Ongehoorzaamheid leidt tot tucht

Inhoud:

  • Wie niet horen wil
  • Geen volmaakte opvoeding
  • De waarheid kennen
  • Grote verantwoordelijkheid
  • Ambitie of roeping
  • Waakzaam blijven

Wie niet horen wil

Wie niet horen wil moet voelen. Hoe vaak hebben we deze uitspraak niet gehoord? Telkens wordt dit gezegde gebruikt als ouders op het punt zijn beland van; ‘nu is mijn geduld op, als er nú niet geluisterd wordt dan neem ik mijn maatregels’. In een gezin kan het er heftig aan toegaan, iedereen heeft zo zijn eigen mening met de daarbij behorende keuzes. En binnen die mengeling van gevoelens moeten ouders of opvoeders een ‘opvoedende rol’ spelen. Van hen wordt verwacht dat ze goede begeleiders zijn, en dat ze op alle vragen een antwoord hebben. Dat ze hun geduld bewaren en altijd klaar staan om te helpen. Wat jammer dat al die opvoeders niet volmaakt zijn. Dat ze de plank ook nog wel eens mis slaan!

In een Gemeente is dit niet anders. De opvoeding van gezin en Gemeente kunnen we in veel gevallen dan ook naast elkaar leggen. Gezamenlijk luisteren is dan ook heel belangrijk, maar ook een moeizame les. Iemand heeft eens gezegd ‘luisteren is ongehoord moeilijk’. En het leren luisteren is veel moeilijker dan, zeggen wat je denkt. “Beste broeders, vergeet niet dat het goed is om veel te luisteren, weinig te zeggen en niet snel kwaad te worden” JAKOBUS 1:19 HB. We moeten leren luisteren naar wat God zegt en hoe de Heilige Geest ons leidt. En het is goed dat ouders en kinderen, gemeente leden en leiders weten dat ze altijd ‘samen afhankelijk’ zijn van God. Goed dat je de wijsheid niet in pacht hebt blijkt uit de volgende woorden:

“Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid gevenJACOBUS 1:5.

Geen volmaakte opvoeding

Maar hoe we ook over ‘het gezin’ nadenken,steeds komen we tot de conclusie dat er geen ideale of volmaakte opvoeding bestaat. Want wie van ons kan het volmaakte doen? Opvoeden is niet het uitdelen van hapklare brokken, die gretig genuttigd worden door hen die opgevoed moeten worden. Nee, het is vaak een moeizaam spel van luisteren en het geven van bemoedigingen en opvoeden (tuchtigen), van openstaan en soms niet luisteren. En ieder gezin heeft zo zijn ‘eigen huisregels’ die soms hun oorsprong vinden in de fundamenten van ouders en grootouders, van kerken en culturen of andere invloeden van buitenaf!

De gemeente van Jezus Christus wordt vergeleken met ‘een huisgezin’. Vgl. HEBREEËN3:6. En veel van de problemen die daar ontstaan, brengen we de Gemeente binnen. Daarom is het goed om op te merken dat Gods huisgezin ook een Vader heeft, Iemand die hen opvoed. Die opvoedende Vader heeft ook leefregels gegeven. En Paulus geeft ons ‘instructies’ die noodzakelijk zijn voor een gezonde samenleving, waarbinnen ook ruimte moet zijn van orde en gezag!

“Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid” 1 TIMÓTHEÜS 3:14-15.

De waarheid kennen

Het is voor Paulus dan ook heel normaal dat de gemeente weet, ‘hoe men zich hoort te gedragen’. En dat is belangrijk, want de gemeente is een, “pijler en een fundament van de waarheid”. De Kerk heeft als taak om Gods Waarheid te vertegenwoordigen hier en nu. Anders gezegd; bij de gemeente berust de verantwoordelijkheid om de waarheid te kennen en uit te dragen in woord en daad. De gelovigen zijn beelddragers en navolgers van Jezus Christus in deze wereld. Vgl. 1 THESSALONICENZEN 2:14. In Gods gezin behoort men zich dan ook te gedragen in overeenstemming met de normen en waarden van God de Vader.

