Straft God?

Inhoud:

  • Een zondige wereld
  • Gods doel
  • Billy Graham zegt
  • Waarheid heeft voorrang
  • Kwaliteit boven kwantiteit

Een zondige wereld

In de Bijbel wordt het woord ‘zonde’ gebruikt om aan te geven wat kwaad is in Gods ogen. Hoewel zonde in vele vormen voorkomt, draait het toch steeds om begrippen zoals; ongehoorzaamheid, ondankbaarheid, en een opstandige houding tegenover God. David zegt nadat God hem had overtuigd van zijn zonden: “Wees mij genadig, God, in uw trouw, u bent vol erbarmen, doe mijn daden teniet, was mij schoon van alle schuld, reinig mij van mijn zonden. Ik ken mijn wandaden, ik ben mij steeds van mijn zonden bewustPSALM 51:3-5.

Gods woord geeft ons nergens het evolutionistische beeld, dat de mens ergens in een ‘moreel moeras’ ontstaan is. En vervolgens begon hij zich langzaam op te werken zodat hij eens de volmaaktheid zou bereiken. Nee, de Bijbel toont ons precies het tegenovergestelde. Door onze ongehoorzaamheid hebben we het recht verloren op een aantal voorrechten, die de Schepper ons gegeven had. Zoals; geestelijke gemeenschap met God Zelf, in heiligheid met Hem wandelen, welvaart, en de  heerschappij over de geschapen natuur. Vgl. GENESIS 3 en ROMEINEN 5:12-21.

De keuze van Adam en Eva om te zondigen heeft heel ons menselijke bestaan aangetast. Paulus is hier heel duidelijk over. “Zo staat er ook geschreven: ‘Er is geen mens rechtvaardig, zelfs niet één, er is geen mens verstandig, er is geen mens die God zoekt. Allen hebben ze zich afgewend, heel de mensheid is verdorven. Er is geen mens die nog het goede doet, er is er zelfs niet één” ROMEINEN 3:10-12. En: “Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd” ROMEINEN 5:12. Zie ook 1 CORINTHIËRS 15:21-22. En zijn conclusie is dan: “alle mensen hebben gezondigd en moeten het stellen zonder Gods heerlijke aanwezigheidROMEINEN 3:23 GNB.

Ieder mens, kent deze ‘fatale afwijking’ in zijn bestaan. Namelijk, de aangeboren neiging om zondig te denken én te handelen. Er worden verschillende woorden gebruikt om deze toestand weer te geven. Maar de betekenis van het woord zonde is; ‘tekortschieten’ of het ‘doel missen’. En hierbij kunnen we denken aan een speer die zijn doel gemist heeft. We kunnen nooit op Gods niveau leven, zonder Jezus Christus aan te nemen in ons leven. Jezus zegt er dit over: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mijJOHANNES 14:6.

Het woord ongerechtigheid betekent: ‘oneffenheid’ of ‘naast de lijn lopen’. Dit wil zoiets zeggen als; ‘af wijken van het rechte pad’. Of het niet in staat zijn om de door God uitgezette koers te volgen. Het lijkt op een poging om rechte lijnen te tekenen zonder een liniaal te gebruiken. Wetteloosheid en ongehoorzaamheid is het verbreken van Gods Wet en  dat geeft een juridisch aspect aan de zonde. Want in elke maatschappij wordt straf geëist, voor een ‘bewuste overtreding’ van de wet. Het woord overtreding betekent ‘een misstap’. Dit roept het beeld op van iemand die heel bewust de verkeerde grens oversteekt. Het is dan ook interessant om te zien dat de twee belangrijkste woorden voor zonde in het Oude Testament, ‘ongerechtigheid en overtreding’, variaties zijn op de gedachte van; ‘verdwalen of een weigering om op het rechte pad te lopen’.

Het woord ‘overtreding’ is heel persoonlijk. En het wordt gebruikt om aan te geven hoe we tegenover elkaar zondigen. “Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven. Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergevenMATTHÉÜS 6:14-15.

