Ik zie op tafel staan
gebroken brood én wijn
en overdenk bij
het rondgaan
mijn zondige zijn.

Ik eet het brood
ook drink ik van de wijn,
een herinnering
aan dood en lijden,
Zijn verlossing is mijn.

Hemelse gevoelens,
hoewel een ogenblik
geven volmaakte genade
voor mijn geredde ik.

Ziende op Zijn offer
loop ik door ‘mijn’ woestijn,
wetend t’ is zijn genade
dat ik van Hem mag zijn.

De herinnering aan
het avondmaal,
het is zo teer en
het klinkt zo diskreet
wanneer Hij zegt:
kom, jij en jij, want
alles is gereed!



Lucas 22:14-20