Gods motief voor tucht

Inhoud:

  • Een gezonde Gemeente
  • Grenzen aangeven
  • Breken met ongerechtigheid
  • Besmettingsgevaar

Een gezonde Gemeente

“Mozes vervulde trouw zijn taak in heel Gods huis, als dienaar die getuigde van de komende openbaringen, Christus echter is trouw als Zoon die over dat huis is aangesteld. Wij vormen dat huis, mits we trots en zonder schroom vasthouden aan datgene waarop wij hopen” HEBREEËN 3:5-6.

Een Bijbelse relatie met God kan niet bestaan zonder tucht. Het één hoort bij het ander. Tucht en opvoeding zijn dan ook heel normaal voor een leven met Jezus. Zonder tucht kunnen we nooit een reine en gezonde gemeente van Jezus Christus zijn in onze samenleving. Wie nadenkt over Gods opvoedende tucht maatregels, zal zich verbonden moeten weten met Gods Woord. Want hiervan zijn we immers afhankelijk? Want er bestaat geen ‘geestelijk leven’ zonder het geopenbaarde Woord van God in ons. In een vraag die aan Jezus werd gesteld om het eeuwige leven te ontvangen antwoordde Jezus: “Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn gebodenMATTHÉÜS 19:17. Zie ook LUCAS 10:25-28. Het houden aan de geboden met de bijbehorende zegeningen zien we in de hele Bijbel terug. SPREUKEN 4:4 zegt: “Hij onderwees mij en zei: "Sluit mijn woorden in je hart, want als je je aan mijn geboden vasthoudt, zul je leven.

Zo zijn we te allen tijde afhankelijk van het Woord van God dat ons het leven openbaard door de Heilige Geest. Het ‘eigen inzicht’, hoe nuttig ook, zal altijd te kort schieten om elkaar te helpen, te onderwijzen of te vermanen. Daarom: “Vertrouw met heel je hart op de HERE en verwacht het niet van je eigen verstand. Laat God delen in alles wat je doet, dan kan Hij je levensweg bepalen. Ga niet op je eigen oordeel af, maar koester ontzag voor de HERE en ga het verkeerde uit de weg” SPREUKEN 3:5-7 HB.

De kerk is niet ontstaan omdat wij dit zo noodzakelijk achten, omdat wij het zagen als een middel om van elkaar te leren houden. We zagen het ook niet als een leerschool voor een betere maatschappij. Nee, de kerk of gemeente is Gods initiatief geweest. Het was Zijn plan. Hij achtte dit noodzakelijk. Hij zag het als een middel om Zijn Liefde te tonen aan een wereld die vijandig met elkaar omgaat. Laten we maar eerlijk zijn wij houden niet zo van voorschriften. Wij houden er ook niet zo van als een ander zich met ons leven gaat bemoeien. De mens heeft van nature een hekel aan regels, aan geboden en verboden. Want zo kijken veel mensen tegen de kerk aan. En daar ligt dan ook ons probleem, we willen niet dat God ons de wet voorschrijft.

Gelovigen en kerkleiders hebben door alle eeuwen heen geworsteld om Gods wil te doen. We zijn niet van die buigzame en volgzame mensen. Lees de kerkgeschiedenis maar. Het is voor een groot deel een verslag van onze weerspannigheid. En hoe is het met de gemeente van nu? Het omzien naar elkaar? De onderwijzende tucht, is in veel gemeenten sterk verwaarloosd. Bestaat er nog zoiets als een gezond makend gemeentebeleid? Durven we de confrontatie nog aan met mensen die dwarsliggen. Laten we maar eerlijk zijn we hebben Gods heling meer nodig dan ooit te voren. O ja, er zijn gemeenten die zo hun eigen invulling geven aan Gods tucht en opvoeding met alle problemen van dien. En het is dan ook heel moeilijk om tucht een goede plaats te geven binnen de gemeente, als we geen goede kennis hebben van Gods Woord en van Gods plan met Zijn kerk.

