Psalm 8

Stel, je gaat niets vermoedend naar een geweldig concert. Je hebt kaarten gekocht en er maandenlang naar toe geleefd. Maar bij de ingang wordt je tegengehouden, je mag niet naar binnen. Hoogst verontwaardigt vraag je naar de reden. Maar je moet het met de mededeling doen dat er ‘iemand’ op je wacht die tekst en uitleg zal geven.

Nou die zal ik eens even de waarheid zeggen, denk je bij jezelf. Kaarten gekocht en dan niet naar binnen? Wat denken ze wel. En terwijl jij je nog staat op te winden komt er een buitengewoon vriendelijke man naar je toe. En met een ontwapenende glimlach nodigt hij je uit om verder te komen. Stom verbaast volg je de man en voor je het weet zit je op de mooiste plek. Al je boosheid smelt als sneeuw voor de zon en je beleeft de avond van je leven. Hier had je niet op gerekend. Wat een verrassing. Verbazingwekkend!

Een dergelijk gevoel krijg ik bij het lezen van deze prachtige psalm. Het is een geweldige tegenstelling bij de menselijke gevoelens. Want wat is de mens, vergeleken bij die grote Almachtige God? Een klein nietig wezen. En toch, bij het lezen van deze psalm, verdrink ik haast in de verwondering over het feit dat God naar ons heeft omgezien. Hij heeft aan ons gedacht. Stel je voor, jij krijgt Zijn speciale aandacht. Nou dat kun je bijna niet behappen.

Dit doet me denken aan het scheppingsverhaal. Waar God alles heeft gemaakt wat wij kunnen waarnemen. De zon de maan en de sterren. De groene dalen de besneeuwde bergtoppen. De bloemen en al de bomen. En dan nog al wat er verder leeft. Het is eigenlijk één groot schouwspel van Zijn vermogen om te scheppen. Het is een grote manifestatie van God, om te laten zien aan engelen en machten hoe spectaculair en machtig Hij is. En als het bijna voltooit is komt er nog een geweldig optreden van Zijn kunnen. Een Goddelijk slotakkoord. Want het is nog niet compleet. Er ontbreekt nog wat. En temidden van dat grote spektakel van verbazingwekkende scheppingsdaden zegt God: “Laat Ons mensen maken.” GENESIS 1:26

Laat Ons mensen maken. God vervolmaakte Zijn schepping met de mens. Niet zomaar een mens? Nee, een mens naar “Zijn beeld en gelijkenis." Of dat bijzonder is? Verbazingwekkend bijzonder. En God leidt de mens binnen in de goddelijke schouwburg, in Zijn schepping. Kijk eens wat Ik allemaal gemaakt heb. Dit heb Ik speciaal voor jou gemaakt, wat vindt je ervan?

Ik denk dat Adam en Eva fantastisch genoten hebben, van al het moois wat God zo creatief tot stand had gebracht. Ze werden binnen geleid als ‘bijzondere gasten’ in Gods schouwburg. En ze kregen een ereplaats helemaal vooraan. Maar bleven ze toeschouwers? Nee, God maakte hen deelgenoten van Zijn werk. Ze mochten heersen over alles wat God scheppende tot stand had gebracht. Hij vertrouwde Zijn schepping toe aan de mens. De mens mag over dit alles heersen. Verbazingwekkend.

Dat moet ook de herinnering van David zijn geweest. Hij begint en eindigt deze psalm dan ook door te zeggen: “HEER, onze Heer, hoe machtig is uw naam op heel de aarde.” En tussen het begin en het eind van deze psalm, ligt Davids verbazing opgesloten over het feit, dat de mens welkom was in Gods schepping. Geweldig toch, te weten dat je welkom bent in deze wereld? Specialer kan het niet.

Zo zijn ook wij getuigen van wat God allemaal gemaakt heeft. Wij mogen Zijn grote daden verkondigen. En deze verkondiging, dat getuigenis, zal Gods tegenstander en zijn trawanten het zwijgen opleggen. David zegt het zo: “met de stemmen van kinderen en zuigelingen bouwt u een macht op tegen uw vijanden om hun wraak en verzet te breken” VERS 3.

De stem van die nietige mens, is Gods wapen tegen Zijn tegenstander(s). Daar moet je eens over na denken. God heeft die nietige mens een geweldig wapen gegeven en dat is de belijdenis hoe geweldig God is. Dat Hij regeert over al wat leeft. De mens mag proclameren dat Zijn daden ongeëvenaard zijn. Dat Hij in voor én tegenspoed betrokkenheid zal betonen. Wie je ook bent, wat je problemen ook zijn, God wil Zijn getuigenis in jouw mond leggen. En dan kun je net als David zeggen: ‘dank U, dat U aan mij gedacht hebt.’ Zo zal er voor altijd een erkenning zijn van Gods aanwezigheid in de schepping.

