Wie tegenwoordig aan een kerk denkt ziet bijna altijd als eerste ‘het gebouw’. Meestal zeggen we dan, wat een prachtige kerk, wat een schitterende architectuur. Of, wat verkeert die kerk in een vervallen staat. Het echte beeld wat we zouden moeten hebben van een kerk zijn velen van ons jammer genoeg verloren. Maar er zijn gelukkig ook mensen die de Kerk met andere ogen bekijken. Voor hen is het niet verworden tot een museum of iets degelijks. Zij kennen Gods plan met de Kerk en willen dat ook uitvoeren. Zij weten dat de Kerk een plaats moet zijn waar hun geloofsrelatie met God en elkaar opgebouwd wordt.

Inhoud:

  • Inleiding
  • Wat is de gemeente
  • De functie van de kerk
  • Hoe functioneer jij in de kerk
    Toerusting
    Dienstbaarheid
    Op te bouwen
  • Tot slot

Inleiding

De kerk mag een plaats van ontmoeting zijn, met God en met elkaar. Dat ontmoeten kent verschillende functies. Van bemoediging tot onderwijs en van vermanen tot troosten, enz. Gods doel met de kerk is door alle eeuwen heen nooit veranderd. Zijn plan is om mensen te bereiken met Zijn Liefde en vergeving. Om de verloren mens te bereiken met Zijn bevrijding door het offer van Jezus Christus. Dat is het hoofddoel van de kerk. De kinderen van God zijn zich dit niet altijd bewust. Maar een evangeliserende kerk is een kerk die functioneert naar Gods wil. Die kerk zal dan ook een groeiende kerk zijn. Daarom is het zo belangrijk om als christen ook onderdeel uit te maken van een plaatselijke kerk. Want daar, in verbondenheid met Hem, gaan we zien wat Gods doel is met een ieder van ons. Dan gaan we samen ontdekken hoe God wil dat wij kerk zijn.

Het doel van deze les is om te ontdekken dat iedere christen zijn of haar verantwoordelijkheid moet leren nemen om aan dat plan van God te voldoen. We zijn niet alleen maar gered om vervolgens niets met ons geloof te doen. God wil ons gebruiken in Zijn plan met deze wereld. Wij zijn Gods instrumenten die Hij wil gebruiken om anderen te bereiken. En de vraag is, ben jij voldoende afgestemd om door God gebruikt te kunnen worden? Mag hij jouw leven dirigeren en het inzetten om iets voor die ander te betekenen?

Je kunt natuurlijk zeggen, wij hebben toch een voorganger en we ondersteunen zendingsdoelen. Maar het gaat er niet om wat die ander doet, maar wat jij en ik kunnen doen. Als we aan een kerkelijke gemeenschap denken moeten we allemaal ‘inzetbaar’ zijn. Ik geloof dat iedere christen van God bepaalde gaven heeft gekregen om daar de ander mee te dienen. En dan bedoel ik met die ander ook de mensen die buiten de kerkelijke gemeenschap staan. Mensen die niet weten dat God om hen geeft. Geloof het of niet maar Nederland wordt steeds meer een zendingsland. In de grote steden komen meer en meer buitenlandse zendelingen door God gestuurd. Is dit een aanklacht voor de bestaande kerken, ik denk van wel. Begrijp me niet verkeerd er wordt veel goed werk gedaan maar er worden ook veel kerken gesloten. Het aantal mensen dat een kerk actief bezoekt is de laatste jaren aan het krimpen.

Corrie ten Boom heeft eens gezegd; ‘je bent een zendeling of je bent zendingsterrein’. Dat heeft me aan het denken gezet en me laten zien dat ik ook ‘inzetbaar’ moet zijn. Dat ik ook moet zeggen; ‘Heer laat me zien wat ik voor U kan doen’. De toeschouwers zijn de mensen die nog niet voor God hebben gekozen. Wij zijn de spelers die meedoen aan Gods wedstrijd om een ‘gezin van God te zijn’. Daarom zegt Petrus ons het volgende:

“En laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn” 1 PETRUS 2:5.

Voor studie JESAJA 61:6; EFEZIËRS 2:21; 1 TIMÓTHEÜS 3:15; OPENGARING 1:6.

