Paulus is een apostel van Jezus Christus. Hij is geroepen om het evangelie te brengen aan de heidenen. De twaalf apostelen hebben de volmacht, om op te treden en te spreken in de naam van Jezus. Zij hebben die volmacht van Jezus zelf ontvangen. Je zou kunnen zeggen: uit de eerste hand. Paulus spreekt als dertiende apostel eveneens met de volmacht van Jezus zelf. Opvallend is, dat alle apostelen joden zijn, ook Paulus. (eerst de jood...).

Jezus heeft zich op de weg naar Damascus zelf aan Paulus  geopenbaard en tegen Ananias gezegd:

“Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de IsraëlietenHANDELINGEN 9:15.

Daarom is Paulus de man naar wie wij als christenen uit de heiden-wereld extra goed zouden moeten luisteren. Paulus is in Damascus zo radicaal tot bekering gekomen, dat zijn ijver voor de wet omsloeg in een onvoorstelbare bezieling om het evangelie van Jezus Christus bekend te maken.

Wie was Paulus?

Paulus was een man met een verleden.

Lezen - HANDELINGEN 7:54-8:3.

“Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem. Maar hij, vol van de heilige Geest, sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande ter rechterhand Gods, En hij zeide: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande ter rechterhand Gods. Maar zij begonnen luidkeels te schreeuwen, stopten hun oren toe en stormden als één man op hem los; en zij wierpen hem de stad uit en stenigden hem. En de getuigen legden hun mantels af aan de voeten van een jonge man, Saulus genaamd. En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij. En Saulus stemde in met zijn terechtstelling.

En er ontstond te dien dage een zware vervolging tegen de gemeente te Jeruzalem; en allen werden verstrooid over de streken van Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. En vrome mannen droegen Stefanus ten grave en bedreven grote rouw over hem. En Saulus verwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis”.

Dat God vaak ver van te voren de gebeurtenissen in Zijn heilsplan regelt, blijkt volgens mij wel heel bijzonder in het leven van Paulus. We weten dat Paulus werd geboren in Tarsus. Niet zomaar een stadje, maar in die tijd een wereldstad met een hoogstaande cultuur en geleerden die zich konden meten met die in Athene in Griekenland en Alexandrië in Egypte Die stad lag op een heel speciaal plekje. Twee grote culturen ontmoeten elkaar in Tarsus: Vanuit het westen de Grieks-Romeinse cultuurwereld en over de bergpas de Semietisch-Babelonische cultuurwereld. Daardoor werd Tarsus tot een centrum van wereldverkeer en een enorm belangrijke handelsplaats.

Tarsus lag aan de Middellandse zee en reizigers uit de hele toenmalige westerse en oosterse wereld liepen in Tarsus rond. Wel bijzonder, dat Paulus juist daar geboren werd. Hij leerde spelenderwijs de verschillende volkeren en culturen kennen.

Paulus was een zoon van een gelovige jood en hoorde dus tot de oosterse cultuur, maar omdat zijn vader het Romeinse burgerrecht had, was hij tevens door geboorte Romein en had op die wijze ook een relatie met de Grieks-Romeinse cultuur. Dat bood hem vele voordelen.

In het gebied waar hij woonde werd het ’koine’ gesproken, de alom bekende Griekse omgangstaal. Het leek wel of God de Babylonische spraakverwarring tijdelijk had opgeheven, zodat de hele toenmalige wereld de verkondiging van het evangelie door de bode van Christus kon verstaan. Van Damascus tot aan Spanje kon Paulus in deze volkstaal prediken.

In Tarsus leerde Paulus de wereld kennen. De bewoners uit het gebied van de Middellandse Zee-havens met hun eigenaardigheden en hun goden. Als Paulus over afgodendienst sprak, dan wist hij waar hij het over had. Maar het wonen in een zeehaven betekende ook, dat hij vast op de hoogte was van de zeeroutes. De drempel om een zeereis te maken was voor hem niet zo hoog. Wanneer je de reizen van Paulus volgt op de kaart, dan moet hij minstens 9000 km per schip hebben afgelegd en 7800 km over land. Voor die tijd ongelooflijke afstanden.

Paulus was niet zo maar een jood. Hij had gestudeerd aan de voeten van Gamaliël, een groot en wijs geleerde. Daardoor kende hij als geen ander de wet. Ja, Paulus was echt de juiste man op de juiste plaats en in de juiste tijd van de geschiedenis.