In de Bijbel lezen we duidelijk dat de zonde van buitenaf onze wereld binnenkwam. Oorspronkelijk was alles wat God geschapen heeft ‘zeer goed’, zie GENESIS 1:31. We moeten dus aannemen dat satan vóór de schepping der wereld, tegen God opstond. Vgl. GENESIS 1:1-2.

“U bent nu uit de hemel gevallen, morgenster, zoon van de dageraad! U bent op de aarde neergeveld, hoewel u vele volkeren op aarde overwon. Want u zei bij uzelf: "Ik zal de hemel bestormen en hoger dan de sterren heersen. Ik zal de hoogste troon bestijgen. Ik zal zetelen op de berg van de samenkomst, ver weg in het noorden. Ik zal opklimmen tot in de hoogste hemelen en gelijk zijn aan de Allerhoogste” JESAJA 14:12-14 HB.

En daardoor is de satan de oorsprong van de zonde geworden. Vanaf het ogenblik dat de mens ongehoorzaam werd en inging tegen Gods gebod, kwam de zonde de wereld binnen en heeft sindsdien het hele mensdom vergiftigd. Vgl. GENESIS 2:16 en 3:1-8; PSALM 51:5 en ROMEINEN 5:12. De gevolgen van de zonde worden in de Bijbel duidelijk weergegeven. Jezus zegt: “Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen” JOHANNES 8:44. Daarom is de eendracht, die er tussen de mensen bestond, helemaal verstoord. Zie JACOBUS 4:1. De hele schepping werd ontwricht en wacht nu op de uiteindelijke verlossing, ROMEINEN 8:19-24. Voor de individuele mens loopt de zonde uit op verloedering van onze maatschappij, slavernij en dood. Zie JOHANNES 8:34 en ROMEINEN 6:23.

De scheiding tussen God en mens heeft alles te maken met de mens zelf. “De arm van de HEER is niet te kort om te redden, zijn gehoor niet te zwak om te luisteren jullie wangedrag is het dat jullie en je God uit elkaar heeft gedreven; door jullie zonden houdt hij zich verborgen en wil hij je niet meer horen” JESAJA 59:1-2. Alleen Jezus Christus kon de gevolgen van de zonde wegnemen. Hij droeg de straf der zonde en reinigde ons ervan. Zie 2 CORINTHIËRS 5:21 en 1 JOHANNES 1:7. En het volgende bijbelvers toont overduidelijk Gods genade en bevrijdende kracht. “Omdat die kinderen mensen zijn van vlees en bloed, is de Zoon een mens geworden als zij om door zijn dood definitief af te rekenen met de heerser over de dood, de duivel, en zo allen te bevrijden die slaaf waren van hun levenslange angst voor de doodHEBREEËN 2:14-15.

Jezus Christus opende voor ons de weg om tot God te naderen. Zie EFEZIËRS 2:18 en 1 PETRUS 3:18. Hij gaf aan de mensen uit alle culturen de mogelijkheid om in vrede met Hem en met elkaar te leven. “Want hij is onze vrede, hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht hij vrede en verzoende hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te dodenEFEZIËRS 2:14-16.

Maar Zijn overwinning geeft ons ook de kracht om zonde en verleiding het hoofd te bieden. Vgl. ROMEINEN 6:14. En uiteindelijk zal de macht en de autoriteit van Jezus, satans macht voor eeuwig vernietigen. De Bijbel begint met een hof waaruit de zondige mens verdreven werd, zie GENESIS 3:24. Maar eindigt met een stad waar de zonde in welke vorm dan ook niet meer zal voorkomen en waar niets dat onrein is kan binnenkomen, zie OPENBARING 21:27. Wat een heerlijke toekomst!