Petrus wil ons duidelijk maken dat de kerk meer is dan een gebouw. In zijn visie is het een ‘geestelijke tempel’. En Christus is het fundament hiervan en wij vormen de levende stenen die meegebouwd worden; “tot een plaats waar God woont door zijn Geest” EFEZIËRS 2:22. Paulus gaat nog een stap verder wanneer hij zegt dat de gemeente ‘een lichaam’ is. Dan is Christus het Hoofd, zegt hij, en wij vormen dan de lichaamsdelen. Zie EFEZIËRS 4:15-16. Maar welk beeld we ook voor ogen hebben beiden benadrukken het ‘gemeenschappelijk verbonden zijn’ met een doel. Eén steen is geen tempel en één lichaamsdeel is niet een compleet lichaam. Beide delen kunnen wanneer ze op zichzelf staan, geen huis en geen lichaam vormen.

In onze tijd is het zo gemakkelijk om te vergeten hoe afhankelijk we van elkaar zijn. We leven bijna allemaal met een individualistische levensstijl. Ons wereldje is zo belangrijk voor ons geworden dat we elkaar uit het oog dreigen te verliezen. Maar God wil dat we samen zijn tempel, zijn lichaam vormen. Wie dit gaat zien ervaart ook de noodzaak om samen met anderen God te dienen. Dan gaat de kerk weer beantwoorden aan Gods doel.

Wat is de gemeente

We zagen hierboven al dat de plaatselijke kerk een lichaam of tempel is van mensen die geroepen zijn door God om te dienen in een bepaalde omgeving. En wat die roeping inhoud dat kan heel verschillend zijn. Maar als geheel worden we priesters genoemd.

"En jullie worden priester van de HEER genoemd, dienaar van onze God zul je hetenJESAJA 61:6a.

Een priester heeft altijd een dienende taak. Het is altijd Gods verlangen geweest dat er een ‘dienend volk’ op aarde zal zijn. Een gemeenschap dat Gods woord zal verkondigen aan mensen in nood. Dit was Gods doel in het Oude maar ook in het Nieuwe testament. Wij kunnen Gods woord ‘begrijpend voorleven’ aan mensen die Hem niet kennen. Daarin moeten we ons als priesters gedragen. Vgl. EXODUS 19:6.

Dit verlangen van God wordt nu in onze tijd door middel van zijn gemeente uitvergroot. We zijn allemaal nodig, niemand uitgesloten. We zijn allemaal levende stenen en de heilige Geest is het cement dat ons met elkaar verbindt. Toen Paulus van een missie terugkeerde naar de gemeente van Antiochië deed hij verslag wat God gedaan had. En wat in zijn betoog centraal stond was dat God: “voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend” HANDELINGEN 14:27.

De gemeente heeft tot doel om een ‘open deur’ te zijn. Zo is de gemeente niet een monumentaal pand, maar een levend gebouw steeds op zoek naar kansen om de Liefde van Jezus met anderen te delen. Dan zijn we een tempel waarin we God de Vader aanbidden zoals de Bijbel dit zegt.

“Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid” JOHANNES 4:23-24.

De tempel was altijd een plaats om God te aanbidden en offers te brengen. Nu de gemeente een ‘levende tempel’ is, is het heel begrijpelijk dat wanneer wij God aanbidden, dat moeten doen in Geest en Waarheid. Jezus zegt zelf dat; ‘die tijd nú gekomen is’ en dat de Vader op zoek is naar zulke mensen. Begrijpen we Gods verlangen? Door wat de gemeente doet, het uitvoeren van Gods plannen, hierdoor aanbidden we God de Vader. Er is een nieuwe tijd gekomen zegt Jezus, een tijd van ware aanbidding. Die aanbidding is niet alleen een innerlijke aangelegenheid, maar het zal gepaard gaan met het doen van de Waarheid. Die aanbidders zijn mensen die geboren zijn in een Lichaam wat God zich bereidt heeft in de Zoon. Wie zich dit bewust is, bidt ‘in Geest’, dat is God, en ‘in Waarheid’, dat is Jezus. Het gaat er dus nu niet meer om waar aanbeden wordt, in een tempel, of op een berg, maar hoe en Wie aanbeden wordt. Naar zulke mensen is God de Vader op zoek.

