Gemeente tucht toepassen

Vervolg van studie 9a

Inhoud:

A - Onder vier ogen

  • Een terechtwijzing
  • Let op de privacy
  • Het belang van luisteren

B - Met getuigen

  • Niet dwingend
  • Hoeveel kansen
  • Elkaar beschermen
  • Verantwoording afleggen

A - Onder vier ogen

“Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt. Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden” MATTHÉÜS 18:15-20.

Deze Bijbelverzen zijn geen richtlijnen van mensen, maar van Jezus. Hij heeft ze ons gegeven met een duidelijk doel. Het zijn eigenlijk ‘omgangsregels voor christenen’ die tegen elkaar zondigen. Maar ook antwoorden voor het oplossen van conflicten binnen de grenzen van Gods gemeente. Maar zijn dus geen regels die we kunnen toepassen op ongelovigen. En het is ook niet de bedoeling om ze te gebruiken om de ander eens even ongenuanceerd de waarheid te vertellen. En het mag er ook niet toe leiden dat deze regels ons aanzetten tot roddel of haatgevoelens tegenover een zondaar binnen de gemeente.

Laat ik heel duidelijk zijn, de woorden van Jezus zijn bedoeld om verzoening en herstel te brengen tussen God en mensen. Om conflicten op te ruimen en om tweespalt binnen de gemeente te voorkomen. Jezus’ doel met dit onderwijs is, om christenen onderling in een goede verstandhouding te laten leven. Want wat doen wij wanneer we benadeeld worden? Dan doen we meestal niet wat Jezus ons heeft opgedragen. We keren ons dan op een verkeerde manier van de ander af. Dan kan er ook een vorm van haat of roddel ontstaan omdat we ons gekrenkt voelen. Maar wat zegt Jezus?

“Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken”.

Het begin van elke vermaning moet onder vier ogen plaatsvinden. Dit is niet altijd eenvoudig, maar wel Bijbels. Het is Gods bedoeling dat we eerlijk tegen elkaar te zijn. Dit voorkomt veel problemen zoals kwaadsprekerij en andere narigheid. Het onder vier ogen met elkaar spreken geeft een veel grotere kans op een goed gesprek met een goed resultaat.

Laten we niet meegaan in één of andere vorm van een roddelcircuit, van ik heb gehoord dat… Mensen praten gemakkelijker met de ander over jou, dan dat ze het tegen jezelf zeggen. Een gezegde wat nogal eens grappig bedoeld wordt is; ‘praat niet over de ander, dat doen wij wel, als jij weg bent’. Hoe vernederend! Eigenlijk zouden we zulke uitspraken moeten schrappen uit ons zo door de wereld opgedrongen vocabulaire gedachten goed. We moeten vanuit de Bijbel kunnen aantonen dat we te maken hebben met wat God zonde noemt. Als we dat niet kunnen dan belasten we de ander en begeven we ons op glad ijs. We breken dan meer af dan dat we op kunnen bouwen.

Een terechtwijzing

Met woorden als ‘bestraffen of terechtwijzen’, moeten we voorzichtig omgaan. Vaak geven we deze woorden een ‘verkeerde lading’ mee. Dan liggen de waarden van deze woorden meestal binnen de grenzen van hoe wij erover denken. En gaan wij op de stoel van God zetten, en spelen we voor eigen rechter. Daarom moeten we leren om Gods begrip over dit feit Bijbels te vertalen.

Het woord ‘bestraffen’ mag dus niet de nadruk krijgen van echte straf. Want zo staat het er niet. Het moet het karakter hebben van een terechtwijzing, om de ander tot; ‘inkeer, tot andere gedachten’ te brengen. Het Griekse woord ‘elegcho’ betekent; weerleggen, iets als verkeerd aan het daglicht brengen of als verkeerd aantonen of iets van tegenbewijs voorzien. Het woord bestraffen is hier dus letterlijk bedoelt als, ‘een weerleggen door middel van overtuiging’.

De dialoog, moet in deze eerste fase van ‘onder vier ogen’, centraal staan.

het doel van elke terechtwijzing is liefde, die uit een zuiver hart komt, een eerlijk geweten en een oprecht geloof” 1 TIMÓTHEÜS 1:5 HB.

