Psalm 6

David maakt zijn nood bij God bekend. En God neemt Davids gebed om genade serieus. God heeft ‘beproefd en gezien’ dat David met heel zijn hart voor Hem gekozen heeft. God laat geen bidder staan. Gebed verandert de dingen.

Als je deze psalm leest dan worden je twee dingen heel duidelijk. De zorgen voor het leven kunnen je zo in de greep krijgen, dat je er bijna onderdoor dreigt te gaan. Er is zoveel verdriet en ellende dat David zijn zicht op God helemaal dreigt te verliezen. En het neemt hem als het ware in een wurggreep. En met de dood voor ogen klaagt hij zijn nood bij God. Heer, mijn tegenstanders verlustigen zich in mijn ellendige situatie, help me. Maar gelukkig, David komt net op tijd tot het besef dat God hem niet in de steek gelaten heeft, en dat God zijn gebeden verhoort. En hij onderneemt actie door zijn geloof te belijden, zowel aan zijn tegenstanders als tegenover God.

Prijs je gelukkig, hieraan moest ik denken bij het lezen van deze psalm. Je gelukkig prijzen, dat doe je wanneer je mazzel hebt gehad bij de verkoop van je huis. Of je hebt de promotie gekregen waar je eigenlijk al niet meer op gerekend had. Je gelukkig prijzen kan door verschillende situaties ontstaan. Je gelukkig prijzen, het kan je zo geweldig blij maken, de dag kan voor jou niet meer stuk.

Maar, merk je nu terecht op, is dit niet een beetje overdreven uitgedrukt? Als ik deze psalm lees dan prijst de schrijver zich helemaal niet zo gelukkig. Hij is bang dat God hem zal straffen, voor iets wat hij misschien verkeerd heeft gedaan. Want David zegt: “HEER, straf mij niet in uw woede, tuchtig mij niet in uw toorn. Heb erbarmen, HEER, want ik kwijn weg. Genees mij, HEER, ik ben doodsbang.”

O, het is zo menselijk om te denken dat God ons zal bestraffen als we iets verkeerds doen. Er zijn ook zoveel verhalen die hier over gaan, vooral in het Oude Testament. En de opmerking van Paulus: “het loon van de zonde is de dood”, dat zegt toch ook genoeg? Dus de constatering van ‘ellende ontstaat door de zonde’ is waar. Er zijn natuurlijk zondige situaties die ‘eeuwigheidlevens’ bedreigend zijn. Maar, gaat Paulus verder: “het geschenk van God is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Heer.” ROMEINEN 6:23 God heeft een oplossing voor ons zondeprobleem. Paulus noemt dit ‘een geschenk van God.’ En dit geschenk kan je grenzeloos gelukkig maken.

Soms gebruikt God ziekte, een handicap of lastige omstandigheden als middel om Zijn macht en heerlijkheid te laten zien. En hiermee is niet gezegd dat alle ongemakken van God komen. Hij is hier niet de veroorzaker van! Het is eerder andersom, God lost onze ziekte problemen op. VGL. PSALM 103:3; JESAJA 53:5-7 Toen Jezus een blinde man tegenkwam vroegen zijn volgelingen: “Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders? ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden.” JOHANNES 9:2-3, VGL. OOK 11:4

De woorden van David “HEER, straf mij niet in uw woede”, kunnen ons dus op het verkeerde been zetten. We moeten goed begrijpen dat David zwaar te lijden heeft gehad van zijn vijanden. En die voortdurende bedreiging geeft hem het gevoel zwaar ziek te zijn, ten dode toe. Waarom Heer laat U dit toe? Deze vraag zal velen van ons bekend in de oren klinken. Ook wij zuchten en vragen soms vertwijfeld af, waarom God, waarom.

Je kunt net als David het gevoel hebben van: ‘Heer waar bent U, waarom zwijgt U?’ Als U bestaat, waarom doet U er dan niets aan? Onze moeilijkheden kunnen ons zo beheersen, dat we het zicht op God hellemaal verliezen. Dat zien we ook bij David. Hij kwijnt helemaal weg zijn hele lichaam doet hem zeer. Hij vreest voor zijn leven en vraagt aan God: “Hoe lang, HEER, moet ik nog wachten?” Hij verliest zich zo in zijn nood en ziet zichzelf al wegglijden in het dodenrijk.

En de vraag is nu: ‘hoe richt David zich op God.’ laat hij het erbij zitten? Is het aanvaardend berusten? Het is niet anders dus, accepteer het maar? Of, het zal Gods wil wel zijn? Nee, hij gaat in de oppositie. Hij laat het er niet bij zitten. Hij neemt het bij God voor zichzelf op. Want hij komt tot de ontdekking, dat God niets aan hem heeft wanneer hij zal sterven. Levend kan hij veel meer een getuige van God zijn dan dood. Daarom zegt hij ook: “wie in het dodenrijk kan u nog loven?” Zijn dood zal God geen voordeel opleveren. Zolang David leeft kan hij doen wat God behaagt, kan hij Hem prijzen om Zijn goedheid. Kan hij anderen tot voorbeeld zijn. Kan hij zijn kwaliteiten in dienst van God stellen. Nee, David weet: “Niet de doden loven de HEER, niet wie zijn afgedaald in de stilte, wij zijn het, wij zegenen de HEER, van nu tot in eeuwigheid. Halleluja!” PSALM 115:17

Is dit nu een slimmigheidje van David om God over te halen, om hem te zegenen in zijn miserabele omstandigheden? Om zo de moeilijke momenten van het leven te ontlopen? Ik denk het niet. Davids motieven zijn hier heel zuiver. Hij heeft al voldoende laten zien, dat hij met God rekening wil houden en Zijn normen en waarden hoog wil houden. Nee, ondanks zijn menselijke zwakte heeft David het hart op de goede plaats zitten. Zijn motief voor gebedsverhoring is werkelijk oprecht gemeend. Hij heeft een diep verlangen om Gods wil te doen. Waarom heeft God hem anders tot koning aangesteld. Moet hij ten onder gaan omdat mensen een hekel aan hem hebben? Nee, David weet dat God een heel andere bedoeling heeft met zijn leven. En daar vecht hij voor. Zijn moeilijke omstandigheden halen het beste in hem naar boven.

