Betekenis: opvoeden, bestraffen, het groot brengen van kinderen

Dit woord verwijst naar het opvoeden in algemene zin, maar ook naar het opvoeden van jonge kinderen die leiding, onderwijs en discipline nodig hebben. Om hun geweten, wil en actie te beïnvloeden, zodat ze een goede training ontvangen zowel moreel als geestelijk. Het Griekse woord Paideuo heeft veel overeenkomsten met het Hebreeuwse woord Yãsar, dat kastijden, disciplineren en corrigeren betekent.

In de Oud Testamentische context vindt de discipline plaats binnen de familie-relatie. De vader handelde als een priester in de familie. Het is Gods gebod dat de kinderen hun ouders gehoorzamen. Maar dat leerproces was nooit een droge theorie want hun ouders moesten in dat alles zelf het ‘goede voorbeeld’ geven, voor de kinderen dus een aanschouwelijk onderwijs! Zo is het ook in de gemeente, leiders moeten het goede voorbeeld geven. Denk hier aan HEBREEËN 13:7 “volgt hun geloof na”, en VERS 17 “gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u aan hen….. laten zij het met vreugde kunnen doen”.

“om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven” TITUS 2:12.

Dit vers leert dat God ons door Zijn genade wil opvoeden tot een nieuw en ander leven! Dit kan alleen als we bereid zijn om “iets na te laten” en wel “de wereldse begeerte”. Daar zullen we nee tegen moeten zeggen en dat is ons ‘leerproces’, maar ook een aanschouwelijk onderwijs voor anderen. Want waar wij veranderen, kunnen we verandering brengen.

“Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden” 1 CORINTHIËRS 11:32.

Dit vers geeft heel goed weer wat God met opvoeden wil zeggen! De situatie van de gemeente heeft soms een correctie van God nodig, dat kan als “een oordeel des Heren” ervaren worden. (Niet het laatste oordeel, want dit is een oordeel van eeuwig verderf). Het oordeel dat de gemeente ondergaat heeft een tuchtigend en opvoedend doel. Het is om ons te bewaren voor wereldsleven, voor onverschilligheid en een oppervlakkig geloofsleven. Vgl. 1 PETRUS 4:17.

“als niet bekend en toch wèl bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode” 2 CORINTHIËRS 6:9.

Soms veroordelen mensen je persoonlijk om wat je doet voor de Heer. Zo verging het Paulus ook. Sommigen beoordeelden hem ‘als onbekend’, niet gekend wordende, anderen beoordeelden hem als ‘goed bekend’, wel erkend worden. Dat was een spanningsveld wat Paulus als een tuchtiging onderging. Het hield hem dicht bij de Heer hij vertrouwde God voor redding en bescherming. Vandaar zijn triomfantelijke kreet ‘wij worden getuchtigd, maar niet ten dode’. De Willibrord vertaling zegt het zo: “wij worden getuchtigd maar niet terechtgesteld”. Tuchtiging heeft altijd een opvoedend karakter, jammer dat sommigen het ervaren als een persoonlijke aanval op hun leven. Zie HEBREEËN 12:6-10 en OPENBARING 3:19.

Er is nog een woord wat in dezelfde lijn ligt als Paideuõ en dat is Paideia. Dat verwijst ook naar het onderrichten en onderwijzen en het opvoeden van kinderen, maar dan in de kastijdende en corrigerende zin omdat ze zich zondig hebben gedragen. Zie EFEZIËRS 6:1-4. Paideia dient om het kind bepaalde dingen af te leren. Het gaat hier niet alleen om slaag en kastijden, maar ook om allerlei andere vormen van discipline.