Mensen worden vaak gedreven door nieuwsgierigheid, maar christenen zullen zich laten leiden door liefde. Zij zullen de waarheid willen weten op basis van gezamenlijk geloof. En zijn niet geïnteresseerd in wilde verhalen over iemand. Ze willen ook niet iemand vermanen op grond van wereldse denkbeelden. Maar hun terechtwijzing zal plaatsvinden in de betekenis van iemand liefdevol corrigeren. Zie ook GALATEN 6:1.

Let op de privacy

Dat God geen welbehagen heeft in de dood van een zondaar weten we allemaal. Maar deze regel wordt nog wel eens vergeten, wanneer het gaat om de zonde van een broeder of zuster. Dan zijn we geneigd om hen snel af te schrijven en te vergeten. Maar dan zien we Gods doel niet. Zijn doel is, dat degene die zondigt wordt ‘teruggewonnen’ en behouden blijft voor Gods koninkrijk. Maar dat staat of valt met de privacy. Want mensen voelen zich afgewezen als hun zonden al op staat liggen, voordat er een goed gesprek heeft plaatsgevonden. En indien hij naar “u luistert” wil dus zeggen, dat het ook belangrijk is dat het tussen, u en de ander gaat, dus echt onder vier ogen. Dat houdt in, het er met niemand anders over hebben.

In het belang van de ander zullen we ons hier aan moeten houden. In het stadium van onder vier ogen beschermen we de ander tegen de verkeerde personen en foute inmenging van buitenaf. Laten we het binnenskamers oplossen. Dat betekent dat wij in de eerste fase onszelf een ‘zwijgplicht’ op moeten leggen. Maar soms gaan we de fout in en ventileren we toch onze moeiten de verkeerde kant op met alle goede bedoelingen van dien. Maar in deze fase moeten we dit niet doen. Het is zelfs onbijbels en het gaat in tegen Gods liefdevolle ontferming. Want maar al te gemakkelijk kunnen we die ander belasten met onze meningen, en het weten van andermans fouten kan een kloof maken tussen mensen. En in sommige gevallen zullen we moeten oppassen dat we de ander niet gaan minachten omdat hij in zonde leeft. Laten we acht slaan op het volgende advies.

“Haat leidt tot onrust en ruzies; de liefde bedekt echter al het menselijk falen SPREUKEN 10:12 HB. Zie ook 1 PETRUS 4:8.

Als we iemand zien zondigen dan moeten we bereid zijn om zelf het initiatief te nemen, om er niet eerst met anderen over te praten. Niet iedereen kan volwassen met de fouten van een ander omgaan. We zullen voor onszelf heel eerlijk moeten zijn, hoe kan of hoe ga ik er mee om? Een belangrijk uitgangspunt wordt ons in de wet van Mozes gegeven.

“Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de HEER. Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je door je te wreken of wrok te blijven koesteren. Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER” LEVITICUS 19:16-18.

Met andere woorden, we dragen verantwoordelijkheid voor de ander zijn fouten. Als we er niets van zeggen, dan zijn we net zo schuldig als degene die zondigt. Laat het principe van onder vier ogen ons ernst zijn. Door er eerst met anderen over te praten maken we ons schuldig aan roddel en kunnen daardoor het leven van onze naaste, maar ook de mogelijkheid om te kunnen helpen, ernstig in gevaar brengen. Als we iemand terechtwijzen en er ontstaat bij de ander de indruk dat er eerst met anderen over is gesproken, dan kan het zijn dat de persoon in kwestie dichtklapt en zich verhard of de zonde ontkent. De wetenschap dat anderen het ook weten kan als een zware last en schuld op hem drukken. En het gevoel van bij voorbaat al veroordeeld te zijn, kan dan een goede reden zijn om niet meer open te staan voor een gesprek. Hij of zij zal zich dan afsluiten. En het is dan veel moeilijker om nog tot een goed gesprek te komen. Misschien is het goed om onszelf te vermanen met de woorden uit FILIPPENZEN 1:9-10A.

“En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt”.

Wat Paulus ons hier wil leren is, ontwikkel een goed onderscheidingsvermogen. Want dat heb je nodig in een wereld die er op uit is om christenen ten val te brengen. Leer dus om die kritiek te vermijden en pas de Bijbelse normen en waarden toe, in je eigen leven en in je relatie met anderen.

