Het “Onze Vader” wordt misschien wel vaker uitgesproken dan de vraag “Heer, leer ons bidden.” Het leren bidden is een bezigheid wat de meerderheid van ons niet zo gemakkelijk afgaat. Er kunnen momenten in je leven komen, dat je veel behoefte hebt om te bidden. Om bij Hem te zijn! Maar ja, hoe doe je dat, vooral als het gaat om specifieke moeilijkheden. Hoe moet je dan bidden om het gewenste resultaat te bereiken? Er zijn veel vragen die aantonen hoe kwetsbaar en afhankelijk we zijn van God. Is bidden iets wat je kunt leren? Heeft het te maken met kennis van God? Of is het gebed ‘een leven’ van in Zijn tegenwoordigheid te zijn, een verborgen omgang met Hem?

Inhoud:

  • Inleiding
  • Terwijl Hij ergens in gebed was
  • Een discipel kijkt naar Jezus
  • De vraag: Heer leer ons bidden
  • Je kunt door gebrek aan kennis omkomen van ellende
  • Kennis kan je eigenwijs maken.
  • De vreze des Heren is het begin der kennis

Inleiding

"Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem (…) maar hij zei tegen hen: Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijnLUCAS 2:40 en 49.

“Eens was Jezus aan het bidden, en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft” LUCAS 11:1.

In LUCAS 11:1 komen we iemand tegen die de behoefte heeft om het bidden te leren. Ik vraag me af: als die éne discipel niet had gevraagd van “Heer leer ons bidden”, zou dan het onze zo bekende  “Onze vader” door Jezus zijn uitgesproken? Zou Jezus ons dan een gebed hebben geleerd, een gebed wat het hele evangelie in een notendop is. Een gebed dat zo diep gaat, zo veelzeggend is. Ik weet het niet. En het antwoord op die vraag is ook niet zo belangrijk.

Het “Onze Vader” is voor de christelijke Kerk zo belangrijk geworden, dat we haast zouden vergeten hoe het tot ons is gekomen.

Gelukkig was er iemand die Jezus de vraag durfde te stellen: “Heer, leer ons bidden.” Die discipel had behoefte om meer van Jezus te ontvangen, vandaar zijn vraag. Voor mij is dit een discipel met visie, die verder keek dan zijn eigen geloofsmuren.

In Jezus’ tijd was het zeer gebruikelijk dat de Joden gebeden uit hun hoofd leerden. De Joodse Rabbijnen leerden hun leerlingen gebeden die heel specifiek waren gericht op de behoefte en noden van de eigen groep. Dat was dan ook de reden dat Johannes de Doper zijn leerlingen had leren bidden. En in die gebeden kwam heel concreet het doel of een behoefte tot uitdrukking.

Ook in in onze tijd kennen we veel aangeleerde gebeden. Denk maar aan het simpele kindergebedje ‘Ik ga slapen, ik ben moe’. Wie van ons is daar niet mee opgevoed, ik heb het in mijn kindertijd oneindig vaak gebeden. Het gaf mij een gevoel van geborgenheid, bescherming en dat God over mij waakte.

Aangeleerde gebeden kennen altijd een bepaald doel.

Dat zien we duidelijk verwoord in het ‘Onze Vader.’ Het zijn doelbewuste woorden die het kenmerk van een christen moeten zijn. Het is dan ook niet zo maar een gebed. In het Onze Vader ligt alles opgesloten wat bij een discipel thuishoort.

Een discipel is bereid om te leren. Om te luisteren wat zijn leermeester te zeggen heeft. Het Hebreeuwse woord voor leren is ‘Lamad’. Daarvan is het woord talmi’d afgeleid, wat leerling betekent. Ook de Talmoed, dat zijn de Rabbijnse leerregels, is van dat woord afgeleid. De betekenis van dit woord is:

  • Iets aanhangen
  • Zich aan iets gewennen
  • Zich oefenen
  • Vaardigheid verkrijgen
  • Iets leren

Een voorbeeld van het woord ‘lamad’ vinden we in DEUTERONOMIUM 4:10.