Het is net of God hier op zit te wachten. David, hoe reageer jij wanneer je in onmacht leeft? Wil je echt rekening met Mij houden? Wil je Mij aanbidden als de enige ware God? David ben ik alles voor jou, en heb jij daar alles voor over?

Toen Petrus samen met de andere discipelen met Jezus had gegeten, werd hem een zeer indringende vraag gesteld. Petrus moest ook laten zien dat hij met heel zijn hart voor Jezus gekozen had. Zijn inzinking, de ontkenning dat hij een volgeling van Jezus was, haalde het beste in hem naar boven. En Jezus vraagt aan Petrus: “Simon, zoon van Johannes, heb je mij lief, meer dan de anderen hier? ’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, u weet dat ik van u houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.” JOHANNES 21:15 Maar daar blijft het niet bij drie maal wordt hem die vraag gesteld, “of hij van Jezus houdt meer dan de anderen.”

Dit moet voor Petrus niet eenvoudig zijn geweest. Openbaar belijden dat je meer dan de anderen van Jezus houdt. Hij wordt zwaar op de proef gesteld. Jezus wil het echt weten, hou je van Mij? Of ga je Mij in moeilijke omstandigheden weer verloochenen? En drie maal zegt Petrus, ja Heer ik houdt van U, eenmaal voor God de Vader, eenmaal voor God de Zoon en eenmaal voor God de heilige Geest. Een drievoudige belijdenis was voor Jezus voldoende, om Petrus een belangrijke taak in Zijn koninkrijk te geven. Het kwam bij Petrus misschien onderuit zijn tenen, maar hij zei ‘ja’ tegen Jezus.

En wij? Hoe beantwoorden wij onze moeilijkheden, geven we God de schuld? Nemen we het Hem kwalijk? Leef je daarom misschien in onvrede met Hem? Wanneer je levenswagentje zo rijdt, ontkoppel de motor dan eens en trek de handrem eens flink aan. Zet jezelf dan eens aan de kant van je levensweg, om even rustig na te kunnen denken hoe je verder wil? Waar kies je voor?

David had zijn keuze gemaakt. Het was hem menens. Hij worstelde zich naar Gods bevrijdende macht toe. Hij ging de invloed van zijn tegenstanders weigeren, en schreeuwde het als het ware uit: “Weg van mij, allen die kwaad doen! De HEER hoort hoe luid ik ween.” David doet een beroep op Gods genade. Maar het begint met de keuze: “Weg van mij, allen die kwaad doen.” David doet dit met de zekerheid in zijn hart dat God hem niet zal laten vallen. En met de herinnering aan Die God begint David zich gelukkig te prijzen. En hij spreekt dan ook niet verwijtend, maar vertrouwend met God.

David maakte zijn nood bekend bij God en Hij neemt Davids gebed om genade aan. God heeft ‘beproefd en gezien’ dat David met heel zijn hart voor Hem gekozen heeft. God laat geen bidder staan. Gebed verandert de dingen. En met het gebed van de overwinning op zijn lippen, is David een gelukkig mens. De donkere luchten aan de horizon zijn weer opgeklaard. Het zicht is weer zoals het wezen moet. David gaat zich gelukkig prijzen omdat God naar hem heeft omgezien. Gesterkt door die bemoediging zegt hij dan ook: “Beschaamd en doodsbang keren mijn vijanden om, in een oogwenk met schande bedekt.”

David heeft niet tevergeefs op God vertrouwd. Zijn vijanden zullen met schande bedekt worden, omdat David zich in de Naam van zijn Heer tegen hen heeft gekeerd. En dan is het waar wat Paulus zegt: “U hebt geen beproevingen te doorstaan die niet voor mensen te dragen zijn. God is trouw en zal niet toestaan dat u boven uw krachten wordt beproefd: hij geeft u mét de beproeving ook de uitweg, zodat u haar kunt doorstaan.”1 CORINTHIËRS 10:13

De tegenstander van God zal zich te pletter lopen op Gods aanwezigheid. Zal ten onder gaan omdat Gods genade altijd groter is. Zo kunnen en mogen wij ons gelukkig prijzen, ondanks alles wat zich tegen ons heeft gekeerd. Prijs je maar gelukkig omdat je dit weet. Prijs je maar gelukkig omdat je dit in je relatie met Jezus Christus mag ervaren. Prijs je maar gelukkig want het is een bijbels principe dat wie God prijst, een keer in zijn of haar lot mag verwachten.

Jesaja zegt: “Zo heeft mijn bittere lot mij vrede gebracht. U hebt mij behoed voor het zinloze graf, u hebt mijn zonden weggedaan. Nee, het dodenrijk zal u niet loven, de dood prijst u niet, zij die in het graf zijn afgedaald verlaten zich niet op uw trouw. Maar hij die leeft – leeft! – zal u loven, zoals ik doe op deze dag.” JESAJA 38:17-19A

Prijs je gelukkig, omdat je dit weet!

Ik wens je Gods zegen.