Tucht vanuit Bijbels perspectief gezien

Inhoud:

  • Een middel
  • Een onderwijzend karakter
  • Gods omgang met Zijn volk
  • Wat Paulus schrijft
  • De kern van Bijbelse tucht
  • Opvoeden in Gods genade
  • Acht geven op elkaar

Een middel

Tucht is een middel wat God toepast om de gemeente op te voeden. Dit Kan Hij met de enkeling maar ook met een hele Gemeente doen. Meestal roept het woord ‘tucht’ bij ons een negatief gevoel op. Zoiets als er flink van langs krijgen. We kunnen hier ook denken aan de strenge discipline bij militairen, die alle bevelen onmiddellijk moesten opvolgen. Een bekende uitspraak in het leger was; ‘hier hoef je niet te denken, want hier wordt voor je gedacht’. Wat dan weer beantwoord werd (meestal niet hardop) door de soldaten, ‘dan heb je verkeerd voor mij gedacht’.

We hebben allemaal een of andere weerstand als we denken aan tucht. Het liefst voeden we ons zelf op. En wanneer een ander ons terecht wil wijzen komt er automatisch een vorm van weerstand opzetten. Kijk uit hoor, pas op je tellen. Deze menselijke weerstand zien we in onze hele samenleving terug. Want we willen niet dat een ander zich gaat bemoeien met ons gedrag. Het is toch ons leven. We willen geen inmenging van anderen, ‘vrijheid blijheid’, is een verworven recht waar iedereen moet afblijven. We corrigeren ons zelf wel als dit nodig blijkt, dat hoeft die ander niet te doen. Uitspraken als ‘bemoei je met je eigen zaken’ is daar een bekend voorbeeld van. En dit geeft haarscherp weer hoeveel tegenstand een mens kan hebben als hij geconfronteerd wordt met iemand die iets in zijn leven, uiteraard ten positieve, wil verbeteren.

Wie zo tegen het woord ‘tucht’ aankijkt zal veel problemen veroorzaken in zijn eigen leven en in dat van anderen. Om die reden is het verstandig om te ontdekken dat het Bijbelse woord tucht een veel positievere inhoud kent. God tuchtigt ons niet omdat Hij ons zo graag wil straffen. In Zijn bemoeienis met ons leven zien we nooit dat Hij dit doet omdat God Zijn agressie zo nodig kwijt moet. Nee, deze gevoelens komen bij God niet eens voor. Om een zuiver beeld van de Bijbelse tucht te krijgen moeten we HEBREEËN 12:7-11 lezen. Want daar zullen we ontdekken hoe Gods houding tegenover ons is als Hij tuchtigt.

“Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards. Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid. Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid”.

Een onderwijzend karakter

In het Oude Testament wordt het woord ‘vermanen’ niet zo vaak gebruikt dan in het Nieuwe Testament. Maar er is een tekst die duidelijk aangeeft, dat God altijd vermaant vanuit ‘bewogenheid en liefde’ voor ons. “Laat ieder van u dan beseffen dat de HEER, uw God, u opvoedt zoals een vader zijn kind opvoedt. Leef daarom zijn geboden na door de weg te volgen die hij u wijst en door ontzag voor hem te tonenDEUTERONOMIUM 8:5-6. Het nieuwtestamentische Grieks heeft hier twee woorden voor, terechtwijzen en troosten.

Het woord ‘terechtwijzen’ komt ongeveer tien keer voor en kent het karakter van vermanen en terechtwijzing in de strikte zin van het woord. In 1 CORINTHIËRS 10:11 wordt er het woord ‘waarschuwen’ gebruikt, maar in de context gaat het om hetzelfde doel. “Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen”.

Het woord terechtwijzen heeft haar wortels in de pedagogie waaruit onze opvoedingsleer is ontwikkeld. Een prachtig voorbeeld hiervoor vinden we in EFEZIËRS 6:4 “Vaders, maak uw kinderen niet verbitterd, maar vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer dat wil”.

