De brief aan de Romeinen is niet eenvoudig, maar hoe meer we in deze brief doorgraven, hoe meer rijkdommen we ontdekken en hoe beter we de samenhang tussen Oude en Nieuwe Testament gaan begrijpen.

In het voorgaande hebben we gelezen, dat de Joden weliswaar besneden zijn en deel hebben aan het Oude Verbond en dat zij in een bevoorrechte positie verkeren omdat zij de wet van God hebben ontvangen, maar dat zij zich niet op de wet, niet op de besnijdenis en niet op hun bevoorrechte positie kunnen beroepen in het oordeel. In het oordeel hebben ook de Joden geen enkele verontschuldiging.

In deze bijbelstudie zal blijken, dat alleen de onvoorwaardelijke overgave aan de genade en barmhartigheid van God hun kan behouden.

Lezen ROMEINEN 3:9-20.

“Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet een, er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt; allen zijn afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand, die doet wat goed is, zelfs niet een. Hun keel is een open graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen; hun mond is van vloek en bitterheid vol; Snel zijn hun voeten om bloed te vergieten, verwoesting en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij niet. De vreze Gods staat hun niet voor ogen. Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hen spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen”.

Alle mensen zondaars

Uit wat Paulus eerder heeft geschreven zou je kunnen opmaken, dat je als ongelovige nog eerder aan het oordeel kunt ontkomen en dat heidenen en Grieken in dat opzicht boven de Joden worden gesteld.

Nee, zegt Paulus, ik ben al begonnen met te zeggen dat de heidenen zich niet kunnen verontschuldigen en nu zeg ik, dat dit ook geldt voor de Joden. Niemand is rechtvaardig uit zichzelf, ook niet één.

  • Niet op grond van goede daden.
  • Niet op grond van de wet.
  • Niet op grond van de besnijdenis.

Paulus probeert hiermee denk ik ook aan te geven, dat in de gemeente te Rome de Joden-christenen zich niet uitnemender mogen achten dan de christenen uit de heidenen die van hun gemeente deel uitmaken. Ze dachten waarschijnlijk dat zij toch wel iets beter waren dan de christenen uit de heidenen, maar hun eigen gerechtigheid wordt tot aan de grond toe afgebroken.

Paulus onderstreept zijn woorden met een aantal teksten uit de Psalmen en Jesaja.

Lees PSALM 14:1-3 NBV, bij ROMEINEN 3:10-12.

“Dwazen denken: Er is geen God. Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt. De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt. Allen zijn afgedwaald, allen ontaard, geen van hen deugt, niet één”.

Lees JESAJA 59:5-8 NBV, bij ROMEINEN 3:13-18.

“Ze broeden slangeneieren uit, ze weven spinnenwebben. Wie hun eieren eet zal eraan sterven; als er een wordt ingedrukt, komt er een adder uit. Hun spinnendraden zijn ongeschikt voor kleding, wat zij maken kan niet worden aangetrokken. Hun daden zijn heilloze daden, hun handen staan naar geweld. Hun voeten snellen naar het kwaad, ze haasten zich om onschuldig bloed te vergieten. Hun plannen zijn heilloze plannen, verwoesting en rampspoed vergezellen hen. De weg van de vrede kennen ze niet, waar zij gaan is geen recht te ontdekken. Ze begeven zich op kronkelpaden; wie daarop wandelt kent geen vrede”.

Het is wel duidelijk, dat Paulus zijn bijbel kende

Laten we nu eens kijken of Paulus gelijk heeft wanneer hij allerlei dingen opnoemt die kenmerkend zijn voor de natuurlijke/vleselijke mens. Er staat:

  • Niemand is rechtvaardig.
  • Niemand is verstandig
  • Niemand die God ernstig zoekt
  • Niemand die doet wat goed is
  • Hun spreken komt voort uit een vergiftigde bron.
  • Ze richten op hun levensweg veel onheil en ellende aan
  • Ze richten zich niet op vrede en op de eerbied voor God.

Conclusie:

Paulus legt een heel zwaar accent op de verderfelijke toestand van de natuurlijke mens. Doet hij dat, om ons met een schuldcomplex op te zadelen? Nee, hij noemt dit alles om des te duidelijker te laten uitkomen dat wij vanuit ons zelf niets hebben in te brengen dan lege briefjes. Buiten Christus om is zelfs het zogenaamde goede van de mens totaal onvolmaakt.

De hele wereld is strafwaardig voor God staat in VERS 20.

Het enige wat de wet doet, is de mens bewust maken van zijn zonde. Al weer legt Paulus een sterke nadruk op de zonde. Misschien is dat wel begrijpelijk vanuit zijn eigen leven. Hij was zelf een Jood en leefde nauwgezet naar de wet. Hij was zelf besneden en was altijd een godsdienstig mens geweest. Maar in zijn streven om de wet te volbrengen heeft hij dood en verderf gezaaid onder de christenen. Als geen ander heeft God hem duidelijk gemaakt dat hij een zondaar was.

In ROMEINEN 7:24 zegt hij: “Ik ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods”.

Als er één van de zonde wist, dan was het Paulus wel. Maar aan Paulus was ook geopenbaard, dat God zijn zonden vergeven had. Hij heeft ontdekt, dat er buiten de wet om gerechtigheid van God is gekomen.

De gerechtigheid van God en de dood van Jezus

Lezen ROMEINEN 3:21-30.

“Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden; om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk een God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof”.

Wat is dit een fantastische boodschap die Paulus hier laat opschrijven. Hier komt de grote doorbraak waar we al een aantal bijbelstudies naar uitgezien hebben. Wat is er zo geweldig aan?