Dit geeft ons een heel duidelijk beeld waarom God een gemeente wil van mensen, want God wil bij de mensen wonen. Paulus begrijpt dit als geen ander wanneer hij zegt:

“Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest, die in u woont en die u ontvangen hebt van God, en weet u niet dat u niet van uzelf bent? U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam1 CORINTHIËRS 6:19.

Een gemeente is een gemeenschap van aanbidders. Omdat ze God de Vader en God de Zoon kennen. Die aanbidding kunnen we zichtbaar maken door God eer te bewijzen met ons lichaam. Dit betekent dat wij Gods leefregels niet overtreden. En dat we doen wat past binnen de opdracht die Hij ons gegeven heeft. En Paulus scherpt dit nog wat aan als hij schrijft:

“Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit1 CORINTHIËRS 12:27. LEES OOK DE VERZEN 14-27.

Voor studie ROMEINEN 12:4-5; 1 CORINTHIËRS 12:12; EFEZIËRS 1:22-23; 4:12; KOLOSSENZEN 1:24.

Gemeente zijn ben je met elkaar. Individualistisch christendom bestaat niet. Samen zijn we verantwoordelijk voor elkaar en samen staan we met een opdracht in deze wereld. En een ieder van ons is door God gezegend met gaven en kwaliteiten. Daarmee kunnen we ons dienstbaar opstellen als zorgzame priesters in onze maatschappij. In de Verzen 14-27 zien we het volgende:

  • Elk lid heeft een andere functie - VERS 14-20
  • Niemand kan alleen functioneren - VERS 21
  • De bijdrage van elk lid is belangrijk - VERS 22-24
  • De gemeente functioneert als een eenheid - VERS 25-27

De totale gemeente bestaat uit verschillende culturen met allemaal een andere achtergrond. Dat probleem kwam Paulus ook tegen in de gemeente van Corinthe. Maar hij wijst erop dat deze verschillen ons nooit mogen verdelen. Verdeeldheid is de doodsteek voor elke gemeente. Daar waarschuwt Paulus ons voor. Wij mogen verschillen, maar dan wel in éénheid. We hebben een gezamenlijk doel en daartoe zijn we ook met één en dezelfde heilige Geest gedoopt. Als kinderen van God mogen we verschillende interesses hebben zolang we maar hetzelfde doel nastreven. Daarom benadrukt Paulus ook dat elk wedergeboren christen belangrijk is voor God en de gemeente. Daarom kunnen we ook niet zeggen; ‘ik ben niet belangrijk’. Door een onderdeel te verwijderen gaat het lichaam als geheel erop achteruit. Iedereen is belangrijk. Denk nooit de gave van die ander is belangrijker dan die van mij. Kijk nooit neer op dingen die onbelangrijk lijken. Jaloersheid ontmantelt ons geloof. Laten we Gods gaven niet verwaarlozen maar laat het talenten zijn in handen van onze Rentmeester Jezus Christus, en leren om zelf ook goede rentmeesters te zijn.

De functie van de kerk

Handelingen twee geeft ons een geweldig goed voorbeeld. Hierin lezen we over het hoe en wat van Gods handelen. Maar ook over de ‘bruikbaarheid’ van de gelovigen. Als één grote familie gingen ze met elkaar om. Dat laat zien wat de functie van de kerk moet zijn. Een bruikbare gemeenschap van mensen die er willen zijn voor elkaar en voor die ander. En wat de resultaten hiervan zijn kunnen we lezen in HANDELINGEN 2:41-47. Daar zien we een gemeenschap ontstaan op basis van Jezus volmaakte Offer. Door de bruikbaarheid van de gelovigen kon God grote dingen doen. En het moet dan ook enorm bemoedigend voor hen zijn geweest dat door hun gehoorzaamheid aan God, 3000 mensen tot geloof kwamen. Deze nieuwe christenen werden onderwezen en leerden op hun beurt om samen te bidden en iets te beteken voor anderen. Zo groeide er een gemeenschap van gelovigen in Jeruzalem en omstreken.

