Psalm 13

Ik denk dat we er geen van allen aan ontkomen, ‘innerlijke strijd.’ Dat je met jezelf in de knoop zit. Wat moet ik doen om eruit te komen? Hoe los ik dit op? O, er zijn zoveel vragen die je van binnen een stuk onrust kunnen bezorgen. En dat elke dag opnieuw. Innerlijke strijd hoe ga jij daar mee om. Liggen de antwoorden bij jou op de plank, klaar om toegepast te worden?

Ik denk van niet. Wie ervaart dat zijn of haar vragen niet beantwoord worden komt in opstand. Je zult er dan ook maar alleen voor staan. Je partner, daar kun je geen goed gesprek mee voeren. Je kinderen, ach die begrijpen je niet. Je ouders, daar wil je niet naar toe, die hebben al genoeg problemen met zichzelf. Je vrienden, o beste mensen maar een luisterend oor, vergeet het maar. Je buren, best vriendelijk maar het blijft alleen maar bij, hallo en goedendag. Geen tijd, geen aandacht, geen betrokkenheid dat zijn allemaal signalen die je opvangt uit je omgeving. Je zult het zelf moeten doen, dat is kennelijk de boodschap die je omgeving bij je achterlaat.

Maar de hulpverlening dan? Die zullen het toch wel weten? Ja, ik ben er geweest, maar dat heeft alleen maar meer vragen opgeroepen. We zijn er samen niet uitgekomen. En de kerk? Je wijkouderling, ach daar kan ik niet zo goed mee overweg. Maar de pastorale medewerker dan? Die zal het toch wel weten. Ach, die loopt rond en denkt dat hij alle antwoorden in zijn broekzak heeft zitten. O ja, hij had nog wel een goed boek, dat moest ik maar eens lezen. Dat gebruikte hij wel vaker. Het zou me zeker goed doen. Maar dat wil ik niet meer. Boeken zeggen alleen maar dingen, ‘dit moet je doen en dat doe je fout’, maar ze praten niet met je.

Nee, de kerk daar heb ik niet zoveel verwachting meer van. Ze bedoelen het wel goed hoor? Ik krijg wel eens een kaartje met wat troostende woorden en met mijn verjaardag kreeg ik bloemen. Maar als het om antwoorden gaat, boeken zwijgen en kaarten lossen geen vragen op. En de bloemen zijn prachtig, maar na enkele dagen zien ze er net zo treurig uit als ik me van binnen voel.

Wil je weten hoe ik me echt voel: “Lang moeten uitzien naar iets moois maakt het hart bedroefd, maar wordt een wens vervuld, dan is dat heerlijk.” SPREUKEN 13:12 Kijk zo voel ik me, ‘met een bedroeft hart en met onvervulde wensen.’

Nou daar zit je dan, alles om je heen zwijgt. Moet jij het dan ook maar doen? Gewoon zwijgen, je mond houden, doen of er niets aan de hand is. Je maar aanpassen bij de omgeving. Het spel maar mee spelen en flink zijn? Innerlijke strijd, het kent vele oorzaken. En de antwoorden zijn vaak niet eenvoudig gegeven. Je kunt niet één of andere trukendoos opentrekken om je problemen op te lossen. Je kunt er jaren mee rond lopen en een gevangene raken van je eigen situatie.

Ik denk dat David, en vele anderen met hem, dit ook zo ervaren hebben. Je bent dus niet de enige. Daar kun je geen hoop uit putten en dat geeft ook geen antwoorden. Maar dat je er niet alleen voorstaat met je innerlijke strijd, kan je wel uitdagen om eens te zien hoe die ander ‘eruit’ is gekomen. Want laten we eerlijk zijn, er zijn wel antwoorden. Maar de vraag is of jij ze goed genoeg vindt. Is het voor jouw acceptabel wat Die Ander zegt.

Ik denk dat psalm dertien je kan helpen bij je innerlijke strijd. Maar dan zul je dezelfde houding moeten aannemen als David. Dan zul je met al je vragen naar God de Vader toe moeten gaan. Want hier hebben we het nog niet over gehad. Als alles om je heen zwijgt en niets en niemand is je tot antwoord dan blijft er nog maar één mogelijkheid open. Roepen tot God. Niet zachtjes, maar met alles wat in je is. Heb je dat wel eens gedaan? Of durf je dit niet?

Gooi die innerlijke pijn, je hart, maar open voor God. Dat is ook wat David deed. Hij ging naar God. Hij schaamde zich niet. Voor hem was God dé Enige die overbleef. Later brengt hij dit als volgt onder woorden: “Leg uw last op de HEER en hij zal u steunen, nooit zal hij dulden dat een rechtvaardige ten val komt.” PSALM 55:23 Dit was zijn overtuiging.

Daarom durft hij God ook uit te dagen, om naar hem te luisteren. “Hoé lang, Heer zult Gij mij blijven vergeten.” Heer als U er bent zie dan eens naar mij om, want ik heb U nodig.

David heeft in deze psalm vier vragen voor God. En al die vragen zijn omgeven door pijn. Het is zijn ‘innerlijke strijd’. Het vertegenwoordigt heel zijn leven.

Hoelang vergeet U mij nog?
Hoelang verbergt U zich voor mij?
Hoelang zal ik zorgen en verdriet kennen?
Hoelang zal de vijand mij de baas zijn?