Paulus onderkent dit ook wanneer hij schrijft: “We leven wel in deze wereld, maar vechten niet met de wapens van deze wereld. De wapens waarmee wij ten strijde trekken dienen niet ons eigen belang, maar zijn er om met hun kracht bolwerken te slechten voor God. We halen spitsvondigheden neer en iedere verschansing die wordt opgetrokken tegen de kennis van God, we maken iedere gedachte krijgsgevangene om haar aan Christus te onderwerpen.” 2 CORINTHIËRS 10:3-5

We kunnen niet om Hem heen. Hoe je ook over God denkt en welke vragen er ook onbeantwoord blijven, Hij is er. Hij heeft ons een plekje gegeven in die Goddelijke creatie van Hem. En in die schepping heeft God Zich geopenbaard. Hij laat Zich zien in Zijn werken. Zo weten we dát Hij er is. Paulus zegt: “Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn.” ROMEINEN 1:19-20

Jammer dat er zoveel mensen zijn, die met hun verstandelijk vermogen proberen aan te tonen, dat God niet bestaat. Hoe gaat God hier mee om en wat is Zijn antwoord? “Met de stemmen van kinderen en zuigelingen” zal Hij ze te woord staan. Moeten we dit hier nu letterlijk opvatten? Of moeten we hier denken aan de volgelingen van Jezus, die een ‘kinderlijk geloof’ hebben? Toen ik hier over nadacht moest ik denken aan de volgende uitspraak: ‘Kinderen en dwazen schrijven waarheid op deuren en glazen.’ Zo is het ook met Gods kinderen, die zijn in staat om op een ontwapende wijze, geleidt door ‘Woord en Geest’, de vijand het zwijgen op te leggen. Het kinderlijke geloof bezit meer kracht dan het verstandelijke geloof. Er zijn soms maar kleine dingen nodig, om grote problemen op te lossen. Een speldenprik is al voldoende om een heel grote ballon kapot te prikken.

David heeft de schepping aanschouwd en kwam tot de overtuiging dat het Gods werk was. En door dit inzicht zegt hij: “Wat is dán de mens dat Gij acht op hem slaat.” VERS 5 WILLIBRORD VERT. Ineens beseft David het en zegt: ‘hoe is het mogelijk dat U dán nog aan ons denkt. Dat U acht op me slaat. Uit dit gegeven mogen we concluderen dat God over Zijn schepping waakt. Hij blijft betrokken bij Zijn schepping, bij jou en mij. Hij slaat acht op ons. Wat een genade! En de tegenstelling tussen ‘wat is dan de mens’ en het feit dat we ‘bijna goddelijk zijn’ is dan ook geweldig groot. Die nietige mens als drager van Gods heerlijkheid die mag heersen over het werk van Zijn hand. Het is dan ook onvoorstelbaar om te zien waartoe de mens allemaal in staat is. En het begrip ‘bijna goddelijk’ heeft in de loop der tijd, een voor ons wel heel akelige invulling gekregen. De Goddelijkheid die de mens met zich mee mocht dragen, werd al heel snel door een list van de satan teniet gedaan. GENESIS 3 En sindsdien heeft de mens zich in alle opzichten mensonterend gedragen. De zondeval heeft meer op haar geweten dan wij met elkaar kunnen bevroeden.

Maar dankzij de Genade in Christus Jezus geopenbaard gloort er weer hoop aan de horizon. Er is voor de mens die in Hem geloofd een nieuwe positie weggelegd. De ‘vernederde mens’ wordt weer in ere hersteld. Dat is ook de conclusie van David. De mens heeft een plaats in Gods schepping. God heeft de mens niet afgeschreven. Ook al kende David de feiten van de zondeval, hij wilde leven, “gekroond met glans en glorie.”

Het besef van zijn eigen nietigheid, deed hem de ogen openen voor die geweldige waarheid. Hij pakte weer terug wat de satan van de mens had afgenomen. Hij wilde weer leven in het oorspronkelijke doel wat God voor de mens bereidt had. David voelde zich zo door God betrokken bij de schepping dat hij het uitriep: “U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd.” VERS 6-7 Die onbeduidende mens was naar Gods beeld en gelijkenis geschapen en kreeg van God zelfs het predikaat mee van “zeer goed.” Verbazingwekkend toch?

Maar is het nu vanzelfsprekend dat alle mensen God verheerlijken? Wordt Zijn Naam overal geprezen? Was dat maar zo, dan zag de wereld er totaal anders uit. Ondanks dit feit zal er uiteindelijk toch een tijd komen dat een ieder zal belijden: “Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga. Alle volken, door u gemaakt, komen en buigen zich, Heer, voor u en prijzen uw naam.” PSALM 86:8-9; ZIE OOK JESAJA 66:23

Maar zover is het nu nog niet. Niet iedereen zit qua godsdienst op dezelfde lijn. Om die reden heeft God zijn Zoon: “voor een korte tijd lager dan de engelen geplaatst.” HEBREEËN 2:7 Gods Zoon werd mens. Hij kwam naar onze wereld om jou en mij te verlossen. Hij was het Lam van God dat Zichzelf opofferde voor onze zonden. Jezus heeft dit alles gedaan om ons straks in een ‘ander schouwspel’ binnen te leiden. Een Hemels spektakel wat haar weerga niet kent. Ook dan zijn we geen toeschouwers maar deelgenoten van de Heerlijkheid van God. Dan zal de wereld verbaasd staan. Dan zal: “elke knie zich buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader. FILIPPENZEN 2:10-11

Dan is Jezus onze Gastheer. En leidt Hij ons binnen in Zijn volmaakte wereld. Dan mogen wij genieten van de wederoprichting aller dingen. VGL. HANDELINGEN 3:21 Dan mogen wij wonen op de nieuwe aarde. En is alle ellende van deze wereld voorgoed voorbij. Dan delen wij in Zijn erfenis. En dan zullen de kinderen Gods met dankbare erkentelijkheid zingen het lied van het lam: “Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Heer, onze God, Almachtige, rechtvaardig en betrouwbaar is uw bestuur, vorst van de volken. Wie zou u, Heer, niet vereren, uw naam niet prijzen? Want u alleen bent heilig. Alle volken zullen komen en zich voor u neerbuigen, want uw rechtvaardige daden zijn geopenbaard.” OPENBARING 15:3-4

Dat noem ik verbazingwekkend. En jij?

Ik wens je Gods zegen