  • Wie schreef de Brief aan de Romeinen? - Paulus was de schrijver.
  • Wanneer? - Vrij zeker 57/58 na Christus. Dat was dus al heel vroeg.
  • Waar was Paulus toen hij deze brief schreef?

Lezen - ROMEINEN 16:1-2.

“Ik beveel Febe, onze zuster, [tevens] dienares der gemeente te Kenchreeën, bij u aan, dat gij haar ontvangt in de Here op een wijze, de heiligen waardig, en haar bijstaat, indien zij u in het een of ander mocht nodig hebben. Want zij zelf heeft velen, ook mij persoonlijk, bijstand verleend”.

Het was waarschijnlijk Febe, die de brief in Rome heeft bezorgd. Zij woonde in Kenchreeën, één van de twee havensteden van Corinthe. Febe was daar dienaresse van de gemeente en Paulus liet er zijn hoofdhaar afscheren vanwege een gelofte. Paulus heeft in Corinthe een jaar en zes maanden het evangelie verkondigd en een gemeente gesticht. Het is dus aannemelijk dat hij tijdens het schrijven van zijn brief in die stad verbleef.

Wat weten we van Corinthe?

Corinthe was in die tijd een belangrijke havenstad, maar niet zo’n beste stad.  Je had er een tempel van Aphrodite, de God van de liefde. Rond de tempel waren een heleboel landhuisjes met rozentuintjes, waar wel duizend vrouwen zich uit toewijding tot deze God prostitueerden. Het was dus een zedeloze stad. In Corinthe was ook een stadion, waar de atletiek werd beoefend. In deze internationale havenstad waar ook de stadhouder resideerde schreef Paulus dus de Brief aan de Romeinen.

Een broeder Tertius heeft de brief op schrift gesteld.

Wat was de reden dat Paulus deze brief schreef?

Lezen - ROMEINEN 15:15-19A.

“Toch heb ik u hier en daar bij wijze van herinnering ietwat vrijmoedig geschreven, krachtens de mij van God geschonken genade, om een dienaar van Christus Jezus voor de heidenen te zijn in de heilige dienst van het evangelie Gods, opdat de offergave der heidenen (Gode) welgevallig zou wezen, geheiligd door de heilige Geest. Mijn roem bij God is dan ook in Christus Jezus. Want ik zal het niet wagen van iets anders te spreken dan van hetgeen Christus door mij bewerkt heeft, om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad, door kracht van tekenen en wonderen, door de kracht des Geestes”.

Uit dit gedeelte en uit de aanhef blijkt, dat Paulus het als zijn roeping zag om heidenen tot gehoorzaamheid te brengen door woord en daad en door de macht van Jezus waarmee hij tekenen en wonderen verrichtte, door de macht van Gods Geest.

De gemeente van Jezus Christus in Rome geloofde wel, maar Paulus wist, dat zij een goed fundament nodig had om staande te blijven tegenover de afgodendienst. Velen van hen hadden daar in het verleden aan meegedaan. Maar er loerde ook een ander gevaar. De heidenen hadden evenals de joden heel sterk een prestatiegeloof, ingegeven door hun joodse leiders. Doe de werken van de wet; dan komt het allemaal wel goed. De moraal stond centraal. De christenen moesten er steeds weer aan herinnerd worden, dat we alleen door genade behouden kunnen worden, hoe vroom we ook leven. De Romeinenbrief heeft een omkeer betekend voor mannen als Augustines en Luther.

Vragen:

  1. Wat is het thema van deze brief? Zie ROMEINEN 1:16-17.

  2. Wat zou Paulus aan onze gemeente moeten schrijven als hij nog leefde?

     
  3. Hoe is het te verklaren, dat Paulus met zoveel overtuigingskracht en energie het evangelie verkondigde en gemeente na gemeente stichtte? Zie HANDELINGEN 9:17-22; 13:47-49.

  4. Wat zijn voor ons de voorwaarden om te kunnen getuigen? Zie JOHANNES 1:11-12; 3:20-21; HANDELINGEN 2:37-38; EFEZIËRS 3:14-21; 2 TIMÓTHEÜS 1:7-8.

  5. Kennen wij voorbeelden van Gods leiding in de geschiedenis of in ons eigen leven? Zie GENESIS 45:5-8; EXODUS 3:7-10; ESTER 4:14; ZACHARIA 14:1-5; LUCAS 1:30-33; HANDELINGEN 9:3-6.

F. van der Werf