Dit onderwerp over (gemeente) tucht is eigenlijk een uitgediepte studie over het Bijbelse gegeven ‘binden en ontbinden’. Het was niet mijn bedoeling om dit zo uitgebreid te doen. Maar ja, als je ergens mee bezig bent kan je nieuwsgierigheid gewekt worden, en het ‘meer willen weten’ wat Gods woord zegt, zal een christen niet vreemd overkomen.

Inleiding

“Zo kan hij (Jezus) ieder die door hem tot God komt volkomen redden, omdat hij voor altijd leeft en zo voor hen kan pleitenHEBREEËN 7:25.

Enkele jaren geleden wilde ik weten hoe het precies zat met het binden en ontbinden en het overleveren aan de satan. Zie MATTHÉÜS 18:15-18 en 1 CORINTHIËRS 5:3-8. Daar maakte ik toen een korte studie van. Door deze studie ontdekte ik dat de toepassing ervan in veel gemeenten bijna of helemaal geen sprake meer was. Verder werd het mij duidelijk dat dit onderwerp een wezenlijk onderdeel van gemeente tucht was. Toen ik daar over nadacht besloot ik me er verder in te verdiepen. Want door om me heen te zien, naar bepaalde ontwikkelingen binnen gemeenten, ontdekte ik dat er best eens wat meer aan gezond makende tucht gedaan kon worden.

Elke gemeente loopt de kans om een moeilijke tijd door te moeten maken. Want er kan van alles mis gaan. Dit kan ontstaan door verkeerd leiderschap of door gemeente leden. Maar zeker ook door leidinggevende mensen, die heel moeilijk corrigeerbaar zijn. Het wordt in onze tijd steeds moeilijker om elkaar op persoonlijk gedrag en vorming aan te spreken. Velen willen niet gecorrigeerd worden, en verkiezen een eigen weg te gaan. Paulus zei het al: “Want er komt een tijd dat de mensen de heilzame leer niet meer verdragen, maar leraren om zich heen verzamelen die aan hun verlangens tegemoetkomen en hen naar de mond praten. Ze zullen niet meer naar de waarheid luisteren, maar naar verzinsels” 2 TIMÓTHEÜS 4:3-4.

Iedereen mag toch zijn eigen mening hebben, is een veel gehoorde stelling, ook onder christenen. Natuurlijk, iedereen heeft het recht hierop. Maar ik ben toch ten volle overtuigd van het feit, dat elke mening die niet doordrenkt is van Gods wil, een eigen mening is. Wat veelal toch haar oorsprong vindt, en bestaat uit “eigen inzichten”, die best eens tegen het licht van Gods woord gehouden mogen worden.

SPREUKEN 3:1-5 roept ons op om goed en verstandig te leven. Dat we de onderwijzing niet moeten vergeten en de geboden in ons hart moeten bewaren. En bij deze opdracht wordt een prachtige belofte gegeven. Want de “onderwijzing en de geboden” (Dit zijn andere woorden voor tucht en opvoeding) zullen ons lengte van dagen en jaren van leven en vrede brengen in overvloed. Verder staat er “dat liefde en trouw u niet verlaten, bind ze om je hals en schrijf ze op de tafel van je hart”. Met als resultaat: ‘dat je bemind en als verstandig gewaardeerd wordt door God en de mensen om je heen’. En als je bij dit alles ook nog wilt dat God je paden recht maakt, is het goed om Hem met je hele hart te vertrouwen en niet te steunen (Dat is kennis putten uit…) op eigen inzicht.

Deze studie heb ik bewust de titel meegegeven van; ‘Omzien naar elkaar’. Toen ikzelf jaren geleden een studie pastoraat volgde, leerde ik hoe enorm veel moeite en geduld God de Vader heeft, om ons steeds maar weer te bemoedigen met Zijn liefde. Dat Hij in Zijn liefde ons steeds weer opzoekt en ernaar verlangt om ons te vernieuwen. Onze Docent had toen een korte definitie van het woord pastoraat namelijk, ‘zorgen dat het schaapje bij de kudde blijft’. Dat is door deze studie heen telkens weer boven komen drijven. Elke keer als ik weer vastliep en me afvroeg hoe verder Heer, voelde ik de grote liefde van God voor alle mensen, want God wil niet dat de mensen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen, Vgl. 2 PETRUS 3:9.

Zorgen dat de gelovige niet vanwege een zonde of teleurstelling de gemeente zal verlaten is een opdracht die aan ons allemaal is gegeven. Wij hebben de zorg voor elkaar zodat niemand Gods genade zal verliezen. En die opdracht is. “Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien. Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet” HEBREEËN 12:14-15.

Dat is geen gemakkelijke taak, zeker niet in deze tijd waar de mens bijna geen tijd meer kan vinden om naar elkaar te luisteren. Het lijkt wel of we allemaal in de ban van “de tijd” leven. De hele maatschappij is erop gericht dat we het zelf allemaal moeten kunnen. En het lijkt er steeds meer op dat heel ons bestaan afhankelijk wordt van wat de wereld ons aanbied. We leven in een tijdperk van, ‘de veredeling van de menselijke soort’. Maar hebben niet in de gaten dat we juist daaraan te gronde gaan. Het allergrootste probleem en het meest bedreigende voor de mens, zit in de mens zelf. Die wil zichzelf ontwikkelen op basis van, ‘eigen inzicht’, en dat maakt dat onze paden niet meer recht zijn. De menselijke weg is die van een doolhof geworden, en (bijna?) Niemand weet waar de uitgang is.

Problemen, zelfs die van christenen lijken onoplosbaar geworden. Waarom, zo kunnen we ons afvragen? Wel het antwoord is eigenlijk, altijd al, even makkelijk als moeilijk geweest! Als je wilt buigen voor God en voor elkaar is het mogelijk om situaties op te lossen. Maar als je daar niet voor kiest, is het moeilijk om verandering in je problemen te ervaren. Deze strijd is er al sinds de zondeval geweest en zal er blijven. Totdat Jezus wederkomt en de wedergeboren mens toegang zal geven tot de nieuwe hemel en aarde waar geen zonde of welk ander probleem zal zijn. Dan zullen we volmaakt in Hem zijn, wat een heerlijke toekomst. Maar zover is het nog niet! We zullen moeten leren om de juiste keuze te maken, zowel in ons persoonlijk leven als in ons gemeentelijk leven, om met elkaar in gezonde harmonie te leven. Om zorg en verantwoordelijkheid voor elkaar te hebben. Vanuit deze intentie heb ik deze studie geschreven.

Ik ben me bewust dat er veel gebieden over dit onderwerp niet of nauwelijks zijn besproken, dat laat ik graag over aan de specialisten. Ik heb het alleen maar willen benaderen vanuit mijn pastorale bewustwording, mijn liefde voor de medemens. En heb de nadruk willen leggen op het feit dat het vermanend, bemoedigend en vertroostend moest zijn. Zie HANDELINGEN 15:31-32. Of ik daarin geslaagd ben valt niet door mij te beoordelen.

Mijn gebed is dat iedereen die dit leest, een groeiend verlangen zal hebben om nog dichter bij Hem en bij zijn naaste te leven. Zodat we samen zullen groeien in elk opzicht naar Hem toe, door ons aan de waarheid te houden.

Ik wens je Gods zegen