Dat God van mensen houdt en om hen geeft en het beste met hen voorheeft, is voor ons een uitgemaakte zaak. Maar verstaan we daarin ook Gods motieven voor gemeente tucht? Zien we hierin ook Gods verlangen om Zijn gemeente te beschermen tegen het kwade van de wereld? Ontdekken we hierin dan ook Gods hunkering om Zijn Lichaam, de gemeente, samen te voegen tot één geheel? De gemeente, en vergeef me de uitdrukking, is Gods uitvinding. Het is Zijn instrument op aarde om mensen te redden en te helen. De gemeente is Gods heerschappij op aarde om Zijn grote daden te verkondigen. Toen de discipelen de vraag stelden aan Jezus om hen te leren bidden kregen ze een heel bijzonder gebed. De eerste regel wijst op God. Maar de tweede regel zegt: “laat uw koninkrijk komen en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel” MATTHÉÜS 6:10.

“Uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel”, dat is het doel wat God wil bereiken door middel van de gemeente. Hij wil een woonplaats, een huis waar Hij kan wonen van waaruit Hij, door Zijn kinderen, de aarde kan zegenen met Zijn redding, verlossing en vergeving! Herkennen we hier onze gezamenlijke geloofsbeleving in. Er is een groot spanningsveld tussen ‘gemeente zijn’, en als gemeente ‘daadwerkelijk’ in deze wereld aanwezig zijn, waardoor Gods Geest kan ademen. Het is een voortdurende strijd, met aan de ene kant “Uw wil geschiede”, en aan de andere kant dat wij als gemeente een “heilig en onberispelijk” leven zullen leiden op deze aarde.

Maar hoe moeilijk dit ook is, de gemeente is Zijn Lichaam, waar Hij voor zorgt. Het was Zijn plan om met mensen, met een eigen wil, een gemeente te bouwen hier op aarde. En dat daar Zijn wil zal geschieden zoals dat ook gebeurd in de hemel. Wat een uitdaging. Begrijpen we nu dat God het nodig achtte om dit hele plan te verpakken met ‘opvoedende’ maatregels? Het plan van God om Zijn wil te verwezenlijken op aarde, was een wens dat God al heel lang had. EFEZIËRS zegt hier het volgende over: “In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden” EFEZIËRS 1:4-5.

Dit is nogal wat. Uw wil geschiede kent soms heftige botsingen met God. Uw wil geschiede, is een enorm spanningsveld voor de gemeente van toen en nu. Want we moeten leren om ons als heiligen te gedragen zonder inspraak van deze wereld. Het is zoals de Hebreeën brief ons leert: “dat zij op aarde leefden als vreemdelingen en gastenHEBREEËN 11:13. Maar ook dat valt voor velen moeilijk. Want je wilt toch niet aangezien worden als iemand die wereldvreemd is? We willen er toch ook bijhoren? Hoe kunnen we dit spanningsveld aanvaardbaar maken? Door de regels aan te passen? Door alles in ons voordeel uit te leggen? Door te zeggen, dit moet je niet zo letterlijk opvatten. Is er dan een soort ontsnappings methode, zodat je niet ten prooi zult vallen aan Gods bemoeienis met je leven?

Nee, wie werkelijk een ‘wedergeboren leven’ wil leiden zal zich niet aan dit spanningsveld kunnen onttrekken. Dan zullen we bereid moeten zijn om Gods opvoedende zorg, in de breedste zin van het woord, te zien als Zijn speciale aandacht voor ons. Want het gaat Hem altijd om óns welzijn en ons functioneren naar Zijn wil in deze wereld. En wanneer we als gemeente willen beantwoorden aan, “Uw wil geschiede”, dan kunnen we nooit om Gods tucht maatregels heen. En er ligt dan ook een ernstige waarschuwing in de volgende woorden, “Blijft gij echter vrij van de tuchtiging, welke allen ondergaan hebben, dan zijt gij bastaards, en geen zonen”  HEBREEËN 12:8. We willen toch allemaal zonen en dochters van God zijn, en toch geen onechte kinderen, nee toch?

Uw wil geschiede, zonder Gods opvoedende aandacht bestaat niet. Simpelweg, omdat we leven in een gevallen schepping. In een wereld die God vijandig gezind is. Daarom omgeeft God Zijn kinderen met maatregels die ervoor moeten zorgen dat wij niet verdwalen in dit leven. “Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen. Ze voedt ons op en leert ons dat we ons moeten afkeren van ons goddeloze leven en onze wereldse verlangens en dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom moeten leven in deze wereld” TITUS 2:11-12 GNB. Gods genade is dus verschenen met één groot doel, om ons op te voeden, zodat we deel krijgen aan Zijn heiligheid.