Dit soort vragen is zo menselijk. Wie kent niet het gevoel door God vergeten te zijn? Dat Hij zo ver weg lijkt? Dat de zorgen je enorm neerslachtig kunnen maken? En dat je je beseft dat je door de voortdurende vernedering, een verliezer bent? Hoe lang nog Heer…

Ook een man als David kent het gevoel van eenzaamheid. Heer waar blijft U? Er valt geen tijd meer te verliezen, grijp toch in. David kende maar één doel met heel zijn innerlijke strijd, God er deelgenoot van maken. Want als Hij niet ingrijpt gebeuren er nare dingen. God moet het getij voor hem keren. Want de vijand mag hem niet overwinnen. Daarom legt David zijn innerlijke strijd als een gebed bij God zijn Schepper neer. En het is een gebed om bevrijding, een zucht met een lofgezang.

Is het oneerbiedig om God zo te benaderen. Ik denk van niet. Was dit wel het geval dan had David het zonder Gods hulp moet rooien. En dan had David zich nooit zo sterk uitgedrukt in deze psalm. Hij schreeuwt tot God: ‘neem mijn vragen met zorg in acht en antwoord mij, schenk mij Uw Licht, anders ben ik ten dode opgeschreven.’ VERS 4

David speelt het heel hoog om zo, bijna provocerend, te vragen, ‘neem toch de moeite om naar mij om te zien want U bént toch mijn God?’ kijk hier is geen twijfel over, voor David bestaat God. De Eeuwige is Aanwezig. Vanuit die rotsvaste overtuiging reageert David naar God. Zijn zorgen zijn ook Gods zorgen.

Zijn moeite en pijn, daar is God bij betrokken. Zijn innerlijke strijd is ook Gods strijd. Daarom vraagt David ook: “verlicht mijn ogen.” Dat is hier niet geestelijk bedoeld. Met ‘het licht’ wordt levenskracht bedoeld. Levenskracht wat te zien is in de ogen van mensen die volledig op God vertrouwen. De sprankeling van die overwinning komt voort uit: “want bij U is de bron van het leven, door Uw licht zien wij licht.” PSALM 36:10 David vraagt dus om een lang leven zonder invloed van de vijand in zijn leven.

En wordt dit gebed onmiddellijk ingewilligd? Ja en nee. Nee, er staat niet dat God direct ingrijpt. Ja, maar David gelooft wel dat zijn antwoord onderweg is. Anders gezegd, uiterlijk is er nog niet zoveel veranderd maar innerlijk des te meer. Want in de slotfase van deze psalm zien we, dat het geloofs leven van David enorm opbloeit. Aan de buitenkant voelt hij nog de strijd. Maar van binnen ervaart hij een geweldige overwinning. Zijn innerlijke strijd en alles wat daarmee samenhangt wordt door het vertrouwen in God omgebogen in een levenslustige overwinning.

Werd Jezus’ roep: “Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten” door zijn Vader direct beantwoord? Nee! En toch lag in dat ‘Goddelijke Nee’ een geweldige overwinning opgesloten. Want als God Jezus niet zou hebben verlaten, dan was er voor jou en mij geen enkele redding mogelijk. Dan had psalm dertien een heel ander einde gekend. Maar omdat God nee zei tegen Zijn bloedeigen Zoon, kan Gods redding ons eigendom worden.

Begrijp je nu waarom David zegt: “mijn hart zal zich verheugen in Uw verlossing.” Het is een lied wat ons een blik gunt in de toekomst. De klacht van David ‘hoe lang nog Here…’ zwelt langzamerhand uit tot een geweldig loflied. Zo kan een zucht, een gebed, uitmonden in een lofzang. En wat heb je hier voor nodig? Vertrouwen, niets meer en niets minder. Is dat moeilijk om te vertrouwen? Luister naar de getuigenissen van de mannen en de vrouwen uit de Bijbel, of kijk in de spiegel, dan weet je het.

Natuurlijk is dat moeilijk. Wie springt er in diep water als je niet kunt zwemmen? Bij vertrouwen heb je deze twijfel ook. Je zult je moeten overgeven, gewoon in het diepe springen.

Ja maar, mijn innerlijke leven ligt al zo lang overhoop. Ik heb er zo’n puinhoop van gemaakt, nou en. Mag je dán geen hoop meer hebben? Houd Gods liefde dan op te bestaan?

Jeremia moest het volgende tegen Gods volk zeggen: “Van ver ben ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen.” JEREMIA 31:3 Ik Ben naar je toe gekomen. Is dat niet voldoende, ja! In Jezus Christus is God de Vader naar je toe gekomen. Zijn liefde wil je altijd vergezellen. Daar moet je eens bij stil staan, over na willen denken.

Gods antwoorden zijn er wel, maar dan moet jij het gordijn van wantrouwen opzij schuiven. Dan mag jij ook roepen ‘hoe lang nog Here.’ En het antwoord weet je inmiddels. Petrus, een ruige visserman, zegt: “U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart.” 1 PETRUS 5:7

Innerlijke strijd? Zijn liefde zal je altijd vergezellen, want Zijn hart gaat naar je uit.

Ik wens je Gods zegen