Ik wou dat ik
geen oren had,
dan hoef ik niet
alles te verstaan
wat ik niet horen wil.

Ik wou dat ik
geen ogen had,
dan hoef ik niet
te kijken naar wat
ik niet fijn vind.

Ik wou dat ik
geen mond had,
dan hoef ik niets
te zeggen en stoor
ik mijn naaste niet.

Ik wou dat ik
geen voeten had,
dan hoef ik niet
te gaan naar
anderen die iets
nodig hebben.

Ik wou dat ik
mijn oren en mijn
ogen, mijn handen
en mijn voeten
thuis kon laten.

Maar, als iedereen
zo wil leven,
wat kunnen we
elkaar dan wèl geven?
Want juist door oren,
ogen, monden en voeten
kunnen we 'elkaar'
ontmoeten.

Heer, zegen onze oren,
ogen, monden en voeten,
zodat wij niet moeten,
maar gewillig gaan
in Jezus’ naam!



Romeinen 10:14-15 uit:  Het Boek