Psalm 4

De oproep in deze psalm is, om je problemen op de juiste manier op te lossen. “Laat de zon niet ondergaan over uw boosheid” wordt er gezegd. Dat is niet eenvoudig, want hoe doe je dat? Hoe los je een probleem voor zonsondergang op? In de zomer heb je daar wat meer tijd voor dan in de winter. Problemen oplossen kan pas echt goed als je hiervoor de juiste weg bewandelt. Dat zit in de context van deze psalm opgesloten.

Heb jij dat ook wel eens, dat je in je waardigheid wordt aangetast omdat men niet tevreden over je is, terwijl jij zo je best doet? Je voelt je dan behoorlijk onderuit gehaald. En dat kan zulke ernstige vormen aannemen dat je in een geweldig isolement terecht komt. Mensen kunnen bewust of soms onbewust de ander behoorlijk beschadigen. We praten in deze tijd heel gemakkelijk over de ander. En soms misbruiken we de zwakheden van onze naaste om er zelf beter van te worden. Er worden vaak leugens verteld om hogerop te komen in een maatschappelijke positie.

Hoe ga je daar nu mee om? Je kunt er terecht boos om worden. Je kunt óók lelijke dingen gaan vertellen over degene die jou heeft belasterd. Of naar die persoon toegaan om eens even stevig van gedachten te wisselen, want dit pik je niet. Als je hier niet goed mee om weet gaan, dan kunnen dergelijk situaties behoorlijk ontaarden. Jarenlange ruzies, verwijten over en weer, zorgen ervoor dat relaties voor altijd beschadigd blijven. En het kan zo ver komen dat je je geloof verliest. En wie lacht dan het hardst?

Als we psalm vier aandachtig lezen dan zien we een dergelijk verhaal zoals hier boven geschetst. David zegt: “Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad?” Wie zijn die machtigen? Dat zijn de mensen die om hem heen staan. Mensen met wie hij samenwerkt. Mensen die hem dienen. En zij maken David het leven moeilijk. Vertellen leugens over hem om zo zijn reputatie aan te tasten, om hem in een kwaad daglicht te stellen. David, hij werd door gewetenloze mensen belasterd en kreeg afkeuring. En in zijn roep van: “hoe lang nog maakt u mij te schande”, wat tevens een gebed naar God is, horen we een grote nood doorklinken.

Hoe gaat David hier mee om? Laat hij zich verleiden tot boosheid. Wordt het “oog om oog en tand om tand?” DEUTERONOMIUM 19:21 Ik denk, als koning laat je dit toch niet toe? Dan liquideer je dit soort types toch? Je wilt toch niet de dupe worden van een stelletje leugenaars? Nee, hij reageert niet met menselijke middelen. David heeft zijn oog op wat anders gericht. Hij denkt aan het verleden, dat God hem in alle nood heeft bijgestaan, dat God zijn gebeden heeft verhoord.

David zegt: “De HEER schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de HEER luistert als ik tot hem roep.” En met dit vers herinnert hij zichzelf - maar ook zijn belagers - aan het feit dat God hem tot koning gezalfd heeft. Wat jullie ook doen, jullie plannen zijn op voorhand gedoemd te mislukken, want God zelf staat aan mijn zijde. En met de woorden ‘ik ben Gods gunstgenoot’, houdt David vast aan het verbond wat God met hem gesloten had. In dat verbond lagen de ‘gunsten’ die God hem verleende opgesloten. En dat hield David op de been, daarmee confronteerde hij zijn vijanden.

Wat een geweldig getuigenis van David! Vasthouden aan de beloftes van God de Almachtige. Hij wist dat God hem: “omringde met zorg en met liefde, en hem koesterde als zijn oogappel.” DEUTERONOMIUM 32:10 Maar ook: “Ik heb je in mijn handpalm gegrift.” JESAJA 49:16 David had een fundament onder zijn dagelijks bestaan. Een fundament van overgave, van zekerheid, van vertrouwen, van rusten in God. David leefde met de zekerheid waar Paulus het over heeft wanneer hij schrijft: “Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn?” ROMEINEN 8:31

In David’s reactie klinkt een geweldige boodschap door. Een boodschap die mij doet denken aan hoe Jezus met zijn vervolgers omging. Ook Hij kreeg heel wat kritiek te horen. Kritiek van mensen waar je van houdt doet pijn. Dat treft je diep van binnen. En dan is het beter om er niets van te zeggen. Want alles wat je dan nog zegt is, als olie op het vuur. Soms moet je het uit handen durven geven, soms is het beter om te zwijgen. En dat doet me herinneren aan de volgende uitspraak: ‘Wie weet te zwijgen, heeft het meest gezegd.’

En Jezus, onze ‘Gunstgenoot’, toen Hij zich kon verdedigen hield Hij zijn mond. VGL. MATTHÉÜS 26:63; 27:13-14 Jesaja zegt hier zo treffend over: “Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet en deed zijn mond niet open. Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders deed hij zijn mond niet open.” JESAJA 53:7 Jezus, Hij zweeg ten gunste van ons. Wat een voorbeeld!