Gods doel

Wanneer God ons iets verbiedt, en we overtreden dat gebod, dan is het logisch dat we ons schuldig voelen. En hoe God met onze schuld omgaat, hebben we hierboven kunnen lezen. God is er niet opuit om ons schuldig te verklaren, maar ons vrij te kunnen spreken op grond van het volbrachte werk van Jezus Christus. Daarom loopt er een rode draad dwars door de hele Bijbel heen om ons dit duidelijk te maken. Het zijn richtsnoeren om ons bij God te houden. Een voorbeeld van zo’n richtsnoer is: “Zonen, luister naar de lessen van je vader, wees vol aandacht en kom tot begrip. Wat ik je leer is waardevol, sla dus mijn onderricht niet in de wind” SPREUKEN 4:1-2.

Straf is geen fijn onderwerp om over te spreken. Maar toch kunnen we er niet omheen, omdat God erover spreekt. God straft niet omdat Hij dit fijn vindt, maar omdat wij zo hardnekkig zijn en het steeds zonder Hem willen doen. Het feit dat God straft kunnen we niet verloochenen, wie dat doet moet zelf wel, ‘ziende blind en horende doof’ zijn! Het doel van Gods tucht is om de zonde met haar gevolgen te voorkomen. Op de zondeval volgt dan ook een passende straf. Adam en Eva moesten het Paradijs verlaten. Ze werden verdreven uit de heerlijkheid van God en moesten leven in een wereld die wij ‘de gevallen schepping’ noemen.

De Bijbel staat vol met voorbeelden van straf, die het gevolg waren van ongehoorzaamheid. Veel mensen denken dat het allemaal wel mee zal vallen, dat God onze zonden wel door de vingers zal zien. Dat is een eeuwenoud probleem. Het zijn de influisteringen van satan die ons steeds weer op het verkeerde been zetten. Paulus begrijpt dit heel goed wanneer hij zegt: “Alleen vrees ik dat, zoals Eva door de slang op sluwe wijze bedrogen werd, uw gedachten worden weggelokt van de oprechte en zuivere toewijding aan Christus” 2 CORINTHIËRS 11:3. Dat begon dus al in het Paradijs waar de satan tegen de vrouw zei; God heeft het verboden hé, om van die boom te eten, maar dat is een leugen hoor, je zult niet sterven als je daarvan eet! Dat ligt anders, je ogen zullen open gaan en evenals God zul je onderscheid kennen tussen goed en kwaad. Eigenlijk als je van die boom eet ben je jezelf tot God, dan ben je aan Hem gelijk!

Nog steeds volgt de satan deze tactiek. En telkens weer scoort hij wanneer hij zegt: wat zou God gezegd hebben? Ach kom, dat valt allemaal wel mee hoor? Zoiets klinkt natuurlijk als (valse) muziek in het oor van de ongehoorzame mens. Wij mensen zijn slim in het vervalsen van de logica, zo gebruiken wij het feit dat God liefde is, om onszelf wijs te maken dat Hij niet toornig zal worden en ons niet zal straffen. Want hoe kan Hij anders ‘de God van Liefde’ zijn? Terecht zegt Paulus: “Terwijl ze beweren wijs te zijn, zijn ze dwaas” ROMEINEN 1:22.

Wanneer God niet de moeite zou nemen om ons terecht te wijzen, dan zou Hij geen God van liefde zijn. “Want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.” HEBREEËN 12:6. We zien dat God straft met een doel. God wil niet dat we als onveranderde mensen leven. Daarom corrigeert Hij ons leven. Wij mensen vergelden kwaad met kwaad, maar Gods ingrijpen is altijd anders, zou dat niet zo zijn hoe zouden wij dan kunnen leren dat God van ons houdt? En is Hij dan anders dan andere goden? Nee, God is een heilig en rechtvaardig God en Zijn doel is om ons te veranderen naar datzelfde beeld. “Het is ons, die met onverhuld gelaat de glorie van de Heer als in een spiegel aanschouwen, gegeven om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem, door de Geest van de Heer” 2 CORINTHIËRS 3:18 WILLIBRORD VERT.

