Psalm 14

In de jungle is het ‘eten en gegeten worden’. En dit feit wordt in veel natuurfilms dan ook haarscherp vast gelegd. Op gruwelijke wijze zien we hoe daar de sterkere regeert over het zwakke. Wij noemen dat een natuurwet. Iets wat heel gewoon is. Maar als dit zelfde principe terug te vinden is in maatschappelijke structuren dan komen wij in opstand. Want we willen niet overheerst worden door mensen die denken meer macht te hebben dan die ander. Want in onze maatschappij behoren andere wetten te regeren.

In veel landen zien we dat een bepaald regiem een heel volk onderdrukt. En de gevolgen om je te ontworstelen aan een dergelijk regiem hebben velen met enorme straffen óf met de dood moeten bekopen. Ook hier heerst dan het recht van de sterkste. Als ik hier over nadenk dan betwijfel ik het of die zogenaamde machthebbers wel zo sterk zijn. Want met welk ‘recht’ denken ze hun eigen landgenoten te onderdrukken? Wie geeft hun hier toestemming voor? Ze kunnen wel denken dat ze sterk zijn maar zijn ze dat ook? De wijze waarop ze hun recht opleggen aan de ander toont eigenlijk aan hoe zwak ze zijn. Ze lijken op die mensen die David in vers één omschrijft: “Dwazen denken: Er is geen God”. En zo is er een scherpe tegenstelling te zien tussen goede en kwade mensen.

Met het eerste vers zet David de toon van een persoonlijke klacht die hij uit, richting God. Nee, niet als een aanklacht, maar als een constatering. Het is een roep tot God: “Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt” VERS 1. David weet dat de mens opzettelijk alle kennis over God opzij zet om zijn eigen idealen te verwezenlijken. Jesaja ziet dit ook en zegt: “Want een dwaas spreekt dwaas en zijn hart brengt ongerechtigheid voort: hij handelt goddeloos en hij lastert de HEER; wie honger lijdt laat hij onverzadigd, de dorstige geeft hij niets te drinken” JESAJA 32:6.

De mens wil niet dat er een God is, want dat past niet bij zijn daden. En daarom ontkennen ze het bestaan van God, om zo zelf voor god te kunnen spelen. Want dat zien we om ons heen, mensen die elkaar willen overheersen. Mensen die naar de macht grijpen. En zonder het te weten of te begrijpen plaats de mens zich wel in een heel dwaze positie. Want het kenmerk van elk werelds machtsysteem is dat het gedoemd is te mislukken. Niet direct, maar op de lange termijn komt elk regiem ten val. Lees de geschiedenis maar. De mens kan wel denken dat ze alwetend zijn, en God buiten de ontwikkeling van de wereldgeschiedenis kunnen plaatsen, maar is daarmee aangetoond dát er geen God is? Hoe meer de mens dit denkt, des te meer zien we dat hij niet in staat is om grote natuurrampen te voorkomen. Alle milieu conferenties ten spijt. Met al die menselijke inzet zien we onze aarde toch af stevenen op een zekere ondergang.

De mens zegt er is geen God dus; zijn we aan niemand verantwoording verschuldigd. Aan Niemand? Wie de moeite wil nemen om hier meer inzicht in te krijgen moet ROMEINEN 3:10-20 er maar eens op na lezen. De kern van Paulus’ betoog zien we samengevat in VERS 19: “Maar uiteindelijk wordt ieder mens het zwijgen opgelegd en staat de hele wereld schuldig voor God”. Kijk, dat is Gods antwoord op de menselijke conclusie dat er geen God is.

Nu kun je zeggen maar ik begrijp God niet, of ik ben zo teleurgesteld in het leven. Maar lieve mensen hiermee is toch niet aangetoond dat er geen God is? Ook ik heb mijn vragen mijn twijfels mijn teleurstellingen. Maar kan ik hiermee aantonen dat er geen God is? Bij mij werkt het precies andersom. Want juist mijn menselijk onvermogen, om ziekte of het zondeprobleem op te lossen, leert mij meer over God dan dat ik in staat zou zijn, om dit alles zonder Hem te kunnen veranderen. Iemand heeft eens gezegd: ‘Ik begrijp niet om te geloven, maar ik geloof om te begrijpen’.

Waarom zegt de Bijbel dat atheïsten in geestelijk opzicht dwazen zijn? Omdat er in Gods ogen niemand is die verstandig handelt. De mens zonder God pleegt voortdurend misdaden tegen zichzelf. Dit feit zien we keer op keer in de geschiedenis herhaald. De dwaasheid om te zeggen ‘er is geen God’, bewijst de mens keer op keer door eigen handelen. Want de conclusie is: “zij bedrijven gruwelijke en afschuwelijke misdaden”. Ook hierover vertelt de geschiedenis ons de meest gruwelijke dingen.

En God? “De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt” VERS 2. Hij slaat het menselijke schouwspel gade en komt tot de slotsom, er is:

niemand die begrip heeft 
niemand die verstandig handelt
niemand die Mij zoekt of volgt
niemand die oprecht handelt
niemand die goed doet
niemand ?

Dit moet voor een liefhebbende God een schokkende ervaring zijn. Dat er niemand is die rekening met Hem houdt. Van nature is de mens een zondaar. Die telkens terugkerende conclusie moet God de Vader ontzettend veel pijn doen. Hij staat helemaal alleen, iedereen sluit Hem buiten. Zijn eigen schepping heeft zich tegen Hem gekeerd. En het recht van de sterkste gaat als een oordeel over deze wereld om een ieder te treffen. En zo is de mens zichzelf tot vloek geworden. De macht die ze bezitten werkt als een alles vernietigend monster.