Het belang van luisteren

Dat luisteren soms niet eenvoudig is daar hebben we allemaal zo onze eigen ervaring mee. Je kunt al snel denken, daar heb je haar ook weer of moet je hem horen. Maar luisteren om echt te begrijpen wat de ander zegt dat vergt een goede inzet en onze houding daarin is heel belangrijk. Vermanend luisteren, is vaak veel belangrijker dan maar te zeggen waar het op staat. Dan ben je bezig om die ander te behouden voor Gods plan met zijn of haar leven. Het verhaal uit JOHANNES 8:3-11 maakt ons veel duidelijk.

Er was een vrouw op overspel betrapt en de kerkelijke leiders brachten haar naar Jezus om te horen hoe Hij dit ging oplossen. Maar Jezus wees hen op een bijzonder recht, ‘wie van u zonder zonden is heeft het recht om haar te stenigen’. Dat was gebruikelijk in die tijd. Verder besteed Hij geen aandacht aan die vrouw en haar veroordelers. Maar niemand durfde het vonnis ter hand te nemen omdat ze diep van binnen wisten dat ze het ‘recht niet hadden’ om deze straf uit te voeren. Nadat ze waren verdwenen komt Jezus met een ‘buitengewoon reddingsplan’ voor deze vrouw. Eerst vraagt Hij haar, ‘heeft niemand u veroordeeld”? En wanneer ze zegt; niemand Here, zegt Jezus, “Ik veroordeel u ook niet. Ga maar en doe vanaf nu geen slechte dingen meer” VERS 11.

Deze uitspraak is heel belangrijk en leert ons twee dingen. Ten eerste negeerde Jezus haar niet en luisterde naar haar met de juiste houding. Ten tweede vergoelijkte Hij haar zonde niet. Jezus stuurde haar weg met een ‘levensveranderend advies’, ‘ga naar huis en doe geen slechte dingen meer’. dit was haar redding. Denk maar dat dit geweldig veel impact heeft gehad op haar zondige gedrag. Door de juiste benadering kon Jezus haar wegsturen als een gereinigd mens, wat een nieuwe kans kreeg om het anders te doen. Zo kon deze vrouw alsnog haar weg vinden in Gods plan met haar leven.

Als je iemand éérst veroordeelt, hoe kun je hem dan nog vrij spreken? Als hij luistert, en let nu op wat er gezegd wordt, “dan heb je ze voor de gemeente behouden”. Dat is uiteindelijk de bedoeling! Het woord “gewonnen” (kerdaino) betekent; ‘alles winnen wat bij die persoon hoort’. Dat betekent dat je geïnteresseerd bent in alles, wat die persoon is! Je wint iemand terug zoals hij in wezen is. Dat kan inhouden dat je je verplicht voelt om een grote inzet van liefde en begrip te tonen. Om bereid te zijn onderricht te geven vanuit het woord van God, door een lange tijd samen op te trekken. Want het handelen van die persoon was niet in overeenstemming met het woord van God! Alles winnen wat bij de persoon hoort, kan leiden tot ‘iemand voor jezelf winnen’, in de zin van iemands vriendschap of dankbaarheid winnen. En dat is de kracht die ligt opgesloten in het feit wanneer jij je persoonlijk verantwoordelijk voelt voor de fouten van je broeder of je zuster.

Ik denk dat we veel kunnen leren hoe Paulus zich opstelde tegenover zijn naaste.

“Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen” 1 CORINTHIËRS 9:19-23.

Deze Bijbelverzen zijn van levensbelang in de pastorale verhoudingen die we met anderen mogen aangaan. Het leert ons het volgende:

  • Probeer te ontdekken waar je samen in geïnteresseerd bent
  • Laat zien dat jij het niet beter weet
  • Straal een gezonde houding uit van, ik mag je, ik geef om je
  • Zorg dat je begrijpt wat die ander bezighoudt
  • Maak hun zorgen tot de jouwe
  • Zoek de juiste gelegenheid om te getuigen van Gods liefde
  • Doe alles voor het evangelie dan heb je er zelf ook deel aan

B - Met getuigen

Niet dwingend

“Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen” MATTHÉÜS 18:17.

