Betekenis: vermaning, een beroep doen op, waarschuwen, vertroosten, overtuigen, bemoedigen, aansporen

Het woord paraklesis en het woord parakaleõ, behoren tot dezelfde woordgroep. Het werkwoord parakaleõ komt meer dan honderd keer voor in het Nieuwe Testament. Deze woordgroep heeft verschillende betekenissen. De meeste nadruk ligt echter op het vermanen, het oproepen en aansporen om door te gaan in het geloof, het waarschuwen om het geloof niet te verliezen. De meeste betekenissen kennen een vorm van tucht. De hele Bijbel is eigenlijk een ‘paraklesis’. Een grote aansporing, een vermaning en bemoediging, met als doel; de gelovigen te versterken en te zorgen dat niemand de genade van God verliest in het leven.

Enkele voorbeelden:

“Wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft, in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid” ROMEINEN 12:8.

Het hier gebruikte woord ‘vermaant en vermanen’, wijst op het uitvoeren van herderlijke taken met als doel; de gemeente te zeggen hoe ze moet leven in deze wereld. In de context van dit vers moet gedacht worden aan prediking met een vermanende en waarschuwende inhoud. Vgl. HANDELINGEN 13:15.

“Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling; het gaat ook niet met list gepaard” 1 THESSALONICENZEN 2:3.

Het woord ‘vermanen’ staat hier op één lijn met het Evangelie, het benadrukt hier de ‘eisende kant’ van het woord van God om dwaling en zonde te voorkomen binnen de gemeente. Dit wordt des te duidelijker als we VERS 11 lezen uit hetzelfde hoofdstuk, “en u hoofd voor hoofd vermaanden” (wat een aandacht voor ieder mens persoonlijk), “om goed en waardig te blijven wandelen”. Wat een prachtig beeld van een vader - en een moeder zie VERS 7 “zoals een moeder haar eigen kinderen koestert” - die zijn kinderen versterkt, vermaand en aanmoedigt om het Koninkrijk van God te beërven, VERS 12. Zie ook 1 CORINTHIËRS 4:14-16 “ik vermaan u dus, volgt mijn voorbeeld”.

“In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren” 1 TIMÓTHEÜS 4:13.

Ook hier zien we dat vermanen en woordverkondiging, ook wel het voorlezen, in elkaars verlengde liggen, het één hoort bij het ander. Het waren activiteiten waar Timótheüs zich mee bezig moest houden. Het vermanen en het voorlezen staat hier in de gebiedende wijs - ‘legt u toe op’ pros-echo is zich richten op of zorgen voor - wat aangeeft dat het een blijvende opdracht is. Het voorlezen heeft de betekenis van ‘uitleg of prediking’ met nadruk op vermanen. Zie ROMEINEN 15:4 “tevoren geschreven is… tot ons onderricht… opdat wij de vertroosting, paraklesis, zouden vasthouden”.

“Ik vermaan u, broeders, houdt mij dit woord van vermaning ten goede, want ik schrijf u maar kort” HEBREEËN 13:22.

Letterlijk staat er “ik vermaan u broeders, verdraagt het woord van de vermaning”. Kennelijk hebben sommige mensen moeite om de zo noodzakelijke vermaning te accepteren en te gehoorzamen. Paulus waarschuwde daar al voor in 2 TIMÓTHEÜS 4:3 dat de mensen, ‘de gezond makende leer niet meer zullen verdragen’. Laten we Gods oproep, in de vermaning niet naast ons neer leggen, want het is om ons te doen volharden in het geloof om; ‘behouden thuis’ te komen!