Het vormen en vermanen is een opvoedkundig spel waarin de wil van God steeds gezocht wordt. Ik noem nog een paar voorbeelden.

“Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengenKOLOSSENZEN 1:28.

 “Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid” KOLOSSENZEN 3:16A.

In al deze teksten gaat het om hetzelfde doel, opvoeden naar Gods wil de ander in liefde vormen en vermanen.

Een ander woord wat veel vaker voorkomt is ‘troosten’. Dit woord komt ruim honderd keer voor en is een zeer ruim begrip. Maar steeds gaat het om het troostende karakter van God de Vader. Dit troosten wijst ons ook op het werk van de Heilige Geest. Hij is de “Parakletos’, de ‘erbij geroepene’, de Trooster die ons bijstaat in dit leven. Het woord ‘Troosten’ wordt met verschillende woorden vertaald. Ook hier wil ik een paar voorbeelden noemen.

“Worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk1 CORINTHIËRS 4:13.

“U kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd1 CORINTHIËRS 14:31.

Deze teksten kennen een meer Pastoraal accent, maar met een opvoedend en troostend karakter. Het kent vooral ook een bemoedigende ondertoon.

Bij vermanen staat niet altijd het bekritiseren en afbreken van de ander centraal. Maar in de eerste plaats gaat het om de redding en het herstel van de mens. “Met nog vele andere vermaningen bracht hij aan het volk het evangelie” LUCAS 3:18 NBG. Het woord ‘Evangelie’, betekent; ‘een boodschap tot redding’. En om de ander te wijzen op Die Redder, moeten mensen soms vermaand worden. Met dat doel stuurde Paulus zijn medewerker Timótheüs erop uit met het doel om: “u te sterken en aan te moedigen in uw geloof, zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt” 1 THESSALONICENZEN 3:2.

Wie de Bijbelse tucht bestudeerd zal zien dat er altijd sprake zal zijn van een ‘Vader-kind-relatie’. En die relatie zal zich altijd afspelen binnen de grenzen van liefde en aanvaarding. Ook kent de Bijbelse tucht altijd een onderwijzend en preventief karakter. En zal altijd gericht zijn op de toekomst en nooit op het verleden. Als tucht gericht is op het verleden, dan kent het alleen maar de aardse begrippen als afstraffing, dan is het een ontlading van agressie, enz. Jammer genoeg kennen velen van ons hier pijnlijke voorbeelden van.

Soms hoor ik mensen zeggen; is God nou een God van liefde? Moet je lezen hoe en wat Hij allemaal doet en toelaat, als Hij liefde is had Hij toch ook wel voor een andere oplossing kunnen zorgen? Deze mensen hebben een verkeerd beeld van God. Ze zien Hem als een politie man die graag een bekeuring uitschrijft. Als een rechter die ervan geniet om eindelijk een oordeel uit te kunnen spreken.

Gelukkig hebben we gezien dat Gods motieven om te tuchtigen totaal anders zijn. Zou dat niet zo zijn dan had de mensheid niet meer bestaan. Dan waren we allang van Gods aardbodem weggevaagd. Wie echt de moeite wil nemen om te begrijpen waarom God tuchtigt, zal ontdekken dat God altijd de mens terechtwijst omdat Hij hen liefheeft! En let dan eens op het feit hoe Hij omging met het volk Israël.

Gods omgang met Zijn volk

Gods bemoeienis met Zijn volk was er altijd. Hij was onveranderlijk bij hen betrokken. Hij voedde hen op, bemoedigde en vermaande hen, Hij corrigeerde en bestrafte zijn volk. God had een eindeloos geduld met zijn kinderen. Maar, als het echt niet wilde luisteren en Zijn raad in de wind sloeg, dan plaatste Hij hen tijdelijk buiten Zijn bescherming en aandacht. Dan maakte God Zich tijdelijk los van zijn volk en liet hen wegvoeren in Ballingschap. Zie JEREMIA 32:26-36 en let op VERS 33: “Ze hebben mij niet gehoorzaamd, maar mij de rug toegekeerd. Hoewel ik hen telkens weer onderwees, luisterden ze niet naar mijn terechtwijzingen”.

