Dit hoofdstuk geeft ons niet veel nieuwe informatie. Paulus doet de groeten aan een groot aantal mensen te Rome. Enkele daarvan kennen wij uit andere bijbelgedeelten. De meeste zijn ons onbekend.

Groeten

Wat wel opvalt is, dat Paulus, die op zoveel plaatsen kwam, zoveel mensen bij name kende. En dat niet alleen; hij had ook een persoonlijke relatie opgebouwd met deze mensen in Rome. Dat getuigt van een grote persoonlijke betrokkenheid bij de gemeenschap van gelovigen, waardoor hij de behoefte voelt om hen allen bij name te groeten. Dus niet zoals wij vaak gewoon zijn: “Doe ze allemaal de groeten”. Hij toont hier zijn herderlijke zorg.

Lezen - ROMEINEN 16:1-16

“Ik beveel Febe, onze zuster, [tevens] dienares der gemeente te Kenchreeën, bij u aan, dat gij haar ontvangt in de Here op een wijze, de heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend.

Groet Prisca en Aquila, mijn medearbeiders in Christus Jezus, mensen, die voor mijn leven hun hals gewaagd hebben. Niet ik alleen ben hun dankbaar, maar ook al de heidengemeenten.
Groet insgelijks de gemeente bij hen aan huis.
Groet mijn geliefde Epenetus, de eersteling voor Christus uit Asia.
Groet Maria, iemand, die zich veel moeite voor u heeft gegeven.
Groet Andronikus en Junias, mijn stamgenoten en medegevangenen, mannen onder de apostelen in aanzien, die reeds vóór mij in Christus geweest zijn.
Groet Ampliatus, mijn geliefde in de Here.
Groet Urbanus, onze medewerker in Christus, en mijn geliefde Stachys.
Groet Apelles, die in Christus beproefd gebleken is.
Groet hen, die behoren tot de kring van Aristobulus.
Groet mijn stamgenoot Herodion.
Groet hen, die behoren tot de kring van Narcissus, die in de Here zijn.
Groet Tryfena en Tryfosa, vrouwen, die zich moeite gegeven hebben in de Here.
Groet de geliefde Persis, die zich veel moeite gegeven heeft in de Here.
Groet Rufus, de uitverkorene in de Here, met zijn moeder, die ook voor mij een moeder is.
Groet Asynkritus, Flegon, Hermes, Patrobas, Hermas, en de broeders bij hen.
Groet Filologus, en Julia, Nereus met zijn zuster, en Olympas, benevens al de heiligen, die bij hen zijn.

Groet elkander met de heilige kus. U groeten al de gemeenten van Christus".

Persoonlijke banden

In wat grotere kerken en geloofsgemeenschappen bestaat het gevaar dat het elkaar kennen geen hoge prioriteit krijgt. Veel mensen hebben niet echt het besef dat het hebben van broeders en zusters, net als in een gezin, een band van onderlinge liefde en zorg inhoudt. Wanneer het verlangen naar een meer persoonlijke gemeenschap ontbreekt kun je de liefde van Christus die je samenbindt niet ten volle ervaren.

Wanneer je de ander niet wat meer persoonlijk kent kun je ook niet echt meeleven met zijn of haar vreugde, zorgen of verdriet en wordt het woord “gemeenschap” een holle klank. Ook wanneer Paulus ons oproept om elkaar op te bouwen, te bemoedigen en te vermanen is daarvoor noodzakelijk dat wij elkaar persoonlijk leren kennen. Zo alleen kunnen wij weten wie de ander is, wat hem of haar beweegt en wat de ander nodig heeft.

Paulus heeft veel van die persoonlijke contacten in Rome en voelt zich kennelijk met hen verbonden. Hij doet ze allemaal stuk voor stuk de groeten. Uit dit gedeelte blijkt, dat er ook in Rome verschillende kringen van gelovigen zijn. Paulus noemt met name de kring van Aristobulus en de kring van Narcissus, maar ook in de VERZEN 14-15 lezen we over groepen gelovigen en heiligen.