Dat dit geen gemakkelijke opdracht is zien we terug in het feit, hoe we daar onze eigen invulling aan geven. Er zijn dan ook heel wat ‘menselijke leringen en methoden’, al dan niet theologisch onderbouwd waarvan gezegd wordt dat het, ‘de waarheid’ zou zijn. Maar wie met Bijbels kritische ogen kijkt ontdekt al gauw dat er ook ‘schijnwaarheden’ zijn. Waarheden die de toets van de gezonde leer niet kunnen weerstaan, en daar bouw je geen gezonde gemeente mee. Zie 2 TIMOTHEÜS 4:3 en TITUS 1:9.

De gemeente is gebouwd op het fundament dat Jezus Christus heeft gelegd. Paulus schrijft er dit over: “Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf” 1 CORINTHIËRS 3:10-11. Als we dit willen uitvoeren, moet al het onechte uit de gemeente worden weggedaan! Dat is geen gemakkelijke opdracht. Maar wie bereid is om zich te onderwerpen aan Jezus Christus zal, met vallen en opstaan, zijn weg vinden in dit zo moeilijke proces, en uiteindelijk ervaren dat het de moeite waard is. Timótheüs krijgt de opdracht:

Span je in om voor God te staan als iemand die betrouwbaar is. Zorg dat je je niet voor je werk hoeft te schamen en verkondig regelrecht de waarheid” 2 TIMÓTHEÜS 2:15.

Donald Barnhouse zegt over het woord betrouwbaar het volgende. ‘In de Oudheid waren er geen banken zoals wij die tegenwoordig kennen, en er was geen papiergeld. Alle geld was van metaal gemaakt, verhit tot het vloeibaar was, gegoten in vormen en afgekoeld. Als de munten afgekoeld waren, moesten de randen glad gemaakt worden. De munten waren betrekkelijk zacht en de mensen slepen ze dus af. In een enkele eeuw werden er in Athene twintig wetten afgekondigd, om een einde te maken aan de praktijk van het "snoeien" van munten. Maar sommige geldwisselaars waren rechtschapen en wilden geen namaakgeld aanpakken. Zij waren mannen van eer die alleen geld van het goede gewicht in omloop brachten. Zulke mensen noemde men ‘dokimos’ of ‘beproefd’. Einde citaat.

Grote verantwoordelijkheid

Toen de gemeente pas ontstaan was, rustte er al een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de leiders. In HANDELINGEN 5 zien we de eerste toepassing van tucht. Dit moet een heel pijnlijke en schokkende ervaring zijn geweest voor de gemeente en de omgeving. Er was oneerlijkheid in het hart van Ananias en Saffira gekomen. Ze dachten dat ze een spelletje konden spelen met de leiding van de Gemeente. Maar ze hadden niet in de gaten dat ze de Heilige Geest aan het bedroeven waren. Het leek allemaal zo mooi door hun bedacht, maar God ziet in het diepst van het hart, Hij weet wat daar voor bedenksels zijn. Want, “God weet alles over iedereen. Alles in en om ons ligt open en bloot voor Zijn ogen; niets kan verborgen blijven voor Hem aan Wie wij verantwoording moeten afleggen voor alles wat wij hebben gedaan” HEBREEËN 4:13 HB.

Ze wilden de schijn hoog houden en laten zien dat ze het zo goed deden en dat ze alles gaven. Maar wat zegt Petrus - lees de Heilige geest – “‘Ananias, waarom heb je je door Satan laten misleiden en heb je de heilige Geest bedrogen door een deel van de opbrengst van het stuk grond achter te houden? Je had het immers niet hoeven te verkopen, en nu je het wel verkocht hebt, had je met de opbrengst toch kunnen doen wat je wilde? Wat heeft je bezield om je zo te gedragen? Niet de mensen heb je bedrogen, maar God zelf.’” HANDELINGEN 5:3-4.

Wanneer God niet had ingegrepen, had de kerk dit echtpaar geprezen voor hun bijdrage aan de opbouw van de gemeente. Dan hadden Ananias en zijn vrouw een leven geleid wat steeds door het verstand gedomineerd zou worden. Maar tevens was het fundament van Gods waarheid aangetast. En dat is iets waar God over waakt, vandaar die radicale ingreep. God wil niet dat wij een ‘dubbelleven’ leiden.

Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon” MATTHÉÜS 6:24.