Dat dit ook spanningen met zich meebracht is heel goed te begrijpen. De gelovige Joden bleven in het begin gewoon naar de Synagoge gaan om God te aanbidden en te leren uit de thora. Voor hen was de boodschap van Gods liefde in Jezus Christus de vervulling van wat ze kenden aan profetieën uit het Oude Testament. De Joodse christenen scheiden zich dus niet af en dat gaf op den duur problemen met de Joodse gemeenschap die Christus niet aanvaard hadden en Jezus als Messias afwezen. Dit maakte dat de eerste christenen niet meer welkom waren in de Synagoge. Ze werden de kerk uitgezet zouden we kunnen zeggen. Dat maakte dat ze bij elkaar thuis samenkomsten hielden om te bidden en alles te delen.

Laat me een aantal dingen noemen die opvallen in die gemeenschap van gelovigen.

Degenen die zijn woorden aanvaardden:

  • Lieten zich dopen
  • Bleven trouw aan het onderricht
  • Vormden met elkaar een gemeenschap
  • Vierden het avondmaal
  • Wijden zich aan het gebed
  • Hadden alles gemeenschappelijk
  • Verkochten al hun bezittingen
  • Verdeelden de opbrengst onder de armen
  • Kwamen trouw en eensgezind samen
  • Gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud
  • Ze loofden God
  • Stonden in de gunst bij het hele volk
  • En God breidde hun aantal dagelijks uit

Ondanks dat ze niet meer welkom waren in de Synagoge zochten ze elkaar thuis op om handen en voeten te geven aan hun geloof. Ze begrepen dat ze elkaar nodig hadden om te groeien in hun relatie met Jezus en God de Vader. Zo leerden ze om een gezonde gemeenschap te zijn. Een dergelijke gemeenschap heeft natuurlijk een aantrekkingskracht op de omgeving. Dat zien we dan ook duidelijk in de rest van de verhalen in de Handelingenbrief. Hun aanbidding, de broederliefde en de bereidwilligheid om te getuigen maakte hen tot een aanstekelijke gemeenschap. En deze gemeentelijke groei is geheel in overeenstemming met de zendingsopdracht waartoe Jezus ons toe oproept.

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereldMATTHÉÜS 28:19-20.

Deze laatste woorden van Jezus zijn van groot belang voor het ontstaan en voor de verdere groei van Gods kerk wereldwijd. Het zijn Jezus’ laatste instructies, en hiermee moesten ze op weg gaan. Het was een wereldwijde opdracht, om alle mensen te bereiken met de boodschap dat Jezus Heer is over alles wat leeft. Wie Jezus als Heer belijdt treft die boodschap. En voor de uitvoering hiervan heeft God ons allemaal verschillende gaven gegeven. Was Jezus een politiek of militair leider? De Discipelen hadden dit wel gehoopt. Maar Jezus was meer dan dat, Hij was een geestelijke Koning en Heer, die wil regeren in harten van mensen om hen te verlossen van het kwaad en hun zonden. Het is Zijn verlangen dat Hij in onze harten kan regeren om samen Zijn kerk te zijn.

Paulus werd, nadat hij tot bekering was gekomen, door God ingezet en heeft veel gemeenten mogen stichten. Omdat hij veel gemeenten heeft ‘geboren zien worden’, heeft God hem op een bijzondere manier gebruikt om de gelovigen te onderwijzen. Een voor deze studie belangrijk gedeelte vinden we in de brief aan de EFEZIËRS HOOFDSTUK 4:11-16. Daar gaat Paulus verder met een voor ons heel belangrijk stuk onderricht. Daar leert hij dat de heilige Geest ons speciale gaven geeft om bij te dragen aan de opbouw van Gods gemeente. Door inzet en met gebruik van gaven mogen we de mede gelovigen waar ook ter wereld dienen. Daarom is het zo belangrijk om inzicht te hebben in wat je gaven zijn. Dan ontdek je dat er altijd gelegenheden zijn om anderen te dienen. Soms laat God ons dit op een heel bijzondere wijze zien.