Over enkele mensen weten we iets meer

Phebe wordt door Paulus in VERS 1: “onze zuster, tevens dienares der gemeente te Kenchreae” genoemd. Kenchreae was een havenstad van Korinthe. Paulus liet daar zijn haar afscheren vanwege een gelofte. Mogelijk heeft Phebe de brief van Paulus van Korinthe naar Rome gebracht. Paulus vertelt, dat Phebe veel mensen en ook hem persoonlijk heeft bijgestaan. Misschien moeten wij het woord dienares als diacones uitleggen. Het kan echter ook zijn dat zij haar huis voor de gemeente openstelde. In elk geval vraagt Paulus aan de gemeente te Rome om haar hartelijk en waardig te ontvangen.

Prisca, die we ook kennen als Priscilla (HANDELINGEN 18:2) en haar man Aquila lagen Paulus eveneens na aan het hart. Toen Paulus vanuit Athene in Korinthe aankwam kwam hij in contact met Aquila en Priscilla. Ze waren Joden die Rome hadden moeten verlaten omdat alle Joden op bevel van keizer Claudius uit Rome moesten vertrekken. Zij waren net als Paulus tentenmakers van beroep en kennelijk verdiende Paulus zijn brood door met hen samen te werken. Maar ze waren ook zijn medearbeiders voor het evangelie. Het waren mensen die zelfs hun leven voor Paulus hadden gewaagd (zie VERS 3)

Uit HANDELINGEN 18:18 blijkt, dat zij met Paulus meegegaan zijn op zijn reizen, onder andere naar Efeze. Vandaar ook de opmerking, dat niet alleen Paulus hen dankbaar is, maar ook al de heiden-gemeenten. Toen de vervolging voorbij was keerden Aquila en Priscilla weer terug naar Rome en vormden een huisgemeente.

Dat een christen samen met anderen in de dienst van de Heer staat is niet alleen gezellig. Het geeft ook de mogelijkheid elkaar te bemoedigen en te corrigeren. Wijk- en huiskringen zijn daarbij prachtige mogelijkheden om elkaar persoonlijk beter te leren kennen. De verschillende gaven in de gemeente kunnen elkaar aanvullen en het is ook mogelijk om samen in het gebed te strijden om doelen te bereiken of tegenslagen te overwinnen.

Rufus komen we in VERS 21 tegen. Dit zou een zoon van Simon van Cyrene kunnen zijn. Wanneer dat zo is, dan zou het gedwongen kruisdragen voor zijn gezin tot een zegen zijn geworden. We weten verder echter niets over deze Rufus.

De heilige kus

In VERS 16 lezen we over het groeten met de heilige kus. De heilige kus was het symbool van de christelijke liefdesgemeenschap. In het Oosten was die wijze van afscheidsgroet niet vreemd. Lees HANDELINGEN 20:37-38 NBV.

“Niemand kon zijn tranen bedwingen. Allen vielen ze Paulus om de hals en kusten hem. Ze waren vooral zo ontdaan omdat hij gezegd had dat ze hem niet terug zouden zien. Toen deden ze hem uitgeleide naar het schip”.

In verschillende brieven lezen wij over de heilige kus, maar toen de gemeenten groter werden raakte deze gewoonte buiten gebruik. Dat al de gemeenten van Christus de groeten deden aan de gemeente te Rome wijst nog eens op de verbondenheid die er tussen deze gemeenten bestond. Het was niet een kwestie van ieder voor zich. Daarmee is het een voorbeeld voor alle gemeenten van Christus om de band met elkaar niet te verwaarlozen, maar bij elkaar betrokken te blijven.

Waarschuwing en lofzegging

Lezen - ROMEINEN 16:17-27

“Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen. Want zulke lieden dienen niet onze Here Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoonklinkende en vrome taal de harten der argelozen. Want uw gehoorzaamheid is bij allen bekend geworden. Over u verblijd ik mij dus, doch ik wil, dat gij niet alleen wijs zijt tot het goede, maar ook onbesmet van het kwade. De God nu des vredes zal weldra de satan onder uw voeten vertreden. De genade van onze Here Jezus zij met u!