Het loont de moeite om Gods woord serieus te nemen. Want zijn tuchtiging kent als doel dat, Zijn wil zal geschieden, in een wereld die ver bij Hem is weg gedwaald. Daarom zijn de volgende woorden voor ons allemaal van Levensbelang.

“Voorts, de tuchtiging van onze vaders naar het vlees hebben wij ondergaan en wij zagen tegen hen op; zullen wij ons dan niet nog veel meer onderwerpen aan de Vader der geesten, en leven? Want zíj hebben ons voor luttele dagen naar hun beste weten getuchtigd, maar Híj doet het tot ons nut, opdat wij deel verkrijgen aan zijn heiligheid. Want alle tucht schijnt op het ogenblik zelf geen vreugde, maar smart te brengen, doch later brengt zij hun, die erdoor geoefend zijn, een vreedzame vrucht, die bestaat in gerechtigheidHEBREEËN 12:9-11.

Om die reden moet de gemeente waakzaam zijn en niet voor tucht weglopen. Want een gemeente zonder tucht zal spoedig een wereldsgezinde gemeenschap worden. De grenzen zijn dan vervaagd, er is geen onderscheid meer tussen het geestelijke en het wereldse leven.  Iemand heeft eens gezegd, ‘vroeger was de kerk in de wereld’ maar vandaag is ‘de wereld in de kerk’, zo’n uitspraak geeft wel stof tot nadenken!

Grenzen aangeven

Soms is het moeilijk om christenen en niet christenen van elkaar te onderscheiden. Maar een gemeente die duidelijk de grenzen aangeeft, wat wel en wat niet getolereerd wordt zorgt voor een natuurlijke zuivering. In en dergelijke gemeente zullen duidelijke grenzen worden aangegeven. Dan zal er ook onderscheidt zijn tussen wie wel en wie niet gelooft. De Bijbelse tucht zal ervoor zorgen dat mensen veranderen of dat ze niet meer komen. Zo’n zuivering  is alleen maar mogelijk als de Heilige Geest in de gemeente werkt. Jezus zegt: “Maar als ik ga, zal ik hem naar jullie toe zenden. Als hij komt, zal hij aan de wereld laten zien wat zonde, recht en oordeel isJOHANNES 16:8 GNB. Laten we blijven bidden dat God een reinigend werk kan doen binnen de gemeente, te beginnen in ons eigen hart.

We hebben allemaal wel eens een periode dat we onze grenzen de verkeerde kant op leggen. Wat eens zo duidelijk zichtbaar was, is nu een vaag gebied geworden. We kunnen onze eerste liefde verliezen zo waarschuwt ons OPENBARING 2:4. Het verliezen van dat eerste bekeringsvuur kan desastreuze gevolgen hebben. Daarom moeten we ons goed bewust zijn van onze grenzen. Paulus waarschuwt ons wanneer hij zegt: “Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus2 CORINTHIËRS 11:3. 

Dat is waar de satan voortdurend mee bezig is. En zeg me niet dat we omdat we christen zijn, immuun voor hem zijn. Niets minder is waar. Natuurlijk zijn we beter in staat om te onderkennen wat Gods wil is, maar, “wie denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt” 1 CORINTHIËRS 10:12. Als christen krijg je geen enkele garantie dat je niet verblind kunt raken voor de listen van de satan. We worden zelfs gewaarschuwd om de Heilige Geest niet te bedroeven, zie EFEZIËRS 4:30. En dat kan heel gemakkelijk wanneer we onze grenzen verleggen naar wereldse verlangens. Wanneer wij niet kiezen zal er voor ons gekozen worden. Wanneer wij geen mening hebben zullen we heel gemakkelijk de mening van een ander aannemen.

Grenzen aangeven is dan ook heel belangrijk voor een kind van God. Hiermee zullen we de wereld buiten ons leven, maar ook buiten de gemeente kunnen houden. Wie dit niet doet zal zichzelf, met verloop van tijd, een vreemde gaan voelen in de gemeente. ‘Wij rekenen af met de zonde of de zonde rekent af met ons’, zei eens iemand tegen mij, en dat heeft me toen enorm aan het denken gezet. JESAJA 63:10 zegt: “Maar zij zijn in opstand gekomen en hebben zijn heilige geest gekrenkt. Daarom werd hij hun tot vijand en bond hij de strijd met hen aan”. Dat dit vers ons mag aansporen om de juiste keuze te maken.

