door dit tot ons te nemen krijgen we deel aan Zijn offer. Het zal ons duidelijk zijn dat niet het offer wordt herhaald, maar wel de maaltijd. Jezus zegt hier zelf over:

“Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en hem zal ik op de laatste dag uit de dood opwekken. Mijn lichaam is het ware voedsel en mijn bloed is de ware drank. Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem” JOHANNES 6:54-56.

Een maaltijd van Vrede

Door de maaltijd ervaren wij vrede met God. Het eigenlijke woord voor ‘vrede’ is: ‘Sjalom’. Het woord ‘Sjalom’ geeft een veel dieper zicht, op de feitelijke inhoudt van dat avondmaal. Het offer van Jezus Christus is de afronding van het Oudtestamentische woord Sjalom, wat centraal staat in het Nieuwe Verbond.

Laten we eens kijken wat dat woord precies betekent. Het Hebreeuwse 'Sjalom' is van oorsprong een sociaal en collectief begrip; het is concreet en tastbaar. Het betekent: volkomen, gaaf, welvaart, of: zijn zoals het behoort te zijn.

Inhoudelijk is sjalom verwant met zegen zoals uit NUMERI 6 blijkt. Een rabbijn zei eens: 'Zegen is beginnende Sjalom en Sjalom is voleindigde zegen'. Sjalom is een ruim begrip wat ook zeer ruim vertaald is. Vaak als heil, dan weer als gezond of bloeien.

Sjalom beschrijft de toestand die bestond voordat de wereld door de zonde verstoord werd, en die vernieuwd zal worden nadat de zonde voorgoed is weggedaan.

“Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten, en alle bomen zullen in de handen klappen” JESAJA 55:12.

God Zélf is door Jezus de bron van vrede.

Jezus wordt door de gelovigen meermalen genoemd 'de God des Vredes'.  ROMEINEN 15:33. Ook de titel 'Vredevorst' wordt door de christenen terecht toegekend aan Jezus. JESAJA 9:5. Hij wil dat Zijn volk, Zijn kinderen van deze vrede genieten.

Deze vrede omvat drie gebieden

1. Vrede met God

De Bijbel zegt, dat God en mens op voet van oorlog staan. Vgl. ROMEINEN 5:10. Maar Jezus kwam om ons door Zijn dood weer met God te verzoenen.

“En door hem en voor hem alles met zich willen verzoenen, alles op aarde en alles in de hemel, door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis” KOLOSSENZEN 1:20.

2. De vrede van God

Als iemand zich heeft bekeerd dan heeft hij vrede met God, en dan mag hij genieten van, de vrede van God. Die vrede regeert in hun hart en geest als dé Vredevorst. Die vrede komt in je hart, door Jezus Gods zoon aan te nemen.

“De standvastige is veilig bij u, vrede is er voor wie op u vertrouwt. Vertrouw altijd op de HEER, alleen op hem, want de HEER is een rots sinds mensenheugenis” JESAJA 26:3-4.

3. Vrede op aarde

Het gevolg van, ‘vrede met en vrede van God’ is, dat we ook onder elkaar vrede hebben. En we worden in de Bijbel aangemoedigd om die vrede te zoeken en na te jagen.

“Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen” 2 TIMÓTHEÜS 2:22.

Vrede onder de gelovigen is een vanzelfsprekend feit. Het vloeit direct voort uit onze band met Christus. Jezus en het hele Nieuwe Testament roepen ons op om dit te continueren, dan zal er ook vrede op aarde zijn.

“Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden” MATTHÉÜS 5:9.

“Stel, voorzover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven” ROMEINEN 12:18.

En dat is allemaal mogelijk doordat we samen deel hebben aan dat Ene Brood, het Lichaam van Jezus Christus.

De maaltijd van de Heer, mogen we telkens weer herhalen, totdat Jezus terugkomt, en wij in Zijn Koninkrijk voor eeuwig mogen leven. Wat een geweldige toekomst hebben we. En door het Avondmaal mogen daar nu al naar uitzien. Zo leert het Avondmaal ons te kijken naar het heden en de toekomst!

Ik wens je Gods zegen