De niet ontmaskerde zondaar is een levensgroot gevaar voor de gemeente. In een wereld die steeds onwaarachtiger wordt, is het een harde noodzaak dat er tenminste nog één plaats te vinden is, waar men de Waarheid kan vinden. Een Waarheid die altijd het laatste woord heeft. Zo heeft God het gewild. Maak er ernst mede, dat is de boodschap van God zelf voor leiders en gemeente leden. Veel mensen doen de dingen wel met een ‘bepaalde ernst’, maar is dat ook onderworpen aan de waarheid? En zijn we ons bewust dat ons ‘doen en laten’ ook door ‘God beproefd’ mag worden? Vaak is het zo, als God onze waarheden in een zeef legt er niet veel zullen blijven liggen. Daarom is het goed om de dingen zo te doen zodat we ons (achteraf) niet hoeven te schamen.

Ambitie of roeping

In het verleden is er vaak sprake geweest dat leiders het niet zo nauw namen. Ook nu komt dat nog voor, en dat is een grote zorg voor de gemeente. Sommige gemeente leden hebben hier meestal geen oog voor. De voorganger, de oudste is immers zo’n fijn persoon, je kunt zo goed met hun praten.  En die gemeente leden die andere dingen zien, durven geen ‘klokkenluider’ te zijn. Ze zijn bang voor een scheuring en dat het tegen hen gebruikt gaat worden, zodat ze zelf de dupe worden van hun eerlijkheid. Er zijn leiders die op eigen voordeel uit zijn of zichzelf zo belangrijk vinden. Zij zijn het die ten koste van alles hun eigen gedachten doordrukken en voor niets en niemand willen buigen. Ook al gaat daar een hele gemeente aan te gronde, dat vinden ze kennelijk niet zo erg dan hun eigen gezicht te verliezen. Het zijn mensen met ambitie maar zonder roeping. Ze richtten vaak fijne geloofsgemeenschappen te gronde. Sommige leiders houden de schijn hoog om met hun schijnheilige strengheid hun eigen zonden te bedekken.

Maar het woord van God liegt er niet om als we de volgende Bijbel gedeelten ter harte willen nemen.

“Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren. Vraatzuchtige honden zijn het, onverzadigbaar. Het zijn herders die geen inzicht kunnen bieden, allemaal gaan ze hun eigen weg, ieder belust op eigen voordeel. ‘Kom, ik haal nog wat wijn, we gieten ons vol met drank. En morgen doen we het weer net zo of pakken we het nog grootser aan” JESAJA 56:10-12.

Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken, die Sion bouwen op bloed en Jeruzalem op onrecht. De leiders spreken er recht in ruil voor geschenken, de priesters geven onderricht tegen betaling, de profeten voorspellen voor geld, terwijl ze zich op de HEER beroepen en zeggen: ‘De HEER is toch in ons midden? Ons kan geen kwaad overkomen.’ Daarom, door jullie toedoen, zal de Sion als een akker worden omgeploegd, zal Jeruzalem een ruïne worden en de tempelberg een overwoekerde heuvel” MICHA 3:9-12.

“Wee jullie Farizeeën, want jullie zitten graag op een ereplaats in de synagoge en worden graag begroet op het marktplein. Wee jullie, want jullie zijn als ongemarkeerde graven waar de mensen overheen lopen zonder het te weten” LUCAS 11:43-44.

“Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen. Wees daarom waakzaam en vergeet niet hoe ik ieder van u drie jaar lang dag en nacht onder tranen steeds weer raad heb gegeven. HANDELINGEN 20:28-31.

Dit zijn zo een aantal Bijbel verzen die overduidelijk aantonen dat er een geest van ongehoorzaamheid kan heersen. Dat leiders hun roeping hebben omgeruild voor ambitie. En het zal in de toekomst er zeker niet gemakkelijker op worden om een Gemeente te zijn naar Gods normen en waarden. De satan is er altijd op uit om het mooie van God te vernietigen. Jezus waarschuwt ons wanneer Hij zegt:

“Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen” JOHANNES 8:44.