Kun jij je het voorstellen dat er geen enkel land op aarde is die het kwaad niet zou straffen? Dit is ondenkbaar. En niemand van ons zou in een dergelijk land willen wonen. Wij zouden ons daar niet veilig en op ons gemak voelen. Iedereen kan dan van alles met je doen zonder… juist ja! Gods straffen is dan ook een bescherming voor de mens, geen oog om oog of kwaad met kwaad vergelden. God wil door het straffen ons weer wijzen op het doel wat Hij met ons heeft. En dat doel is, dat we allemaal veilig thuiskomen.

Natuurlijk vinden wij Gods ingrijpen of handelen niet altijd even prettig. Want we willen niet graag op onze fouten gewezen worden. En aan de gevolgen van de zonde willen we helemaal niet denken. Dit komt omdat niemand van ons een goed antwoord heeft gevonden op de zonde. Wij kunnen daar niet goed mee omgaan. Maar God wel.

JESAJA 53:5 laat ons dat op een zeer indringende wijze zien; “Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken. Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing”. Kijk dat is Gods antwoord, Jezus droeg onze schuld aan het kruis. God straft niet in de eerste instantie omdat wij het fout doen, maar om ons te leren het anders, het beter, en om het goed te doen!  SPREUKEN 1:7 zegt: “Het begin van alle kennis is ontzag voor de HEER; een dwaas veracht de wijsheid en weigert elk onderricht”.

Wanneer God ons tuchtigt, moeten we dit niet zien als straf, maar als het leggen van Zijn vinger op onze fouten. Wie dit erkend zal de werking van Gods Heilige Geest gaan ervaren. Want: “wanneer hij komt zal hij de wereld duidelijk maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is” JOHANNES 16:8. Erkenning van zonde gaat vaak samen met het feit dat God tuchtiging (oordeel) gebruikt in iemands leven. Maar een goed gesprek kan de zonde ook aan het licht brengen. “Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid” GALLATEN 6:1. Zo mogen we leren om op elkaar acht te geven en de ander te wijzen op Gods corrigerende liefde.

Tuchtiging door God is Bijbels, en wie hier nog niet van doordrongen is moet de volgende teksten maar eens met aandacht lezen.

“Gelukkig de mens, HEER, die door u wordt geleid en onderwezen in uw wet en uw leer. Hij zal rust vinden in kwade dagen, terwijl voor de wettelozen een kuil wordt gegraven” PSALM 94:12-13. 

“Mijn zoon, een berisping van de HEER mag je nooit terzijde schuiven, zijn bestraffing moet je zonder afschuw ondergaan, want de HEER straft wie hij liefheeft, zoals een vader die houdt van zijn zoon. Gelukkig is een mens die wijsheid heeft gevonden, een mens die inzicht wint” SPREUKEN 3:11. 

Billy Graham zegt

‘De Bijbel zegt: “De Here tuchtigt wie Hij liefheeft” vgl. OPENBARING 3:19. Als alles in het leven gemakkelijk was, zouden we dan niet lui en traag worden? Wanneer een scheepstimmerman hout nodig had voor de mast van een zeilschip, haalde hij dat niet uit een vallei, maar van de berghelling, waar de bomen door de winden werden gebeukt. Deze bomen, zo wist hij, waren de sterkste die je kon vinden. Zware tijden zouden we zelf niet kiezen, maar als we ze dapper tegemoet treden, kunnen ze de vezelen van onze ziel sterk maken.

God tuchtigt ons niet om ons te onderwerpen, maar om ons in conditie te brengen voor een leven dat nuttig en gezegend is. In Zijn Wijsheid weet Hij dat een leven zonder discipline een ongelukkig leven is, en daarom beteugelt Hij onze ziel zodat wij de weg van de gerechtigheid zullen gaan.’ (einde citaat)

Waarheid heeft voorrang

In het leven van Paulus zien we het woord tucht wel heel duidelijk terug. Hij zegt er zelf dit over:

ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden” 1 CORINTHIËRS 9:27 NBG.

“Lichaamsoefening is niet zo nuttig, maar de oefening van de geest is juist wel erg nuttig; het heeft een goede uitwerking op alles wat je doet. Dat zal je niet alleen in dit leven helpen, maar ook in het toekomstige1 TIMÓTHEÜS 4:8 HB.