Als men niet wil luisteren, of het wordt ontkend of tegengesproken, dan zegt Jezus; ‘neem enkele getuigen mee om het feit te bevestigen’. Blijf het proberen dat is de boodschap van Jezus. Bij een tweede poging heb je nog steeds goede kansen, ook al ben je misschien gefrustreerd dat je in je eerste poging bent afgewezen. Het is altijd een vervelende zaak als de ander niet luistert. Want dan moet je ertoe overgaan om het met anderen te delen en er dan samen naar toe te gaan. Wie die “andere getuigen” moeten zijn wordt niet zo duidelijk gezegd. Een belangrijk uitgangspunt is dat de Bijbel leert dat iets vaststaat op grond van meerdere getuigen.

“Eén enkel getuigenis dat iemand een overtreding heeft begaan of een misdrijf of wat dan ook, is niet geldig. Een aanklacht krijgt pas rechtsgeldigheid op grond van de verklaring van ten minste twee getuigenDEUTERONOMIUM 19:15.

“Geef alleen gehoor aan een aanklacht tegen een oudste als die bevestigd wordt door ten minste twee getuigen1 TIMÓTHEÜS 5:19.

Getuigen in dit verband kunnen mensen zijn die er bij aanwezig zijn geweest. Of ze hebben het op een andere manier vernomen. En kunnen dan voor de waarheid ervan instaan. Getuigen kunnen naar mijn mening gemeente leden, maar ook oudsten of mensen met herderlijke en pastorale kwaliteiten zijn. Maar, en dat zal voor zich spreken, het moeten wel mensen zijn die dat aankunnen en betrouwbaar zijn. Je moet voorkomen dat je mensen meeneemt die partijdig of loslippig zijn. Want bij terechtwijzing gaat het er nooit om dat je iemand dwingend moet overtuigen, het moet in een geest van zachtmoedigheid gebeuren. Vgl. Galaten 6:1. Dus neem nooit zomaar iemand mee!

Ook al zie je dat de persoon zich blijft verzetten, geef het dus niet op. Blijf boven alles gericht op je doel namelijk, het ‘terugwinnen’ van de broeder of zuster! Met getuigen is het een ‘opnieuw proberen’, het opnieuw laten zien; we geven om je, jou probleem gaat ons ook aan het hart, het laat ons niet koud, het is ons ernst! Met een dergelijke ernst schreef Paulus ook zijn vermaningen aan de gemeente.

“Toen ik u schreef was ik terneergeslagen en bedrukt en stonden de tranen in mijn ogen. Ik wilde u geen pijn doen, maar u laten weten hoezeer ik u liefheb2 CORINTHIËRS 2:4.

Paulus had ook moeite om anderen terecht te wijzen. Let maar op zijn woordkeus, terneergeslagen, onder tranen, geen pijn willen doen. Maar dat weerhield hem er niet van om ze te confronteren met hun fouten. Want zijn berispingen werden ingegeven uit liefde en vriendschap. Zie SPREUKEN 27:6. Je ziet soms dat mensen de verkeerde keuzes maken en je bewijst geen liefde of vriendschap door het maar langs je heen te laten gaan. Nee, dit kunnen én mogen we niet. We mogen onze bezorgdheid delen door hen erop aan te spreken. Wanneer we er niets aan doen, om wie zijn belang gaat het dan? Zijn we dan bang voor de gevolgen voor wat ons kan overkomen? Laat het zo zijn dat de berisping wordt ingegeven door liefde en vriendschap.

Hoeveel kansen

De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom kan ons hier een nuttige les leren.

“Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken” LUCAS 13:6-9.

Er werd gezocht naar vrucht, maar dat was er niet. Het was niets anders dan een kale boom terwijl alle ander bomen wel mooie vruchten voortbrachten. Zo is het ook vaak bij mensen die in de zonde leven. Ze zijn wel in de gemeente, de wijngaard van de Heer, maar dragen nauwelijks, of helemaal geen vrucht. De constatering was, dat er al drie jaar geen vrucht aan de boom was gezien, (soms moet je veel geduld hebben) dus weg ermee! Omkappen die boom, want bomen die geen vrucht dragen zijn een sta in de weg ze beslaan nutteloos de grond. Ze eisen alleen maar aandacht door hun aanwezigheid, maar niemand heeft er iets aan. Dat was dus een harde conclusie.