“Toen de HERE tot mij zeide: roep Mij het volk samen, dan zal Ik het mijn woorden doen horen, opdat zij leren Mij te vrezen alle dagen, dat zij op de aardbodem leven, en opdat zij het hun kinderen leren”. NBG vertaling

Het woord ‘leren’ in het Oude Testament kent vele betekenissen:

  • Je kunt een oorlog leren voeren
  • Leren oogsten, enz.

Maar het kent ook een duidelijk godsdienstig gebruik. In deze zin heeft het leren steeds de betekenis van:

  • Zich op Godsdienstig en zedelijk gebied de goede dingen zo eigen te maken, dat je ze vanzelf doet

Israël moest leren om God te vrezen. Dat moest een soort tweede natuur worden, iets wat je vanzelf doet. Een leerling leert iets door het zich eigen te maken en er zich naar te voegen. Daarom zit in het leren het element van de overgave en de gehoorzaamheid. JESAJA 50:4 zegt dat zo mooi:

“De Here Here heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen”. NBG vertaling

In dit vers zitten elementen zoals:

  • aannemen
  • kennis vermeerderen
  • horen
  • leren door gebruik en ervaring

Men verzamelt dus geen kennis om te weten, maar om te handelen en te leven. Om de ander te dienen, om de vastgelopen mens te kunnen ondersteunen. Dit bereik je door te horen naar de woorden van God. Door zich te gewennen aan een levenswijze die bij deze woorden past.

Het spreekt voor zich dat dit veel oefening vraagt. Want niemand van ons doet automatisch wat Jezus van ons verlangt. Het is en blijft een levenslang leerproces! Maar het wordt voor ons wel een stuk makkelijker om het geleerde te praktiseren als we in een geestelijke omgeving komen, waar men dit óók doet. Paulus zegt:

“Verwerp heilloze bakerpraat en verzinsels. Oefen jezelf in een vroom leven. Oefening van het lichaam heeft wel enig nut, maar het nut van een vroom leven is grenzeloos, omdat het een belofte inhoudt voor dit leven en het leven dat komen zal1 TIMÓTHEÜS 4:7-8.

Dat “oefenen in godsvrucht” zagen de discipelen dagelijks in het leven van Jezus. En die éne discipel, en de anderen met hem, hadden een diep verlangen om op een andere manier te bidden, dan dat het hen geleerd was. Hij wilde uit zijn traditionele geloofsdenken uitbreken naar een diepere relatie met God. Hij verlangde naar meer van God en daarin had hij Jezus als zijn grote voorbeeld. Zijn manier van leven daagde hem uit, het gaf hem nieuwe hoop. Om op een andere manier te leven in zijn relatie met God de Vader.

Maar hij zag ook wat het gebed van Jezus uitwerkte. Hij begreep dat het gebedsleven van Jezus dé absolute voorwaarde was voor alle wonderen en tekenen die er gebeurden. Bidden is de absolute voorwaarde voor wonderen en de openbaringen van God. Hoe ik dit zo stellig durf te zeggen?

Als Jezus zijn getuigenis geeft waarom hij die zieke man geholpen had, die niemand had om hem in het water te gooien voor genezing, doet Jezus een opmerkelijke uitspraak. Hij zegt:

“Ik verzeker u: de Zoon kan niets uit zichzelf doen, hij kan alleen doen wat hij de Vader ziet doen; en wat de Vader doet, dat doet de Zoon op dezelfde manierJOHANNES 5:19.

Jezus handelde dus nooit op eigen gezag, buiten Zijn Vader om. Wilde Hij als Zoon van God zelf iets kunnen doen, dan moest Hij het eerst de Vader zien doen. Wat een diepe afhankelijkheid zien we hier. Jezus was hier hét grote voorbeeld hoe een discipel gericht moet zijn op zijn leermeester. Hij wist dat; door zijn relatie met de Vader en door het gebed, Hij in de hemel kon kijken. Daar zag Hij wat de Vader wilde.