Deze twee teksten geven wel heel duidelijk weer waarom tucht zo noodzakelijk is. Het helpt je om in dit leven bij God te blijven. En voor het toekomstige leven zal het zeker ook zijn nut hebben. Waarom tucht zo belangrijk is? Omdat je zoveel te verliezen hebt. Tucht, en dit zal nu wel duidelijk zijn, werkt behoudenis uit. Zie HEBREEËN 12:6-13. Bij tucht gaat het altijd om, te herstellen wat door de zonde is aangetast. Zie HEBREEËN 12:13 “En kies rechte paden, zodat een voet die gekneusd is niet verder ontwricht raakt, maar juist geneest”. Het gekneusde leven moet niet verder ontwricht worden, maar het moet herstellen. Hierdoor worden we weer bruikbaar voor God. En dit is Jezus’ verlangen wanneer Hij bidt: “Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheidJOHANNES 17:17.

Elke Gemeente behoort Gods Woord te kennen en toe te passen. En God verwacht dat we elkaar de Waarheid zeggen. Hoewel dit een grote verantwoordelijkheid is moeten we niet aarzelen om tucht toe te passen. Dit zal niet door iedereen gewaardeerd worden. Het kan gemeente leden kosten. Maar, en dat mogen we nooit vergeten, tucht is Gods middel om de Gemeente in een goede conditie te brengen en te houden.

We weten allemaal waar een tolerant beleid toe kan leiden. De satan krijgt dan volop de kans om zijn werk te doen. En reken maar dat hij die kansen met beide klauwen aangrijpt. Maar God waarschuwt ons: “Wees nuchter en waakzaam! Uw tegenstander, de duivel, loopt rond als een brullende leeuw, op zoek naar iemand die hij kan verslinden1 PETRUS 5:8 GNB. En aan de gemeente in de Handelingen brief wordt geschreven: “Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon. Ik weet dat er na mijn vertrek woeste wolven bij u zullen binnendringen, die de kudde niet zullen ontzien. Uit uw eigen kring zullen mensen voortkomen die de waarheid verdraaien om de leerlingen voor zich te winnen” HANDELINGEN 20:28-30.

Elke aarzeling om tucht toe te passen, zal de kracht uit de gemeente wegzuigen. De tegenstander kan dan zijn gang gaan. En daar waarschuwt Gods Woord ons voor. God wil dat we een, ‘zoutend zout en het lichtend licht’ zijn. we zullen dus duidelijk moeten zijn naar mensen die niet willen luisteren. Met een soepel beleid kom je er niet. Soms moet je streng zijn, ook al gaan er mensen weg. God roept ons op om de Bijbelse weg te gaan. Om het juiste fundament te leggen waarop een ander weer verder kan bouwen. Maar tijdens dit proces, zegt Paulus, moeten we wel toezien hoe de gemeente zich verder ontwikkeld. Vgl. 1 CORINTHIËRS 3:10-15. En dat ‘toezien’ bepaalt ons erbij dat onze motieven altijd zuiver moeten zijn. Anders kunnen we de tucht beter achterwege laten, je breekt dan meer af dan dat je opbouwt. Want: “indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap” 1 PETRUS 1:17.

Bij tucht moet het niet gaan om macht, maar om iemand uit de greep van de zonde, de verkeerde macht, te bevrijden. Dat je die ander terug wilt winnen voor God de Vader. En in dit hele proces mag er geen sprake zijn van aanziens des persoons. Dat kent God ook niet. Vgl. DEUTERONOMIUM 1:17. Jacobus schrijft: “Maar als u op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders” JACOBUS 2:9. Lees in deze context ook de volgende teksten: 1 PETRUS 1:17; KOLOSSENZEN 3:25; SPREUKEN 24:23; 28:21; MALEACHI 2:9.