Waakzaam blijven

Het is verschrikkelijk als voorgangers, oudsten of gemeente leden niet betrouwbaar zijn. Zij kunnen een hele gemeente te gronde richten. En een waakzaam hart is dan zeker niet overbodig. Het omzien naar elkaar is én blijft een Bijbelse opdracht.“Wie dus denkt rechtovereind te staan, moet oppassen dat hij niet komt te vallen” 1 CORINTHIËRS 10:12 GNB. Hoogmoed komt voor de val, is een bekend spreekwoord. Je kunt van jezelf wel een hoge pet op hebben, maar we worden gewaarschuwd om acht te geven op jezelf. Het toezien op jezelf blijkt in alle omstandigheden een effectief wapen te zijn tegen geestelijk verval. Zo sluit Petrus zijn tweede brief dan ook af met de volgende woorden:

“Geliefde broeders en zusters, u weet van tevoren wat er gaat komen. Wees daarom op uw hoede en laat u niet meeslepen op de dwaalwegen van wettelozen. Laat uw standvastigheid niet varen, maar groei in de genade en in de kennis van onze Heer en redder Jezus Christus” 2 PETRUS 3:17-18A.

Een mens moet heel wat beslissingen nemen. En veel van die beslissingen hebben te maken met ‘goed en kwaad’. Daarom zijn die waarschuwingen niet overbodig. Ik weet wel, niemand zit te wachten op iemand die hem op zijn vingers komt tikken. En onze natuurlijke mens schiet dan ook meestal direct in de verdediging. Wat is het advies van Petrus? “Wees daarom op uw hoede”. Een gewaarschuwd mens telt immers voor twee?

“Span je in om de toets van God met goed gevolg te doorstaan: zorg dat je je niet hoeft te schamen voor je werk en dat je de boodschap van de waarheid eerlijk brengt” 2 TIMOTHEÜS 2:15 GNB.

Mag ons ‘inspanningsvermogen’ getoetst worden? Zijn er situaties waar we ons voor moeten schamen? Laten we acht geven dat vriend nog vijand een aanleiding bij ons kan vinden tot rechtmatige kritiek op onze levenswandel. Laten we er naar streven wat Paulus zegt:

“Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus en gaan hun ondergang tegemoet” FILIPPENZEN 3:17-19A.

We moeten te allen tijde waakzaam blijven, en niet bang zijn om in te grijpen, ook al gaat het om een oudste of voorganger, want hoe kun je ze anders in ‘ere houden’. Zie HEBREEËN 13:7A. Gods woord is zeer duidelijk als het gaat om terechtwijzing! Laten we er ook naar handelen.

‘Verwijder wie kwaad doet uit uw midden’, is het advies van Paulus. Hij is er heel duidelijk over, lees het maar eens na in 1 CORINTHIËRS 5. Iemand uit je midden verwijderen dat doe je niet gemakkelijk. Daar moet je gegronde reden toe hebben. Je kunt dit dan ook met een amputatie vergelijken. Want het verliezen van gemeente leden is een pijnlijk proces. Tucht pas je toe als iemand van de waarheid afwijkt, een valse leer brengt, dwalingen of partijschappen veroorzaken in de gemeente. In de Titus brief staat kort en bondig:

“Wie na twee keer te zijn terechtgewezen nog steeds verdeeldheid zaait, moet je uit de gemeente verwijderen; je weet dat zo iemand het spoor volkomen bijster is en door te zondigen zichzelf veroordeelt” TITUS 3:10-11.

Mensen die verdeeldheid zaaien moet je proberen te corrigeren. Doe het voorzichtig en met de bedoeling hem of haar terug te brengen binnen de gemeenschap. Maar wie zich niet laat corrigeren, zegt Titus, die is het spoor volkomen bijster. En die heeft er kennelijk toch al voor gekozen om buiten de gemeenschap te staan. En deze mensen kun je dan ook maar beter uit je midden weg doen. Want je weet dat ze God niet meer willen volgen. En hun zondig gedrag veroordeeld hun zelf, zo is de conclusie van Titus. Zie ook 2 THESSALONICENZEN 3:14-15.

De gemeente is dus verplicht tucht uit te oefenen. Dit om de rest gezond te houden zodat het kan groeien en vrucht dragen waardoor we de Vader verheerlijken.

“Door veel vrucht te dragen, bewijst u mijn discipelen te zijn. Daardoor wordt mijn Vader grootgemaakt” JOHANNES 15:8.

Ik wens je Gods zegen