Dat leert ons dat we door het gebed, inzicht krijgen in het hemelse gebeuren, in wat God wil doen hier op aarde. En dat is zo essentieel voor ons leven op aarde en voor onze geestelijke bediening. Maar ook voor een vruchtbaar leven wat beantwoord aan Gods doel met ons leven. Paulus zegt hierover het volgende:

“We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen” 2 CORINTHIËRS 10:3-5. Lees ook EFEZIËRS 6:10-20.

Gebed is niet alleen bedoeld om de christelijke gemeenschap draaiende te houden. Gebed is een leven leiden vanuit je relatie met God de Vader. Dat is dé grote uitdaging, dat is de realiteit van ons dagelijks geloof.

Laten we het gebeuren uit LUCAS 11:1 ons eens wat dieper voorstellen. En dan wil ik stilstaan bij een drietal punten.

  • Terwijl Hij ergens in gebed was
  • Een discipel keek toe
  • De vraag: Heer leer ons bidden

Terwijl Hij ergens in gebed was

Lucas laat in het midden waar deze gebeurtenis zich afspeelt en dat is ook niet belangrijk. Het is veel beter te ontdekken dat Jezus de tijd nam om te bidden. Hoe groot de werkdruk ook was, hoeveel zieken er ook waren, Hij nam de tijd om te bidden. We zagen al eerder dat de Zoon niets uit zichzelf kon doen, tenzij Hij het de vader had zien doen. Dit leert ons hoe enorm afhankelijk Hij was van God zijn Vader, om Zijn werk te kunnen doen. Dat zien we terug in de volgende verzen:

“Op een van die dagen trok Jezus zich terug op de berg om te bidden. De hele nacht bleef hij tot God bidden (…)  Toen Jezus eens aan het bidden was en alleen de leerlingen bij hem warenLUCAS 6:12; 9:18.

Als we deze verhalen in de context lezen dan ontdekken we het volgende:

  • Zijn gebed ging altijd vooraf aan belangrijke en ingrijpende gebeurtenissen
  • Telkens is het gebed - zijn afhankelijkheid met God de Vader - de sleutel, het hart, de kern om elk probleem op te lossen

Dat is wat de discipelen telkens zagen, Jezus’ gebed was nooit zonder resultaat. En dát moet zeker grote en diepe indruk op de discipelen gemaakt hebben. Als er Iemand was die hen kon leren bidden, dan was Jezus het wel. Het leven van Jezus, Zijn aanwezigheid op aarde kende twee kanten. Er waren voor Hem twee belangrijke redenen om te bidden:

Een verticale en een horizontale.

Als ik denk aan de jeugd van Jezus, toen Hij een bezoek bracht aan Jeruzalem tijdens het paasfeest, was Hij niet met zijn ouders teruggegaan. Toen ze Hem uiteindelijk in de Synagoge vonden, gaf Hij hen als antwoord: “Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn” LUCAS 2:49.

Wat mij zo aanspreekt in het gebedsleven van Jezus is, dat we in Zijn manier van leven en bidden, steeds het kruis centraal zien staan. Vanaf Zijn geboorte tot aan Zijn kruisdood stond het kruis centraal. Het gebeuren in de Synagoge laat dat zo mooi zien. Hij was bezig met de dingen van de Vader.

Daarin herken ik, een verticale gerichtheid - vanwege Zijn relatie en afhankelijkheid van de Vader.

En Hij was in gesprek met de mensen in de Synagoge en, “Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden” LUCAS 2:47.

Hierin zie ik, een horizontale gerichtheid - vanwege de nood en de zonden van de mensen.

Als we Zijn relatie met God de Vader - de verticale verantwoordelijkheid - verbinden met de nood van deze wereld - de horizontale bewogenheid - dan zien we het kruis van Jezus. Jezus gebedsleven was Zijn kruis wat Hij op Zich nam! Hij stelde Zich beschikbaar voor God en voor de mensen, wat een genade. Ik vind dit zo geweldig mooi tot uitdrukking komen in de volgende verzen.

“Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMATTHÉÜS 11:28-30.