Weten dat de kerk een belangrijke functie heeft laat ook zien dat wij een enorme verantwoordelijkheid dragen om functioneel te zijn in Gods koninkrijk. Onze kwaliteiten moeten erop gericht zijn om discipelen te maken. Dat betekent dat we ons geloof moeten praktiseren doormiddel van prediking, besturen, onderwijs, aanbidden, zending, geven, enz. Dit kunnen we onmogelijk alleen doen daar hebben we elkaar voor nodig. Daarom is het zendingsbevel ook aan alle gelovigen gegeven. Want, om de dingen alleen te doen, zal ons uiteindelijk alleen maar ineffectief maken. Je hebt nu eenmaal nodig om gecorrigeerd, bemoedigd en onderwezen te worden. Het is te allen tijde een ‘gezamenlijke’ opdracht.

Lees maar wat Paulus zegt:

“En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus.

Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen.

Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde” EFEZIËRS 4:11-16.

Voor studie 1 CORINTHIËRS 12:26; 14:26; EFEZIËRS 1:17; KOLOSSENZEN 2:2-3; 1 CORINTHIËRS 14:20; EFEZIËRS 6:11.

De functie van de kerk is om zowel intern als extern bezig te zijn met zaken die het koninkrijk van God opbouwen. Wees niet bang om fouten te maken, want die maak je toch wel. Laat daarom je groei is erop gericht zijn om volmaakt te worden in Hem. Uit onszelf kunnen we dit niet worden. Accepteer het maar dat anderen het soms veel beter kunnen dan jij. Bij te dragen in de noden van anderen is veel beter dan je hieraan te storen. Want in de kern zijn we allemaal gelijk, allemaal dezelfde stenen die door God worden gebruikt tot de bouw van een geestelijk huis. Lees maar wat Petrus ons hierover schrijft:

“U moet zich door God laten gebruiken als levende stenen, waarmee Hij Zijn geestelijk huis bouwt. En dat niet alleen, u bent ook de heilige priesters die door Jezus Christus zo veranderd werden, dat zij God geestelijke offers kunnen brengen, die voor Hem aanvaardbaar zijn” 1 PETRUS 2:5 HB.

Voor studie EFEZIËRS 2:21; 1 TIMÓTHEÜS 3:15; OPENBARING 1:5b-6.

Het mooie van het ‘gebruikt worden’ door God is dat wij steeds meer het Karakter van God gaan weerspiegelen. Dan kunnen anderen zien dat wij veranderde mensen zijn. Het dienen van God maakt ons, hoe dan ook, tot andere mensen. Dan moeten we niet zonodig getuigen nee, dan zijn wij getuigen.

Hoe functioneer jij in de kerk?

Ik kom nog even terug op EFEZIËRS 4:12 GNB:

“Zo worden degenen die God toebehoren toegerust om hem te dienen en het lichaam van Christus op te bouwen”.

Hier zien we drie stadia van groei die iedere christen altijd zal doormaken. Het is een groei die nodig is om met elkaar gemeente te zijn. Zonder toerusting zullen we niet kunnen dienen en zonder dienstbaarheid zullen wij geen Kerk kunnen bouwen.

Toerusting

Je toerusten is; leren en waarnemen. Het zijn twee begrippen die ons helpen inzicht te krijgen in het plan dat God met ons leven en met dat van de gemeente heeft.

Leren is dan: dat je anders wordt of iets je eigen maken.

Waarnemen is dan: zien, opmerken, in acht nemen, benutten, de gelegenheid aangrijpen.

Het allerbelangrijkste in dit proces is dat je voorrang zult geven om je te onderwerpen aan onderwijs. Dit zal te allen tijde een ander mens van je maken. Je zult kennis hebben om te weten hoe en waar je God en anderen kunt dienen. In dit hele proces mag je schuilen in de woorden van MATTHÉÜS 11:28-30:

“Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht”.

Dienstbaarheid

Dit wil zeggen, ‘dienstbaar aan’. Het heeft alles te maken met je werk in de gemeente. Het betekent ook deelnemen aan dat wat God wil. Dat je jezelf ondergeschikt maakt aan de wil van God. Zo kun je groeien en deelnemen aan Gods plannen en zul je groeien in je bediening en in je taak. Jacobus wijst ons terecht met de volgende woorden:

“Alleen horen is niet genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. Want wie de boodschap hoort maar er niets mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: hij ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. Wie zich daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel, juist om wat hij doet” JAKOBUS 1:22-25.