Wie leert te leven binnen de grenzen van Gods koninkrijk kan het niet verdragen wanneer de zonde getolereerd wordt. Jezus Christus wil een vlekkeloze gemeente. Hij bracht daar een heel groot Offer voor, dit moeten we nooit vergeten. Met dit in gedachten zegt Petrus. “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken1 PETRUS 2:9-10 GNB. Laat het me nog eens duidelijk zeggen, de zonde maakt ons monddood, en dan kan de satan doen wat we lezen in JOHANNES 10:10. “De dief komt alleen om te stelen, te doden en te vernietigen. Ik ben gekomen om te zorgen dat zij leven hebben, leven in overvloed”.

Breken met ongerechtigheid

In het verhaal van Kaïn en Abel zien we een opmerkelijke tekst staan. GENESIS 4. We lezen daar dat God zijn offer niet accepteert wat een enorme boosheid bij Kaïn oproept. God spreekt hem daar op aan en zegt: “Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’ GENESIS 4:7.

Wanneer God offers afwijst wil dit nog niet zeggen dat Hij zich niet meer met de mensen wil bemoeien. Vgl. GENESIS 3:9-13. God stelt Kaïn dan ook een vraag om bij hem het motief bloot te kunnen leggen van zijn handelen. Die vraag is er ook, om hem tot inkeer te brengen. Dat de mens fouten maakt, dat weet God, maar Hij accepteert dat niet. De zonde ligt altijd als een roofdier op de loer om ons te verslinden. En God spreekt Kaïn dan ook aan op het feit dat hij, die boze macht, dat roofdier, niet in bedwang houdt. God zegt tegen hem; ‘je weet toch dat je over de vijand kunt heersen, waarom doe je dat dan niet?’ Zie JACOBUS 1:12-15. God spreekt Kaïn aan en zegt dat hij macht heeft om over de vijand te heersen. Hij kan sterker zijn. En het is voor hem dan ook belangrijk dat hij er tegen in zal gaan. Het goede doen zal waarschijnlijk alles te maken hebben met ‘het goede doen aan zijn broer Abel. Maar we zien dat Kaïn ondanks Gods waarschuwing de verkeerde keuze maakt.

Dit verhaal leert ons heel veel. Maar de belangrijkste les zien we in dat ene zinnetje, ‘maar jij moet sterker zijn dan je vijand’. De mens kan dus kiezen. We laten ons leiden door het goede, óf het kwade heerst over ons. Met dit in gedachten weten we dat er op aarde nooit een gemeente zal zijn die zonder zonde is. Dat is ons ook niet beloofd. Maar dat is wel het uiteindelijke doel dat God verwezenlijken zal. “Eerst was u van hem vervreemd en was u hem in al het kwaad dat u deed vijandig gezind, maar nu heeft hij u door de dood van zijn aardse lichaam met zich verzoend om u heilig, zuiver en onberispelijk bij zich te brengen. Maar dan moet u blijven geloven, onwrikbaar gegrondvest zijn in de hoop die het evangelie brengt” KOLOSSENZEN 1:21-23a. 

Maar zover is het nog niet. De vijand zal altijd kans zien om binnen te dringen. De zonde heeft een grote macht, dit moeten we nooit onderschatten. Dit houdt in dat we waakzaam moeten zijn. Als het in ‘onze tijd’ niet mogelijk is om zonder Jezus Christus met de zonde af te rekenen, is het dan wel noodzakelijk om zo diep na te denken over tucht? Ik denk van wel want het verhaal van Kaïn en Abel is hier een goed voorbeeld van.

God wil de mens opvoeden. Dat was Zijn motief bij Kaïn, en dat is Zijn motief bij ons. Gods tucht is niets anders dan een Bijbelse opvoedings methode om ons; ‘heilig, zuiver en onberispelijk’, bij Hem te brengen. God wil ons iets leren, iets wat je nog niet wist of vergeten was of niet bereidt was om te doen. De mens wil meestal zijn eigen weg gaan. Kijk maar naar het opvoedingsproces van de kinderen. Meestal verzetten ze zich tegen wat hun ouders zeggen. En let eens op hoe vaak de kinderen het winnen van hun ouders? Wie voedt wie op? Moeten we nu onze opvoedkundige taken dan maar staken? Nee, natuurlijk niet, want we weten wat de gevolgen kunnen zijn. En heel vaak is het zo dat ze later spijt hebben van hun ongehoorzaamheid. Dat zullen we misschien nooit van ze horen, maar het werkt wel door. Je hebt een basis gelegd waarop ze toch terug kunnen keren. Soms komt wijsheid met de jaren.