Gebed moet altijd plaatsvinden vanuit en door het kruis van Christus. Zo kent ons gebedsleven ook twee kanten:

  1. Onze relatie met God de vader. Door die relatie ontstaat onze verticale verantwoordelijkheid
  1. Onze zendingsopdracht, “Gaat dan heen, maakt alle volken tot mijn discipelen” MATTHÉÜS 28:19. Dat is onze horizontale bewogenheid

Elk gebed los van het Kruis van Christus, is een lege en doelloze bezigheid. Als we ons door Jezus niet verbinden met de hemel, met God de Vader, zal de hemel zich niet verbinden met ons. En zal God Zichzelf niet openbaren in en door ons leven. En dat brengt ons bij het tweede punt.

Een discipel kijkt naar Jezus

In LUCAS 11:1 wordt niet duidelijk gemaakt om welke discipel het ging. Maar toch houdt die vraag me wel bezig, wie van de twaalf zou het geweest kunnen zijn? Wat opvalt is, dat in de betekenis van het woord discipel, het er één is die uit het goede houd gesneden was.

Het was een discipel die:

  • Duidelijk meer wilde
  • Bereid was om namens de andere discipelen te spreken
  • Zag dat hij wat miste om een goed discipel te zijn
  • Zich niet schaamde om zijn eigen zwakheid bloot te geven
  • In zijn vraagstelling heel duidelijk was: Heer leer ons bidden
  • Heel duidelijk de uitstraling had: 'Meer van u, Heer'

De vraag ‘leer ons bidden’, is niet zozeer een erkenning van eigen onkunde om te bidden, want de discipelen kenden heus wel de aangeleerde gebeden van de Rabbijnen. Nee, het was een vraag naar een concreet gebed waarin het nieuwe, het unieke van Jezus en Zijn werk tot uitdrukking kwam. Het was een diep verlangen om als discipel te kunnen doen wat ze Jezus zagen doen.

De discipelen kwamen uit alle lagen van de bevolking. Het waren mensen die moesten leren om vanuit hun achtergrond volkomen om te schakelen. Het was één grote omwisseling van gevoelens, emoties en zienswijzen. Hun denken werd door Jezus’ invloed totaal op de kop gezet.

Bij Jezus ging immers alles anders?

  • Zegent wie u vervolgen - ROMEINEN 12:14
  • Slaat iemand je, keer ook je andere wang toe - LUCAS 6:29
  • Geen oog om oog en tand om tand meer - MATTHÉUS 5:38
  • Wil iemand je jas, wel geef hem ook je overhemd - LUCAS 6:29
  • En leen zonder terug te ontvangen - LUCAS 6:35

Al deze uitspraken hebben menig mens veel moeite gekost om ze in de praktijk te brengen! Het is niet gemakkelijk, maar wel mogelijk, om te leren denken en te leven volgens de boodschap van het evangelie van Jezus.

Voor de discipelen, die gewend waren om vanuit hun Oud Testamentische opvoeding te leven en te handelen, was het volgen van Jezus één grote omwisseling. Een omwisseling, waarin het kruis van Jezus steeds centraal stond.

Ik denk dat, als we naar de twaalf discipelen kijken, we ze globaal in drie groepen kunnen verdelen. Waarom ik dit doe? Wel, ik ben zo benieuwd wie die éne discipel was die vroeg: ‘Heer, leer ons bidden’.

Ik noem de drie groepen:

  1. Iemand die de prijs van het Jezus' volgen niet wilde betalen, en Hem uiteindelijk verraadde
  1. De doorsnee volgeling, die altijd een slag om de arm wilde houden in het volgen van Jezus
  1. En een aantal die heel dicht bij Jezus stonden, die altijd in Zijn aanwezigheid waren

Zelf denk ik dat ook in onze tijd de volgelingen van Jezus nog steeds in deze groepen verdeeld kunnen worden.

En tot welke groep wij behoren, wel, men kent de boom aan zijn vruchten, zegt Jezus. MATTHÉÜS 7:16. Gelukkig hoeven we niet over elkaar te oordelen. Een ieder van ons moet zijn eigen verantwoordelijkheid kennen in het volgen van Jezus. LUCAS 3:8.

Jezus had drie discipelen, Petrus, Jacobus en Johannes, die heel dicht bij hem stonden. En volgens mij, maar dat is puur suggestief, was het één van die drie discipelen. Maar wie van de drie het was zullen we nooit te weten komen, want Lucas vertelt ons dat niet.