Mijn medearbeider Timotheüs en mijn stamgenoten Lucius, Jason en Sosipater, groeten u. Ik, Tertius, die de brief op schrift gebracht heb, groet u in de Here. Gajus, wiens gastvrijheid ik en de gehele gemeente genieten, laat u groeten. U groet Erastus, de stadsrentmeester, en Quartus, de broeder. [De genade van onze Here Jezus Christus zij met u allen. Amen.]

Hem nu, die bij machte is u te versterken – naar mijn evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring van het geheimenis, eeuwenlang verzwegen, maar thans geopenbaard en door profetische schriften volgens bevel van de eeuwige God tot bewerking van gehoorzaamheid des geloofs bekendgemaakt onder alle volken – Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen”.

Tegenstanders van het evangelie van Jezus Christus

In de VERZEN 17-20 waarschuwt Paulus voor mensen die een gevaar vormen voor de gemeente. Het zijn vooral de Judaïsten die hij voortdurend moet bestrijden. Zij veroorzaken blijkbaar onenigheden in de gemeente en zijn aanleiding voor allerlei verleidingen. Deze mensen legden veel nadruk op het leven naar de wet. Hun woorden klonken mooi en vroom, maar zij dienden alleen hun eigen belang. (hun eigen buik).

In 1 THESSALONICENZEN 2:15-16 vinden wij ook een vrij felle reactie tegen de Joden, die God niet behagen en tegen alle mensen ingaan, daar zij ons verhinderen tot de heidenen te spreken tot hun behoud.

Verder lezen we in GALATEN 6:12-13

“Allen die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij die zich laten besnijden houden zelf niet eens de wet, doch zij willen dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Ze doen het uit eigen belang”.

In FILIPPENZEN 3:18-19 schrijft Paulus in de zelfde geest. (hun God is de buik, hun eer stellen ze in hun schande.) Het ziet er naar uit, dat het om soortgelijke dingen gaat als in de Romeinenbrief, hoewel hij het in deze verzen niet over de Joden heeft, maar over gelovigen in het algemeen die vijanden van het kruis zijn geworden.

In deze gedeelten vinden we iets van de strijd die Paulus moest voeren tegen de misstanden die zich in de gemeenten voordeden.

In VERS 19 bevestigt Paulus de woorden die hij ook aan het begin van zijn brief heeft geschreven, n.l. dat in de hele wereld werd gesproken over het geloof van de mensen in Rome. Hij wil hen niet zo zeer bekritiseren, maar meer bemoedigen en hun aansporen om verkeerde ontwikkelingen tegen te gaan. God zal hen helpen de ‘satan’, d.w.z. in dit verband: de dwaalleraars te overwinnen. Paulus is er zeker van, dat deze judaïsten op korte termijn het onderspit zullen delven. Met een zegenbede sluit Paulus zijn brief af: “de genade van onze Here Jezus zij met u” VERS 20b.

Dan voegt hij er toch nog iets aan toe. Hij doet nog de groeten van Timótheüs, zijn medewerker in de dienst van het evangelie. Paulus noemt Timotheüs in de eerste brief aan Timotheüs: “mijn waar kind in het geloof”. In zijn tweede brief spreekt hij van “mijn geliefd kind”. E.e.a. zegt veel over de relatie die er tussen hen bestond.

Dan volgen er nog meer groeten. Ook Tertius die voor Paulus de brief op papier heeft gezet doet hen de groeten.

Dan volgt Gajus, mogelijk de zelfde die we in HANDELINGEN 20:5 ontmoeten, waar hij ook samen met Timótheüs wordt genoemd . Die Gajus was afkomstig uit Derbe. Duidelijk is, dat Gajus een grote woning bewoonde en in goeden doen was. Hij verleende namelijk gastvrijheid aan Paulus en aan de hele gemeente.

