Het woord tuchtroede komt maar één keer voor in de Bijbel en wel in SPREUKEN 22:15. (Vandaar dat hier de Griekse betekenis ontbreekt)

De roede werd door de vader gebruikt om er zijn ongehoorzame kinderen mee te slaan, te tuchtigen. Maar ook gevangenen en veroordeelden werden er mee geslagen. Zie 2 CORINTHIËRS 11:25. De tuchtroede kent maar één doel en dat is de ander tot inkeer brengen. Het doet denken aan ons gezegde ‘wie niet horen wil moet maar voelen’.

In Bijbels opzicht mocht de tuchtroede nooit gebruikt worden als een vergeldingsmaatregel. De nadruk mocht niet liggen op ‘het voelen’ op het ‘bewust pijnigen’ maar op ‘tot andere gedachten brengen’. Dus het leren om de zonde na te laten. Daarom mocht er maar een bewust aantal gekozen slagen gegeven worden. Dit om te voorkomen dat er teveel lichamelijke schade toegebracht zou worden, zodat de veroordeelde door zijn verwondingen geen arbeid meer kon verrichten. Maar het kent ook, en dat is een zeer belangrijk gegeven in de tucht, er mocht geen psychische schade toegebracht worden. De vernedering mocht niet te lang duren. Zie DEUTERONOMIUM 25:1-4. De Willibrord vertaling zegt van VERS 3:

“veertig slagen mag hij hem geven en niet meer. Worden uw broeder meer slagen toegediend, dan zou hij voor uw ogen al te zeer vernederd worden”.

God reageert Zich nooit af op Zijn volk, op zijn kinderen. Daarom mag onze tucht ook geen ‘andere inhoud’ hebben, anders zouden we vervallen aan agressie en daardoor de ander - onze kinderen - bij ons vandaan slaan, inplaats van ze tot inkeer te brengen. Hoe vaak is dat niet letterlijk gebeurd?

Kinderen doen vaak gevaarlijke en dwaze dingen, omdat ze nog niet geleerd hebben welke gevolgen dat soms met zich mee brengt. Gezond verstand en wijsheid worden niet alleen door goede voorbeelden overgedragen, het zal ook duidelijk onderwezen moeten worden. Vgl. DEUTERONOMIUM 6:1-9 en SPREUKEN 3:1-4. De tuchtroede is dan ook een weg tot correctie en discipline, het is een training om op te voeden en te verbeteren. Ouders, maar ook gemeente leiding, moeten de kinderen / gelovigen onderwijzen zodat ze een gezond inzicht krijgen tussen goed en kwaad. Om te zien hoe God ons corrigeert. Vgl. SPREUKEN 3:11-12; 13:24; 23:13-16.

Als we SPREUKEN 22:15 lezen, dan zien we dat het begint met “is dwaasheid vastgehecht in uw hart”. Dwaasheid is meestal het gevolg van niet willen luisteren. Daarom is het goed om te ontdekken hoe dit woord uitgelegd moet worden. Als we het woord ‘dwaas’ horen denken we meestal aan iemand die niet zo intelligent is of gebrek heeft aan gezond verstand.  Maar Oud Testamentisch gezien is er voor deze uitleg geen enkele ruimte.

Het Hebreeuws kent drie woorden voor dwaas of dwaasheid.

Juwelet, onbeschaamd of rebels. Dit komt vaak voor bij opvliegende, kortaangebonden mensen, die snel kwaad of driftig worden. Het staat in contrast met de wijsheid van iemand die langzaam is in het toornig worden. Zie SPREUKEN 14:29 “De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kort aangebonden is, hoopt op dwaasheid”.

Ke sîl, dit woord kent ook een morele inhoud. Het geeft een beeld weer van een obstinaat mens, die volhard in het maken van keuzes die hem uiteindelijk tot de ondergang of vernietiging leiden. Dit soort dwaasheid weigert om de rechte wegen te leren of zich te concentreren op wat goed is. Zie SPREUKEN 23:9 “Spreek niet ten aanhoren van een dwaas, want hij veracht uw verstandige taal”. Met andere woorden, hij verwerpt de vreze des Heren, en staat niet open voor verandering. Een dergelijk mens zal zich niet laten corrigeren.

Nãbal, dit is een soort dwaasheid dat zich richt op de innerlijke geaardheid, gezindheid van de persoon. De naam Nabal betekent letterlijk ‘dwaas’. Zie 1 SAMUËL 25:25 “want zoals zijn naam is, is hij: Nabal heet hij en een dwaas is hij”. Zie ook VERS 3. Deze man ging aan zijn dwaasheid ten onder. Zie ook de VERZEN 37-38. Vgl. ook PSALM 14:1 en 53:1 “de dwaas zegt in zijn hart er is geen God”. Het is dus duidelijk dat het woord ‘dwaas of dwaasheid’ alles zegt over hoe iemand moreel in elkaar zit. Het heeft dus niets te maken of iemand intellectueel is of eenvoudig van verstand. De tuchtroede, de ouderlijke en gemeentelijke discipline, kan iemand van zijn dwaasheid afbrengen zie SPREUKEN 29:15 “Roede en bestraffing geven wijsheid”.