Wat wel opvalt, is dat er één discipel was die durfde te vragen: ‘Heer, leer ons bidden’. Maar ook dat er een verlangen in zijn hart was om meer te ontvangen, meer van U, Heer! Hij had zijn eigen machteloosheid ontdekt in het licht van Jezus’ optreden. En in de vraag van “Heer, leer ons bidden”, ligt een erkenning van onmacht. Volgens mij behoorde hij bij de derde groep.

Daarom is de vraag van die discipel ook voor ons van levensbelang. Hoe kijken wij naar Jezus, met een verlangend hart, van Heer leer ons… Of kijken we naar Hem vanwege de wonderen en tekenen.

  • Volgen we Hem om te ontvangen
  • Of ook om te geven
  • Dienen we Hem om zelf gediend te worden
  • Of dienen we Hem vanwege onze horizontale bewogenheid

Gods woord zegt heel duidelijk dat de tekenen de gelovigen zullen volgen. MARKUS 16:17. En dat kan alleen maar als wij leren om ons kruis compleet te maken door:

  • Onze verticale verantwoordelijkheid
  • En onze horizontale bewogenheid

Dat is een keuze die een ieder van ons zal moeten maken. Tenminste, als we willen doorgaan voor Zijn volgelingen. Bij een discipel gaat het in de eerste plaats nooit om de resultaten, maar om de relatie! Want door onze verticale verantwoordelijkheid, onze relatie met God, worden vanzelf de resultaten zichtbaar.

MARCUS 16:20 is daar een prachtig voorbeeld van. “En zij gingen op weg om overal het nieuws bekend te maken”. Waarom deden ze dit? Omdat ze daarvoor gekozen hadden. Zij waren gegrepen door de liefde van God, geopenbaard in Zijn Zoon. En waar de discipelen predikten:

“De Heer hielp hen daarbij en zette hun verkondiging kracht bij met de tekenen die ermee gepaard gingen” MARCUS 16:20.

De tekenen tonen ons dat het getuigenis van Jezus, Zijn woord, waar is. En dat leert ons dat we bereid moeten zijn om te zeggen: “Heer leer ons….” Want zonder dat leer ons bidden, kunnen we nooit voldoen aan onze zendingsopdracht.

Hebben we die dan? Jazeker. Corrie ten Boom zegt in een van haar boeken; ‘Je bent een zendeling of je bent zendingsterrein.’ Een discipel geeft door wat hij ontvangen heeft. En dat kan alleen maar door naar Jezus te kijken, zoals Jezus naar de Vader keek. Als Jezus niets uit Zichzelf kon doen, niets kon zonder gebed, zullen wij het dan wel kunnen? En dat brengt ons bij het laatste punt.

De vraag: Heer, leer ons bidden

Het leren is het kenmerk van een discipel, dat zagen we al eerder. Onderwezen worden is de basis, het hart, voor discipelschap. Kennis is belangrijk maar het kan drie dingen met ons doen. Het kan ons verdelen, in:

  1. De eerste plaats onszelf
  2. Dan de gemeente
  3. En dan de maatschappij

Elk onderdeel kent zijn eigen uitwerking, maar het begint altijd bij onszelf. We kennen allemaal wel de uitspraak: ‘verbeter de wereld en begin bij jezelf.’

Laten we de drie soorten wijsheid even op een rijtje zetten.

Je kunt door gebrek aan kennis omkomen van ellende

“Mijn volk komt om doordat het met mij niet vertrouwd is. Jij wilde het niet met mij vertrouwd maken, daarom wil ik niets meer met jou te maken hebben: je zult mij niet meer als priester dienen. Jij hebt de wet van je God verwaarloosd, daarom zal ik jouw kinderen verwaarlozen” HOSEA 4:6.

Dit betekent letterlijk, belanden bij de laagste plaats in de maatschappij. Of op zijn Hollands gezegd; ‘in de goot terecht komen’.

Dat is wat ‘gebrek aan kennis’ van God, het ‘niet onderwezen’ willen worden, met je kan doen. Het kan leiden tot een soort ballingschap, dat je een slaaf wordt van iets wat je niet wilt.