Ik denk dat Petrus, een volgeling van Jezus, hier heel diep over na heeft gedacht. Hij was zo’n type de heel vaak zijn mond voorbij sprak. En er gelijk op los kon sloeg het nodig was. Maar door zijn ‘echte ontmoeting’ met Jezus was hij veranderd. Nu wist hij wat het lijden van Christus betekende voor hem. Hij wilde Jezus volgen ten koste van alles en schrijft ons: “Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem.” 1 PETRUS 2:21

Een voorbeeld om na te volgen. Zo is psalm vier een uitdaging om te leren wat Jacobus ons zo ernstig duidelijk maakt: “onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.” JACOBUS 1:19

Kwaad worden, we hebben er allemaal last van. Op de een of andere manier weten mensen je tóch zover te krijgen. Maar wat schiet je ermee op? Het is veel belangrijker om in dergelijke momenten op God te vertrouwen. Boosheid geeft onrust, maar overgave geeft rust.

Traag zijn in het spreken, waar Jacobus het over heeft, betekend ‘je tong in toom houden.’ Het is waken over jezelf dat je niet de fout ingaat. VGL. SPREUKEN 13:3 Je kunt veel beter vriendelijke woorden spreken, want dat doet woede bedaren, en krenkende woorden wakkeren de woede aan. SPREUKEN 15:1 En prediker weet ook een nuttig steentje bij te dragen wanneer hij zegt: “Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen. PREDIKER 7:9

Een “lange adem hebben” in bepaalde omstandigheden, en God erin betrekken, geeft een innerlijke rust. David betrekt God in zijn situatie. Hij zoekt steun bij de Allerhoogste. Hij wil goed ‘reageren’ om naar Gods wil te kunnen ‘regeren.’ Is hij daarom niet boos en doet het hem niets? Ik denk van wel, waarom schrijft hij anders deze psalm? Waarom vertrouwd hij dan, in overgave aan God, zijn emoties aan het papier toe? Natuurlijk is David boos. Maar hij wil niet gelijk aan de tegenstanders zijn. Hij is anders. VGL. EFEZIËRS 4:20 Hij wil het goede voorbeeld geven. Hij wil de ander niet aanzetten tot meer kwaad.

Daarom roept David zichzelf, maar ook zijn vijanden, tot de orde en zegt: “Weest toornig, maar zondigt niet.” Hij waarschuwt zijn vijanden en zegt hun, ‘goed als je dan toch boos op mij bent, wat menselijk is, bezondig je dan niet door dingen te vertellen die niet waar zijn.’ Hij wilde de onvrede, de bedreiging voor verdeeldheid in de gemeenschap, zo snel mogelijk herstellen. David gaf ruimte aan zijn belagers om zich uit te spreken, maar waarschuwde hen voor uitbarstingen van toorn en drift. VGL. GALATEN 5:20; KOLOSSENZEN 3:8

Wat een sterk en geweldig voorbeeld geeft David hier. Is dat gemakkelijk na te volgen? Doen we dit automatisch? Laten we maar heel eerlijk zijn, dit is het meest moeilijke als je een probleem hebt met de ander. Om boos te zijn en je toch niet te bezondigen aan die zaak. Dan moet je stevig in je schoenen staan. Dan moet je weten hoever je kunt gaan. Want laten we maar heel eerlijk zijn, er zitten geen grenzen aan onze boosheid. Daarom is het goed dat God die grens bepaald heeft. Hij zegt bij monde van Paulus: “Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, geef de duivel geen kans.” EFEZIËRS 4:26-27

De oproep is om dezelfde dag nog het probleem op te lossen: “laat de zon niet ondergaan over uw boosheid.” Verspil je kansen niet en geef de duivel niet het laatste woord. Dat is niet gemakkelijk, want hoe doe je dat? Hoe los je een probleem voor zonondergang op? In de zomer heb je daar wat meer tijd voor dan in de winter.

Problemen oplossen kan pas echt goed als je hiervoor de juiste weg bewandelt. Dat zit in de hele context van deze psalm opgesloten. Ik ben nog nooit een mens tegengekomen die de juiste oplossingen had voor de problemen die wij met elkaar veroorzaken. En dat doet mij uitkomen waar David bij uitkomt. Hij komt uit bij God, die zegt: “Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.” KOLOSSENZEN 3:13

Kijk, dat is ‘conflict oplossing’ op het hoogste niveau. Wie dat wil toepassen zal nooit de volgende dag opstaan met het probleem van gisteren. Vergeving doet boosheid, en alles wat hieraan gerelateerd is, vervangen door vreugde. En dan kun je net als David rustig slapen. De innerlijke mens komt dan tot rust. En wat zegt David hier nog meer over: “In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want u, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.” Wie met God leeft en van daaruit handelt, woont in een beveiligd huis. Wat kan er veel verandering plaatsvinden door vergevend te handelen.

Ik wens je Gods zegen