Hier gaat het om een moeder die strijd voor het leven van haar dochter. Je hoeft niet bang te zijn, ook al kijkt de hele maatschappij op je neer.

Gebed “De vrouw viel voor Hem op haar knieën en smeekte: Here, help mij!” MATTHÉÜS 15:25.

Hier gaat het om een moeder die strijd voor het leven van haar dochter. En dan gaat het hier niet om een gewone ziekte, maar om een boze geest. Dit moet natuurlijk onverteerbaar zijn voor die moeder. En wanneer je dan weet dat er een Weldoener in je dorp komt dan weet je wat je te doen staat. En haar woorden, Here, help mij, is dan ook de verpakking van jarenlang verdriet.

Maar die vraag om hulp kwam helemaal niet zo gelegen, en helemaal niet van een Kananese vrouw. Dat waren vroeger toch Israëls vijanden? Daarom moest Jezus die vrouw maar wegzenden. Want ze was gewoon een hinderpaal in hun bediening. Het moest maar eens afgelopen zijn met die aandachttrekkerij, tenminste, dat was de mening van de discipelen. En medelijden heb je nu eenmaal niet met je oude vijanden. Dus dat maakte hen absoluut niet gevoelig voor de nood van die vrouw.

Ze waren toch met heel andere dingen bezig? Met geestelijke zaken, en daar moet je niet bij gestoord worden. Dan raak je de draad kwijt. Tja, zo gaat dat soms ook bij ons. Wij kunnen ook helemaal opgaan in onze geestelijke werkzaamheden. En daarbij schieten we ons doel voorbij, omdat we de échte nood van die ander niet meer zien. Dit heeft soms met vooroordeel te maken en soms gewoon omdat het ons niet uitkomt.

Maar Jezus blijft met andere ogen naar de mensen kijken. Natuurlijk was Hij gekomen, “om de Joden te helpen en niet  de andere volken”. Dat was Zijn eerste opdracht. En dat was niet in strijd met het feit dat Gods reddende boodschap voor een ieder is. Want, in het zaad van Abraham zullen toch alle geslachten van de aarde gezegend worden? Zie GENESIS 12:3. Daarom werd deze vrouw ook niet afgewezen. En ondanks het feit dat ze op de proef werd gesteld, wist ze het hart van Jezus te raken met de woorden: “Maar de honden mogen toch wel de kruimels opeten die van de tafel vallen”.

Kijk, zulke uitspraken ontroeren Jezus, daar wordt Hij warm van. Daar kan Hij respect voor opbrengen. Een vrouw die zich zo laat vernederen voor de redding van haar dochter, daar kán en wil, Jezus niet aan voorbijgaan. En vol verbazing zegt Hij dan ook: “Wat hebt u een groot geloof, u krijgt wat u hebt gevraagd”.

Belofte “Ook al kijkt iedereen op u neer, wees niet bang, Israël, want Ik zal u helpen. Ik ben de HERE, uw verlosser, Ik ben de Heilige van Israël” JESAJA 41:14.

Iedereen keek op die vrouw neer, maar ze was niet bang. Ze had al haar hoop op Jezus gevestigd. En hiermee liep ze in de voetsporen van wat de profeet Jesaja al geprofeteerd had, zonder dat ze dit zelf wist. In de vasthoudendheid van die vrouw werd een stuk evangelie verkondiging gepresenteerd van de bovenste plank. Ze nam genoegen met wat van de tafel viel. Daar kon ze bij, want het lag gewoon voor het oprapen. En zo was het voor iedereen, ook voor haar, ook voor haar dochter. Wat een geweldige belofte: “Ook al kijkt iedereen op u neer, wees niet bang”. Ze was niet direct een nazaat van Israël, maar wel van Abraham. Zo was de belofte toch ook voor haar, en haar kind?

En voor ons? Je hoeft niet bang te zijn, ook al kijkt de hele maatschappij op je neer. Jezus ziet heus wel dat je genoegen wilt nemen met de gevallen kruimels. Ook dát is brood, Zijn brood, Zijn Levens-Brood. En dat geeft een nieuw leven. Dat brengt hoop in al je omstandigheden. Laat je niet van de wijs brengen. Want in Jezus kijkt God op je neer, om je Redder en je Verlosser te zijn. Wees dus niet bang want, God is met je. Wees dus niet bang want, God wil een relatie met je. Wees dus niet bang want, God verzekert je van hulp én overwinning. Ben jij je al bewust hoe God jou kan helpen? Denk eraan hoeveel kracht er zit in die verkruimelde woorden, “Here, help mij!”

  • “Want de ogen van de HERE speuren heen en weer over de aarde, op zoek naar mensen die Hem zijn toegewijd, zodat Hij Zijn grote macht kan tonen door hen te helpen” 2 KRONIEKEN 16:9.

Ik wens je een fijne dag