Voor een gemeente is dit niet anders. Er bestaat ook zoiets als geestelijk puberen. We zullen moeten leren te gehoorzamen naar wat God wil. SPREUKEN 29:18HB. zegt: “Als het volk Gods boodschap niet meer hoort, raakt het uit de koers; gelukkig is hij, die naar Gods wet leeft”. Gods boodschap is Zijn openbaring aan ons. Daarin laat God weten wat wel en niet verstandig is voor de mens. En wanneer die openbaring er niet is, dan raken we onze koers kwijt. Dan vermengen we ons met de wil van anderen. Het woord ‘boodschap’, betekent dat we weten wat God wil, maar het ook doen. Wie van ons doet boodschappen bij een supermarkt en laat ze vervolgens in de schuur liggen? We weten dan wat er gebeurd. Het wordt onbruikbaar. Zo kan het ook met Gods woord gaan. Door niet te doen wat de boodschap inhoud zullen we geestelijk verhongeren. Zo is tussen ‘woord en praktijk’, de tucht het aangewezen middel, om ons te corrigeren.

Wie tucht verwaarloosd zal een geestelijk vervallen huis worden. En daar is het niet prettig wonen. Ik ken nog de huizen uit mijn jeugd waarop een bord stond van ‘onbewoonbaar verklaard’. Zulke huizen waren afgekeurd vanwege slecht onderhoud. Ramen en deuren waren dan met planken dichtgespijkerd. Want er naar binnen gaan was levensgevaarlijk. Zo kan het ook gaan met christenen die hun geestelijke woning slecht onderhouden.

Elke opwekking binnen een gemeente kan teniet worden gedaan door verwaarlozing van persoonlijke of gemeentelijke tucht. Daar zijn vele voorbeelden van. Dat leert de kerkgeschiedenis ons en misschien je eigen leven ook wel. Moet er meer controle komen binnen de gemeente? Dat is ondoenlijk en ook niet de oplossing. Want er zijn meer verborgen dan openbare zonden. We zien lang niet alles wat er mis is. En we zijn het er wel over eens, denk ik, dat er voor Jezus’ wederkomst geen zondeloze gemeente zal zijn hier op aarde.

De beschermende maatregels van God zijn ons gegeven om ons veilig thuis te brengen. Om ons ver van het kwade te houden. Paulus schrijft aan zijn vriend Timótheüs. “Maar het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: ‘De Heer weet wie hem toebehoren’ en ‘Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan’2 TIMÓTHEÜS 2:19.

Hoe voorkomen we onverklaarbare woningen, door het onrecht, het kwade, uit de weg te gaan. Het boosaardige links laten liggen. En geloof me, ik zeg dit niet goedkoop. Ook ik heb mijn lessen moeten leren net als ieder ander. Dus wat is onze opdracht, breken met de ongerechtigheid. En let nu eens niet op die ander, maar ken nu eens je eigen verantwoordelijkheid. Het begint bij jezelf. We leven in een wereld die vol is met gebreken, en hoe vervelend ook, we zullen ze ook tegen komen in ons eigen leven. En blijft de gemeente er vrij van? We weten wel beter.

Zelfs Jezus kwam dit tegen bij Zijn Discipelen. Hij moest ze voortdurend corrigeren om ze te laten zien dat Gods Koninkrijk totaal anders is. Was dit gemakkelijk voor Hem? Wie de verhalen leest weet het. Jezus werd uiteindelijk verraden door een van Zijn Discipelen. Het verhaal van Judas leert ons dat je Jezus kunt volgen, en toch in het geheim in de zonde kunt leven. Iemand heeft eens gezegd; ‘dat waar koren is, daar is ook het kaf.’ Vgl. MATTHÉÜS 13:24-30. Kaf is een bijproduct van koren. Uiteindelijk heb je er niets aan. Wie écht wil zijn, moet breken met de ongerechtigheid.