We kennen ook een Gajus als een Macedonische christen en metgezel van Paulus, die bij het oproer van de zilversmeden te Efeze, samen met Aristarchus door de woedende gemeente naar het theater werd gesleept. Zie HANDELINGEN 19:29. In beide gedeelten wordt een Aristarchus in zijn gezelschap aangetroffen, wat erop zou kunnen duiden, dat het om dezelfde Gajus gaat.

Vervolgens wordt Erastus, de stadsrentmeester genoemd. Over Erastus lezen we in HANDELINGEN 19:21-22. Hij ging toen met Timotheüs naar Macedonië en het zou wel eens kunnen zijn, dat zij de gaven hebben ingezameld voor de gemeente te Jeruzalem waarover ook in ROMEINEN 15:25-28 wordt gesproken. Erastus bekleedde een hoog ambt in Korinthe. Hij was zoiets als beheerder van de stedelijke financiën. Hij was een vriend en helper van Paulus, een christen die bekenden had in Rome. Paulus noemt hem ook nog eens in de tweede brief aan Timótheüs. Ongetwijfeld heeft hij veel voor Paulus betekent.

Vanaf VERS 24-27 eindigt de brief met opnieuw de zegenbede zoals in VERS 20, gevolgd door een bemoediging en een lofprijzing.

Het begin van VERS 25 EN 27 horen bij elkaar. Er staat dan:

“Hem nu, die bij machte is u te versterken - Hem, de alleen wijze God, zij, door Jezus Christus, de heerlijkheid in  alle eeuwigheid! Amen”.

De rest is een tussenzin waarin Paulus in een paar verzen samenvat wat hij in deze brief zo graag heeft willen beklemtonen, namelijk, dat met de komst van Jezus Christus de boeken van het Oude Testament hun eigenlijke geheim hebben prijsgegeven. Alle profetieën wezen al heen naar de Christus. Maar op bevel van God is nu onder alle volken bekend gemaakt, dat God zich niet alleen over de Joden heeft ontfermd, maar dat Hij van meet af aan zijn liefde ook wilde bekendmaken aan de Heidenen. De eigenlijke boodschap van het Oude Testament komt nu in de apostolische prediking en met name die van Paulus tot alle Joodse en Heidense volken en roept hen op om God te dienen, door het geloof in Jezus Christus. Een prachtige afronding van het thema van de brief:

“Het evangelie is een kracht Gods voor een ieder die gelooft”.

Vragen:

  • Ken je veel mensen in de kerk of geloofsgemeenschap waartoe je behoort wat meer persoonlijk? Zo ja, hoe is je dat gelukt? Zo neen, waarom niet?
  • Waarom is het belangrijk om de mensen van de gemeente persoonlijk te kennen?
  • Waaruit komt het verlangen voort om God steeds beter te leren kennen? Zie PSALM 18:2-3; 116:1; 27:4. Welke mogelijkheid heeft God ons gegeven om Hem echt te leren kennen? Zie JOHANNES 1:18; 8:19; ROMEINEN 1:19-20.
  • Paulus had een bijzondere band met zijn geloofsgenoten in Rome hoewel hij er niet woonde. Ervaar je die verbondenheid in Christus zelf wel eens wanneer je b.v. tijdens je vakantie in een andere plaats naar de kerk gaat? Wat betekent dat voor je?
  • Er zijn kennelijk ook in de gemeente te Rome mensen die in afwijking van de goede leer onenigheden en verleidingen veroorzaken. Komen er in onze tijd binnen de gemeente van Christus ook onenigheden en verleidingen voor? Welke? Wat kun je daar tegen doen?
  • Paulus ondervond veel steun van diverse broeders en zusters. Zijn er christenen die voor jou persoonlijk veel betekenen? Kun je aangeven waarom? Wat zijn hun kenmerken?
  • Wat is de waarde van mensen die naast je staan in het uitvoeren van je taak in de gemeente of kun je het net zo goed alleen met Christus?
  • Het evangelie is een kracht Gods voor een ieder die gelooft. Ervaar je die kracht regelmatig, zo ja in welke situaties merk je dat?

F. van der Werf.