  • Paulus opent hier de deur naar onze verlossing (de losprijs is betaald), een weg buiten de wet om; de weg van het geloof in Jezus Christus voor allen die geloven. Dat betekent, dat er ook voor heidenen zoals wij vergeving mogelijk is geworden.
  • Paulus opent hier de deur naar onze rechtvaardiging, ondanks onze grote schuld, door het geloof, dat Jezus de straf op zich genomen heeft. Voor Joden en heidenen beide.

Dit gedeelte mogen we lezen in de geest van: “Zie ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk zal ten deel vallen.”

Wanneer we VERS 21 lezen dan wordt daar gezegd, dat de gerechtigheid van God, door God openbaar is geworden in de persoon van Jezus Christus. Niet alleen toonde de Here Jezus in zijn rondwandeling op aarde de gerechtigheid van God, Jezus was en is zelf ook de basis waarop God zondaars rechtvaardig kan verklaren.

In VERS 22 maakt Paulus de Joden duidelijk, dat deze boodschap niet in strijd is met het Oude Testament. Dit Oude Testament doet niet alleen zonde kennen, maar is ook heilsverkondiging. De profeten hebben er al over gesproken. Lees eens wat de profeet Jesaja daarover zegt; JESAJA 42:1-4 en JESAJA 9:5-6.

Voor Paulus was het duidelijk geworden en zonneklaar, dat deze profetieën betrekking hadden op Jezus Christus. Maar dat wist hij pas nadat Jezus hem verschenen was op de weg naar Damascus. Toen ging hem het licht op.

In ROMEINEN 3:22 staat ook nog, dat die gerechtigheid is voor allen die geloven. Daar mag wel een dikke streep onder. God wil niet dat er iemand verloren gaat.

Dat blijkt ook uit 2 PETRUS 3:9.

“De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen”.

Lees ook JOHANNES 3:16-17.

“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde”.

In ROMEINEN 3:24 zegt Paulus, dat allen gezondigd hebben, maar de rechtvaardiging hoeft niet verdiend te worden met goede werken. Die krijgen we gratis (om niet) Het is pure genade van God die ons ten deel valt als we aanvaarden, dat Jezus Christus ons uit de macht van de zonde heeft bevrijd. Het geschenk van onze vrijspraak is gratis, maar dat wil niet zeggen dat het aannemen daarvan voor ons goedkoop is. Het kost ons immers ook, ons oude leven. Wij moeten sterven aan ons zelf om Christus te winnen. Dan is het: “niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij.”

Hij is niet tolerant tegen de zonde, maar hij heeft de zondaar lief

ROMEINEN 3:25-26. God in zijn heiligheid, kan de zonde niet ongestraft laten. Daarom kon hij de zondaar niet verwerpen. In Christus als middel tot verzoening heeft God een oplossing gevonden, waardoor Hij toch rechtvaardig kan blijven. Hij rechtvaardigt de mensen die in Jezus Christus geloven.

Over Jezus als middel tot verzoening lezen we in HEBREEËN 9:11-14 NBV.

“Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent – die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping – voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven. Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd wanneer het besprenkeld wordt met het bloed van bokken en stieren of bestrooid met de as van een jonge koe, hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God?”

Waar blijft het roemen dan? (Romeinen 3:27) Het is uitgesloten.

Aan het slot van dit gedeelte vat Paulus het allemaal nog eens samen: De Jood kan niet prat gaan op het feit dat hij de wet bezit, die hij overigens toch niet kan houden. De Heiden kan zich niet beroemen op zijn goede werken en zijn eigen inspanningen. Niemand kan zich beroemen op wie hij is en wat hij doet. Want het is allemaal voor ons gedaan door Jezus.

Alleen door het geloof kunnen jood en heiden gerechtvaardigd worden.

Vragen:

1.     Paulus noemt een aantal kenmerken van de natuurlijke mens. In hoeverre vormen deze dingen nog een realiteit in onze samenleving en in ons eigen leven?

a)    Niemand is rechtvaardig. Vind je dit terug in bijvoorbeeld; arbeidsverhoudingen, inkomensverdeling, rechtspraak, vreemdelingenrecht, gehoorzaamheid aan God?

b)    Niemand is verstandig. Valt dat op in de toepassing van de wetenschap, in ons denken over ethische kwesties en in de persoonlijke keuzes die wij maken?

c)     Niemand die God ernstig zoekt.  Hoe staat het met ons verlangen om primair op God gericht te zijn? Streven wij ook andere zekerheden na? Waar worden wij door beheerst?

d)    Niemand die goed doet. Hoe kijk je aan tegen de normen en waarden die in onze samenleving zichtbaar zijn? “Christenen moeten met hun tijd mee gaan.” Hoe tolerant kunnen wij (mogen wij) zijn in zaken als samenwonen, seksuele moraal, T.V., computerspelletjes, uitgaansgelegenheden, drankgebruik e.d.

e)    Hun spreken komt voort uit een vergiftigde bron. Zijn er ook op theologisch gebied bronnen waar je beter niet uit kunt drinken? Hoe kun je dat ontdekken? Vgl. 2 JOHANNES 1:7-11.

f)      Ze richten zich niet op vrede en op de eerbied voor God. Vind je deze gerichtheid in positieve zin in je eigen leven en in de gemeente van Jezus Christus voldoende terug? Waar blijkt dat uit?

2.     Hoe toonde Jezus de gerechtigheid tijdens zijn leven op aarde? Denk eens aan bepaalde gelijkenissen, de Samaritaanse vrouw,  de vrouw die op overspel was betrapt; de bergrede, enz.

3.     Kost het niets om Jezus als persoonlijke verlosser te aanvaarden en je geloof voor God en zijn gemeente te belijden, c.q je te laten dopen? Wat heeft het jou gekost?

F. van der Werf