Wie de geschiedenis van het Joodse volk leest, die ontdekt dat Gods liefde het telkens weer wint van de straf die Hij het volk had opgelegd. Hij laat Zijn kinderen nooit helemaal los. Op een zeker moment pakt God de draad weer op en gaat Hij verder met Zijn plan. Zou Hij dat niet doen, dan zou de tucht aan zijn doel voorbij schieten. Dan zou het gewenste resultaat nooit bereikt worden. Want de kerngedachte van tucht is dat het een ‘opvoeden is’, volgens Gods principes, liefde en genade.

Daarom houdt tucht, taalkundig gezien, verband met woorden als: opvoeden, kastijden, bestraffen, terechtwijzen, eruit trekken. Maar ook met: groot brengen door verzorging, en dan met nadruk op verzorging, ingetogen d.w.z. welopgevoed. Paulus laat dit aan de hand van zijn eigen opvoeding zien. In HANDELINGEN 22:3 zegt hij er dit over: “Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de wet van onze voorouders opgevoed. Ik ben een vurig dienaar van God”.

Paulus wist als geen ander wat het woord tucht betekende, zowel voor zijn eigen als voor het leven van de ander. Aan Titus schrijft hij: “Want Gods genade is verschenen tot redding van alle mensen. Ze voedt ons op en leert ons dat we ons moeten afkeren van ons goddeloze leven en onze wereldse verlangens en dat we bezonnen, rechtvaardig en vroom moeten leven in deze wereld” TITUS 2:12 GNB.

Het doel van Gods genade is, om ons op te voeden en ons te leren wat genade voor onszelf en voor de ander betekent. Wie dit begrijpt zal wereldse verlangens gaan negeren om te kunnen leven volgens Gods principes. God is niet in de eerste plaats onze rechter, die ons direct veroordeelt zo gauw wij iets fout doen. Niet dat Hij geen recht zal spreken over onze zonden, dat wel, maar niet eerder dan dat wij Zijn liefde en vergeving bewust hebben afgewezen! Zie HEBREEËN 9:27

Wat Paulus schrijft

Toen Paulus voor Felix de Stadhouder stond, om van zijn geloof in Jezus Christus te getuigen, deed hij een opmerkelijke uitspaak in verband met het ‘welopgevoed’ zijn. In HANDELINGEN 24:16 NBG zegt hij, “En hierin oefen ik mijzelf, altijd een onergerlijk geweten te hebben voor God en de mensen”. Het was voor hem een eer om een zuiver geweten te hebben. Maar dat komt je niet aanwaaien daar moet je iets voor doen. Paulus hij oefende zichzelf, hij lette op of er iets was waarop hij God of mensen zou kunnen teleurstellen. En om dit verlangen kracht bij te zetten zegt hij: “ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden” 1 CORINTHIËRS 9:27 NBG. Hij schuwde de tucht niet, hij liet er zich door opvoeden. En dit opvoedkundige principe komen we ook tegen in de volgende teksten.

“Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven (…) opdat gij onberispelijk en onbesmet mocht zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld” FILIPPENZEN 2:12 en 15 NBG.

“Hoewel ik hoop spoedig naar je toe te komen, schrijf ik je dit alles voor het geval ik mocht worden opgehouden. Dan weet je hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat wil zeggen de kerk van de levende God, fundament en pijler van de waarheid” 1 TIMÓTHEÜS 3:14-15.

“maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt zo ook gijzelf heilig in al uw wandel; er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig” 1 PETRUS 1:15-16 NBG.

De kern van Bijbelse tucht

Het aspect van opvoeden komen we veelvuldig tegen in de Bijbel. Veel verhalen vertellen ons dat God altijd weer geïnteresseerd is in mensen en hun problemen. Zo wil God een Vader zijn die zijn zorg tot uitdrukking laat komen in wijze woorden en levenslessen. En dit alles is doorademt met de Heilige Geest. De kern van Bijbelse tucht is dan ook een opvoeden door de Heilige Geest geïnspireerd. Wanneer we dit feit ontdekken kunnen we elkaar helpen iets af te leren of na te laten en tevens leren Bijbels te handelen.