Kwaliteit boven kwantiteit

Hoewel wij mensen meestal gericht zijn op ‘hoeveelheden’, is dat bij God totaal anders. Houdt Hij dan niet van alle mensen? Doet het Hem dan niets als mensen verloren gaan. We weten door het Offer van Jezus Christus dat God om alle mensen evenveel geeft. Maar er zijn wel grenzen. Als iemand ervoor kiest om bewust buiten de grenzen van Gods liefde te leven, dan moet daar ook de consequentie van worden ingezien. God stelt kwaliteit altijd boven kwantiteit. Want een Gemeente heeft dan pas bestaansrecht als die binnen de grenzen van Gods Woord gebouwd wordt. Een goed voorbeeld hiervoor vinden we in JOHANNES 6:66-69 waar staat: “Toen trokken veel leerlingen zich terug en gingen niet verder met hem mee. Jezus vroeg nu aan de twaalf: ‘Willen jullie soms ook weggaan? ’ Simon Petrus gaf antwoord: ‘Naar wie zouden we moeten gaan, Heer? U spreekt woorden die eeuwig leven geven, en wij geloven en weten dat u de Heilige van God bent.’” Jezus had er geen enkele belangstelling voor om een grote groep van Discipelen om Zich heen te hebben die niet met De Waarheid willen leven. Hij wilde ten kostte van alles Zijn toekomstig Lichaam op aarde zuiver maken en houden.

Een Gemeente die let op ‘geestelijke kwaliteit’, is in staat om moeilijke tijden te overleven. Want ze is niet alleen gericht op vandaag en morgen, maar ook op ‘De Toekomst’. God verlangt ernaar dat Zijn Gemeente een reine gemeenschap zal zijn. Let eens op wat Gods visie is op de Gemeente. “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht” 1 PETRUS 2:9-10. Het is God die ons hier Zijn verlangen laat zien om Zijn grote daden te verkondigen. Daartoe heeft Hij ons de status van priesters gegeven. En daarom zijn we een, ‘uitverkoren geslacht een heilige natie’. Wie dit goed op zich in laat werken, zal geen compromissen sluiten door een oogje dicht te doen voor een zondige levensstijl en gewoonten.

God wil een reine gemeente. Want dat is Zijn getuigenis van liefde aan een onreine wereld. God wil dat we een voorbeeld voor de wereld zijn. In dit verband is het goed om eens te letten op wat er in HEBREEËN 1:3 staat. Jezus straalde Gods heerlijkheid uit, Hij was: “het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid” Staten vert. Jezus is de verpersoonlijking van Gods liefde en reinheid in al haar facetten. En Jezus verlangt ernaar dat de Gemeente ‘Gods spiegel’ zal zijn, waarin de wereld kan zien wie God is. Daarom zijn wij, ‘een uitverkoren geslacht’, met een opdracht. En 2 CORINTHIËRS 3:18 onderstreept nog eens Gods verlangen: “Wij, gelovigen, hebben geen sluier over ons gezicht. Wij zijn net spiegels, die het schitterende licht van de Here weerspiegelen. Terwijl Zijn Geest in ons werkt, gaan wij steeds meer op Hem lijken” HB vert.

Wat stralen wij uit, een doffe glans of een helder licht? Wij zijn geroepen om Zijn beeld te dragen en te weerspiegelen op deze aarde. Paulus benadrukt dit nog eens wanneer hij zegt: “Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn ZoonROMEINEN 8:29. En later zegt hij: “Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben1 CORINTHIËRS 15:49. Zie ook 2 CORINTHIËRS 3:18; KOLOSSENZEN 3:10. Het mag duidelijk zijn dat Gods gemeente op aarde een afspiegeling moet zijn van wie Hij is. Daartoe heeft Gods Gemeente een ‘priesterlijke functie’ te vervullen. Priesters letten op reinheid van binnen én van buiten.

Wij zijn geroepen om van de waarheid te getuigen, want wij zijn het zout en het licht op deze aarde. Dit kun je alleen zijn door trouw te blijven aan je roeping en je niet af te sluiten voor de opvoedende tucht van God. Want: “Wie een vermaning aanvaardt, wil iets leren, maar wie elke terechtwijzing haat, is dom. SPREUKEN 12:1 GNB.

Ik wens je Gods zegen