Heel veel mensen, ook christenen, kunnen in dergelijke situaties terecht komen, omdat ze zonder de kennis van God denken te kunnen leven. Voor je het weet zitten we aan dingen vast. Dat zien we maar al te vaak om ons heen. JESAJA 5:13 zegt: “Daarom gaat mijn volk in ballingschap wegens gemis aan begrip, zijn edelen worden hongerlijders, en zijn menigte versmacht van dorst” NBG vertaling.

Je kunt geestelijk opdrogen door niet meer te drinken van het levende water. Vgl. JOHANNES 7:37-39. Dan ontstaat er een gemis aan kennis, aan begrip waardoor jezelf te gronde kunt gaan.

Kennis kan je eigenwijs maken

Een Bijbeltekst die dit heel duidelijk maakt is 1 CORINTHIËRS 8:1-2.

“Zeker, het is waar dat wij allen kennis bezitten. Maar kennis maakt verwaand; alleen de liefde bouwt op. Wanneer iemand zich inbeeldt dat hij kennis bezit, is het toch nog niet de ware kennis”.

Het Boek zegt het zo: “Maar van weten alleen wordt u eigenwijs. De liefde van God maakt u wijs. Als iemand meent alles te weten, weet hij nog niet wat hij zou moeten weten”.

De kennis, het eigen inzicht, die men meent te hebben, maakt de mens opgeblazen. Omdat men zich inbeeldt ware kennis te hebben, terwijl men het meest belangrijkste, ‘de liefde’ voor de naaste, mist. Kennis zonder liefde mist altijd het door God beoogde doel. Het woord opgeblazen betekent hier ‘iets overdreven voorstellen’. Door je eigen wijsheid geef je een verkeerde voorstelling van zaken. Omdat je niet in staat bent om te begrijpen wat God werkelijk bedoeld.

Kennis, wat leidt tot eigenwijsheid, is eigenlijk ‘ingebeelde wijsheid’. En door die ingebeelde wijsheid of kennis, missen we ons doel, en dat is: opgebouwd worden in liefde.

  • Kennis blaast op
  • Liefde bouwt op

Door het in de praktijk brengen van die opgeblazen, ingebeelde kennis, brengen we het geloof van onszelf en anderen in gevaar. Dat is wat Paulus ons hier wil zeggen.

Opgeblazen kennis houdt geen rekening met de gevoelens van de ander.

Maar kennis gedragen door liefde, dat houdt wel degelijk rekening met de gevoelens en zwakheden van de ander. En daarmee bouw je aan het geloof van je naaste en aan de eenheid en harmonie binnen je eigen gemeente en je gezin. De kennis van de Corinthische gemeente was niets anders dan eigenwijsheid, hoogmoed en opgeblazenheid. En Paulus waarschuwt hen door te zeggen:

“Doch sommigen hebben zich opgeblazen, in de waan, dat ik niet tot u komen zou; maar spoedig zal ik tot u komen, zo de Here wil. Dan zal ik mij vergewissen, niet van het woord dier opgeblazenen, maar van hun kracht” 1 CORINTHIËRS 4:18-19NBG vertaling.

Kennis zonder liefde is een krachteloze kennis, het kent geen doel wat God behaagd. Daarom vermaant God ons ook, als Hij zegt: “om niet wijs te zijn in eigen ogen” SPREUKEN 3:7. Als iemand beweert ‘kennis van God te hebben’ maar dat niet door liefde uitdraagt, dan is dat een liefdeloze, een relatieloze kennis. Want daarin vinden we het kruis van Christus niet terug. En dat maakt duidelijk dat ze ‘De Waarheid’, nog niet op de juiste wijze hebben leren kennen.

Er kan dan misschien wel sprake zijn van ‘intellectuele kennis’, maar ware kennis blijkt door liefde. Jacobus zegt: “Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? (m.a.w. Wie van jullie heeft de juiste kennis) Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid” JAKOBUS 3:13.