Bij tucht moeten we altijd denken aan, genade en liefde! Dat zijn de ingrediënten die we altijd moeten kunnen terugvinden in Gemeente tucht. Paulus schrijft heel kernachtig aan Titus: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld levenTITUS 2:11-12 NBG. Met andere woorden, Gods genade is; ‘zichtbaar én openbaar’ geworden. God heeft Zichzelf laten zien in al Zijn genade.

In een gesprek met de Discipelen over het zien van God zegt Jezus: “Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” JOHANNES 14:9. Wat eerst niet zichtbaar was kan nu gezien worden. Gods genade bracht in Jezus Christus, redding en verlossing voor alle mensen. Zo vertaalt Gods genade zich in de woorden; redding, aanvaarding, verlossing en vergeving. En dat, zo zegt Jezus, is openbaar geworden. Dat kunnen we zien in mensen-levens die veranderen door Die genade. Mensen die geheeld worden omdat ze de kracht van vergeving toelaten en toepassen in gebieden waar niemand bij kon komen.

Dit geweldige, vernieuwende offer van Christus, voed ons dus op tot andere mensen. Tot mensen die vruchten voortbrengen die overeenkomen met hun keuze om als veranderde mensen te leven. Vgl. MATTHÉÜS 3:8. Door deze ontmoeting met Jezus gaan we God zien. Dat is wat Jezus bedoelde toen Hij zei: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”. Met andere woorden, wie een ontmoeting met Jezus heeft gehad, heeft dat ook met God de Vader. En in die openbaring ligt geweldige kracht verborgen. Lees maar eens wat Paulus aan de Romeinen schrijft over de kracht van Gods Woord.

Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is, maar dat nu is geopenbaard en op bevel van de eeuwige God door de geschriften van de profeten bij alle volken bekend is geworden om ze tot gehoorzaamheid en geloof te brengenROMEINEN 16:25-26. ZIE OOK KOLOSSENZEN 1:26.

Gods genade doet iets. Het schijnt in onze harten, het openbaart dingen. Het laat de heerlijkheid van God zien. Het maakt de veelkleurigheid van God bekend en brengt alles aan het licht wat weg en veranderen moet.

“Mij, de allerminste van alle heiligen, is de genade geschonken om de heidenen de ondoorgrondelijke rijkdom van Christus te verkondigen, en voor allen in het licht te stellen hoe het mysterie dat in alle eeuwen verborgen was in God, de schepper van het al, werkelijkheid wordt. Zo zal nu door de kerk de wijsheid van God in al haar schakeringen bekend worden aan alle vorsten en heersers in de hemelsferen” EFEZIËRS 3:8-10.

Zie ook HEBREEËN 1:1-3; 4:12-13 en 1 PETRUS 1:20.

En deze geweldige openbaring van Godswege kent als doel om ons op te voeden, ons te leren ontdekken wie God is. Dan gaan we, zo zegt Paulus, ons afkeren van ons goddeloze leven en wereldse verlangens, dan gaan we bezonnen, rechtvaardig en vroom leven in deze wereld. Zie TITUS 2:12. Gods genade wil ons opvoeden, dat is het doel van alle tucht, daarom verscheen God in genade, en niet in toorn. Hebben we er ooit wel eens bij stil gestaan dat, als God was verschenen ‘zonder genade’ wat dat voor een gevolgen zou hebben gehad voor ons mensen, voor jou en mij!

Opvoeden in Gods genade

Tucht is opvoeden en Titus laat ons zien dat God dat doet door Zijn genade in Jezus Christus. Dat opvoeden vinden we ook in 2 TIMÓTHEÜS 3:16. Daar zien we dat Gods woord de basis is voor onze opvoeding. De Willibrord vertaling zegt:

Elk door God geïnspireerd geschrift dient ook om te onderrichten in de waarheid en dwalingen te weerleggen. Om de zeden te verbeteren en de mensen op te voeden tot een rechtschapen leven”.

