Mijn tijd
is aangebroken,
mijn tranen zijn
reeds opgedroogd.

Verlangend kijk
ik naar de hemel,
om te ontvangen
wat Hij belooft.

Het is tijd
om jou alleen
te laten.
Het gemis is een
gezamenlijke pijn,
maar weet mijn
plaats is daarboven:
daar zal ik, altijd,
altijd zijn.

We zullen naar
elkander uitzien,
jij met een
ver-wachtende hoop.
En onverwacht
komt het moment,
dan zal ik jou
ontmoeten dan;
zijn we ‘samen’
in Zijn tent.

 
2 Corinthiërs 5:4-8