De vreze des Heren is het begin der kennis

Het Boek zegt: “Maar de basis van alle kennis is het eerbiedig ontzag voor de Here” SPREUKEN1:7. Dit vers moet het hart van elke discipel zijn. Als die éne discipel vraagt van “Heer, leer ons bidden”, dan begint Jezus zijn antwoord met een opmerkelijke uitspraak. Hij zegt: “Wanneer gij bidt, zegt; Vader Uw naam worde geheiligd”.

Veel mensen snappen niet dat je leven met God altijd begint met de binnenkant. Het geloof is niet een uiterlijk vertoon van religieuze activiteiten, maar het is een zaak van het hart.

Wie met het verstand voor God kiest, zal of geen kennis van God leren, en daaraan ten gronde gaan. Of hij zal een opgeblazen gelovige worden, die op den duur spontaan ontploft vanwege zijn of haar eigenwijsheid.

De vreze des Heren is het begin der kennis.

Kennis ontstaat dus, door de vreze des Heren, maar dat is het begin! Wat betekent dat nou ‘de vreze des Heren’?

Wel, het is niet alleen maar een gevoel van ontzag voor God, een soort bang zijn voor Hem. Het heeft veel meer te maken met:

  • Je innerlijke houding
  • Dat je erkent, Hij is mijn Meerdere
  • Het is een leren van de juiste houding hebben tegenover God
  • Wat zichtbaar wordt in een actieve gehoorzaamheid

De vreze des Heren is een typisch Joodse uitspraak. Het is een uitdrukking in de zin van, ‘ootmoedige onderworpenheid’ van de mens aan God. Omdat hij weet dat zonder zijn Schepper er geen ‘redelijk leven’ mogelijk is.

Dit maakt duidelijk waarom Jezus ons wil leren, “Vader Uw naam worde geheiligd”.

Het heiligen van Zijn Naam kunnen we niet doen door indrukwekkende kerken te bouwen of allerlei evangelische spektakels te organiseren. Nee, Uw Naam worde geheiligd, is een zaak van de binnenkant. Letterlijk betekent het dat je God een aparte plaats geeft in je leven, zodat Hij daar kan regeren.

De vreze des Heren is het begin der kennis. Het begin of “de basis” zoals het Boek zegt, kent vanuit het Hebreeuws verschillende betekenissen. Zoals eersteling, het beste deel of edelste vrucht. Met andere woorden, om kennis van God te ontvangen moet je bereid zijn om het beste van wat je hebt, aan God te geven.

Kennis ontvangen vraagt tijd en inzet! En daarom kunnen de woorden “het begin of de basis” ook het best vertaald worden met ‘eersteling’ of ‘het beste deel.’

Om dit concreet samen te vatten: Wij zullen moeten leren om onze tijd als een ‘eersteling of edele vrucht’ aan God te geven. Dat is Uw Naam worde geheiligd. Dat is Gods Naam een bijzondere plaats in je leven laten innemen. En dat is slechts maar ‘het begin der kennis’ hebben we net gelezen. Dus door zo te leven, wil God ons nog veel meer geven, ons nog veel meer openbaren. Dan mogen we met een gerust hart zeggen: ‘Meer van U’ Heer, meer van U in ons leven, zodat de maatschappij zal zien dat wij discipelen van U zijn’. Johannes schrijft ons:

“Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn” JOHANNES 13:35.

Hoe zal de maatschappij weten dat er een God is? Door de onderlinge liefde. Is liefde kennis? Nee. Het is altijd een gevolg van kennis van God of zoals we eerder gelezen hebben: “De vreze des Heren is het begin der kennis” SPREUKEN1:7.

Tot slot, nog even terug naar het begin.

Er zijn twaalf discipelen, en één vraagt: “Heer, leer ons bidden”. Of hij dat namens de anderen moest vragen weten we niet. Ik denk dat zijn behoefte om te leren bidden als een collectief gebrek werd ervaren.

Hoe is het met onze met mijn gebedsmotivatie? Aan ons de keus!

Paulus schrijft in KOLOSSENZEN 1:9-10Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, Hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien”.

Conclusie: ‘Hoe beter u God leert kennen, hoe vruchtbaarder uw leven zal zijn!’

Ik wens je Gods zegen