Betekenis: bewijs, of tegenbewijs

Iemand kan een bepaalde leer of mening hebben, en als dat ingaat tegen ‘de gezonde leer’ dan moet het weerlegd worden door een tegenbewijs. Zie 1 TIMÓTHEÜS 6:3-4. Ook dit past binnen het kader van gemeente tucht. Het zal duidelijk zijn dat alleen het woord van God en de Heilige Geest ons de juiste informatie kan geven om ‘iets’ van ‘tegenbewijs te voorzien’. Een tekst die in dit verband vaak gebruikt wordt is:

“Alle Schrift is geïnspireerd en nuttig voor onderwijs, voor weerlegging, voor verbetering, voor de opvoeding in gerechtigheid” 2 TIMÓTHEÜS 3:16.

Toen Paulus dit aan Timótheüs schreef had hij de overtuiging dat de toenmalige geschriften, de wet en de profeten vgl. ROMEINEN 7:12, door God geïnspireerd waren. Paulus wijst in dit vers op het feit dat dit ‘Woord van God’, gebruikt moest worden om de gelovigen te onderwijzen, verkeerde lering te weerleggen, situaties te verbeteren en om met deze dingen de gelovigen op te voeden in de gerechtigheid. Bij het woord ‘weerlegging’ gaat het om, op de juiste wijze de ander te overtuigen van dwaalleringen en zonde. Vgl. JOHANNES 8:46; 16:8; EFEZIËRS 5:11-13.

Elegchõ, is een ander Grieks woord wat in het verlengde ligt van bovenstaande, dit woord betekent: weerleggen, als verkeerd aan het licht brengen, als verkeerd aantonen, van tegenbewijs voorzien, overtuigen van verkeerd handelen, bestraffen.

Ondanks het streven van de tegenpartij om hun zaken als goed te bestempelen, zal het woord elegchõ altijd bewijzen dat iemand of iets verkeerd is!

“Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond” 1 CORINTHIËRS 14:24.

Door middel van profetie wordt een ongelovige in de gemeente, door de Heilige Geest in zijn manier van leven aangesproken. De profetie zorgt voor tegenbewijs, de persoon wordt direct door God aangesproken, d.w.z. hij realiseert zich dat hij zondig staat tegenover God. Vgl. JOHANNES 16:8.

Wat zo mooi is, er ontstaat geen langdurige discussie met zo’n persoon, maar door de heilige Geest wordt aan het licht gebracht wat er verkeerd is in zijn/haar leven. We ontdekken hier dus dat profetie ook een vermanende inhoud kan hebben. In veel gemeenten komt profetie niet of nauwelijks voor en soms wordt het allen maar gebruikt om elkaar te bemoedigen of verstandelijk georiënteerde Bijbel gedeelten door te geven in de vorm van, ‘zo zegt de Heer’ enz. Maar God kan door middel van profetie ‘pastoraal’ aanwezig zijn, om in de gemeente harten te bereiken om zo Zijn genade en vergeving te laten zien. Dat is de kracht van profetie het inspirerende, bemoedigende, opbouwende en vertroostende woord van God, uitgesproken door zijn kinderen, met als doel om te helen wat verwond is, op elk terrein!

Ook leiders van de gemeente hebben de opdracht om de ‘tegensprekers te weerleggen’. Zie TITUS 1:9. Dat is hun verplichting, hun missie. Ze moeten in staat zijn om “op grond van de gezonde leer te vermanen”. Gezonde leer en vermanen worden in één adem genoemd, het één kan niet zonder het ander. Waar geen gezonde leer is zal ook niet de juiste vermaning zijn, en waar niet vermaand wordt, zal gebrek zijn aan het juiste inzicht van Gods woord en bedoeling met Zijn gemeente.

Een leider die zich niet bezig houdt met het leren kennen van Gods woord, zal ook niet in staat zijn, om door de heilige Geest en op grond van het “betrouwbare woord”, de gezond makende leer, iemand te overtuigen van verkeerd handelen. Want wie wil weerleggen moet zelf onderlegd zijn in de kennis van het geloof en de leer. Zie; 2 TIMÓTHEÜS 4:6; HANDELINGEN 18:24-28.

Het weerleggen kent twee kanten namelijk; het verdedigen van de waarheid en het overtuigen, iets van tegenbewijs voorzien. Het weerleggen heeft tot doel dat de mensen het onjuiste van hun tegenspraak gaan begrijpen en daardoor tot bekering komen. Zie ook 1 TIMÓTHEÜS 5:20 waar “bestraffen” ook vertaald kan worden met elegche dat is, ‘wijs terecht’.