God staat naast ons om met Zijn opvoedende genade te helpen. Hij is daarin ‘het grote’ voorbeeld! Zo mogen wij ook naast elkaar staan, om elkaar aan te vuren en dagelijks te vermanen. Ik weet wel dat we dit niet zo snel zullen doen. Maar denk eens aan het feit dat wanneer jij je mond houdt, de ander bewust overlaat aan het spel van boze machten. Daarom kunnen we die oproep om elkaar te helpen niet naast ons neer leggen.

Zie er dus op toe, broeders en zusters, dat niemand van u door een kwaadwillig, ongelovig hart afvallig wordt van de levende God, maar wijs elkaar terecht, elke dag dat dit ‘vandaag’ nog geldt, opdat niemand van u halsstarrig wordt omdat hij door zonde verleid werd” HEBREEËN 3:12-13.

Ook wij moeten zorgdragen voor elkanders welzijn en geestelijk leven. Alle Bijbelgedeelten die spreken over tucht zijn ons gegeven ter waarschuwing, met als basis een, ‘onderwijzend karakter’. Mag het volgende Bijbelgedeelte je helpen in te zien dat het voor ons allemaal ‘noodzaak’ is elkaar te helpen. Paulus wijst er de Gemeente van Corinthiërs op wat het volk Israël is overkomen. Zij kwamen regelmatig in opstand en gingen hun eigen weg. De gevolgen staan breeduit beschreven in de Bijbel. En met de herinnering aan hun opstandig hart schrijft hij:

En kom niet in opstand, zoals weer anderen deden, want daardoor werden ze door de doodsengel vernietigd. Wat hun overkomen is, moet ons tot voorbeeld strekken; het is geschreven om ons, voor wie de tijd ten einde loopt, te waarschuwen. Laat daarom iedereen die denkt dat hij stevig overeind staat oppassen dat hij niet valt. U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan1 CORINTHIËRS 10:11-13.

Acht geven op elkaar

Het Bijbelse acht geven op elkaar is geen bemoeizucht. Voor sommigen lijkt dit misschien wel zo, omdat ze niet bereid zijn om naar Gods stem te luisteren. Want Die kan op vele manieren tot ons komen. We mogen elkaar best ‘De Waarheid’ zeggen. Dat zijn we elkaar verplicht. Wie van ons kan het aanzien dat zijn broeder of zuster de genade van God verliest zonder dat het ons wat doet? Wie dat kan, heeft volgens mij nog maar bitter weinig begrepen van Gods genade en heeft mogelijk zelf nog bekering nodig!

Tot slot nog een paar teksten die laten zien hoe belangrijk het is om acht op elkaar te geven.

“Broeders en zusters, ikzelf ben ervan overtuigd dat u inderdaad niets dan het goede wilt en dat het u niet aan kennis ontbreekt, zodat u ook in staat bent om elkaar terecht te wijzen” ROMEINEN 15:14.

“Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen1 CORINTHIËRS 4:14.

“Wij vragen u, broeders en zusters, diegenen onder u te erkennen die zich op gezag van de Heer ervoor inzetten u te leiden en terecht te wijzen. U moet hun om hun werk veel liefde en respect betonen. Leef in vrede met elkaar. Wij sporen u aan, broeders en zusters, iedereen die zijn dagelijks werk verwaarloost terecht te wijzen, de moedelozen hoop te geven, op te komen voor de zwakken, met iedereen geduld te hebben” 1 THESSALONICENZEN 5:12-14.

Zie ook: TITUS 1:9-13 en 2:15; 1 TIMÓTHEÜS 5:20; OPENBARING 3:19.

Laat bij dit alles je leiden door wat GALATEN 6:1 zegt.

“Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid.

Ik wens je Gods zegen