Voor studie MATTHÉÜS 7:24; 12:50; LUCAS 6:46-49; JOHANNES 13:17; 2 CORINTHIËRS 3:17-18; GALATEN 5:1; JACOBUS 2:12; 1 PETRUS 2:16.

Jacobus zegt hier dat weten alleen niet voldoende is. Het stelt eigenlijk niets voor. Maar het doen in het licht van wat je weet, dat brengt vruchten tot stand. De eigenlijke boodschap van Jacobus is; ‘ontdek de mogelijkheden om te leven en te handelen naar Gods wil’. ‘Ga nu eens leven zoals God het bedoelde toen Hij jou schiep’. Hij roept ons op om werkelijk deel te nemen, zodat je kunt groeien in de taken die God voor een ieder heeft.

Op te bouwen

Niets is mooier dan te zien hoe je samen gemeente kunt zijn. Hoe je met elkaar mag deelnemen aan taken en bedieningen waardoor de gemeente gebouwd wordt. Dit proces is voortdurend in ontwikkeling. De ouderen delen hun kennis en ervaringen met de jongeren. Zo ontstaat er een kringloop van kennis die noodzakelijk is om gemeente te kunnen zijn. Leiding geven en leiding ontvangen is de centrale spil voor gemeente groei, zowel intern als extern. Wie bereid is om taken op zich te nemen zal groeien en leren om die kennis weer over te dragen aan anderen. Paulus wijst Timótheüs op het feit dat het delen van wijsheid groei voortbrengt.

“Mijn kind, wees sterk door de genade van Christus Jezus. Geef wat je in aanwezigheid van velen van mij hebt gehoord, door aan betrouwbare mensen die geschikt zijn om anderen te onderwijzen2 TIMÓTHEÜS 2:1-2.

Voor studie EFEZIËRS 3:16; 6:10; KOLOSSENZEN 1:10-11; 1 CORINTHIËRS 15:3-7; 2 TIMÓTHEÜS 2:13.   

Het doorgeven van Gods geopenbaarde waarheid zal een voortdurende groei teweeg brengen. We zullen moeten leren om elkaar toe te rusten in Bijbels onderwijs. Ons geloof is niet af wanneer we veel weten, dan begint het pas. Deel het maar met je geloofsgenoten zegt Paulus tegen ons. Zo maken we Discipelen in de geest zoals Jezus ons dit heeft opgedragen met de woorden; ‘Maakt al de volken tot mijn discipelen’.

Tot slot

Hoe vinden wij een gemeente waar we op onze plaats zijn? Een plaatselijke gemeente ligt het meest voor de hand, maar past niet altijd bij je geestelijke identiteit. Vraag dus aan God welke gemeente voor jou de beste keus is en bidt dit in de geest van JACOBUS 1:5.

En let ook op zaken als:

  • Komen de gemeentelijke kwaliteiten overeen met de Bijbelse feiten.
  • Is er ruimte voor getuigenissen. Vgl. MATTHÉÜS 7:20; HANDELINGEN 2:47.
  • Is er voldoende Bijbels onderwijs en erkent men de Bijbel als Gods onfeilbare Woord? Vgl. TITUS 1:9.
  • Is er aandacht voor de noden van anderen? vgl. HANDELINGEN 6:1-7; 17:10-12.
  • Worden er zendelingen uitgezonden en onderhouden? Vgl. HANDELINGEN 13:1-3.
  • Misschien zie je zelf nog andere punten waar jou gemeente aan moet voldoen.

Maar let op er zijn ook valkuilen. Onbewust kun je op zoek zijn naar de ‘volmaakte gemeente’. Maar dat zou verspilling van tijd en energie zijn, want volmaakte gemeenten bestaan niet. Gezamenlijk zijn we op weg om te groeien naar het volmaakte beeld Jezus Christus.

“Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde1 CORINTHIËRS 13:10-13.

Ik wens je Gods zegen