Wat is Gods vraag als Hij naar die dwaze mensen kijkt? “Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters?” VERS 4. Dat is Gods aanklacht tegen de mensheid. Hij roept hen ter verantwoording. Waar is jullie kennis? Wie heerst er over jullie? Is er dan geen onderscheid meer tussen goed en kwaad? Aan wie hebben jullie je overgegeven? Zijn jullie jezelf tot god geworden? Kennen jullie Mijn belofte dan niet meer? Weten jullie dan niet dat de ‘sterke’ geen échte macht bezit? Hosea moet namens de Heer tegen Gods volk zeggen: “De HEER voert een geding tegen de inwoners van dit land, want ze kennen geen eerlijkheid meer en geen liefde, en met God zijn ze niet meer vertrouwd. Het is een en al meineed en bedrog, niets dan moord, diefstal en overspel; het ene bloedbad volgt op het andere. Daarom is het land in rouw gedompeld en bezwijken al zijn inwoners, mét de dieren van het veld en alles wat vliegt; zelfs de vissen in zee sterven uit” HOSEA 4:1-3.

Het is schokkend te weten dat hun gebrek aan kennis blijkt uit het feit, hoe ze omgaan met Gods volk. Het recht van de sterkste kent rampzalige gevolgen. Ze verslinden Gods volk, alsof ze brood eten. Kijk maar naar de tweede wereldoorlog. Wat hebben de Joden geleden. En nog steeds zijn ze gehaat. En die haat kent maar één doel, de totale vernietiging van Gods volk. Kijk maar naar de vervolgde christenen wat is én wordt hen veel onrecht aangedaan. Het recht van de sterkste is nog nooit tot zegen voor de mensheid geweest. Keer op keer eist het vele slachtoffers. En de geschiedenis herhaalt zich omdat niemand luistert naar het verleden.

Maar de geschiedenis zal niet altijd zó doorgaan. Er komt een keer in de kwelling van de mensheid. God zal met gepaste middelen antwoord geven aan de bedrijvers der ongerechtigheid. “Wanneer de goddelozen uitspruiten als het groene kruid en alle bedrijvers van ongerechtigheid bloeien, zij zullen voor immer verdelgd worden” PSALM 92:7 NBG VERT. Dat is wat er gebeurd. David weet dat God de kant van Zijn volk van de onschuldige mens heeft gekozen. David weet dat de goddeloze mens niet voor altijd de dienst zal uitmaken op deze aarde. Want beste lezer, in welke situatie jij je ook bevindt, God kiest de zijde van het zwakke, van de verdrukte, van hen die moedeloos zijn. En wanneer dat zichtbaar wordt dan zullen die ‘zogenaamde sterken’ ineens in grote angst verkeren. En dan zullen ze moeten erkennen dat de God, Wiens bestaan ze verloochend hebben, Dé Sterkere is.

En daar kijkt David naar uit. Die toekomst mag hij met de volgende woorden vastleggen. “Nog even, en hen overvalt een hevige angst, want God is met de rechtvaardigen. Lach maar om het vertrouwen van de zwakke hij vindt zijn toevlucht bij de HEER” VERS 5-6. Zowel Israël, Gods volk, als de gemeente van Jezus Christus, zullen moeilijke tijden kennen, maar zegt David, “zij vinden hun toevlucht bij de Heer”.

“Nog even”, zegt David. En dat is een aanmoediging om door te gaan om God te vertrouwen. Nog even, dat klinkt als: ‘we zijn er bijna, maar nog niet helemaal’. De horizon van Gods gerechtigheid komt in zicht dus; houd vol! “Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God” HEBREEËN 12:2. Daar komt het op aan, dat wij onze blik gericht houden op Jezus de Zoon van God.

“Nog even”, zegt David, we zijn er bijna. En met een enorme verzuchting zegt hij: “Ach, laat uit Sion redding komen voor Israël. Als de HEER het lot van zijn volk ten goede keert, zal Jakob juichen, Israël zich verheugen” VERS 7. We weten dat Die Redding zál komen. En hiermee wijst David ons op een geweldige toekomst. Gods volk zal haar verlossing vinden in de leeuw van Juda uit de stam van David. ZIE OPENBARING 5:5. Hij heeft de overwinning behaald én betaald voor allen die in Hem geloven.

Het Recht van de Sterkste, die strijd is nog niet helemaal gestreden. Dat komt nog. Maar dát de Sterke Recht zal doen, dat is zeker. Wat een heerlijke dag zal dat zijn, wanneer dat ‘Recht van de Sterkste’, Jezus Christus de Zoon van God, voor eeuwig zal regeren. Dan zal er Recht worden gedaan aan allen die geleden hebben onder het juk van die zogenaamde ‘sterken’. Dan zal er voor eens en altijd een eind komen aan de onderdrukking van de volkeren.

Nog even, wil ik je toe roepen, en dan…:
“Een leeuw heeft gebruld – wie zou er niet vrezen?
God, de HEER, heeft gesproken – wie zou er niet profeteren?”
AMOS 3:8.

Wie zou hier niet van profiteren?

Ik wens je Gods zegen