En toch zegt Jezus; “geef hem nog één kans”, hak hem nog niet om, doe hem nog niet weg uit je midden! En dan wordt er voor ons gevoel althans een ‘tegenstrijdige’ beslissing genomen. De Heer zegt; ga er maar met “de getuigen” omheen staan, ga hem maar verzorgen, geef hem maar de juiste aandacht. Laat maar eens zien dat je van hem houdt. Ga hem maar zegenen met je speciale zorg voor hem! Geef hem nog een kans, geef hem nog een jaar, en als hij dan vrucht draagt dan heb je hem gewonnen, dan is het goed.

Hoeveel kansen geven wij de ander? In deze gelijkenis moest de verzorger van de boom vier jaar geduld hebben om uiteindelijk, als dat nodig was, de boom om te mogen hakken.

Denk ook eens aan het doorzettingsvermogen van Abraham in GENESIS 18:23-33 waar hij het opnam voor de ‘eventuele rechtvaardigen’ in de stad Sodom. Ik denk dat Abraham het misschien wel in de eerste plaats opnam voor zijn familie toen hij tegen de Here sprak:

“Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou u die dan ook uit het leven wegrukken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden geschorenVERS 24-25.

Er klinkt enige verontwaardiging in Abrahams woorden door. ‘Dat kunt u toch niet doen! U de rechter over de hele aarde moet toch rechtvaardig handelen’. Abraham bleef aandringen bij de Here, Die uiteindelijk bereid was terwille van tien rechtvaardigen de stad te sparen. Zo had hij hetzelfde bereikt als de man die voor de vijgenboom moest zorgen.  Wat een genadig en barmhartig God is de Hij, hoeveel kansen geeft Hij telkens weer! Wat zit hier een diepe les voor ons in.

Elkaar beschermen

Het meenemen van getuigen kent verschillende kanten. Het is in de eerste plaats een bescherming voor jezelf. Soms trekken voorgangers, oudsten of counselors veel te lang alleen op met mensen die uiteindelijk toch niet willen luisteren. Want veel mensen vinden het fijn om aandacht te krijgen en kijken wel uit dat hun probleem niet wordt opgelost. Probeer daarom de juiste afweging te maken wanneer het nodig is om getuigen mee te nemen. Dat is niet alleen een bescherming voor jezelf, maar ook voor de ander die vermaant moet worden. Want hij of zij krijgt dan niet de kans om zich door een bepaalde houding te beïnvloeden. Of je om de tuin te leiden zodat je tenslotte de verkeerde keuzes gaat maken. Dat komt niemand ten goede. Bovendien kunnen ‘andere getuigen’ voor nieuwe inzichten, liefde en ondersteuning zorgen.

Het meenemen van getuigen kan dus voorkomen dat een bepaalde zaak veel te kort of veel te lang gaat duren. Ook voorkom je hierdoor dat er onrust in de gemeente ontstaat. Want hoe sneller iemand de relatie met God en zijn naaste herstelt des te beter is dat voor hem zelf én voor de gemeente.

Verantwoording afleggen

Als anderen zien dat er niet geluisterd wordt dan dienen zij als getuigen, zij staan dan borg voor hoe er gehandeld en wat er gebeurt is. Zij kunnen aan de gemeente verantwoording afleggen dat er goed en accuraat opgetreden is en dat er de juiste zorg is gegeven. Maar ook hoe degene die vermaant wordt hierop gereageerd heeft. Als we DEUTERONOMIUM 19:15-21 lezen, dan zien we hoe belangrijk die getuigen zijn.

“Eén enkel getuigenis dat iemand een overtreding heeft begaan of een misdrijf of wat dan ook, is niet geldig. Een aanklacht krijgt pas rechtsgeldigheid op grond van de verklaring van ten minste twee getuigenVERS 15.

Waarom is dit gedeelte zo belangrijk, wel er kan ook sprake zijn van een ‘onterechte beoordeling’ om zo, in de ogen van enkele mensen, een lastige broeder of zuster weg te werken uit de gemeente. Hoe raar dit ook mag klinken, het komt voor! Dus de getuigen zijn er ook om de schuldige een eerlijke én Bijbelse kans te geven.

Voor het vervolg, zie studie 9c

Ik wens je Gods zegen