Dat was vroeger maar zeker ook nu, geen gemakkelijke taak. Hoe houdt je de zonde buiten de gemeente, buiten je eigen leven? Gemeente tucht is dan ook een doorlopende opdracht waar je nooit mee klaarkomt. Ik heb dan ook groot respect voor mensen die met hart en ziel werkzaam zijn in de Pastorale Counseling. Is het water naar de zee dragen? Dweilen met de kraan open? Het lijkt er soms wel op. De zonde zal altijd op de loer liggen maar wij moeten én kunnen er over heersen. Totdat Jezus wederkomt, zullen we ons de volgende opdracht eigen moeten maken.

“Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. Laat tot u doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeftHEBREEËN 12:2-3.

Besmettingsgevaar

Kleine dingen kunnen grote dingen volledig aantasten. Bij grote renovaties zijn het meestal de insecten die voor tonnen schade zorgen. Houtworm kent geen genade met de antieke klok van je grootouders. Hele kabinetten worden vermolmd door die kleine insecten. HOOGLIED 2:15 HB zegt: “Vang de jonge vossen, die onze wijngaarden ruïneren. De druiven bloeien nu immers”. En in het Nieuwe Testament kunnen we lezen: “Het is niet goed dat u zo verwaand bent. Hoe hebt u zoiets door de vingers kunnen zien? Zo gaat het immers van kwaad tot erger. Weet u niet dat door een klein beetje gist het hele deeg gaat gisten? Gooi de oude gist weg, anders bent u geen vers deeg1 CORINTHIËRS 5:6-7A HB.

Dit voorbeeld gebruikt Paulus om aan te geven om de zonde buiten de gemeente te houden. Want hij wist dat zo'n geval van zonde, het ging hier om ontucht, de hele gemeente kan besmetten. Ik moet denken aan mijn vader die vroeger elke winter verschillende keren de voorraad aardappelen inspecteerde. Dit deed hij om te kijken of er ook zieken tussen zaten. Want hij wist, als ik dat niet doe dan steekt die ene zieke, de andere aardappels aan. En het gevolg is dat je er veel meer moet weggooien dan nodig is. De zonde heeft dezelfde besmettingskracht, laten we dát niet onderschatten!

Pastorale Counselors en gemeente leiders hebben een voorbeeldfunctie. De hele gemeente kijkt hoe ze het doen. Hoe gaan we met hen om? “Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komenHEBREEËN 13:17. Natuurlijk, er wordt naar hen gekeken. En soms worden ze bekritiseerd. En als ze fouten maken gebruiken we dit tegen hen. Wat zij mogen, mogen wij toch ook? Maar Gods woord denkt hier anders over. HEBREEËN 13:7 maakt duidelijk dat we “het geloof van onze voorgangers moeten navolgen”, en niet hun fouten of zonden!

Wie geleerd heeft hoe snel de besmetting kan toeslaan zal ook open staan voor tucht in de gemeente. Maar waar wordt het nog toegepast? Waar is de gemeente die het waagt om belangrijke leiders aan te spreken op hun gedrag? Wie durft er dan in te grijpen? Er zijn veel gemeenten uit elkaar gescheurd omdat men bang was om elkaar de waarheid te zeggen. Waarom zijn we bang? Omdat sommige leiders veel macht hebben over anderen (verdeel en heers). En daar zijn we vaak niet tegen opgewassen. En soms zien we het niet, omdat de leider de ander geleerd heeft (autoritair gedrag) om tegen hem op te kijken.

Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat veel gemeenten behoorlijk aan kwaliteit hebben verloren. En de wereld kijkt toe en de satan lacht. Het lijkt wel of de rollen zijn omgedraaid, de zonde heerst over ons. Ben ik nu te zorgelijk, te zwartgallig? Ik denk het niet! Wat merkt Nederland van ons getuigenis van ‘ons kennen’ van God? Veel voorgangers zijn het er over eens dat ons land steeds meer een ‘zendingsland’ aan het worden is. Corrie ten Boom zei vaak; ‘je bent een zendeling of een zendingsterrein’! En ik denk dat er weer ruimte is voor zendelingen binnen onze gemeenten, zodat er weer nieuw leven ontstaat. Heer ontferm U over ons, ontferm U over mij!

Ik wens je Gods zegen